Geschiedenis evidence-based medicine
Evidence-based medicine = het expliciet, oordeelkundig en consciëntieus gebruikmaken
van het beste beschikbare bewijs (wetenschappelijk onderzoek) bij het maken van een
keuze voor de behandeling van een patiënt. Je baseert je in je medisch handelen dus
eigenlijk op data. Werd gedefinieerd in 1990.
Spreekt het niet vanzelf dat geneeskunde ‘evidence-based’ is?
- JA: al sinds de oudheid wordt medisch handelen gebaseerd op beste beschikbare
(‘wetenschappelijke’) kennis
- NEE: er is voortdurend discussie geweest over wat meest betrouwbare ‘evidence’ is
De vraag is dus: welke ‘evidence’-opvatting zit er achter evidence based medicine?
Hippocrates van Kos = de grondlegger van de geneeskunde
- bekend door de eed van Hippocrates
- was de eerste die natuurlijke en naturalistische verklaringen zocht voor ziektes
- was de eerste die ook naar behandelingen zocht
Galenus = Romeinse arts die vond dat geneeskunde tot zekerheden moest komen door te
redeneren (theoretische traditie). Door hem is geneeskunde een theoretische
boekwetenschap geworden. Geneeskunde is gebaseerd op zekerheden.
Alexander van Aphrodisias legde meer nadruk op de empirische traditie. Volgens hem
bestonden er geen zekerheden, alleen waarschijnlijkheden. Er is nooit zekerheid over het
individu.
Eeuwenlange doorwerking van met name Hippocrates/Galenus.
Vanaf de 17e eeuw veranderde veel in de geneeskunde door veranderingen in
natuurwetenschappen = wetenschappelijke revolutie.
Mechanisering = de invloed van natuurwetenschappen (natuurkunde, scheikunde en
biologie) op geneeskunde.
, Met name in de 19e eeuw vond de meerderheid van de artsen dat geneeskunde
wetenschappelijk moest worden. Maar over de definitie van wetenschap bestonden
verschillende opvattingen:
Pierre Louis (1787-1872) = de “vader” van de evidence based medicine. Hij stond in voor
de empirische traditie, waarbij onbevooroordeelde observatie een groot onderdeel is. De
nieuwe wetenschappelijke geneeskunde zou in zijn ogen gebaseerd moeten zijn op de
numerieke methode, het getalsmatig vergelijken van groepen (statistiek).
Hij is bekend geworden door zijn studie naar aderlating bij longontsteking, waarbij hij tegen
aderlating pleitte.
Risueño d'Amador (1802-1849) had kritiek op de numerieke methode. Volgens hem was
geneeskunde een geneeskunst van individuen. Hij vond de waarschijnlijkheidsrekening niet
toepasbaar in de geneeskunde omdat het niet gaat over individuele patiënten, maar alleen
over gemiddelden en statistische patronen.
In de evidence based medicine beweging werd d'Amador gezien als ouderwets, omdat hij
zich verzette tegen het doorbreken van evidence based medicine.
d’Amador tegen Louis:
“Zich beroepen op de waarschijnlijkheid is zich beroepen op het toeval; dat is afzien van
iedere medische zekerheid [...]. In plaats van feiten die u moet analyseren en vergelijken,
zult u slechts kansen hebben die u moet berekenen; de geneeskunde zal niet meer een
kunst zijn maar een loterij.”
Claude Bernard (1813-1878) = de “vader” van de natuurwetenschappelijke
geneeskunde. Ook hij vond dat statistiek slechts waarschijnlijkheden kan geven, maar geen
zekerheden. Geneeskunde zou volgens hem gebruik moeten maken van
natuurwetenschappelijke methoden als onderzoek naar fysiologie en
laboratoriumonderzoek. Hij was vooral op zoek naar mechanismen en oorzaken op een
monocausale manier (één ziekte, één oorzaak).
Dus in de 19e eeuw bestonden drie verschillende visies op evidence-based medicine:
- Louis
- numerieke regelmatigheden op het niveau van klinische populaties
- D'Amador
- ervaring, expertise, klinisch oordeel, intuïtie en individuele arts-patiëntrelatie
- Bernard
- deterministische kennis van de fysiologie op het niveau van het individu
De "laboratoriumgeneeskunde" van Bernard wordt dominant eind 19e / begin 20e eeuw.
Maar ook maat en getal, kwantificering, statistieken etc. werden geleidelijk belangrijker:
- opname-, ontslag- en sterftecijfers in ziekenhuizen bijhouden
- meer uniformering in begrippen, diagnoses, ziekteclassificaties
- toestand van een patiënt niet meer kwalitatief beschrijven, maar in getallen
uitdrukken
- werk met instrumenten en analyse resultaten in laboratoriumgeneeskunde vergt
kwantificering
Maar binnen bepaalde grenzen:
- doorslag gaf professioneel oordeel en expertise van arts en laboratoriumonderzoeker
Evidence-based medicine = het expliciet, oordeelkundig en consciëntieus gebruikmaken
van het beste beschikbare bewijs (wetenschappelijk onderzoek) bij het maken van een
keuze voor de behandeling van een patiënt. Je baseert je in je medisch handelen dus
eigenlijk op data. Werd gedefinieerd in 1990.
Spreekt het niet vanzelf dat geneeskunde ‘evidence-based’ is?
- JA: al sinds de oudheid wordt medisch handelen gebaseerd op beste beschikbare
(‘wetenschappelijke’) kennis
- NEE: er is voortdurend discussie geweest over wat meest betrouwbare ‘evidence’ is
De vraag is dus: welke ‘evidence’-opvatting zit er achter evidence based medicine?
Hippocrates van Kos = de grondlegger van de geneeskunde
- bekend door de eed van Hippocrates
- was de eerste die natuurlijke en naturalistische verklaringen zocht voor ziektes
- was de eerste die ook naar behandelingen zocht
Galenus = Romeinse arts die vond dat geneeskunde tot zekerheden moest komen door te
redeneren (theoretische traditie). Door hem is geneeskunde een theoretische
boekwetenschap geworden. Geneeskunde is gebaseerd op zekerheden.
Alexander van Aphrodisias legde meer nadruk op de empirische traditie. Volgens hem
bestonden er geen zekerheden, alleen waarschijnlijkheden. Er is nooit zekerheid over het
individu.
Eeuwenlange doorwerking van met name Hippocrates/Galenus.
Vanaf de 17e eeuw veranderde veel in de geneeskunde door veranderingen in
natuurwetenschappen = wetenschappelijke revolutie.
Mechanisering = de invloed van natuurwetenschappen (natuurkunde, scheikunde en
biologie) op geneeskunde.
, Met name in de 19e eeuw vond de meerderheid van de artsen dat geneeskunde
wetenschappelijk moest worden. Maar over de definitie van wetenschap bestonden
verschillende opvattingen:
Pierre Louis (1787-1872) = de “vader” van de evidence based medicine. Hij stond in voor
de empirische traditie, waarbij onbevooroordeelde observatie een groot onderdeel is. De
nieuwe wetenschappelijke geneeskunde zou in zijn ogen gebaseerd moeten zijn op de
numerieke methode, het getalsmatig vergelijken van groepen (statistiek).
Hij is bekend geworden door zijn studie naar aderlating bij longontsteking, waarbij hij tegen
aderlating pleitte.
Risueño d'Amador (1802-1849) had kritiek op de numerieke methode. Volgens hem was
geneeskunde een geneeskunst van individuen. Hij vond de waarschijnlijkheidsrekening niet
toepasbaar in de geneeskunde omdat het niet gaat over individuele patiënten, maar alleen
over gemiddelden en statistische patronen.
In de evidence based medicine beweging werd d'Amador gezien als ouderwets, omdat hij
zich verzette tegen het doorbreken van evidence based medicine.
d’Amador tegen Louis:
“Zich beroepen op de waarschijnlijkheid is zich beroepen op het toeval; dat is afzien van
iedere medische zekerheid [...]. In plaats van feiten die u moet analyseren en vergelijken,
zult u slechts kansen hebben die u moet berekenen; de geneeskunde zal niet meer een
kunst zijn maar een loterij.”
Claude Bernard (1813-1878) = de “vader” van de natuurwetenschappelijke
geneeskunde. Ook hij vond dat statistiek slechts waarschijnlijkheden kan geven, maar geen
zekerheden. Geneeskunde zou volgens hem gebruik moeten maken van
natuurwetenschappelijke methoden als onderzoek naar fysiologie en
laboratoriumonderzoek. Hij was vooral op zoek naar mechanismen en oorzaken op een
monocausale manier (één ziekte, één oorzaak).
Dus in de 19e eeuw bestonden drie verschillende visies op evidence-based medicine:
- Louis
- numerieke regelmatigheden op het niveau van klinische populaties
- D'Amador
- ervaring, expertise, klinisch oordeel, intuïtie en individuele arts-patiëntrelatie
- Bernard
- deterministische kennis van de fysiologie op het niveau van het individu
De "laboratoriumgeneeskunde" van Bernard wordt dominant eind 19e / begin 20e eeuw.
Maar ook maat en getal, kwantificering, statistieken etc. werden geleidelijk belangrijker:
- opname-, ontslag- en sterftecijfers in ziekenhuizen bijhouden
- meer uniformering in begrippen, diagnoses, ziekteclassificaties
- toestand van een patiënt niet meer kwalitatief beschrijven, maar in getallen
uitdrukken
- werk met instrumenten en analyse resultaten in laboratoriumgeneeskunde vergt
kwantificering
Maar binnen bepaalde grenzen:
- doorslag gaf professioneel oordeel en expertise van arts en laboratoriumonderzoeker