LECTURE 1
Bij populistische autoritarisme verwijderen regeringen instituties, zoals vrije media en
eerlijke verkiezingen. Hierdoor verzakt de democratie
Liberale democratie = de macht van de regering wordt beperkt door regels die worden
gehandhaafd door een onafhankelijke rechterlijke macht. Grootste deel van de bevolking is
betrokken bij de verkiezingen en worden vrijheden beschermd (beschermd tegen de
overheid).
Democratie bevat meer vrijheid, meer rijkdom, meer industrialisatie, meer opgeleide
mensen en meer verstedelijking. Alhoewel millennials ontevreden zijn met de democratie,
ze vinden het onnodig.
Does the moderate centre hold?
Naoorlogse tijdperk party cartel = principiële opposities werden vervangen door
consensus en samenwerking tussen grote partijen
Nu verschillen ontstaan tussen partijen en kiezersgroepen over kwesties als
migratie, integratie en klimaatveranderingen
Mudde: populism is a symptom of a democratic deficit, not the cause.
Key problem: mensen steunen nog steeds het idee van liberale democratie, maar
wantrouwen establishment partijen en politici mensen zijn centrisch/gematigd
Mudde zegt dus dat het gaat om het wantrouwen in de gevestigde politici die het systeem
vertegenwoordigen. Want mensen steunen nog steeds de basisprincipes, maar voelen zich
niet gehoord (establishment dient alleen nog maar de belangen van de elites) mensen
zijn ambivalent: positieve en negatieve opvattingen over de politiek.
Populisten stellen de motieven en moraliteit van politici in vraag, niet hun beleid. Ze geven
de indruk dat de establishment niet te vertrouwen zijn polarisatie in samenleving neemt
toe: elites worden als corrupt gepresenteerd, wat de verdeeldheid vergroot.
Polarisatie:
Ideological polarisation = verschil in politieke overtuigingen, meningen en
beleidsvoorkeuren evenals standpunten over sociale en culturele kwesties
Affective polarisation = het gaat om de persoonlijke emotionele afkeer die mensen
voor elkaar ontwikkelen, omdat ze het niet eens zijn met de ideeën van de andere
kant
Reality polarisation = de kloof in termen van feiten en interpretatie. Verschillende
groepen hebben verschillende opvattingen over wat feiten zijn. Mensen filteren
informatie op basis van eigen voorkeuren verschillende visies op de werkelijkheid
Reality polarisation: individuen ontwikkelen, ondanks blootgesteld aan dezelfde externe
wereld, uiteenlopende interpretaties en percepties over de realiteit. Het zijn dus niet
meningsverschillen, maar daadwerkelijk verschillende ideeën en begrippen van feiten. Er
worden dus parallellen realiteiten/tegenstrijdige visies ontwikkeld
(perceived (waargenomen) discrimination).
,Cognitieve-feitelijke polarisatie = beïnvloed door selectieve blootstelling aan informatieve
bronnen die bestaande overtuigingen en desinformatie versterken (echokamers)
Nieuwe media…
… creëren meer geïndividualiseerde omgeving waarin publieke betrokkenheid een
persoonlijke ervaring is, niet collectief
Dit resulteert in een vervaging van de grenzen tussen privé- en publieke sfeer:
mensen delen persoonlijke informatie steeds vaker in het publiekelijke en publieke
info wordt op een persoonlijke manier gepresenteerd
Filterbubbels en selectieve blootstelling isoleren mensen van informatie die afwijkt van
hun eigen mening
Logic of populism:
Anti-establishment = tegen de huidige machthebbers, populisten beweren dat ze
corrupt zijn en de belangen van de mens negeren. Populisten zijn de stem van het
volk
Anti-experts/anti-intellectualism = populisten wantrouwen experts, wetenschappers.
