Jean Marie houdt een aanmerkelijk belang in Smidshandel Rotterdam BV. In 2018 keert Smidshandel
Rotterdam BV een dividend uit, naar keuze in contanten of in aandelen (stockdividend). Jean Marie
kiest voor aandelen. In 2019 besluit Smidshandel BV tot een terugbetaling van kapitaal, nadat eerst de
nominale waarde van de aandelen met een overeenkomstig bedrag is verminderd.
Wat zijn de gevolgen voor de heffing van de inkomstenbelasting en de dividendbelasting? Maakt het
uit of het stockdividend al dan niet ten laste van agio is geboekt?
Uitwerking
De keuze van Jean Marie voor stockdividend heeft ertoe geleid dat er in 2018 geen sprake was van een
regulier voordeel voor de inkomstenbelasting art. 4.13 lid 2 Wet IB. Daarbij maakt het niet uit of het
stockdividend ten laste van de agioreserve of ten laste van de winstreserve wordt geboekt. In beide
gevallen leidt dit tot een verkrijgingsprijs van 0 art. 4.26 Wet IB. Door deze verkrijgingsprijs ontstaat
er in de toekomst een hoger vervreemdingsvoordeel.
Voor de dividendbelasting is dat anders. Bij boeking ten laste van de agioreserve geldt de ‘één-
papiertje-twee-papiertjes’ theorie: het fiscaal gestorte kapitaal wordt slechts over meer aandelen
verdeeld maar het raakt de (met een AB-heffing beklemde winstreserves) niet.
Bij boeking ten laste van de winstreserve (dan wel de lopende winst van het boekjaar) neemt het
gestorte kapitaal echter toe en de winst(reserve) af. Daarom geldt de nominale waarde van het
stockdividend ten laste van de winst(reserve) als dividend voor de toepassing van de Wet op de
Dividendbelasting art. 3 lid 1 sub c Wet DB.
Voor de terugbetaling van kapitaal in 2019 is voor de toepassing van de Wet IB art. 4.13 lid 1 sub b
Wet IB relevant. Als aan de in dat artikelonderdeel genoemde voorwaarden is voldaan, is geen sprake
van een regulier voordeel:
• Voordeel is niet meer dan de verkrijgingsprijs van de betreffende aandelen waarop teruggaaf
plaatsvindt; en
• Tevoren de AvA heeft besloten tot deze teruggaaf; en
• De nominale waarde van de betreffende aandelen bij statutenwijziging met een gelijk bedrag
per aandeel is verminderd.
Daarbij maakt het niet uit of het stockdividend in 2018 ten laste van de agioreserve of ten laste van de
winstreserve is geboekt, zolang maar niet meer wordt terugbetaald dan de verkrijgingsprijs van de
desbetreffende aandelen. Wel wordt de verkrijgingsprijs van de aandelen met het bedrag van de
terugbetaling verminderd (art. 4.33 Wet IB).
De Wet op de Dividendbelasting kent in art. 3 lid 1 sub d Wet DB een met art. 4.13 Wet IB
overeenkomstige bepaling. Maar er is wel een belangrijk verschil: art. 4.13 lid 1 sub b Wet IB vereist
geen aanwezigheid van zuivere winst; art. 3 lid 1 sub d Wet DB doet dat wel.