Samenvatting experimentele
onderzoeksmethoden
, Hoorcollege 1
Logica toetsen
- Als de p-waarde kleiner is dan , dan concludeer je: “Als mijn H0 waar is,
dan is de kans dat ik deze waarde voor vind of nog extremer, kleiner dan
. Deze kans is zo klein, dat ik geen vertrouwen meer heb in mijn
nulhypothese. Ik verwerp H0 .”
- Als de p-waarde groter is dan , dan concludeer je: “Als mijn H0 waar is,
dan is de kans dat ik deze waarde voor vind of nog extremer best groot. Ik
heb dus niet genoeg redenen om te twijfelen aan de juistheid van H0. Ik
verwerp H0 dus niet.”
- Dus… in Stap 2 bepaal je en de beslissingsregel, in Stap 4 neem je de
beslissing.
Opmerking: Eén van de aannames is dus wel dat de steekproef een
‘simplerandom sample’ is. Dat wil zeggen:
- Alle cases hebben gelijke kans om in de steekproef te komen
- Cases worden onafhankelijk van elkaar geselecteerd
Als niet aan de aanname voldaan is, dan mag de toets strikt genomen niet
gebruikt worden…
Hoorcollege 2
Logica ANOVA
- Procedure om te kijken of twee gemiddelden van elkaar verschillen werkt
niet
- We hebben één maat nodig die aangeeft hoeveel gemiddelden van elkaar
verschillen spreiding van de gemiddelden
- Oplossing: een maat voor de spreiding van gemiddelden is de variantie
van gemiddelden
- Dus, om te toetsen of gemiddelden van elkaar verschillen, moeten we de
variantie van de gemiddelden berekenen vandaar de naam
variantieanalyse (analysis of variance)
- We vergelijken variantie tussen groepsgemiddelden met de variantie
binnen groepen
Samenvatting logica ANOVA
1. Uitvoeren meerdere t-toetsen verhoogt de kans op experiment-wise Type-I
fout
2. Door de variantie van de gemiddelden te bestuderen: conclusie trekken
over de spreiding van de groepsgemiddeldes
3. Participanten in dezelfde groep ondergaan hetzelfde treatment
- Verschillen tussen participanten zijn toevallig en niet gerelateerd aan
procedure
- Variantie binnen groepen reflecteert toevallige verschillen tussen
participanten
4. Participanten in verschillende groepen ondergaan verschillende treatments
- Verschillen tussen participanten zijn er omdat participanten verschillen
EN mogelijk door verschil in het treatment effect
- Variantie tussen groepen door toevallige verschillen tussen
participanten EN mogelijk verschil in het treatment effect
5. Grotere tussen- dan binnengroepsvariantie is een indicatie van een effect
van de procedure
onderzoeksmethoden
, Hoorcollege 1
Logica toetsen
- Als de p-waarde kleiner is dan , dan concludeer je: “Als mijn H0 waar is,
dan is de kans dat ik deze waarde voor vind of nog extremer, kleiner dan
. Deze kans is zo klein, dat ik geen vertrouwen meer heb in mijn
nulhypothese. Ik verwerp H0 .”
- Als de p-waarde groter is dan , dan concludeer je: “Als mijn H0 waar is,
dan is de kans dat ik deze waarde voor vind of nog extremer best groot. Ik
heb dus niet genoeg redenen om te twijfelen aan de juistheid van H0. Ik
verwerp H0 dus niet.”
- Dus… in Stap 2 bepaal je en de beslissingsregel, in Stap 4 neem je de
beslissing.
Opmerking: Eén van de aannames is dus wel dat de steekproef een
‘simplerandom sample’ is. Dat wil zeggen:
- Alle cases hebben gelijke kans om in de steekproef te komen
- Cases worden onafhankelijk van elkaar geselecteerd
Als niet aan de aanname voldaan is, dan mag de toets strikt genomen niet
gebruikt worden…
Hoorcollege 2
Logica ANOVA
- Procedure om te kijken of twee gemiddelden van elkaar verschillen werkt
niet
- We hebben één maat nodig die aangeeft hoeveel gemiddelden van elkaar
verschillen spreiding van de gemiddelden
- Oplossing: een maat voor de spreiding van gemiddelden is de variantie
van gemiddelden
- Dus, om te toetsen of gemiddelden van elkaar verschillen, moeten we de
variantie van de gemiddelden berekenen vandaar de naam
variantieanalyse (analysis of variance)
- We vergelijken variantie tussen groepsgemiddelden met de variantie
binnen groepen
Samenvatting logica ANOVA
1. Uitvoeren meerdere t-toetsen verhoogt de kans op experiment-wise Type-I
fout
2. Door de variantie van de gemiddelden te bestuderen: conclusie trekken
over de spreiding van de groepsgemiddeldes
3. Participanten in dezelfde groep ondergaan hetzelfde treatment
- Verschillen tussen participanten zijn toevallig en niet gerelateerd aan
procedure
- Variantie binnen groepen reflecteert toevallige verschillen tussen
participanten
4. Participanten in verschillende groepen ondergaan verschillende treatments
- Verschillen tussen participanten zijn er omdat participanten verschillen
EN mogelijk door verschil in het treatment effect
- Variantie tussen groepen door toevallige verschillen tussen
participanten EN mogelijk verschil in het treatment effect
5. Grotere tussen- dan binnengroepsvariantie is een indicatie van een effect
van de procedure