3 doelen in deze cursus:
- Inzicht krijgen in de ontwikkeling van overheidsbeleid
- Begrijpen, toepassen en vergelijken van verschillende
theorieën over beleidsprocessen
- Strategisch beleidsadvies geven
2 delen van de structuur:
Beleidscyclus (5 fasen):
! Het is een ideale kijk op politiek en beleid (het is
niet-lineaire, het begint soms ergens anders ipv bovenaan)
! Andere factoren beïnvloeden de cyclus (media, actoren)
4 perspectieven:
Rationalisme (kennis & informatie), specifiek wetenschappelijk dat invloed heeft op
het feit dat bepaalde kwesties op de agenda komen, komt met oplossingen
Politiek perspectief (macht en belangen)
Institutionalisme (instituties) en organisaties die als beperkende factor voor beleid
fungeren
Constructivisme/ culturalisme (ideeën en taal), de belangrijkste factoren die
beleidsprocessen aansturen
→ al deze 4 perspectieven beïnvloeden het overheidsbeleid
1
,Probleem van PP: wanneer er een discrepantie/verschil is tussen een feitelijke situatie en de
norm (zoals de situatie zou moeten zijn). Zoals: huisvesting, BLM
Wat is PP?
Richting geven aan het bereiken van publieke doelen (veiligheid, gelijkheid,
gezondheid, ontwikkeling, sociale integratie etc.) met een selectie van middelen en
instrumenten
Voorbeelden van publieke doelen: veiligheid, vrijheid, gelijkheid, gezondheid,
ontwikkeling, sociale integratie, enz.
Opzettelijke/intentioneel collectieve actie (door, met of zonder overheid)
Een instituut in sociologische zin: sociaal gedrag zowel beperken als mogelijk maken
4 soorten PP:
Constitutioneel beleid: beleid om nieuwe institutionele of organisatorische operaties
op te zetten (ministerie van migratie en integratie)
Regelgevend/regulerend beleid: beleid dat overheidscontrole/regels in specifieke
gevallen definieert (beleid tijdens de pandemie, vaccinaties)
(Her)verdelingsbeleid: verdelen/verdelen van middelen onder de actoren (Hoe wordt
de fiscaliteit georganiseerd)
Voorlopig beleid: beleid gericht op het creëren van specifieke voorzieningen of
voorzieningen (onderwijs)
→ herkennen deze verschillende types (Video: regelgevend en voorlopig beleid)
Maatschappelijke perspectieven op PP:
Beleid situeert zich in een maatschappelijke context
Maatschappelijke transformaties zoals globalisering, technologische ontwikkeling en
vergrijzing stellen nieuwe eisen aan de publieke samenleving
Gebrek aan aanpassing leidt tot falend beleid
4 belangrijke transformaties: Risicomaatschappij, Netwerkmaatschappij, Vloeibare
samenleving en Holle staat. Societal transformations leiden tot PP-proces.
1. Netwerk samenleving (Manuel Castells)
Toenemend belang van technologie (ICT, transport)
Globalisering (stroom van producten en mensen)
Groeiende verbondenheid leidt tot groeiende onderlinge afhankelijkheden &
complexiteit
Nieuwe divisies: winnaars en verliezers (verdeel samenlevingen)
Veranderende rol van de politiek: kan beleid inspelen (“respond to”) op de
netwerksamenleving?
2. Vloeibare “liquid” samenleving (Zygmunt Bauman)
2
, Individualisering
De-institutionalisering (Afnemend belang van traditionele instituties)
Verschuiving van verticale naar horizontale relaties
Paradox: individualisering en culturele hypes (massamaatschappij)
Liberalisering en emancipatie
Onderwijsuitbreiding, economische ontwikkeling, mobiliteit
Vrijheid vs. onzekerheid: hogere verwachtingen ten opzichte van de overheid
PP: de zwevende kiezer en de groeiende rol van de media
Leidt de vloeibare samenleving tot een 'dramademocratie'?
3. Risicomaatschappij (Ulrich Beck)
Post-industrialisering, reflexivisering
Moderne samenlevingen worden gekenmerkt door nieuwe risico's: gefabriceerde,
berekende versus oude risico's
Oude risico's: natuurlijke risico's
Nieuwe risico's: 'gefabriceerde risico's
Oude risico's worden veroorzaakt door de natuur en nieuwe risico's worden
veroorzaakt door de mens.
Voorbeelden: ramp met de kerncentrale van Tsjernobyl of Fukushima
Nieuwe risico's
Risico's houden niet op bij de grenzen 'world risk society'
Evolutie van de 'wereldrisicomaatschappij
Complex en onzeker
Onomkeerbaar (bijv. GGO)
PP: subpolitiek op het niveau van beleidssubsystemen om reflexiviteit te bevorderen
4. Holle toestand
Staten verliezen de controle (pandemie)
Verlies van geloof in rationele, maatschappelijke sturing
Verschuivingen van de overheid naar het bestuur (government > governance)
PP: verschuift naar boven (toename van de afhankelijkheid van internationale
organisaties), naar beneden (decentralisatie) en naar buiten (macht gaat van de
overheid naar horizontale organisaties)
Toename van complexiteit
Nieuwe vormen van beleidsprocessen; interactief bestuur, coproductie,
beleidsinnovatie
3
, Sociaal-wetenschappelijke perspectieven op overheidsbeleid
Rationalistisch perspectief
Beleidsvorming als onderzoeksprobleem
Kennis, informatie, gegevens
Problemen kunnen worden gemeten en opgelost, mits rationeel benaderd
Politiek bederft goed beleid: depolitisering
Inzicht in de rationaliteit van beleidsvorming
Maar in hoeverre vertrouwen mensen kennis en informatie?
Politiek perspectief
Sleutelrol van belangen en macht; Beleidsvorming als slagveld
Symbolische en economische middelen
Beleidsvorming als een in wezen politiek proces; Politiek is overal
Voorbeeld: volksgezondheid vs. economische belangen in tijden van covid-19
Politiek in brede zin; belangen, macht, strijd, conflict binnen en buiten politieke
arena's
Inzicht in de logica van macht en hoe coalities worden opgebouwd.
Maar vertegenwoordigt de politiek alle stemmen en kan zij de existentiële
uitdagingen van de samenleving oplossen?
Institutionalistisch perspectief
Beleid produceert politiek: beslissingen uit het verleden bepalen het speelveld van
de toekomst
Beleidsvorming vindt niet plaats in een leegte, maar in een rijk vol formele en
informele regels, structuren en codes
Padafhankelijkheid
Inzicht in de logica van institutionele verandering, institutionele feedback en
institutionele padafhankelijkheid
Maar zijn instellingen meer dan clusters van kennis, macht en discours?
4