Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Diagnostische Instrumenten in de Klinische Ontwikkelingspsychologie

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
52
Geüpload op
11-06-2025
Geschreven in
2024/2025

Samenvatting Diagnostische Instrumenten in de Klinische Ontwikkelingspsychologie. Het bevat de hoorcolleges, werkgroepen, en de verplichte literatuur.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Handboek psychodiagnostiek voor de hulpverlening aan kinderen
en adolescenten – Begeer et. al.
Hoofdstuk 2: Theoretische aspecten van de psychodiagnostiek
Theoretische kennis is belangrijk bij het formuleren van hypothesen in de fase van de probleemherkenning,
het toetsen daarvan in de fase van probleemdefiniëring en het kiezen van een interventie. Elke discipline
gebruikt haar eigen theoretische referentiekaders en hanteert de daarbinnen ontwikkelde criteria en gebruikt
daarbij haar eigen onderzoekstechnieken. Multidisciplinair werk vergt kennis van elkaars referentiekaders.

2.1 De discipline van de psychiatrie

Psychiatrie is gericht op het onderkennen van psychopathologie.

Nosologische/ ziektemodel: het begrip ‘ziekte’ staat centraal. Wanneer een arts een ziekte constateert ziet
zij daarbij (idealiter) een samenhang tussen oorzaken, die leiden tot het ziekteproces dat resulteert in
symptomen, die soms in samenhang optreden (syndromen). Over de symptomen kan een voorspelling
gedaan worden (prognose) en via interventies behandelen.

Voor een differentiaaldiagnose wordt er onderzoek gedaan naar verschijnselen die het verschil maken
tussen het ene beeld en het andere.

In de psychiatrie werd eerder een analoge denktrant toegepast: ‘ziekte’ werd vervangen door ‘stoornis’.
Omdat het vaststellen van oorzaken en het voorspellen van het beloop moeilijker bleek dan gedacht kwam
het begrip ‘syndroom’ op de voorgrond te staan; een beschrijvende (symptomatische) diagnose. Bij
psychiatrische classificatie kan er sprake zijn van comorbiditeit.

2.2 De discipline van de ontwikkelingspsychologie

Rond 1900 ontstond er belangstelling voor het ontwikkelingsverloop van kinderen. Twee vragen:

1. Hoe kan het ontwikkelingsverloop begrepen worden?
2. Welke condities beïnvloeden ontwikkeling op positieve of negatieve wijze?

Ontwikkeling verloopt zowel continu als discontinu. De klinische ontwikkelingspsychologie richt zich
specifiek op de in hun ontwikkeling bedreigde kinderen. Het ontwikkelen van tests om aspecten van een
verstoorde ontwikkeling te meten is hier groot onderdeel van.

2.3 De discipline van de othropedagogiek

Orthopedagogiek: de pedagogiek voor het ‘specifiek opvoeden’, het ‘bieden van opvoedingshulp aan
betrokkenen bij een (dreigende) opvoedingsstagnatie’, met als doel ‘herstel van het gewone leven’. De
orthopedagogiek is handelingsgericht en ‘vraaggericht werken’ kwam naar voren. De nadruk kwam te
liggen op gezinsgerichte werkwijzen, schoolgerichte werkwijzen en de forensische zorg. Er is grote aandacht
voor de context.

, 2.4 De psychodynamische theorie

Psychodynamische theorie (Sigmund Freud): problemen uit de vroege kinderjaren kunnen een belangrijke
rol spelen in het ontstaan van latere problematiek. Psychodynamische psychodiagnostiek bevat een:

• Structureel component:
o Id: de primaire drijfveren van het individu.
o Ego: bemiddelt tussen id en superego, organiseert het gedrag en reflecteert er later in de
ontwikkeling over.
o Superego: geïnternaliseerde regels door socialisatie en opvoeding. Vergelijkbaar met het
geweten.
• Dynamisch component: nadruk op de conflicten tussen deze krachten. Het conflict tussen
strevingen van het individu en de ontwikkelingstaken waarmee het wordt geconfronteerd leidt tot
intrapsychische ontwikkeling.

2.5 De gehechtheidstheorie

Gehechtheid: de duurzame affectieve relatie tussen een kind en zijn of haar opvoeders. Sensitiviteit:
vermogen van de opvoeder om signalen van het kind waar te nemen.
Responsiviteit: vermogen van de opvoeder om adequaat te reageren op deze signalen.
Sensitieve responsiviteit leidt tot een ‘cirkel van veiligheid’. De kwaliteit van de gehechtheid kan zowel een
risicofactor als een beschermende factor zijn.

