Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Clinical neuropsychology (Kessel) - Clinical Neuropsychology (6463PS004Y)

Rating
-
Sold
-
Pages
66
Uploaded on
10-06-2025
Written in
2023/2024

Samenvatting van de verplichte literatuur van de specialisatiecursus Clinical Neuropsychology

Institution
Course

Content preview

Week 1
H1 – Historical outline
Hippocrates dacht al dat al het abnormaal gedrag en emoties afstammen door werkingen in het brein.
Hij probeerde anderen te overtuigen dat het hierbij verkeerd was om dit toe te wijden aan een of
andere ‘god’ ofzo.
Er waren eigenlijk 2 belangrijke wetenschappers/filosofen in de geschiedenis:
1. René Descartes – 1596-1650
a. Stelde dat de ziel een onafhankelijk functionerende unit was
2. Franz Joseph Gall – 1758-1828
a. Introduceerde het idee dat er meerdere mentale organen in ons brein zijn
b. Dit werd getest met de clinico-anatomische methode
i. Cognitief verlies van een functie als gevolg van hersenschade werd
bestudeerd, waarna de locatie van de laesie werd gerelateerd aan het type
functionele beperking

Cell theory
De oude Grieken onderscheidden 3 soorten zielen
1. Een ziel om te overleven
2. Een ziel om deel te nemen aan activiteiten
3. Een hogere ziel die het verschil weet tussen goed en slecht
a. Dit werd ook wel de geest (mind) genoemd
De mind zou zich bevinden in de holtes van het brein (de ventrikels), die in die tijd de cells werden
genoemd.
1e cel (sensus communis)  verzameld de sensorische info en vormt een beeld
2e cel  hier wordt het beeld geïnterpreteerd
3e cel (memoria)  hier wordt het beeld opgeslagen

Associationisme
Locke stelde dat alles geleerd wordt, de visie die associationisme genoemd wordt
Aanvullen met wat er in het college aan bod gekomen is (m.b.v. literatuur).



H2 – Neuropsychologie in praktijk
Neuropsychologische testen
Diagnostische cyclus
Neuropsychologische assessment maakt gebruik van hypothese testen. De diagnostische cyclus
bestaat uit 4 fasen: (1) Klacht analyse, (2) Probleem analyse, (3) Diagnose en (4) Indicatie voor
behandeling. Voor iedere fase wordt een hypothese geformuleerd en getest m.b.v. interviews,
observaties, neuropsychologische testen en vragenlijsten. Tijdens de cyclus kunnen de hypothesen
wordt aangepast of afgewezen.

Verwijsvraag en definitie van het probleem
De assessment begint altijd met een verwijzing, die duidelijk geformuleerd is.

,Interview met patiënt
Naast de informatie over de klachten en symptomen, is een interview ook belangrijk voor info over het
intelligentieniveau, medicatiegebruik, bezigheden, en relevante medische geschiedenis. Deze info kan
ook gebruikt worden voor het selecteren van de testen en vragenlijsten.

Interview met informant
Niet alle patiënten zijn in staat om zelf betrouwbare informatie te geven of soms valt een
neuropsycholoog bepaalde gedragingen niet op, terwijl het voor een naaste duidelijker is. Er is echter
wel toestemming voor nodig, maar de patiënt hoeft niet perse bij het gesprek aanwezig te zijn.

Observatie
Het is belangrijk dat de observaties vrij zijn van interpretatie (voor zover mogelijk). Dus bijv. als
iemand huilt, moet je zeggen dat iemand huilt, niet dat iemand verdrietig is. De observaties zijn met
name belangrijk voor cognitief functioneren.

Testen en vragenlijsten
Een fixed testbatterij bestaat uit een vooraf bepaalde set testen die hetzelfde zijn voor iedere patiënt,
onafhankelijk van de klacht of reden van verwijzing
Een flexible testbatterij staat meer maatwerk toe, waarbij de testen gekozen kunnen worden a.d.h.v. de
klachten of reden van verwijzing.

Interpretatie
Interpretatie is de integratie van alle data die verzameld is op de manieren hierboven. Er zijn een
aantal dingen waarnaar gekeken moet worden om te bepalen of het resultaat abnormaal is of niet.
Bijvoorbeeld de validiteit of betrouwbaarheid.
Wanneer de testen geen cognitieve stoornis laten zien, bekent dat niet gelijk dat er ook niets aan de
hand is. Het betekent alleen dat de cognitieve functies van de patiënt adequaat zijn onder optimale
omstandigheden en dat de klachten misschien gelinkt zijn aan omgevingsfactoren.
Daarnaast betekent het ook niet dat er aanhoudende cognitieve stoornissen zijn wanneer er wel een
afwijkend resultaat is. Het kan ook het resultaat zijn van tijdelijke condities of disruptieve factoren.

Het professionele veld
Er zijn meerdere plekken waar een neuropsycholoog aan de slag kan gaan

Ziekenhuis
Neuropsychologen in het ziekenhuis werken vaak samen met een andere specialiteiten (neurologie,
geriatrie, revalidatie, neurochirurgie, interne geneeskunde en psychiatrie). De hoofdtaak is vaak het
uitvoeren van neuropsychologische diagnostiek. Met als doel om de oorzaak van cognitieve klachten
te vinden of de effecten van hersenschade te vinden.
Behandeling is vaak kort en klachtgericht. Een belangrijk onderdeel is psycho-educatie.

Revalidatiecentra
Ook hier vindt multidisciplinaire zorg plaats. Maar hier wordt gewerkt met bijv. spraaktherapeuten,
fysiotherapeuten, etc. In een revalidatiecentrum ligt de nadruk meer op behandeling dan op
diagnostiek. Maar neuropsychologische assessment is nog wel onderdeel van het vak. Het geeft
namelijk inzicht in de neuropsychologische stoornissen die een obstakel kunnen vormen voor de
behandeling.

