College: anatomie van de HPA-as
Diencephalon = tussen de hersenen, als in tussen middenhersenen en de
cortex.
In de diencephalon bevinden zich verschillende gebieden met belangrijke
kernen (thalamus, hypothalamus, epithalamus etc). De thalamus ligt aan
beide kanten van het ventriculaire systeem en het derde ventrikel ligt tussen
de hypothalamus en de hypofyse. De ventrikels zorgen ervoor dat de
hersenen ‘drijven’.
De hypofyse ligt onder de hypothalamus maar is wat kleiner en niet in
iedere sectie zichtbaar. De hypofyse is verbonden met de hypothalamus
door directe neuronen. De locatie van de hypofyse wordt het Sella Turcica
genoemd en is omhuld door bot. Dit bot is echter poreus en daarna volgt
een grote sinus, deze is ook duidelijk te zien op de MRI want dit wordt een
zwarte vlek op beeld. De hypofyse bestaat eigenlijk uit twee kleine organen,
dit is terug te zien in de ontwikkeling. De neurohypofyse bestaat uit
zenuwweefsel en de adenohypofyse uit farynx epitheel. Tussen de adenohypofyse en de
hypothalamus bevindt zich een poortader systeem (petrosal sinus ?). De neurohypofyse staat onder
invloed van de paraventriculaire nucleus en de supraoptic nucleus deze kunnen bijvoorbeeld ADH of
oxytocine uitscheiden. De adenohypofyse staat ook onder invloed van de paraventriculaire nucleus
en de tuberale nuclei, deze scheiden RH uit en de hypofyse scheidt een AHH uit (adenohypofyse
hormoon).
Epifyse is een ander centra in de diencephalon niet direct
verbonden met de hypothalamus. Een signaal zal eerst via
de PV nucleus naar de hersenstam gaan en vervolgens
weer ‘terug; naar de epifyse. Het is namelijk niet mogelijk
om rechtstreekst te gaan.
,De hypothalamus bevat meerdere kernen (nuclei):
- Ventraal
o Para-ventriculaire nucleus
o Supraoptic nucleus
o Preoptic nucleus
(lichaamstemperatuur)
- Posterior (activeren sympathisch
zenuwstelsel)
o Posterior nucleus
o Mamillary lichaampjes
- Mediaal
o Dorsomediale nucleus
o Ventromediale nucleus
o Tuberale nucleus
Een nuclei is een verzameling van cellichamen dit
kunnen magna cellulaire of parvo cellulair zijn. Magna cellulair zijn grote cellichamen met lange
zenuwbanen.
De adenohypofyse bestaat uit verschillende typen cellen: acidofilen (somatotropen, lactotroop),
basofilen (corticotroop, gonadotroop en thrytroop), chromofoben
De neurohypofyse bestaat maar uit type cellen: Herring bodies
De bijnier kan verdeeld worden in twee organen, de cortex en de medulla. De medulla ontwikkelt
van de neurale crest cellen (post-ganglion sympatische cellen) deze produceren na prikkeling het
hormoon (nor)adrenaline (catecholamines).
De cortex wordt beïnvloed door hormonen en bestaat uit drie lagen die alle drie een ander soort
type hormoon uitscheiden:
G zona glomerulosa mineralocorticoiden aldosteron
F zona fasciculata glucocorticoiden cortisol
R zona reticulaire gonadocorticoiden testosterone
(M medulla catecholamines (nor)adrenaline)
De centrale veen van de adrenal cortex heeft een longitudinale spier die als een soort spons
uitgeknepen kan worden.
Fysiologie van de HPA-as
Het initiëren van de HPA-as wordt veroorzaakt door stress, dit kan fysieke stress maar ook mentale
stress zijn dit zorgt voor het uitscheiden van CRH uit de hypothalamus. Het eindproduct, cortisol
heeft een negatieve feedback op de hypothalamus en hypofyse.
Niet alleen CRH kan voor ACTH-secretie zorgen ook vasopressine kan dit in sommige concentraties
promoten.
ACTH komt van het POMC gen, van dit gen kunnen verschillende eiwitten gesynthetiseerd worden /
geknipt worden en een daarvan is dan ACTH. Als ACTH wordt geknipt krijg je het eiwit MSH (dat voor
pigment is), als dit knippen dus fout gaat zullen deze mensen een gebruindere huid hebben.
, Het effect van cortisol:
Cortisol is een steroïd die dus door het celmembraan kan en vervolgens bindt met een receptor in
het plasma. Vervolgens verschilt de actie in verschillende cellen:
- Metabolisch effect (katabolisme, breekt af): meer glucose output door de lever, afname van
glucose opname in de spieren en vet, meer lipolyse en minder eiwitsynthese
- Huid: atrofie van de huid en spieren, minder collageen synthese
- Bot: minder osteoblast functie
- Zout en water: natrium vasthouden, kalium verlies en bloeddruk dus omhoog (want je houdt
water vast)
- Immuunsysteem: vermindering lymfocyten, minder immunoglobuline (vatbaar voor ziektes
terwijl je lichaam probeert te voorkomen dat je immuunsysteem op hol slaat)
- CNS: euforie en effect op geheugen
Diencephalon = tussen de hersenen, als in tussen middenhersenen en de
cortex.
