Klinische psychologie HC aantekeningen
Tentamen telt 70% mee, opdracht telt 30% mee
Eindtoets: 20 meerkeuzevragen, 10 open korte antw vragen.
HC1: Klinische psychologie en abnormaal gedrag; 22 apr
6 benaderingen
1. Neurobiologische benadering
2. Leertheoretische benadering
3. Cognitieve benadering
4. Psychodynamische benadering
5. Humanistische benadering
6. Systeembenadering
Klinische psychologie abnormal psychology (Angelsaksische literatuur) houdt
bezig met diagnose, classificatie, behandeling, preventie, onderzoek
Neurobiologische benadering
Eten heel belangrijk.
Als je goed voor je darmen zorgt, dan ga je je beter voelen
Leertheoretische benadering
2 belangrijke mensen: Thorndike, Pavlov
Thorndike operant conditioneren
Functie Analyse (FA) klinische vertaling van het paradigma van de operante
conditionering
COMET Competitive Memory Training.
Behandeling met contraconditionering
COMET-protocol voor auditieve hallucinaties
Twee fases:
1. Inhoudelijke betekenis stemmen corrigeren
2. Afstand nemen van de stem.
Cognitieve benadering
De manier waarop mensen informatie verwerken en selecteren speelt een
belangrijke rol bij het ontwikkelen van psychische stoornissen.
Schema = kennisstructuur
Je bouwt het op in je kindertijd
Je kan schema’s veranderen met Cognitieve GedragsTherapie
Cognitief model van Beck (1967)
GGG schema Gedrag, gedachten en gevoelens
Psychodynamische benadering
Freud en Ainsworth, 19e – 20e eeuw.
Freud:
, Superego geweten, deels bewust, deels onbewust
Ego rationeel, deels bewust, deels onbewust
Id verlangens, driftmatige motor, onbewust
Afweermechanismen ID bedient zich van afweermechanismen tegen angst.
Afweermechanismen ingezet als ID in conflict komt met ego en superego
Humanistische benadering
Rogers en Maslow
Maslow Positieve motivatietheorie (1970) focus op realiseren van eigen
behoeften en mogelijkheden.
Rogeriaanse basishouding van de therapeut empathie, echtheid en respect
- Non-directief zijn
- Onvoorwaardelijk accepteren
- Empathische wijze
- Congruent zijn
Rogers uitgangspunten:
- Mens zelf in staat problemen op te lossen
Systeembenadering
Sociale omgeving speelt belangrijke rol bij ontwikkelen psychische stoornissen
Algemene systeemtheorie Von Bertalanffy
Systeem = samenhangend geheel van objecten en de relaties tussen deze
objecten
EE = Expressed Emotion
Equifinaliteit bepaald verschijnsel gevolg van verschillende begintoestanden
Equipotentialiteit beginsituatie kan leiden tot eindtoestanden
Extreme gezinstypen
Kluwen gezin grenzen tussen subsystemen zijn vervaagd met rigide grens
tussen systeem en wereld erbuiten
Los zand gezin starre grenzen
,HC2: Psychodiagnostiek en Diagnostische cyclus;29 apr –
aantekeningen Pien
Psychodiagnostiek en de Diagnostische cyclus
Het proces van diagnostische besluitvorming
Persoon
Aanmelding
(Manier om te diagnosticeren, dus bijv. gesprekken en vragenlijsten)
Deel 1: Aandachtspunten bij het bedrijven van psychodiagnostiek
Dagelijkse 'diagnostiek' is overal
Mensen indelen
Mensen begrijpen
Gedrag verklaren
Gedrag voorspellen
Risico's inschatten
Effectieve aanpak bedenken
--> Stoornissen steeds meer in de media
--> Opkomst van informatieve programma's
--> Zelfdiagnoses via sociale media
--> Diagnostiek steeds meer in taal
'Ik voelde mezelf heel erg depressief'
'Af en toe ben jij zo'n autist'
'Die man is echt zo'n standaard narcist'
Dit leidt tot heel specifieke diagnostische vragen bij aanmelding:
Wat is er met hem aan de hand? Wat heeft hij nodig
Heeft hij ADHD? Heeft hij ritalin nodig?
Dagelijkse 'indicatiediagnostiek'
Wat is het probleem?
Wat is de oorzaak?
Wat is de oplossing?
Uitproberen, aan de slag…
Soms: nagaan of het beter gaat
Meer of minder bruikbaar advies
'Je moet gewoon even een nachtje goed slapen'
'Ach joh, het is gewoon een fase'
'Misschien moet je wat meer sporten?'
'Hij moet opgenomen worden volgens mij'
Psychodiagnostiek bedrijven is veel meer dan alleen een classificatie (of
een 'label') toekennen! Het is het beschrijven, onderkennen, verklaren,
indiceren.
Diagnostiek heeft impact!
