Kwartiel 2.3 – European Union Politics 7e editie van Michelle Cini en Nieves Pérez-solórzano Brorragán
Inhoudsopgave
Week 1 - Hoofdstuk 1,2 en 3 ........................................................................................................................... 2
Week 2 – Hoofdstuk 4, 5, 7, 8 en 9 .................................................................................................................. 3
Week 3 – Hoofdstuk 10, 11, 12 en 13 .............................................................................................................. 5
Week 4 – Hoofdstuk 19, 21 en 26 .................................................................................................................... 9
Week 6 – Hoofdstuk 16, 17, 23 en 24 ............................................................................................................ 12
Week 7 – Hoofdstuk 20 en 22 ....................................................................................................................... 15
Week 8 – Hoofdstuk 25 en 29 ....................................................................................................................... 18
,Week 1 - Hoofdstuk 1,2 en 3
The Six
Samenwerking tussen België, Nederland, Frankrijk, Luxemburg, Oost-Duitsland en Italië voor een meer
supranationale samenwerking om economische groei, veiligheid en sociale ontwikkelingen te bevorderen
Verdrag van Paris (1951)
Oprichten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) door Robert Schumann, een organisatie
die de productie van kolen en staal in West-Europa zou integreren. Getekend door the Six. Het Verdrag richtte
de Europese Parlementaire Vergadering op, waarvan de leden werden gekozen door de nationale parlementen.
De Vergadering had het recht om de Hoge Autoriteit (voorloper van de huidige Commissie) te ontslaan.
Verdrag van Rome (1957)
Oprichten van Europese Economische Gemeenschap (EEG) en Europese Gemeenschap voor Atoomenergie
(Euratom/EGA). Euratom met als doel de gezamenlijke ontwikkeling van kernenergie. Het oprichting van de
EEG creëerde een gemeenschappelijke markt tussen de zes deelnemende landen (The Six)). Het doel was om
nauwere banden te bevorderen en de economische groei te stimuleren door meer handel.
getekend door de 12 lidstaten van de Europese Gemeenschappen, met het idee een unie op te richten met een
interne markt te creëren in 1992:
1. Single market project/gemeenschappelijke markt (1986): integratie van vrij verkeer van goederen,
diensten, kapitaal en mensen
2. Single European Act: stemming in plaats van unanimiteit naar gekwalificeerde meerderheid (QMV) (=
voorstel wordt aangenomen als ten minste 55% van de leden van de Raad stemt voor en het voorstel wordt
gesteund door lidstaten (Raad) die samen ten minste 65% van de totale EU-bevolking vertegenwoordigen),
Ontstaan vanuit de Single market project om besluitvorming makkelijker/sneller te laten verlopen.
Outer Seven
Oostenrijk, Denemarken, Noorwegen, Zwitserland, Portugal, Zweden en het VK richtte de European Free Trade
Association (EFTA) op in 1970
Verdrag van Maastricht (1992)
Oprichting van Europese Unie (EU) op basis van drie pijlers , vorming van de
Economische en Monetaire Unie (EMU) = invoering van de euro in 2002
De drie pijlers zijn:
1. Europese Gemeenschappen
2. Het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB)
3. De samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken (JBZ)
breidde de samenwerking uit van economische integratie naar politieke
samenwerking die naast de bestaande economische samenwerking ook
begon met samenwerking op sociaal, politiek en buitenlands gebied.
Verdrag van Amsterdam (1997)
Meer bevoegdheden voor het Europees Parlement en een efficiëntere werking van de Raad van de EU. Er werd
meer nadruk gelegd op de bescherming van mensenrechten, en breidde de samenwerking uit op het gebied
van binnenlandse zaken. Bracht ook een focus op de democratisering van de EU-instellingen, zoals het
versterken van de rol van het Europees Parlement.
Verdrag van Nice (2001)
werd vooral gezien als een noodzakelijke hervorming van de EU-instellingen ter voorbereiding op de uitbreiding
van de Unie naar 10 Midden- en Oost-Europese landen in 2004. De stemmen in de Europese Raad werden
herverdeeld, waarbij grotere landen meer stemmen kregen en kleinere landen minder, maar met een systeem
van gewogen stemmen. Het verdrag introduceerde een nieuwe regel voor gekwalificeerde meerderheden. Het
aantal Europese commissarissen in de Europese Commissie wordt beperkt tot 27, om te voorkomen dat de
Commissie te groot werd.
, Verdrag van Lisbon (2007)
Afschaffing van de pijlers, er werden nieuwe regels ingevoerd voor meer transparantie in de besluitvorming en
versterking van de democratische controle. Herziening van de grondwet die zorgde voor een efficiënter
besluitvormingsproces, door het uitbreiden van de gekwalificeerde meerderheid in de Europese Raad
- The Orange Card = nationale parlementariërs kunnen een wet tegenhouden als de helft tegen stemt ipv. 1/3
bij een gele kaart. Met als doel dat De stem van burgerinitiatief en het Europees Parlement werd versterkt
tegenover de Commissie en voornamelijk de Raad naar moesten luisteren.
Week 2 – Hoofdstuk 4, 5, 7, 8 en 9
2 theorie die de besluitvormingsprocessen en de politieke integratie binnen de EU probeert te verklaren.
1. Neo-functionalisme
Legt de nadruk op de indirecte gevolgen van samenwerking tussen landen die kunnen leiden tot verdere
integratie. Verwijst naar het fenomeen waarbij samenwerking in één beleidsdomein vaak leidt tot de noodzaak
of wens om in andere domeinen samen te werken.
Neo-functionalisten geloven in het spillover-effect (= concept dat verwijst naar een proces waarin politieke
samenwerking met een specifiek doel leidt tot de formulering van nieuwe doelen om de oorspronkelijke doelen
te verwezenlijken) bestaan;
- Functionele: proces waarbij samenwerking in één specifiek beleidsgebied, zoals de economie,
onvermijdelijk leidt tot de noodzaak om in verwante of ondersteunende gebieden samen te werken. Dit
gebeurt vooral doordat bepaalde doelen of belangen niet volledig bereikt kunnen worden zonder
verdergaande samenwerking in andere gebieden → oprichting van de gemeenschappelijke markt
- Politieke: Nationale politieke elites richten zich meer op het Europese niveau voor oplossingen en neigen
ernaar hun loyaliteit te verschuiven naar het supranationale niveau →
- Gecultiveerde: situaties waarin supranationale actoren (vooral Europese Commissie) het proces van
politieke integratie vooruit helpt door te bemiddelen tussen lidstaten
2. Intergovernmentalisme
Richt op de rol van nationale regeringen in het integratieproces en stelt dat de nationale soevereiniteit van de
lidstaten de belangrijkste kracht is achter de Europese integratie. Intergovernmentalisme benadrukt dat
nationale regeringen de belangrijkste actoren zijn in het EU-besluitvormingsproces en dat zij hun soevereiniteit
en nationale belangen willen behouden, ook wanneer ze besluiten om samen te werken op Europees niveau.
integratie vindt plaats door middel van onderhandelingen tussen nationale regeringen. De regeringen van de
lidstaten besluiten gezamenlijk wat in hun nationale belang is, en de integratie is dus een resultaat van
intergouvernementele compromissen → tegenovergestelde van de supranationale benadering van het neo-
functionalisme, waarbij supranationale instellingen een grotere rol spelen.
- New Intergovernmentalisme: nieuwe ontwikkelingen sinds het verdrag van Maastricht en de uitbereiding
van de EU-activiteiten te verklaren