2.6 De leertheorie

Leertheorie: bepaald probleemgedrag kan zowel ontlokt worden door bepaalde eraan voorafgaande stimuli
(antecedente variabelen) als bekrachtigd kan worden door erop volgende stimuli (consequente
variabelen). Daarom is de gedragsdiagnostiek er ook op gericht na te gaan welke factoren het gedrag
uitlokken of bekrachtigen.

2.7 De systeemtheorie

Ecologische theorie van Bronfenbrenner: onderscheidt een aantal systeemniveaus:

• Microsystemen: groepen waar het kind zelf deel van uitmaakt (gezin, school, sportclub, etc.).
Microsystemen liggen dicht bij het kind zelf -> ‘proximaal’. Deze systemen veranderen het snelst.
• Mesosysteem: de relaties tussen de microsystemen van het kind (bijvoorbeeld het contact dat de
leerkracht met de ouder heeft).
• Exosystemen: systemen waar het kind niet direct aan deelneemt maar wel door wordt beïnvloed
(indirect)-> ‘distaal’. Denk aan werk van ouders en rechtssysteem.
• Macrosysteem: relaties tussen exosystemen; omvat culturele elementen van het land waar het kind
in opgroeit. Deze is het meest distaal en traagst veranderend.
• Chronosysteem: tijd.

Structurele gezinstherapie van Minuchin: het gezin is een zichzelf organiserend en steeds veranderend
systeem met een hiërarchie, subsystemen (ouders en kinderen), en partiële systemen. Grenzen tussen de
subsystemen kunnen vervormd raken (denk aan parentificatie). Ook nadruk op communicatie.
Tegenstrijdigheden in inhouds- en betrekkingsniveau van communicatie kunnen van grote stress zijn.

Contextuele therapie van Boszormenyi-Nagy: benadrukt de rol van loyaliteit van kinderen naar hun ouders.

, 2.8 Integrerende modellen

Deze theorieën zijn niet strikt gebonden aan een bepaalde discipline. Om samen te kunnen werken met
uiteenlopende disciplines zijn overkoepelende, integrerende modellen handzaam.

Biopsychosociale model: individueel gedrag wordt bepaald door factoren op lichamelijk, psychisch en
sociaal gebied. Deze factoren interacteren met elkaar.

Drie domeinen van psychopathologie: internaliserend, externaliserend en psychotisch. Deze vormen samen
een unidimensionele maat voor psychische kwetsbaarheid; P-factor.

Het balansmodel: balans tussen draagkracht en draaglast. Draaglast is de belasting die een kind ervaart en
de draagkracht is de mate waarin het kind deze last kan dragen.

Risicofactoren vergroten de kans op het ontstaan van problemen of afwijkingen in de ontwikkeling. Vooral
een opstapeling van risicofactoren (cumulatie) vergroot deze kans. Tegenover risicofactoren staan
beschermende factoren: aspecten die ondanks de aanwezigheid van risicofactoren zorgen voor een
gezonde ontwikkeling.

3 Visies op normaliteit

Verschillende opvattingen over normaliteit:

• Normaliteit als de afwezigheid van stoornissen (gezond zo lang niet ziek).
• Normaliteit als statistisch gegeven (wat in welke mate op welke leeftijd normaal is).
• Normaliteit als ideale of gewenste toestand (te bereiken doelen).
• Normaliteit als succesvolle adaptatie (aanpassen aan de omgeving).
• Normaliteit als neurodiversiteit (variatie in neurocognitieve functioneren van mens)

4 Kwaliteit van theorievorming

Practise-based theorieën/ praktijktheorieën: theorieën die in de praktijk een zekere bruikbaarheid hebben
maar nog niet voldoende zijn onderzocht.
Evidende-based theorieën: wanneer bewijsvoering voldoet aan wetenschappelijke standaarden.
Evidence-based assessment: gebruikt maken van verklarende theorieën die dat niveau hebben.
‘Bewezen effectief’: wetenschappelijk onderzoek heeft laten zien dat een bepaalde aanpak bij een bepaalde
groep kinderen (in een bepaalde mate) effectief was om bepaalde behandeldoelen te bereiken, en effectiever
is dan geen behandeling. Als evidence-based assessment en evidence-based treatment hand in hand gaan,
noem je dat evidence-based practice. Goede diagnostiek vergt naast theoretische onderbouwing ook
methodisch werken.