Een goede psychodiagnosticus…
Neemt een brede, actuele kennisbasis mee vanuit wetenschappelijke
theorie en onderzoek (Evidence-base);
Gebruikt goede en adequate tests (testkwaliteit)
, Gaat systematisch en hypothesetoetsend te werd (Hypothesetoetsend)
Hanteert een duidelijke, navolgbare strategie voor besluitvorming
(Navolgbaar).
In het proces van diagnostiek bedrijven liggen verschillende persoonlijke biases
op de loer die ons oordeel vertekenen…
Halo/Horn effect --> Halo effect is dat je mensen op basis van hun
vertoning, allerlei eigenschappen toekent, zonder dat je weet of deze waar
zijn (iemand is knap dus denk je ook dat die aardig is. Iemand is
behulpzaam dus denk je ook dat diegene prestatiegericht en zelfverzekerd
is. Enz…) Horn effect is het tegenovergestelde.
Availability bias
Actor-observer attribution
Confrimation bias & Confirmatory Teststrategie (= je kiest een test die past
bij jouw hypothese en gaat geen andere hypothese meer testen).
Overconfidence bias
Op welke bias vooral letten?
Halo/horn effect
Availability bias
Confirmation bias & Confirmatory Teststrategie
Oppassen voor: Overconfidence bias
Door ervaring kun je te zeker zijn van de juistheid van je oordeel, te
veel op je instinct vertrouwen, en minder data-driven denken.
Risico van biases
Het verzamelen van onvoldoende informatie
Belangrijke factoren over het hoofd zien
Gegevens incorrect interpreteren
Atypische gevallen niet opsporen
--> Onjuiste diagnose stellen
--> Ineffectieve behandeling inzetten
Dus om bias te voorkomen is het belangrijk dat …
Je jezelf zo min mogelijk probeert te laten vertekenen door bias die je hebt
(bias blind-spot)
Zorgt dat je geen dingen mist (niet gaat 'tunnelen' op een specifieke
vraag).
Zorg dat je zo objectief mogelijk blijft en zoveel mogelijk nuttige informatie
verzamelt.
Advies: "Don't be too sure"
Randvoorwaarden vanuit de praktijk
Balans tussen snel en goed, mede bepaald door de consequenties van de
klachten
Rechtdoend aan de belevingswereld van de cliënt
Zo volledig als nodig om uitspraken te kunnen doen, zo beperkt als
mogelijk om de cliënt niet overmatig te belasten of uitspraken te doen over
aspecten die niet ter discussie staan.
Deel 2: Uitleg van de diagnostische cyclus (DC)
Tentamen telt 70% mee, opdracht telt 30% mee
Eindtoets: 20 meerkeuzevragen, 10 open korte antw vragen.
HC1: Klinische psychologie en abnormaal gedrag; 22 apr
6 benaderingen
1. Neurobiologische benadering
2. Leertheoretische benadering
3. Cognitieve benadering
4. Psychodynamische benadering
5. Humanistische benadering
6. Systeembenadering
Klinische psychologie abnormal psychology (Angelsaksische literatuur) houdt
bezig met diagnose, classificatie, behandeling, preventie, onderzoek
Neurobiologische benadering
Eten heel belangrijk.
Als je goed voor je darmen zorgt, dan ga je je beter voelen
Leertheoretische benadering
2 belangrijke mensen: Thorndike, Pavlov
Thorndike operant conditioneren
Functie Analyse (FA) klinische vertaling van het paradigma van de operante
conditionering
COMET Competitive Memory Training.
Behandeling met contraconditionering
COMET-protocol voor auditieve hallucinaties
Twee fases:
1. Inhoudelijke betekenis stemmen corrigeren
2. Afstand nemen van de stem.
Cognitieve benadering
De manier waarop mensen informatie verwerken en selecteren speelt een
belangrijke rol bij het ontwikkelen van psychische stoornissen.
Schema = kennisstructuur
Je bouwt het op in je kindertijd
Je kan schema’s veranderen met Cognitieve GedragsTherapie
Cognitief model van Beck (1967)
GGG schema Gedrag, gedachten en gevoelens
Psychodynamische benadering
Freud en Ainsworth, 19e – 20e eeuw.
Freud:
, Superego geweten, deels bewust, deels onbewust
Ego rationeel, deels bewust, deels onbewust
Id verlangens, driftmatige motor, onbewust
Afweermechanismen ID bedient zich van afweermechanismen tegen angst.
Afweermechanismen ingezet als ID in conflict komt met ego en superego
Humanistische benadering
Rogers en Maslow
Maslow Positieve motivatietheorie (1970) focus op realiseren van eigen
behoeften en mogelijkheden.
