Hoofdstuk 13 Beeldvorming
13.1 Beeldvorming als didactische begrip
Het onderwijs in Geschiedenis en Samenleving zal zorg moeten dragen voor het
ontwikkelen van een samenhangend beeld van de hedendaagse, historische en
toekomstige werkelijkheid. Ieder mens heeft zijn eigen, beperkte ervaringen die
tot beeldvorming leiden. Beeldvorming wordt in dit boek gebruikt als een
didactisch begrip: het proces om gericht via onderwijs beelden te ontwikkelen.
Het onderwijs heeft op het gebied van Geschiedenis en Samenleving als taak de
leerlingen:
- Vertrouwd te maken met de formele begrippen verleden, heden en
toekomst en met hun onderlinge relaties (historische besef en historisch
denken en redeneren)
- Te ondersteunen bij de opbouw en de steeds verdergaande structurering
en detaillering van hun beelden van de hedendaagse werkelijkheid (het
heden) en de historische werkelijkheid (het verleden) en te prikkelen om
na te denken over de toekomstige werkelijkheid (de toekomst)
- Te laten ontdekken dat er uiteenlopende beelden van de hedendaagse en
historische werkelijkheid naast elkaar bestaan: enerzijds persoons- en
plaatsgebonden, anderzijds tijdgebonden
13.2 Het beeldvormingsschema als hulpmiddel voor geschiedenisonderwijs
Al meer dan honderdvijftig jaar is er in Nederland door voorgaande generaties
geprobeerd geschiedenisonderwijs vorm te geven. Een hulpmiddel daarbij is het
beeldvormingsschema, een overzicht van de manieren waarop aan beeldvorming
gewerkt kan worden via zorgvuldig gekozen didactische werkvormen en door
inschakeling van onderwijsleer- en hulpmiddelen.
1. De werkelijkheid
2. Afbeeldingen
3. Het gesproken woord
4. Het geschreven/gedrukte woord
5. Doen
13.3 Beeldvorming door middel van de werkelijkheid
De werkelijkheid in de zin van schoolomgeving, bebouwing, landschap,
monumenten en straatmeubilair, maar ook in de zin van tastbare voorwerpen (uit
het heden en verleden) vormt het onderwijsleer- en hulpmiddel bij uitstek. Het
nadrukkelijk oefenen van allerlei vaardigheden heeft in het Nederlandse
basisonderwijs geleid tot een opleving van het buiten werken met de klas. Om
aspecten uit de werkelijkheid te ervaren, hoef je niet altijd met de groep naar
buiten. Je kunt ook: voorwerpen uit het heden en uit het verleden in de klas
halen.
- Schoolomgeving: in een goed schoolprogramma staat aangegeven bij
welke leerstofonderdelen de schoolomgeving een nuttige functie kan
vervullen. Gekoppeld aan de in het schoolprogramma vastgelegde
onderwijsinhouden kunnen in de schoolomgeving excursieobjecten
gekozen worden. Er kan gekozen worden voor een educatief pad of
veldwerk.
- Voorwerpen: door tijdens de lessen veel plaats in te ruimen voor
voorwerpen kunnen leerlingen in contact gebracht worden met aspecten
van de werkelijkheid. Deze voorwerpen hebben een belangrijke
13.1 Beeldvorming als didactische begrip
Het onderwijs in Geschiedenis en Samenleving zal zorg moeten dragen voor het
ontwikkelen van een samenhangend beeld van de hedendaagse, historische en
toekomstige werkelijkheid. Ieder mens heeft zijn eigen, beperkte ervaringen die
tot beeldvorming leiden. Beeldvorming wordt in dit boek gebruikt als een
didactisch begrip: het proces om gericht via onderwijs beelden te ontwikkelen.
Het onderwijs heeft op het gebied van Geschiedenis en Samenleving als taak de
leerlingen:
- Vertrouwd te maken met de formele begrippen verleden, heden en
toekomst en met hun onderlinge relaties (historische besef en historisch
denken en redeneren)
- Te ondersteunen bij de opbouw en de steeds verdergaande structurering
en detaillering van hun beelden van de hedendaagse werkelijkheid (het
heden) en de historische werkelijkheid (het verleden) en te prikkelen om
na te denken over de toekomstige werkelijkheid (de toekomst)
- Te laten ontdekken dat er uiteenlopende beelden van de hedendaagse en
historische werkelijkheid naast elkaar bestaan: enerzijds persoons- en
plaatsgebonden, anderzijds tijdgebonden
13.2 Het beeldvormingsschema als hulpmiddel voor geschiedenisonderwijs
Al meer dan honderdvijftig jaar is er in Nederland door voorgaande generaties
geprobeerd geschiedenisonderwijs vorm te geven. Een hulpmiddel daarbij is het
beeldvormingsschema, een overzicht van de manieren waarop aan beeldvorming
gewerkt kan worden via zorgvuldig gekozen didactische werkvormen en door
inschakeling van onderwijsleer- en hulpmiddelen.
1. De werkelijkheid
2. Afbeeldingen
3. Het gesproken woord
4. Het geschreven/gedrukte woord
5. Doen
13.3 Beeldvorming door middel van de werkelijkheid
De werkelijkheid in de zin van schoolomgeving, bebouwing, landschap,
monumenten en straatmeubilair, maar ook in de zin van tastbare voorwerpen (uit
het heden en verleden) vormt het onderwijsleer- en hulpmiddel bij uitstek. Het
nadrukkelijk oefenen van allerlei vaardigheden heeft in het Nederlandse
basisonderwijs geleid tot een opleving van het buiten werken met de klas. Om
aspecten uit de werkelijkheid te ervaren, hoef je niet altijd met de groep naar
buiten. Je kunt ook: voorwerpen uit het heden en uit het verleden in de klas
halen.
- Schoolomgeving: in een goed schoolprogramma staat aangegeven bij
welke leerstofonderdelen de schoolomgeving een nuttige functie kan
vervullen. Gekoppeld aan de in het schoolprogramma vastgelegde
onderwijsinhouden kunnen in de schoolomgeving excursieobjecten
gekozen worden. Er kan gekozen worden voor een educatief pad of
veldwerk.
- Voorwerpen: door tijdens de lessen veel plaats in te ruimen voor
voorwerpen kunnen leerlingen in contact gebracht worden met aspecten
van de werkelijkheid. Deze voorwerpen hebben een belangrijke