- Voorbereiding hoorcollege 1: Begeer H2 + H6 paragraaf 3.1
- Aantekeningen hoorcollege 1
- Voorbereiding werkgroep 1: Begeer H3 paragraaf 2 + H4 paragraaf 7
- Aantekeningen werkgroep 1
- Voorbereiding hoorcollege 2: Begeer H7 paragraaf 1 t/m paragraaf 7.13 + AST NIP 2024
paragraaf 1.2 t/m paragraaf 1.2.6
- Aantekeningen hoorcollege 2
- Voorbereiding werkgroep 2: Begeer H5 + H6 paragraaf 1 t/m 2 + H6 paragraaf 3.2 + H16
paragraaf 10 + AST NIP 2024 paragraaf 1.2.3.2 + BOX 7
- Voorbereiding hoorcollege 3: Begeer H7 paragraaf 8
- Aantekeningen hoorcollege 3
- Voorbereiding werkgroep 3 : Begeer H10 paragraaf 1 t/m paragraaf 5.5 + H10 paragraaf
5.10 t/m 5.12 + H10 paragraaf 7 t/m paragraaf 7.2
- Aantekeningen werkgroep 3
- Voorbereiding hoorcollege 4: Bertie, L. A., McDermott, E. A., Quiroz, J. C., & Hudson, J. L.
(2025). A scoping review of clinical decision support systems for child and adolescent
mental health. Current Psychology, 1-20 + Harvey, P. D., Depp, C. A., Rizzo, A. A., Strauss,
G. P., Spelber, D., Carpenter, L. L., ... & Torous, J. (2022). Technology and mental health:
state of the art for assessment and Treatment
- Aantekeningen hoorcollege 4
- Voorbereiding werkgroep 5: Begeer H12 paragraaf 3 t/m paragraaf 4.4.6 + H12 paragraaf
4.6 t/m 5.6 + Kaldenbach (2010)
- Aantekeningen werkgroep 5
,Voorbereiding hoorcollege 1
Begeer hoofdstuk 2 Theoretische aspecten van de psychodiagnostiek
De discipline van de psychiatrie
-Uitgangspunt is het medische model, waarbij het begrip ziekte centraal staat. Idealiter een
samenhang tussen oorzaken, ziekteproces, symptomen en syndromen, waarover een prognose
kan worden gedaan en een interventie op kan worden ingezet.
-In de psychiatrie wordt een analoge denkwijze toegepast, die na wat tegenslagen nu
syndromen op de voorgrond heeft staan. Dit is een beschrijvende, symptomatische diagnose:
een groep symptomen die met elkaar in een min of meer vast verband voorkomen. Een
symptoom verwijst naar bepaald gedrag (bijvoorbeeld impulsiviteit), een beleving (bijvoorbeeld
een sombere stemming), een perceptie (bijvoorbeeld een hallucinatie) of een cognitie
(bijvoorbeeld een irrationeel idee).
-Het ordenen en groeperen van symptomen om tot de aanwezigheid van een syndroom te
kunnen besluiten is in de psychiatrische discipline het belangrijkste onderdeel van diagnostiek
geworden (classificatie).
-Comorbiditeit kan voorkomen door overlappende criteria, doordat de ene stoornis de andere
veroorzaakt, maar het kan ook zijn dat twee stoornissen naast elkaar voorkomen en niks met
elkaar te maken hebben.
-Classificatiesysteem is van belang voor onderzoek, maar ook voor communicatie met ouders.
De discipline van de ontwikkelingspsychologie
-Er kwam rond 1900 meer belangstelling voor ontwikkelingsverloop en de condities die de
ontwikkeling beïnvloeden.
-Ontwikkeling verloopt continu en discontinu, fasen ontstaan door de onderlinge interactie van
de ontwikkelende processen van het individu. Dit zijn processen binnen het individu, maar ook
tussen het individu en de omgeving.
De discipline van de orthopedagogiek
-Met meer aandacht voor ontwikkeling kwam er ook meer aandacht voor opvoeding en
onderwijs.
Theorieën
1 Psychodynamische theorie: stelt dat problemen uit de vroege kinderjaren een belangrijke rol
kunnen spelen in het ontstaan van latere problematiek.
Structurele component:
-Id: de primaire drijfveren van het individu
-Superego: geïnternaliseerde regels door socialisatie en opvoeding (het geweten)
-Ego: bemiddelt tussen id en superego, organiseert gedrag en reflecteert later in de ontwikkeling
,Dynamische component: intrapsychische ontwikkeling is de uitkomst van conflict tussen de
strevingen van het individu en de ontwikkelingstaken waarmee het vanuit de buitenwereld
wordt geconfronteerd (conflicten tussen de bovengenoemde krachten).
2 De gehechtheidstheorie
Gehechtheid wordt gedefinieerd als de duurzame affectieve relatie tussen een kind en zijn of
haar opvoeders. Kernidee van de veilige hechting: wanneer het kind weet dat het in de gaten
gehouden wordt en ondersteund wordt wanneer het exploreert, maar in momenten van stress
kan terugvallen op sensitief responsieve volwassenen, zal het de wereld verder durven
exploreren en zal het kind zich gemakkelijker ontwikkelen.
3 De leertheorie: gaat ervan uit dat probleemgedrag zowel ontlokt kan worden door bepaalde
eraan voorafgaande stimuli (antecedente variabelen) als bekrachtigd kan worden door erop
volgende stimuli (consequente variabelen).
4 De ecologische theorie van Bronfenbrenner
4 Gezinstherapeutische benaderingen
Structurele gezinstherapie van Minuchin: stelt dat het gezin een zichzelf organiserend en steeds
veranderend systeem is met een hiërarchie, subsystemen (ouders en kinderen) en partiële
systemen (bijvoorbeeld vader-zoon relatie).
, 5 Het biopsychosociale model: op iedere leeftijd wordt individueel gedrag bepaald door een
veelheid aan factoren op lichamelijk, psychische en sociaal gebied en deze factoren interacteren
met elkaar.
6 Het balansmodel: aandacht voor de balans tussen draaglast en draagkracht en kijkt naar
beschermende en risicofactoren. Dit kan helpen in het bepalen van de ernst van de
problematiek en het bepalen van interventies.
Visies op normaliteit
1 Normaliteit als afwezigheid van stoornissen
2 Normaliteit als statistisch gemiddelde: gedrag is normaal als het bij de meerderheid van de
populatie voorkomt. Hierbij kan ook goed gekeken worden naar welk gedrag passend is bij de
leeftijd van het kind. Normen zijn echter niet toepasbaar op alle groepen kinderen en soms zijn
normen verouderd.
3 Normaliteit als ideale toestand: het gaat hier om een ideaal met betrekking tot een gezonde
psychosociale ontwikkeling, zoals vrijheid in zichzelf ontplooien, een eigen identiteit vormen of
een leven leiden zonder niet-noodzakelijk lijden. Bijvoorbeeld homoseksualiteit is uit de DSM
gehaald door maatschappelijke ontwikkelingen met andere idealen ten aanzien van seksuele
diversiteit.
4 Normaliteit als succesvolle adaptatie: bij adaptatie gaat het om een dynamisch evenwicht
tussen de ontwikkeling van het individu enerzijds en het aanpassen aan de omgeving anderzijds.
In de ontwikkeling is er sprake van adaptatie als een kind succesvol leeftijdsgebonden
ontwikkelingstaken doorloopt.
5 Normaliteit als neurodiversiteit: een neurotypische groep functioneert binnen de sociaal
geaccepteerde normen die door mensen zelf zijn bepaald (neurodivergente mensen wijken af).
Wel een beweging die streeft naar een gelijkwaardiger positie voor neurodivergente mensen;
wie heeft er een adaptatieprobleem? Het neurodivergente individu of de neurotypische
omgeving?
Kwaliteit van theorievorming
-Practice-based: theorieën die in de praktijk een zekere bruikbaarheid hebben maar nog niet
voldoende onderzocht zijn.
-Evidence-based: de bewijsvoering voldoet aan wetenschappelijke standaarden
-Evidence-based assessment: wanneer in de psychodiagnostiek gebruikt wordt gemaakt van
evidence-based verklarende theorieën
-Evidence-based treatment: wanneer in de psychodiagnostiek wordt gekozen voor een aanpak
die bewezen effectief is
-Evidence-based practice: wanneer evidence-based assessment en treatment hand in hand gaan