2017-2018 Werkboek Burgerlijk Procesrecht
Opgaven week 1
Literatuur: Hoofdstukken: 1 en 2 van Praktisch Burgerlijk Procesrecht
Open vragen
Vraag 1
Noem de negen algemene uitgangspunten van het burgerlijk
procesrecht.
Recht op rechtspraak en rechtsbijstand (17-18 en 112 Gw)
Onafhankelijke en onpartijdige rechter
Hoor en wederhoor (19 Rv)
Behandeling en beslissing binnen redelijke termijn (20 Rv)
Openbaarheid van zitting en uitspraak (27-28 Rv
Motiveringsbeginsel
Geen rechtsweigering en volledige beslissing
Beginsel van partijautonomie/ lijdelijkheidsbeginsel
Ambtshalve aanvulling rechtsgronden
Vraag 2
Wat is de functie van deze algemene uitgangspunten?
Recht op rechtspraak en rechtsbijstand (17-18 en 112 Gw)
Iedereen heeft recht op een advocaat, ongeacht of je het kan
bekostigen.
-( Bij kanton is ook een gemachtigde mogelijk, maar bij de
procedure van de Hoge Raad dan is er wel een advocaat
nodig)
- Rechtsbijstand , voor mensen die onder een bepaald
minimuminkomen zit.
Onafhankelijke en onpartijdige rechter Het is van groot
belang dat een rechter onafhankelijk en onpartijdig is.
- wraking (door partij: 36-39 Rv) Als er twijfels zijn over de
objectiviteit van de rechter dan kan er een
wrakingsverzoek worden ingediend. Het is belangrijk dat
1
, een rechter de zaak objectief beoordeeld. (alleen
ontslagen door mederechters, niet door de ministers)
- verschoning (door rechter zelf: 40-41 Rv) Als de rechter
zelf tot de conclusie komt dat hij onpartijdig is.
Hoor en wederhoor (19 Rv) beide partijen moeten gehoord
worden.
Behandeling en beslissing binnen redelijke termijn (20 Rv)
binnen een bepaald termijn uitspraak doen.
Openbaarheid van zitting en uitspraak (27-28 Rv) In
beginsel zijn alle zittingen openbaar, tenzij het gaat om
privacygevoelige zaken bijv. zaken waar minderjarige een
grote rol spelen.
Motiveringsbeginsel 30 RV Een uitspraak dient zo
gemotiveerd mogelijk te zijn, zodat het voor partijen duidelijk
is waarom er tot een bepaalde conclusie is gekomen.
Geen rechtsweigering en volledige beslissing Er moet een
volledige beslissing worden genomen. Hij mag niet weigere.
Beginsel van partijautonomie/ lijdelijkheidsbeginsel ( art 24 Rv)
De rechter is lijdelijk, vooral de partijen bepalen de omvang en het
verloop. de grondslag voor de beslissing van de rechter wordt
gevormd
door de stellingen van procespartijen.
Ambtshalve aanvulling rechtsgronden(art 25 Rv) Als het
nodig is vult de rechter rechtsgronden aan. (bijv je doet een
beroep op wanprestatie, maar er moet een beroep worden
gedaan op onrechtmatige daad)
Vraag 3
Geef gemotiveerd aan van welk uitgangspunt van het burgerlijk
procesrecht onderstaand wetsartikel een voorbeeld is.
a. Artikel 12 Wet RO onafhankelijke en partijdige rechter
b. Artikel 19 Rv hoor en wederverhoor beide partijen moeten
gehoord worden.
c. Artikel 24 Rv partijautonomie,
d. Artikel 30 Rv motiveringsbeginsel, een rechter dient haar vonnis
zo gemotiveerd mogelijk te geven.
, e. Artikel 36 Rv wraking, onafhankelijke en partijdige rechter
f. Artikel 121 GW openbaarheid en openbaarheidsbeginsel.
Vraag 4
Frits en Mo spreken elkaar over procederen in Nederland. Volgens Fits
duurt het eindeloos om te procederen. Beginnen met een procedure bij
de rechtbank, vervolgens hoger beroep instellen bij her gerechtshof en
uiteindelijk de zaak aanhangig maken bij de Hoge Raad. Volgens Mo
hoeft het allemaal niet zo omslachtig. De procespartijen kunnen
namelijk overeenkomen dat een procedure bij de rechtbank wordt
overgeslagen en dat de zaak in eerste aanleg wordt behandeld door het
gerechtshof. Wat een onzin, roept Frits, je begint een gerechtelijke
procedure altijd bij de rechtbank.