Geestelijke gezondheidszorg
Het voordeel van neuropsychologen in een GGZ is dat zij het gedrag uit kunnen leggen a.d.h.v.
neuropsychiatrische modellen

,Verzorgingshuizen
Hier evalueert de neuropsycholoog de cognitieve vaardigheden en helpt bij het ontdekken van de
oorzaak van de klachten, het verwachte verloop en de beginpunten van behandeling.

Forensische instellingen


H3 – De wetenschappelijke benadering
In klinische neuropsychologie speken dissociatie en dubbel dissociatie een belangrijke rol.
Dissociatie demonstreert dat sub-processen onafhankelijk van elkaar zijn, dus dat ieder proces apart
verstoord zou kunnen worden.

Fields
Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen fundamenteel neuropsychologisch onderzoek, wat
de focus legt op een beter begrip van onderliggende cognitieve stoornissen en de gerelateerde
hersenstructuren. En klinisch georiënteerde neuropsychologisch onderzoek, waarin er een grotere
focus is op bijv. de classificatie van symptomen, het nut van testinstrumenten en procedures en de
follow-up van het verloop van een ziekte.

Klinische neuropsychologische vraagstellingen
De klinisch neuropsychologische vraagstellingen variëren van differentiaal diagnostische vragen tot
het evalueren van behandelingen en het antwoord geven op adviesvragen. Er zal diagnostisch
onderzoek gedaan moeten worden volgens de diagnostische (empirische) cyclus. Een groot nadeel van
onderzoek naar aanleiding van klinische vraagstellingen is dat de waarde van de conclusie erg
afhankelijk is van de kwaliteit van de test, de beschikbare normgegevens en andere psychometrische
eigenschappen van zowel tests als vragenlijsten. Een groter probleem is dat het moeilijk is om te
balanceren tussen het praktisch haalbare en de optimale testcombinatie. Het is onmogelijk om alle
tests die een deel van het geheugen zouden meten allemaal aan te bieden; bovendien blijft het
geheugen zo complex dat dit met alle tests nog niet te omvatten is. Een derde beperking is de ‘missing
values’ die het resultaat zijn van een incompleet afgenomen testbatterij (vanwege bijvoorbeeld
vermoeidheid of een afasie).

Fundamentele vraagstellingen
Via experimentele paradigmata worden de oorzaken van stoornissen en onderliggende cognitieve
processen onderzocht. Het is niet nodig om de variabelen te normeren en standaardiseren, omdat de
vergelijking binnen het experiment gemaakt wordt tussen de verschillende condities.

Onderzoeksopzet
Subtractie
In deze procedure wordt de score op een simpelere conditie afgetrokken van de score op een
complexere taak. De verschilscore is echter wel onbetrouwbaar. De ene conditie heeft een specifieke
betroubaarheid, net als de andere conditie en deze worden bij elkaar opgeteld.

, Week 2
H8 – Geheugen
Taxonomie van geheugen
Er zijn eigenlijk een aantal verschillende geheugensystemen, die je kunt indelen a.d.h.v. dimensies

1. Tijd
Sensorisch geheugen
Alles wat we waarnemen blijft in het sensorisch geheugen, voor
ongeveer 1 seconde
Werkgeheugen (kortetermijngeheugen)
In het werkgeheugen blijft een kleine hoeveelheid informatie
actief, meestal zolang de aandacht erop gericht is. Als je je aandacht op
andere informatie richt, dan gaat het uit je werkgeheugen. De informatie blijft dan
alleen in het geheugen als het in het langetermijngeheugen is gekomen.
Langetermijngeheugen
Het langetermijngeheugen bevat alle informatie die opgeslagen is, maar niet actief in het
werkgeheugen is. De grens tussen korte- en langetermijngeheugen is ongeveer 30 seconden.

2. Type informatie
Declaratief vs. non-declaratief geheugen
Het declaratieve geheugen bestaat uit alle herinneringen die bewust opgeroepen kunnen worden en
verbaal geuit kunnen worden. Dus wat er gebeurt of is gebeurd.
Het non-declaratieve geheugen bestaat uit alle herinneringen die je niet verbaal kunt uiten, maar meer
over gedrag gaan. Dus hoe iets gebeurt.
Dit onderscheid is alleen te maken in het langetermijngeheugen, niet in het werkgeheugen. Alles in het
werkgeheugen is namelijk te rapporteren en dus per definitie al declaratief.
Expliciet vs. impliciet geheugen
Het verschil tussen expliciet en impliciet geheugen
zit ‘m meer in de manier waarop we het testen.
Wanneer de patiënt gevraagd wordt om een
herinnering op te halen, is het een expliciete test.
Wanneer de patiënt gevraagd wordt om iets te doen
en hieruit wordt het geheugen duidelijk, dan is het
een impliciete test.
Meestal wordt het declaratieve geheugen expliciet
getest, en het non-declaratieve geheugen impliciet.
Episodisch vs. semantisch geheugen
Dit onderscheid wordt nog gemaakt binnen het declaratieve geheugen.
Episodisch is voor gebeurtenissen (gekoppeld aan tijd en plaats), terwijl
semantisch meer voor feiten is.

Werkgeheugen
Baddeley heeft een prachtig model gemaakt over het
werkgeheugen. Hij stelde dat het werkgeheugen vergeleken

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
June 10, 2025
Number of pages
66
Written in
2023/2024
Type
SUMMARY

Subjects

$10.20
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
lianneotte Universiteit Leiden
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
22
Member since
11 months
Number of followers
0
Documents
39
Last sold
2 months ago

3.0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions