Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................................................................... 2
Hoorcollege 1.......................................................................................................................................................2
Hoorcollege 2.2 – Sociale netwerken...................................................................................................................8
Week 2........................................................................................................................................................ 13
Hoorcollege 1.....................................................................................................................................................13
Hoorcollege 2.....................................................................................................................................................19
Week 3........................................................................................................................................................ 23
Hoorcollege 1.....................................................................................................................................................23
Hoorcollege 2.....................................................................................................................................................30
Week 4........................................................................................................................................................ 37
Hoorcollege 1 – warm glow...............................................................................................................................37
............................................................................................................................................................................40
Hoorcollege 2 – nudging/boosting.....................................................................................................................46
Week 5........................................................................................................................................................ 54
Hoorcollege 1 – frame building..........................................................................................................................54
Hoorcollege 2 – Social movements....................................................................................................................60
Week 6........................................................................................................................................................ 64
Hoorcollege 1 – laatste college..........................................................................................................................64
1
,Week 1
Hoorcollege 1
Extra aantekening presentatie:
NRA: wordt suggestie gegeven van het gedrag, maar niet dat jij dat hoeft te doen
RA: wordt niet alleen gezegd wat beoogde gedrag is, maar ook dat jij dat echt moet doen
Normen = algemeen aanvaarde gedragsregels of standaarden binnen een bepaalde groep,
samenleving of cultuur. Ze geven aan wat als gewenst, acceptabel of gepast gedrag wordt
beschouwd in specifieke situaties.
Expliciet = vastgesteld in een wet, (relatief) stabiel
Je stopt voor en rood verkeerslicht
Impliciet = ongeschreven, variëren afhankelijk van plaats en sociale context
Je stopt voor een oud vrouwtje die opeens oversteekt met haar rollator
3 niveaus:
I. Maatschappelijk niveau > wat maatschappij denkt en doet als collectief (bijv.
omgangsnormen)
II. Groepsniveau > wat jij denkt dat belangrijke anderen (vrienden/ familie) denken
en doen (descriptieve normen) + wat jij denkt dat zij vindt dat jij zou moeten
denken en doen (injunctieve normen)
III. Persoonsniveau > wat jij zelf vindt dat je moet denken en doen (persoonlijke
normen)
Norm activatie theorie (Schwarz, 1977)
Om altruïstisch gedrag te voorspellen.
2
,Richt zich op persoonlijke normen. Die normen kan je activeren en gedrag van mensen
beïnvloeden > zorgen dat mensen zich duurzamer gaan gedragen.
Volgens hem zijn er verschillende voorspellers. Als je deze predictoren kan verhogen door
bijv. communicatie, dan kan je die persoonlijke norm ook verhogen.
Norm geactiveerd > norm verhoogd
Voorspellers:
Probleem-bewustzijn
Verantwoordelijkheidsgevoel (mate van verantwoordelijk voelen voor impact van je
gedrag)
deze 2 gaan over probleem
Vermogen (vaardigheid of kunde om ook positief effect te kunnen hebben op dat
probleem)
Effectiviteit (hoe doeltreffend is bepaald gedrag om positieve impact te maken?)
2 gaan over oplossen van probleem
Probleem-bewustzijn
Als iemand bewust is dat bepaald gedrag negatieve impact kan hebben (je voelt je ook
verantwoordelijk) persoonlijke normen worden geactiveerd activeer gedrag(sintentie)
Dia 8)
A verwacht zij ipv b (lijkt op vorig model)
Zij verwacht meer een causaal verband ipv dat je de predictoren naast elkaar uitzet.
Sig. effect van probleem-bewustzijn op effectiviteit. Model a werkt beter.
Geen relatie van …
3
, Dia 9)
Effect van probleembewust op verantwoordelijkheidsgevoel. Zelfde effect treedt op als
vorige dia.
New environmental paradigm (Dunlap & Van Liere, 1978)
een ‘nieuw’ ecologisch wereldbeeld
Komt door 3 inzichten/ veranderingen in maatschappij
Natuur is eindig (beperking natuur, natuur heeft ook grenzen, er zijn niet oneindig
veel bronnen)
Menselijke invloed op natuur (schadelijke invloed)
Interconnectie van leven (alle levende wezens zijn met elkaar verbonden, ook die van
de mens is verbonden)
Staat voor verandering van perspectief in hoe de mens in natuur staat en hoe met natuur
omgaat. Verschuiving van mens gecentreerde model naar meer natuur gecentreerd model.