In de diencephalon bevinden zich verschillende gebieden met belangrijke
kernen (thalamus, hypothalamus, epithalamus etc). De thalamus ligt aan
beide kanten van het ventriculaire systeem en het derde ventrikel ligt tussen
de hypothalamus en de hypofyse. De ventrikels zorgen ervoor dat de
hersenen ‘drijven’.
De hypofyse ligt onder de hypothalamus maar is wat kleiner en niet in
iedere sectie zichtbaar. De hypofyse is verbonden met de hypothalamus
door directe neuronen. De locatie van de hypofyse wordt het Sella Turcica
genoemd en is omhuld door bot. Dit bot is echter poreus en daarna volgt
een grote sinus, deze is ook duidelijk te zien op de MRI want dit wordt een
zwarte vlek op beeld. De hypofyse bestaat eigenlijk uit twee kleine organen,
dit is terug te zien in de ontwikkeling. De neurohypofyse bestaat uit
zenuwweefsel en de adenohypofyse uit farynx epitheel. Tussen de adenohypofyse en de
hypothalamus bevindt zich een poortader systeem (petrosal sinus ?). De neurohypofyse staat onder
invloed van de paraventriculaire nucleus en de supraoptic nucleus deze kunnen bijvoorbeeld ADH of
oxytocine uitscheiden. De adenohypofyse staat ook onder invloed van de paraventriculaire nucleus
en de tuberale nuclei, deze scheiden RH uit en de hypofyse scheidt een AHH uit (adenohypofyse
hormoon).
Epifyse is een ander centra in de diencephalon niet direct
verbonden met de hypothalamus. Een signaal zal eerst via
de PV nucleus naar de hersenstam gaan en vervolgens
weer ‘terug; naar de epifyse. Het is namelijk niet mogelijk
om rechtstreekst te gaan.
,De hypothalamus bevat meerdere kernen (nuclei):
- Ventraal
o Para-ventriculaire nucleus
o Supraoptic nucleus
o Preoptic nucleus
(lichaamstemperatuur)
- Posterior (activeren sympathisch
zenuwstelsel)
o Posterior nucleus
o Mamillary lichaampjes
- Mediaal
o Dorsomediale nucleus
o Ventromediale nucleus
o Tuberale nucleus
Een nuclei is een verzameling van cellichamen dit
kunnen magna cellulaire of parvo cellulair zijn. Magna cellulair zijn grote cellichamen met lange
zenuwbanen.
De adenohypofyse bestaat uit verschillende typen cellen: acidofilen (somatotropen, lactotroop),
basofilen (corticotroop, gonadotroop en thrytroop), chromofoben
De neurohypofyse bestaat maar uit type cellen: Herring bodies
De bijnier kan verdeeld worden in twee organen, de cortex en de medulla. De medulla ontwikkelt
van de neurale crest cellen (post-ganglion sympatische cellen) deze produceren na prikkeling het
hormoon (nor)adrenaline (catecholamines).
De cortex wordt beïnvloed door hormonen en bestaat uit drie lagen die alle drie een ander soort
type hormoon uitscheiden:
G zona glomerulosa mineralocorticoiden aldosteron
F zona fasciculata glucocorticoiden cortisol
R zona reticulaire gonadocorticoiden testosterone
(M medulla catecholamines (nor)adrenaline)
De centrale veen van de adrenal cortex heeft een longitudinale spier die als een soort spons
uitgeknepen kan worden.
Fysiologie van de HPA-as
Het initiëren van de HPA-as wordt veroorzaakt door stress, dit kan fysieke stress maar ook mentale
stress zijn dit zorgt voor het uitscheiden van CRH uit de hypothalamus. Het eindproduct, cortisol
heeft een negatieve feedback op de hypothalamus en hypofyse.
Niet alleen CRH kan voor ACTH-secretie zorgen ook vasopressine kan dit in sommige concentraties
promoten.
ACTH komt van het POMC gen, van dit gen kunnen verschillende eiwitten gesynthetiseerd worden /
geknipt worden en een daarvan is dan ACTH. Als ACTH wordt geknipt krijg je het eiwit MSH (dat voor
pigment is), als dit knippen dus fout gaat zullen deze mensen een gebruindere huid hebben.
, Het effect van cortisol:
Cortisol is een steroïd die dus door het celmembraan kan en vervolgens bindt met een receptor in
het plasma. Vervolgens verschilt de actie in verschillende cellen:
- Metabolisch effect (katabolisme, breekt af): meer glucose output door de lever, afname van
glucose opname in de spieren en vet, meer lipolyse en minder eiwitsynthese
- Huid: atrofie van de huid en spieren, minder collageen synthese
- Bot: minder osteoblast functie
- Zout en water: natrium vasthouden, kalium verlies en bloeddruk dus omhoog (want je houdt
water vast)
- Immuunsysteem: vermindering lymfocyten, minder immunoglobuline (vatbaar voor ziektes
terwijl je lichaam probeert te voorkomen dat je immuunsysteem op hol slaat)
- CNS: euforie en effect op geheugen