1600 Francis Bacon, aan het begin van mechanisme
17e & 18e eeuw ‘Associatiepsychologie’ die ontstond vanuit Britse empiristen (Locke,
Berkeley, Hume)
18e eeuw verlichting
19e & 20e eeuw positivisme (empiristische visie op hoe ‘echte’ wetenschap gedaan wordt
20e eeuw behaviorisme
Hoofdstuk 1 – Mechanicism
Wilhelm Wundt
Beschouwd als oprichter van de psychologie
Begon in 1879 een psychologisch laboratorium in Leipzig
Beschouwde psychologie als een experimentele wetenschap lab voor uitvoering
experimenten
ͯ Was van mening dat niet alle fenomenen op experimentele wijze onderzocht konden
worden
ͯ Richtte zich voornamelijk op algemene aspecten van perceptie
Wundt-1 en Wundt-2:
1. Wordt beschouwd als experimentele wetenschapper die experimenten in zijn lab
uitvoert algemene aspecten van perceptie
2. Bestudeert en schrijft over onderwerpen die wel te maken hebben met onze
bewuste en creatieve geest. Meer als filosoof
Wetenschappelijk vs. filosofisch
Wetenschappelijk:
ͯ Bestudeert gedrag op experimentele wijze
Want gedrag is gebaseerd op objectieve biologische processen
Filosofisch:
ͯ Beschouwen gedrag als een sociaal fenomeen
Niet te reduceren tot biologische factoren en dus niet experimenteel
Kerk & filosofie Aristoteles
De kerk kon zich wel vinden in de filosofie van Aristoteles. Dit had te maken met 2 ideeën van
Aristoteles:
1. Onderscheid tussen de hemelen en de aarde
2. Alle objecten bewegen naar een ‘natuurlijke plek’
a. Mensen horen op de aarde thuis, moesten hun werk uitvoeren en hun sociale plaats
accepteren
Dit speelde een rol in de (her)verspreiding van die filosofie/ideeën. Na de middeleeuwen was de
Romeinse kennis verloren gegaan en alleen binnen de kerken slaagde men erin om mensen te leren
lezen, schrijven en geschriften te kopiëren. Vanuit deze kerken ontstonden uiteindelijk de eerste
universiteiten waar Griekse en Romeinse filosofie beschikbaar kwam en waar ook Aristoteles’
filosofie werd overgenomen.
, Galileo’s ontdekking
Galileo ontdekte dat er manen om Jupiter heen draaien. En dat de andere planeten dus niet allemaal
om de aarde heen draaiden en dus niet het middelpunt was. Dit zorgde voor vele nieuwe ideeën en
onderzoeken. De wetenschappers raakten minder geïnteresseerd in het begrijpen waarom het
universum is zoals het is (why), en meer in het begrijpen hoe het universum opereert (how)
Mechanisme
Uit die ontdekking van Galileo en de veranderingen die het meebracht ontstond het mechanisme:
Universum werd niet langer beschouwd als vol met levendige planeten, maar als
mechanistisch en bewegend op een mechanistische manier
Het universum werd beschouwd als materiaal (gemaakt uit materie)
Bestaande uit atomen, kleiner is er niet
De ‘dode’ objecten veranderen hun beweging onder invloed van een bepaalde kracht
Primaire & secundaire eigenschappen materie
Primair:
ͯ Grootte, vorm en beweging
ͯ Direct afhankelijk van de atomen waar ze uit bestaan
Secundair:
ͯ Kleur, smaak
ͯ Kunnen niet objectief gemeten worden
ͯ Afhankelijk van de atomen én de context
Gevolgen mechanisme op wetenschap
How? Leidt tot ontstaan van de analysemethode.
ͯ Object wordt ontleed in de kleinere onderdelen waaruit het bestaat en vervolgens
probeert te begrijpen hoe deze onderdelen interacteren en de werking van het
object verklaren
Fenomenen zouden alleen bestudeerd kunnen worden als de elementen waaruit het
fenomeen bestaat worden gekwantificeerd.
ͯ Kwantificatie werd beschouwd als enige manier om fenomenen te bestuderen,
omdat het objectief is en de metingen niet afhankelijk zijn van de waarnemer.
Reductionisme
ͯ Doel is het verklaren, of reduceren, van het gedrag van materie in termen van de
componenten die worden gevonden op het atomaire niveau.
ͯ Gaat over het reduceren van bepaalde fenomenen op een bepaald niveau van
organisatie naar fenomenen die zich op een lager niveau van organisatie bevinden.
Gevolgen mechanisme op maatschappij
Geld ging na de Middeleeuwen een grotere rol spelen. Mechanisme leidde tot een
kwantificatie van de economie
3 belangrijke thema’s
1. Nature vs. nurture
a. Zijn intelligentie en menselijke eigenschappen erfelijk en aangeboren, of is het het
gevolg van ervaringen, opvoeding en opleiding?
2. Mind vs. body
a. Hoe kan de geest interacteren met het lichaam, terwijl deze uit verschillende materie
bestaan?
3. Cognitie vs. emotie