4
Week 1.......................................................................................................................................................... 2
Hoorcollege 1.......................................................................................................................................................2
Hoorcollege 2.2 – Sociale netwerken...................................................................................................................8
Week 2........................................................................................................................................................ 13
Hoorcollege 1.....................................................................................................................................................13
Hoorcollege 2.....................................................................................................................................................19
Week 3........................................................................................................................................................ 23
Hoorcollege 1.....................................................................................................................................................23
Hoorcollege 2.....................................................................................................................................................30
Week 4........................................................................................................................................................ 37
Hoorcollege 1 – warm glow...............................................................................................................................37
............................................................................................................................................................................40
Hoorcollege 2 – nudging/boosting.....................................................................................................................46
Week 5........................................................................................................................................................ 54
Hoorcollege 1 – frame building..........................................................................................................................54
Hoorcollege 2 – Social movements....................................................................................................................60
Week 6........................................................................................................................................................ 64
Hoorcollege 1 – laatste college..........................................................................................................................64
1
,Week 1
Hoorcollege 1
Extra aantekening presentatie:
NRA: wordt suggestie gegeven van het gedrag, maar niet dat jij dat hoeft te doen
RA: wordt niet alleen gezegd wat beoogde gedrag is, maar ook dat jij dat echt moet doen
Normen = algemeen aanvaarde gedragsregels of standaarden binnen een bepaalde groep,
samenleving of cultuur. Ze geven aan wat als gewenst, acceptabel of gepast gedrag wordt
beschouwd in specifieke situaties.
Expliciet = vastgesteld in een wet, (relatief) stabiel
Je stopt voor en rood verkeerslicht
Impliciet = ongeschreven, variëren afhankelijk van plaats en sociale context
Je stopt voor een oud vrouwtje die opeens oversteekt met haar rollator
3 niveaus:
I. Maatschappelijk niveau > wat maatschappij denkt en doet als collectief (bijv.
omgangsnormen)
II. Groepsniveau > wat jij denkt dat belangrijke anderen (vrienden/ familie) denken
en doen (descriptieve normen) + wat jij denkt dat zij vindt dat jij zou moeten
denken en doen (injunctieve normen)
III. Persoonsniveau > wat jij zelf vindt dat je moet denken en doen (persoonlijke
normen)
Norm activatie theorie (Schwarz, 1977)
Om altruïstisch gedrag te voorspellen.
2
,Richt zich op persoonlijke normen. Die normen kan je activeren en gedrag van mensen
beïnvloeden > zorgen dat mensen zich duurzamer gaan gedragen.
Volgens hem zijn er verschillende voorspellers. Als je deze predictoren kan verhogen door
bijv. communicatie, dan kan je die persoonlijke norm ook verhogen.
Norm geactiveerd > norm verhoogd
Voorspellers:
Probleem-bewustzijn
Verantwoordelijkheidsgevoel (mate van verantwoordelijk voelen voor impact van je
gedrag)
deze 2 gaan over probleem
Vermogen (vaardigheid of kunde om ook positief effect te kunnen hebben op dat
probleem)
Effectiviteit (hoe doeltreffend is bepaald gedrag om positieve impact te maken?)
2 gaan over oplossen van probleem
Probleem-bewustzijn
Als iemand bewust is dat bepaald gedrag negatieve impact kan hebben (je voelt je ook
verantwoordelijk) persoonlijke normen worden geactiveerd activeer gedrag(sintentie)
Dia 8)
A verwacht zij ipv b (lijkt op vorig model)
Zij verwacht meer een causaal verband ipv dat je de predictoren naast elkaar uitzet.
Sig. effect van probleem-bewustzijn op effectiviteit. Model a werkt beter.
Geen relatie van …
3
, Dia 9)
Effect van probleembewust op verantwoordelijkheidsgevoel. Zelfde effect treedt op als
vorige dia.
New environmental paradigm (Dunlap & Van Liere, 1978)
een ‘nieuw’ ecologisch wereldbeeld
Komt door 3 inzichten/ veranderingen in maatschappij
Natuur is eindig (beperking natuur, natuur heeft ook grenzen, er zijn niet oneindig
veel bronnen)
Menselijke invloed op natuur (schadelijke invloed)
Interconnectie van leven (alle levende wezens zijn met elkaar verbonden, ook die van
de mens is verbonden)
Staat voor verandering van perspectief in hoe de mens in natuur staat en hoe met natuur
omgaat. Verschuiving van mens gecentreerde model naar meer natuur gecentreerd model.
4