Samenvatting Economie van het boek basis van bedrijfseconomie voor non-financials, Rien Brouwers, Piet de Keijzer
en Olaf Leppink
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 2 – Bedrijfseconomische principes .................................................................................................................. 2
2.1. Opbrengst, Kosten en winst............................................................................................................................. 2
2.2. Tijdvoorkeur van geld ...................................................................................................................................... 3
2.3. Kengetallen ...................................................................................................................................................... 5
1.4. Onzekerheid en risico ...................................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 3 – Financiële overzichten ............................................................................................................................... 6
3.1. Financiële overzichten ..................................................................................................................................... 6
3.2. Balans............................................................................................................................................................... 7
3.3. Resultatenrekening .......................................................................................................................................... 8
3.4. Kasstroomoverzicht ......................................................................................................................................... 8
Hoofdstuk 4 – Investeringsselectie ................................................................................................................................... 9
4.1. Vormen van investeringen ............................................................................................................................... 9
4.2. Elementen van investeringsselectie ................................................................................................................ 9
4.3. Investeringsselectietechnieken...................................................................................................................... 10
Week 4 - Maatschappelijke kosten-batenanalyse .......................................................................................................... 11
Hoofdstuk 9 – Kostengedrag ........................................................................................................................................... 16
9.1. Kosten in relatie tot het volume van de bedrijfsactiviteiten ......................................................................... 16
9.3. Break-evenanalyse ......................................................................................................................................... 16
9.4. Kostenoverwegingen bij keuze van productiemethoden .............................................................................. 17
Hoofdstuk 12 – Kostenverbijzondering ........................................................................................................................... 18
12.1. Indirecte kosten ......................................................................................................................................... 18
12.2. Activity Based Costing ............................................................................................................................... 19
Hoofdstuk 8 – Planning en control .................................................................................................................................. 20
8.1. Management accounting ............................................................................................................................... 20
8.2. Stellen en realiseren van doelen ................................................................................................................... 21
Hoofdstuk 14 – Budgettering .......................................................................................................................................... 22
14.1. Kostenbudgetten ....................................................................................................................................... 22
Pagina 1 van 23
,Hoofdstuk 2 – Bedrijfseconomische principes
2.1. Opbrengst, Kosten en winst
Opbrengsten en kosten
- Opbrengsten: zijn aan perioden toegerekende ontvangsten
- Kosten: zijn aan perioden toekerekende uitgaven
- Winst/verlies: is opbrengst – kosten
Het voorzichtigheidsprincipe
Voorzichtigheidsprincipe: bij winstbepaling voorzichtig tewerk, we rekenen ons niet rijk. Het voorzichtigheidsprincipe
heeft twee uitwerkingen:
1. Realisatieconventie: een afspraak binnen de branche geldt voor het moment waarop een transactie is voltooid,
op dat moment wordt de opbrengst genomen. Het is niets anders dan een toerekening van de ontvangsten aan
een periode. In de meeste branches bestaat de afspraak dat het tijdstip waarop de opbrengst als gerealiseerd
wordt beschouwd, het moment is dat de factuur is verzonden. Uitzonderingen zijn in termijnen betalen of per
uur.
2. Verlies wel op voorhand nemen: de voorraad af nemen en onmiddellijk het verlies op ons nemen, je moet je
immers niet rijk rekenen.
Het confrontatiebeginsel
- Confrontatiebeginsel/matchingprincipe: als de kosten van een periode die bedragen worden beschouwd die tot
de reeds bekende opbrengsten hebben geleden. De opbrengst wordt geconfronteerd met de daarvoor nodige
kosten. Hierdoor kunnen uitgaven aan een perioden toegerekend worden, er wordt gezocht naar een oorzakelijk
verband tussen opbrengsten en kosten.
- Handelsmarge: opbrengst – inkoop
Opbrengsten en kosten vs ontvangsten en uitgaven
Toepassing van het voorzichtigheidsprincipe en het confrontatiebeginsel heeft enige consequenties:
Wel opbrengsten geen Wel ontvangsten, geen Zowel opbrengsten als
ontvangsten: opbrengsten ontvangsten:
- Verkoop op rekening - Vooruit ontvangen bedragen - Contante verkoop van
(prestatie geleverd, maar nog - Ontvangst te veel afgedragen geproduceerde goederen of
niet betaald belasting verleende diensten
- Opwaardering van activa - Ontvangst van een aan jou - Verkoop van (niet geheel)
(waardestijging van geleend bedrag (+ schuld) afschreven kapitaalgoederen
bedrijfspanden of machines (restwaarde is een
opbrengst)
Wel kosten geen uitgaven (er wordt Wel uitgaven, geen kosten Zowel kosten als uitgaven
niets betaald) - Aflossing op een lening - Maandelijkse uitbetaalde
- Afschrijvingen (waardedaling - Afdracht van BTW salarissen
activa = afname waarde van - Betaling verzekeringspremie - Contante aanschaf van
bezit) voor volgend kalenderjaar goederen
- Aanschaf van goederen op (periode)
rekening
Pagina 2 van 23
, 2.2. Tijdvoorkeur van geld
Het principe van tijdvoorkeur van geld
- Resultatenrekening: omzet en kosten. Horen bij de beheersing van de organisatie en het vaststellen van de winst
o Opbrengst > kosten = winst
o Opbrengst < kosten = verlies
- Kasstromenoverzicht: ontvangsten en uitgaven. Staan centraal bij het nemen van besluiten die betrekking
hebben op de toekomst, het is zinvol om een investering te doen als de verwachte ontvangsten uit een
investering groter zijn dan de verwachte uitgaven.
o Ontvangsten > uitgaven = liquiditeitsverbetering
o Ontvangsten < uitgaven = Liquiditeitsverslechtering
- Vermogensverschaffer: iemand of een organisatie die het bedrijf met vermogen (eigen of vreemd) financiert
- Tijdvoorkeur van geld: contante waarde (CW)/actuele waarden is de huidige waarde van toekomstige bedragen,
verrekend met bepaalde rente → huidige waarde van kasstromen op verschillende tijden
Voorbeeld:
berekenen op basis van het principe van
tijdvoorkeur
wordt het mogelijk om projecten met verschillende
looptijden en netto kasstromen met elkaar te
vergelijken, je rekent alle bedragen naar één
moment.
2 manieren om bedragen te vergelijken:
- Eindwaarde: van een bedrag/bedragen te
berekenen en die met elkaar te vergelijken
- Contante waarde: Alle bedragen uit de
toekomst naar een beginstip brengen
Vergelijken kan met enkelvoudige en
samengestelde intrest
Voorbeeld:
Eindwaardeberekening
eenmalige storting
voorbeeld:
formule:
E = K x (1 + r)t
E = Eindwaarde
K = Kapitaal, de gestorte som
r = Rentevergoeding
t = tijd
Uitleg:
Bank A: 100.000 ÷ 100 x 102 = € 102000.-
102.000 – 100.000 = € 2.000.-
€ 2.000.- per jaar aan rente
Bank B: 100.000 ÷ 100 x 101,965 = € 101.965.-
101.965 ÷ 100 x 101,965 = € 103.969.-
Rente op rente
Pagina 3 van 23