,Hoofdstuk 3: Praktische aspecten van psychodiagnostiek
2. Psychodiagnostiek in de fase van probleemherkenning

De fase van probleemherkenning is gericht op overzicht krijgen op de hulpvragen en de aard en ernst van
het probleem. Aan het eind van de fase worden hypothesen opgesteld.

2.1 Verkenning hulpvraag

De hulpvraag van een jonger kind wordt door de ouders geformuleerd. Een ouder kind kan ook een eigen
hulpvraag formuleren. Hulpvragen kunnen ook komen van de leerkracht of instantie. Bijna altijd spelen er
meerdere hulpvragen, hier kan prioriteit in worden gebracht.

2.2 Dossieranalyse

Als het kind al een hulpverleningsgeschiedenis heeft kan met toestemming opgevraagd worden om een
dossieranalyse te maken. Dit bevordert het vertrouwen. Echter hoeft wat er nu speelt niet voort te komen uit
wat er eerder speelde. Een open, neutrale en oprechte interesse zonder vooroordelen is belangrijk.

2.3 Oriënterend psychodiagnostisch onderzoek

Oriënterend psychodiagnostisch onderzoek is vaak breed: er wordt binnen diverse ontwikkelingsdomeinen
gekeken naar kwetsbaarheden en competenties. Deze fase is globaal, niet verdiepend. Er wordt gebruik
gemaakt van screeningsinstrumenten die een globale inschatting maken van wat er aan de hand is en
checken of bepaalde problematiek mogelijk aanwezig is -> signalerende functie. Belangrijk: een positieve
score betekent niet direct dat bepaalde problematiek aanwezig is.

2.4 Hypothesevorming

De verkregen informatie wordt geïntegreerd om te begrijpen welke risicofactoren en welke positieve factoren
mogelijk een rol spelen. Hierbij wordt gekeken naar ontstaansgeschiedenis, bredere functioneren,
meegemaakte gebeurtenissen en de subjectieve betekenissen hiervan, en de verklaringen van betrokkenen.

Criteria voor de ernst van problematiek:

• Frequentie.
• Duur.
• Intensiteit.
• Domeinen waarin klachten zichtbaar zijn en impact op functioneren.
• Lijdensdruk.
• Wat er al voor gedaan is en wat voor effect dit heeft gehad.

Achtergronden die de ernst kunnen verscherpen: leeftijd en ontwikkelingsniveau, sekse, actuele
omstandigheden en sociaaleconomische omstandigheden. Beoordeling op grond van deze criteria kan erg
verschillen tussen betrokkenen. Uiteindelijk gaat het om adaptatie: de balans tussen wat er gevraagd wordt
van het kind en de mate waarin daaraan voldaan kan worden.

Het tijdig signaleren van pedagogische onveiligheid en onveiligheid in verdere context is van groot belang. In
de fase van de probleemherkenning kan hier al een eerste indruk van gemaakt worden, maar deze
beoordeling dient steeds geëvalueerd te blijven worden. Bij vermoeden van onveiligheid dienen de stappen
van de Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling gevolgd te worden.

, Hoofdstuk 4: Het psychodiagnostisch interview met ouders, kinderen en adolescenten
7. Gestandaardiseerd psychodiagnostiek interview

(Semi)gestructureerd interview: vragen zijn geheel of gedeeltelijk gestandaardiseerd en letterlijk
voorgeschreven. Antwoorden op de vragen worden genoteerd en gescoord. Sommige gestandaardiseerde
interviews zijn gemaakt voor een specifieke doelgroep.

Primaire doel (semi)gestructureerde interviews: op een uniforme en goed omschreven manier alle
relevante informatie verzamelen.

Volledig gestructureerd interview: hogere betrouwbaarheid, maar kan minder valide informatie opleveren.

Potentiële valkuilen van een ‘open’ gespreksvorm als selectief informatie verzamelen, negeren van
informatie die een classificatie zouden kunnen tegenspreken, en moeilijk bespreekbare onderwerpen
vermijden worden voorkomen.

Door gebruik van een gestandaardiseerd interview komen meer internaliserende classificaties aan het licht.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 2, 3, 4, 5, 6, 7, 10, 12 en 16
Geüpload op
11 juni 2025
Bestand laatst geupdate op
12 juni 2025
Aantal pagina's
52
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.39
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Lisannejedi Hogeschool Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
83
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
43
Documenten
15
Laatst verkocht
2 weken geleden

3.7

6 beoordelingen

5
2
4
2
3
1
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen