Verandering is de richting en het tempo van ontwikkelingen in de samenleving en de
(on)mogelijkheden om deze te beïnvloeden.
Domein Voor moderne/traditionele (Laat) moderne samenleving
samenleving
Politiek Feodale staten, waarbij nauwelijks (Supra-) nationale staten met een
een centraal gezag is en gewone centraal gezag. Democratische sociale
mensen burgers weinig rechten rechtsstaten met vrijheids, politieke en
hebben en veel plichten ten sociale verzorgingsrechten voor alle
opzichte van hun leenheer. De burgers. De macht kreeg de leiders van
macht kregen de leiders van god het volk. Gezag gebaseerd op de wet en
en gezag gebaseerd op traditie. later ook op persoonlijke verdiensten.
Economie Een traditionele economie met Een gemengde economie met een
vaste regels, hoe te produceren en markt/kapitalisme sector waar je vrij van
met een kleine collectieve sector. beroep en bedrijf bent om zo rendabel
Vooral werk in de landbouw met mogelijk te produceren en er is een
beperkte arbeidsdeling, waarbij collectieve overheidssector. Een sterke
arbeiders vrijwel rechteloos zijn arbeidsdeling in landbouw, industrie en
met weinig welvaart. Het meeste diensten om de productie zo efficiënt
werk vereist weinig kennis door mogelijk te laten plaatsvinden, waarbij
eenvoudige technologieën. Er de meeste mensen in loondienst werken
wordt vooral voor de plaatselijke en de meeste mensen leven in welvaart.
markt geproduceerd. Het werk vereist veel kennis door
complexe technologieën, vooral
gespecialiseerd werk door arbeidsdeling
en verschillende beloningen. Er wordt
geproduceerd voor de wereldmarkt
Demo- Een homogene bevolking, die met Een heterogene bevolking door migrate
grafie name in kleinschalige uit verschillende werelddelen, die in
gemeenschappen/dorpen wonen. grootschalige gemeenschappen/steden
wonen, dus een geürbaniseerde
samenleving.
Sociaal De relaties tussen de mensen zijn De relaties tussen de mensen zijn
heel hecht. Ieder heeft op grond minder hecht, anoniemer en veelsoortig.
van geboorte een bepaalde plaats Mensen kunnen dalen en stijgen op de
op de maatschappelijke ladder; de maatschappelijke ladder door eigen
standenmaatschappij. verdienste; de meritocratie. Er is
‘Mechanische solidariteit’ omdat organische solidariteit omdat iedereen
de meeste mensen hetzelfde door arbeidsdeling/differentiatie elkaar
deden en hetzelfde dacht. De nodig heeft. Er is een duidelijke
gemeenschap was meer dan de scheiding tussen het privéleven en het
, som van de individuen. Er is openbare/publieke leven.
nauwelijks een scheiding tussen
het privéleven en het
openbare/publieke leven.
Cultureel Een religieuze cultuur, waarbij een Een seculiere cultuur, waar opleiding,
morele God met kerk, mens en de kennis en wetenschap het belangrijkste
wereld leidt om hiernamaals te zijn. De eigen persoonlijke vrijheid om te
komen. Er zijn tradities en vaste denken en doen wat men wil
goddelijke overtuigingen over wat (zelfontplooiing) is belangrijk en
goed en slecht is en het betoverde voorspelbaar door slim van je ratio
leven overkomt je en accepteer je gebruik te maken in dit leven bv door
als gegeven. De cultuur is carrière te maken. De cultuur is
homogeen. heterogeen.
Kernconcept staatsvorming
Staatsvorming is de institutionalisering van politieke macht tot een staat.
Een staat is een begrensd grondgebied, waarover al dan niet gekozen machthebbers
soevereine of politieke macht hebben over de mensen.
Er wordt van een staat gesproken als:
- Er sprake is van interne soevereiniteit (de burgers accepteren de machts- en
gezagsverhouding die zij hebben met de overheid);
- Er sprake is van externe soevereiniteit (andere overheden accepteren de machts- en
gezagsverhoudingen);
- Er sprake is van een bevolking;
- Er sprake is van een grondgebied;
- De overheid heeft een belasting- en geweldsmonopolie.
Het proces van staatsvorming heeft te maken met drie veranderingsprocessen van politieke
macht:
- Politieke macht is gedepersonaliseerd.
De macht van een persoon is gekoppeld aan de specifieke functie en niet meer aan de
persoon zelf.
- Politieke macht is geformaliseerd.
De rechten en plichten van burgers en overheid worden geformaliseerd in wetten.
- Politieke macht integreert.
De staat bemoeit zich via wetgeving en belasting steeds meer met de mensen die in de
staat wonen, leren, leven en werken. Maar er is ook ruimte voor particulier initiatief en
het maatschappelijk middenveld.