Veerkracht: vermogen om terug te veren na een tegenslag.
Persoonlijke veerkracht: aangeboren factoren. Hier is weinig invloed op
uit te oefenen door een pedagoog
Sociaal ecologische veerkracht (Ungar): Individuele kenmerken en
vaardigheden (micro) + bronnen voor veerkracht in de verschillende
leefwerelden (meso en macro).
Verschillende niveaus voor veerkracht (Ungar)
Micro leefwereld: individuele bronnen (in de jongere zelf) zoals:
zelfvertrouwen, motivatie
Meso leefwereld: relationele bronnen (relaties met belangrijke andere)
zoals: steun, familie en vrienden
Meso en macro leefwereld: contextuele bronnen (plaatsen waar jongeren
hun tijd doorbrengen en de mensen en voorzieningen die ze hier vinden)
zoals: opleiding, collega’s, studiefinanciering, gemeente of
traumabehandeling.
ondersteuning jeugd in overgang naar volwassenheid (OJOV)
Jongeren zelf hun pad laten bepalen
Kijk vanuit het ecologische veerkracht perspectief naar de levens
van de jongere
Iedere jongere heeft zijn unieke steunsysteem
Hoe kun je als professional bijdragen aan de veerkracht van
jongeren?
Ga in gesprek met jongeren over hun steunsysteem en bronnen
voor veerkracht die ze beschikbaar hebben.
Ga niet uit van een gewenste norm/uitkomst voor jongeren maar
sluit aan bij hun verhaal.
Kijk vanuit een veerkracht perspectief
, Ontwikkelingspsychologie
Identiteit: hetgeen wat je eigen maakt
Persoonlijk niveau: hetgeen wat ons uniek maakt (persoonlijkheid)
Groepsniveau: datgene wat ons bind aan andere
Zelfbeeld: beschrijving van het ik (hoe beschrijf jij jezelf). Toenemend
besef wie ze zijn, waarbij ze onderscheid kunnen maken tussen meerdere
aspecten. (fysiek zelfbeeld, sociaal zelfbeeld en school gebonden zelf
beeld).
Eigenwaarden: beoordelen van het ik (inzicht of je tevreden bent met
jezelf)
Erikson psychosociale theorie: Als een jongere niet slaagt om keuzes
te maken die verwacht worden, ontstaat er een identiteits verwarring. Je
zult in latere stadia last hebben om je plekje te vinden.
4 identiteitsstadia Marcia:
Identity achievement: ze hebben veel onderzocht, keuzes gemaakt en ze
weten wie ze zijn. Ze zijn stabiel door het proces van experimenteren.
(meer gemotiveerd en een groter ethisch besef dan andere adolescenten)
Identity foreclosure: Ze hebben zich verbonden aan een identiteit, maar
hebben niet geëxperimenteerd. Ze nemen een identiteit aan die andere
verwachten. (ouders, culturele tradities of de gemeenschap) ze zijn
gelukkig en tevreden over zichzelf, maar zoeken goedkeuring van
anderen. Ze komen vaak autoritair over.
Moratorium: ze zijn nog aan het zoeken naar wie ze zijn, hij/zij
experimenteert, maar verbind zich nog nergens aan. Er ontstaat een
uitstel van het voldoen aan verantwoordelijkheid en plichten van
volwassenheid. Ze zijn vaak nerveus en hebben psychische conflicten
maar ze zijn ook levendig en gelieft.
Identity diffusion: ze hebben geen idee wat ze willen of wie ze zijn. Ze zijn
ook niet bezig met het onderzoeken. Ze zijn vaak losbandig en springen
van hak op de tak. Ze lijken zorgeloos maar hebben last om hechte
relaties aan te gaan.