Ze beweren dat academici geen voeling hebben met de gewone wereld
Pro ‘common sense’ = populisten claimen dat ze geen ingewikkelde theorieën nodig
hebben. Ze stellen dat problemen simpel zijn en opgelost kunnen worden met
gezond verstand
Simple (and immediate) solutions = populisme biedt snelle en simple antwoorden op
complexe problemen
Out-group derogation = neerbuigend tegenover buitenstaanders. Populisten creëren
een vijandig beeld door bepaalde groepen als de schuldige aan te wijzen voor
maatschappelijke problemen
Europese democratieën multiparty competition
Populisme: nationalisme (trouw aan eigen natie) en traditionele waarden
Economisch left:
o Overheid speelt grote rol
o Redistribution om ongelijkheid te verminderen
o Welfare state (verstrekken van sociale vangnetten)
o Collectivisme
o Meer globalisering
Economisch right:
o Overheid heeft een kleine rol
o Free market
o Deregulation
o Individualisme
o More nationalistisch
o Traditionele waarden
Cosmopolitan liberalisme: individuele vrijheden en internationale markten
Pluralistic democratie = kunnen meerdere partijen naast elkaar bestaan en invloed
uitoefenen. Ze werken samen aan besluitvormingsproces
, Tolerant multiculturalism = samenleving waarin verschillende culturen vreedzaam naast
elkaar kunnen leven
Multilateralism = internationale samenwerking, meerdere landen handelen en nemen
samen beslissingen
Progressive values = zijn ideeën en normen die gericht zijn op sociale vooruitgang, gelijkheid
en hervormingen
Populisme is a push-back de oorzaak dat de Europese politieke meer gepolariseerd is dan
ooit tevoren is door de wereldwijde economische crisis, toenemende ongelijkheid tussen en
binnen landen en de anti-immigrantensentimenten
Immigratie verdwijnen de gedeelde culturele normen en waarden en de communicatie.
Europese samenlevingen worden geconfronteerd met sociale dilemma’s door deze
toenemende diversiteit. De politiek leidt hieronder, waardoor religieuze verschillen worden
gepolitiseerd: multiculturalisme vs. assimilatie (aanpassen)
Populist support:
Naast traditionele steun van lagere middenklasse, nu ook steun van arbeidersklasse:
blue-collar voters
De economische welvaart en sociale zekerheid van de lagere- en middenklassen zijn
afgenomen door neoliberale bezuinigingsmaatregelen (=austerity) en de afbouw van
de welfare state. Ze voelen zich onzeker, hierdoor steunen ze populisme
Hun onderhandelingsmacht (bargaining power) neemt af door outsourcing naar
goedkope arbeidslanden, automatisering en concurrentie met labour migranten
Europese democratieën worden sterk gekenmerkt door welfare states. Vergeleken met
andere delen van de wereld, geven Europese government hoge niveaus van economische
herverdelingen en bieden ze sociale beschermingsmaatregelen
Doel van economic redistribution: ongelijkheid in inkomen en rijkdom te verminderen door
rijke mensen meer belasting te laten betalen. Het effect is een afname van armoede en
sociale spanningen.
Welfare state retrenchment (bezuinigingen): overheid vermindert uitgaven, vaak als reactie
op een financiële crisis of onderdruk van bezuinigingsmaatregelen
Na een financiële crisis zijn overheden genoodzaakt om te bezuinigen, waardoor
verzorgingsstaten verslechterde toename ongelijkheid, want de kwetsbare mensen
werden niet meer gesteund
Twee manieren in hoe democratieën kunnen worden georganiseerd
1. Majoritarian model power concentration
De winnende partij behaalt de meerderheid van de stemmen of zetels, dus bij deze
ene partij ligt ook de macht (UK – FPTP). Een two-party system. Hier kan snel beleid
worden doorgevoerd, omdat één partij de regering vormt. Er hoeven geen coalities
te worden afgesloten.
2. Consensusmodel power sharing
Dit model komt in landen voor met grote politieke diversiteit. Hier worden
beslissingen door meerdere partijen genomen en is er dus sprake van
Bij populistische autoritarisme verwijderen regeringen instituties, zoals vrije media en
eerlijke verkiezingen. Hierdoor verzakt de democratie
Liberale democratie = de macht van de regering wordt beperkt door regels die worden
gehandhaafd door een onafhankelijke rechterlijke macht. Grootste deel van de bevolking is
betrokken bij de verkiezingen en worden vrijheden beschermd (beschermd tegen de
overheid).
Democratie bevat meer vrijheid, meer rijkdom, meer industrialisatie, meer opgeleide
mensen en meer verstedelijking. Alhoewel millennials ontevreden zijn met de democratie,
ze vinden het onnodig.
Does the moderate centre hold?
Naoorlogse tijdperk party cartel = principiële opposities werden vervangen door
consensus en samenwerking tussen grote partijen
Nu verschillen ontstaan tussen partijen en kiezersgroepen over kwesties als
migratie, integratie en klimaatveranderingen
Mudde: populism is a symptom of a democratic deficit, not the cause.
Key problem: mensen steunen nog steeds het idee van liberale democratie, maar
wantrouwen establishment partijen en politici mensen zijn centrisch/gematigd
Mudde zegt dus dat het gaat om het wantrouwen in de gevestigde politici die het systeem
vertegenwoordigen. Want mensen steunen nog steeds de basisprincipes, maar voelen zich
niet gehoord (establishment dient alleen nog maar de belangen van de elites) mensen
zijn ambivalent: positieve en negatieve opvattingen over de politiek.
Populisten stellen de motieven en moraliteit van politici in vraag, niet hun beleid. Ze geven
de indruk dat de establishment niet te vertrouwen zijn polarisatie in samenleving neemt
toe: elites worden als corrupt gepresenteerd, wat de verdeeldheid vergroot.
Polarisatie:
Ideological polarisation = verschil in politieke overtuigingen, meningen en
beleidsvoorkeuren evenals standpunten over sociale en culturele kwesties
Affective polarisation = het gaat om de persoonlijke emotionele afkeer die mensen
voor elkaar ontwikkelen, omdat ze het niet eens zijn met de ideeën van de andere
kant
Reality polarisation = de kloof in termen van feiten en interpretatie. Verschillende
groepen hebben verschillende opvattingen over wat feiten zijn. Mensen filteren
informatie op basis van eigen voorkeuren verschillende visies op de werkelijkheid
Reality polarisation: individuen ontwikkelen, ondanks blootgesteld aan dezelfde externe
wereld, uiteenlopende interpretaties en percepties over de realiteit. Het zijn dus niet
meningsverschillen, maar daadwerkelijk verschillende ideeën en begrippen van feiten. Er
worden dus parallellen realiteiten/tegenstrijdige visies ontwikkeld
(perceived (waargenomen) discrimination).
,Cognitieve-feitelijke polarisatie = beïnvloed door selectieve blootstelling aan informatieve
bronnen die bestaande overtuigingen en desinformatie versterken (echokamers)
Nieuwe media…
… creëren meer geïndividualiseerde omgeving waarin publieke betrokkenheid een
persoonlijke ervaring is, niet collectief
Dit resulteert in een vervaging van de grenzen tussen privé- en publieke sfeer:
mensen delen persoonlijke informatie steeds vaker in het publiekelijke en publieke
info wordt op een persoonlijke manier gepresenteerd
Filterbubbels en selectieve blootstelling isoleren mensen van informatie die afwijkt van
hun eigen mening
Logic of populism:
Anti-establishment = tegen de huidige machthebbers, populisten beweren dat ze
corrupt zijn en de belangen van de mens negeren. Populisten zijn de stem van het
volk
Anti-experts/anti-intellectualism = populisten wantrouwen experts, wetenschappers.
Ze beweren dat academici geen voeling hebben met de gewone wereld
Pro ‘common sense’ = populisten claimen dat ze geen ingewikkelde theorieën nodig
hebben. Ze stellen dat problemen simpel zijn en opgelost kunnen worden met
gezond verstand
Simple (and immediate) solutions = populisme biedt snelle en simple antwoorden op
complexe problemen
Out-group derogation = neerbuigend tegenover buitenstaanders. Populisten creëren
een vijandig beeld door bepaalde groepen als de schuldige aan te wijzen voor
maatschappelijke problemen
Europese democratieën multiparty competition
Populisme: nationalisme (trouw aan eigen natie) en traditionele waarden
Economisch left:
o Overheid speelt grote rol
o Redistribution om ongelijkheid te verminderen
o Welfare state (verstrekken van sociale vangnetten)
o Collectivisme
o Meer globalisering
Economisch right:
o Overheid heeft een kleine rol
o Free market
o Deregulation
o Individualisme
o More nationalistisch
o Traditionele waarden
Cosmopolitan liberalisme: individuele vrijheden en internationale markten
Pluralistic democratie = kunnen meerdere partijen naast elkaar bestaan en invloed
uitoefenen. Ze werken samen aan besluitvormingsproces
, Tolerant multiculturalism = samenleving waarin verschillende culturen vreedzaam naast
elkaar kunnen leven
Multilateralism = internationale samenwerking, meerdere landen handelen en nemen
samen beslissingen
Progressive values = zijn ideeën en normen die gericht zijn op sociale vooruitgang, gelijkheid
en hervormingen
Populisme is a push-back de oorzaak dat de Europese politieke meer gepolariseerd is dan
ooit tevoren is door de wereldwijde economische crisis, toenemende ongelijkheid tussen en
binnen landen en de anti-immigrantensentimenten
Immigratie verdwijnen de gedeelde culturele normen en waarden en de communicatie.
Europese samenlevingen worden geconfronteerd met sociale dilemma’s door deze
toenemende diversiteit. De politiek leidt hieronder, waardoor religieuze verschillen worden
gepolitiseerd: multiculturalisme vs. assimilatie (aanpassen)
Populist support:
Naast traditionele steun van lagere middenklasse, nu ook steun van arbeidersklasse:
blue-collar voters
De economische welvaart en sociale zekerheid van de lagere- en middenklassen zijn
afgenomen door neoliberale bezuinigingsmaatregelen (=austerity) en de afbouw van
de welfare state. Ze voelen zich onzeker, hierdoor steunen ze populisme
Hun onderhandelingsmacht (bargaining power) neemt af door outsourcing naar
goedkope arbeidslanden, automatisering en concurrentie met labour migranten
Europese democratieën worden sterk gekenmerkt door welfare states. Vergeleken met
andere delen van de wereld, geven Europese government hoge niveaus van economische
herverdelingen en bieden ze sociale beschermingsmaatregelen
Doel van economic redistribution: ongelijkheid in inkomen en rijkdom te verminderen door
rijke mensen meer belasting te laten betalen. Het effect is een afname van armoede en
sociale spanningen.
Welfare state retrenchment (bezuinigingen): overheid vermindert uitgaven, vaak als reactie
op een financiële crisis of onderdruk van bezuinigingsmaatregelen
Na een financiële crisis zijn overheden genoodzaakt om te bezuinigen, waardoor
verzorgingsstaten verslechterde toename ongelijkheid, want de kwetsbare mensen
werden niet meer gesteund
Twee manieren in hoe democratieën kunnen worden georganiseerd
1. Majoritarian model power concentration
De winnende partij behaalt de meerderheid van de stemmen of zetels, dus bij deze
ene partij ligt ook de macht (UK – FPTP). Een two-party system. Hier kan snel beleid
worden doorgevoerd, omdat één partij de regering vormt. Er hoeven geen coalities
te worden afgesloten.
2. Consensusmodel power sharing
Dit model komt in landen voor met grote politieke diversiteit. Hier worden
beslissingen door meerdere partijen genomen en is er dus sprake van