Rogeriaanse basishouding van de therapeut empathie, echtheid en respect
- Non-directief zijn
- Onvoorwaardelijk accepteren
- Empathische wijze
- Congruent zijn
Rogers uitgangspunten:
- Mens zelf in staat problemen op te lossen
Systeembenadering
Sociale omgeving speelt belangrijke rol bij ontwikkelen psychische stoornissen
Algemene systeemtheorie Von Bertalanffy
Systeem = samenhangend geheel van objecten en de relaties tussen deze
objecten
EE = Expressed Emotion
Equifinaliteit bepaald verschijnsel gevolg van verschillende begintoestanden
Equipotentialiteit beginsituatie kan leiden tot eindtoestanden
Extreme gezinstypen
Kluwen gezin grenzen tussen subsystemen zijn vervaagd met rigide grens
tussen systeem en wereld erbuiten
Los zand gezin starre grenzen
,HC2: Psychodiagnostiek en Diagnostische cyclus;29 apr –
aantekeningen Pien
Psychodiagnostiek en de Diagnostische cyclus
Het proces van diagnostische besluitvorming
Persoon
Aanmelding
(Manier om te diagnosticeren, dus bijv. gesprekken en vragenlijsten)
Deel 1: Aandachtspunten bij het bedrijven van psychodiagnostiek
Dagelijkse 'diagnostiek' is overal
Mensen indelen
Mensen begrijpen
Gedrag verklaren
Gedrag voorspellen
Risico's inschatten
Effectieve aanpak bedenken
--> Stoornissen steeds meer in de media
--> Opkomst van informatieve programma's
--> Zelfdiagnoses via sociale media
--> Diagnostiek steeds meer in taal
'Ik voelde mezelf heel erg depressief'
'Af en toe ben jij zo'n autist'
'Die man is echt zo'n standaard narcist'
Dit leidt tot heel specifieke diagnostische vragen bij aanmelding:
Wat is er met hem aan de hand? Wat heeft hij nodig
Heeft hij ADHD? Heeft hij ritalin nodig?
Dagelijkse 'indicatiediagnostiek'
Wat is het probleem?
Wat is de oorzaak?
Wat is de oplossing?
Uitproberen, aan de slag…
Soms: nagaan of het beter gaat
Meer of minder bruikbaar advies
'Je moet gewoon even een nachtje goed slapen'
'Ach joh, het is gewoon een fase'
'Misschien moet je wat meer sporten?'
'Hij moet opgenomen worden volgens mij'
Psychodiagnostiek bedrijven is veel meer dan alleen een classificatie (of
een 'label') toekennen! Het is het beschrijven, onderkennen, verklaren,
indiceren.
Diagnostiek heeft impact!
Een goede psychodiagnosticus…
Neemt een brede, actuele kennisbasis mee vanuit wetenschappelijke
theorie en onderzoek (Evidence-base);
Gebruikt goede en adequate tests (testkwaliteit)
, Gaat systematisch en hypothesetoetsend te werd (Hypothesetoetsend)
Hanteert een duidelijke, navolgbare strategie voor besluitvorming
(Navolgbaar).
In het proces van diagnostiek bedrijven liggen verschillende persoonlijke biases
op de loer die ons oordeel vertekenen…
Halo/Horn effect --> Halo effect is dat je mensen op basis van hun
vertoning, allerlei eigenschappen toekent, zonder dat je weet of deze waar
zijn (iemand is knap dus denk je ook dat die aardig is. Iemand is
behulpzaam dus denk je ook dat diegene prestatiegericht en zelfverzekerd
is. Enz…) Horn effect is het tegenovergestelde.
Availability bias
Actor-observer attribution
Confrimation bias & Confirmatory Teststrategie (= je kiest een test die past
bij jouw hypothese en gaat geen andere hypothese meer testen).
Overconfidence bias
Op welke bias vooral letten?
Halo/horn effect
Availability bias
Confirmation bias & Confirmatory Teststrategie
Oppassen voor: Overconfidence bias
Door ervaring kun je te zeker zijn van de juistheid van je oordeel, te
veel op je instinct vertrouwen, en minder data-driven denken.
Risico van biases
Het verzamelen van onvoldoende informatie
Belangrijke factoren over het hoofd zien
Gegevens incorrect interpreteren
Atypische gevallen niet opsporen
--> Onjuiste diagnose stellen
--> Ineffectieve behandeling inzetten
Dus om bias te voorkomen is het belangrijk dat …
Je jezelf zo min mogelijk probeert te laten vertekenen door bias die je hebt
(bias blind-spot)
Zorgt dat je geen dingen mist (niet gaat 'tunnelen' op een specifieke
vraag).
Zorg dat je zo objectief mogelijk blijft en zoveel mogelijk nuttige informatie
verzamelt.
Advies: "Don't be too sure"
Randvoorwaarden vanuit de praktijk
Balans tussen snel en goed, mede bepaald door de consequenties van de
klachten
Rechtdoend aan de belevingswereld van de cliënt
Zo volledig als nodig om uitspraken te kunnen doen, zo beperkt als
mogelijk om de cliënt niet overmatig te belasten of uitspraken te doen over
aspecten die niet ter discussie staan.
Deel 2: Uitleg van de diagnostische cyclus (DC)