Geef gemotiveerd aan of Frits dan wel Mo gelijk heeft. Van welk
beginsel is hier sprake?
Het is mogelijk om een instantie over te slaan, dit is het
lijdelijkheidsbeginsel en partijautonomie. De partijen hebben vaak de
keus was ze willen doen. Wel moeten er afspraken worden gemaakt als
partijen gerechten willen overslaan. De rechter moet ook toetsen of de
vordering ontvankelijk is.
Prodogratie als je een rechter overslaat, heeft te maken met partij en
lijdelijkheidbeginsel
uitspraak betekent niet dat alle kansen bekeken zijn, maar kijken of je
op tijd bent
Vraag 5
Noem drie verschillende functies van het burgerlijk procesrecht.
Handhaven en beïnvloeden van materiële burgerlijke
rechten en plichten:
effectueren/vaststellen/tot stand brengen/wijzigen/beëindigen
van rechten en plichten
Voorkomen van gerechtelijke procedures:
preventieve werking
Voorkomen van eigenrichting:
middelen tot handhaving
, Studie-eindvragen
Beantwoord uit het boek ‘Praktisch Burgerlijk Procesrecht’ de studie-
eindvragen 1.1 t/m 1.5 en 2.1 t/m 2.5.
1.1
a) Materieel arbeidsovereenkomst
b) Materieel recht op een schadevergoeding
c) Formeel
d) Formeel
e) Materieel
1.2
1) handhaving en beïnvloeden van materiele en formele plichten
2) voorkomen van eigenrichting/ effectueren van rechten en
plichten/ vaststellen van rechten en plichten.
1.3
1) motiveringsbeginsel/ hoor en wederhoor/ onpartijdigheid van de
rechter
1.4
Kennis van partijautonomie
1.5
Minderjarige, zie ook art 27 RV
2.0
Wrakingsprocedure, omdat je van mening bent dat hij niet partijdig
is. Gevolg hiervan is geen eerlijk proces
Opgaven week 1
Literatuur: Hoofdstukken: 1 en 2 van Praktisch Burgerlijk Procesrecht
Open vragen
Vraag 1
Noem de negen algemene uitgangspunten van het burgerlijk
procesrecht.
Recht op rechtspraak en rechtsbijstand (17-18 en 112 Gw)
Onafhankelijke en onpartijdige rechter
Hoor en wederhoor (19 Rv)
Behandeling en beslissing binnen redelijke termijn (20 Rv)
Openbaarheid van zitting en uitspraak (27-28 Rv
Motiveringsbeginsel
Geen rechtsweigering en volledige beslissing
Beginsel van partijautonomie/ lijdelijkheidsbeginsel
Ambtshalve aanvulling rechtsgronden
Vraag 2
Wat is de functie van deze algemene uitgangspunten?
Recht op rechtspraak en rechtsbijstand (17-18 en 112 Gw)
Iedereen heeft recht op een advocaat, ongeacht of je het kan
bekostigen.
-( Bij kanton is ook een gemachtigde mogelijk, maar bij de
procedure van de Hoge Raad dan is er wel een advocaat
nodig)
- Rechtsbijstand , voor mensen die onder een bepaald
minimuminkomen zit.
Onafhankelijke en onpartijdige rechter Het is van groot
belang dat een rechter onafhankelijk en onpartijdig is.
- wraking (door partij: 36-39 Rv) Als er twijfels zijn over de
objectiviteit van de rechter dan kan er een
wrakingsverzoek worden ingediend. Het is belangrijk dat
1
, een rechter de zaak objectief beoordeeld. (alleen
ontslagen door mederechters, niet door de ministers)
- verschoning (door rechter zelf: 40-41 Rv) Als de rechter
zelf tot de conclusie komt dat hij onpartijdig is.
Hoor en wederhoor (19 Rv) beide partijen moeten gehoord
worden.
Behandeling en beslissing binnen redelijke termijn (20 Rv)
binnen een bepaald termijn uitspraak doen.
Openbaarheid van zitting en uitspraak (27-28 Rv) In
beginsel zijn alle zittingen openbaar, tenzij het gaat om
privacygevoelige zaken bijv. zaken waar minderjarige een
grote rol spelen.
Motiveringsbeginsel 30 RV Een uitspraak dient zo
gemotiveerd mogelijk te zijn, zodat het voor partijen duidelijk
is waarom er tot een bepaalde conclusie is gekomen.
Geen rechtsweigering en volledige beslissing Er moet een
volledige beslissing worden genomen. Hij mag niet weigere.
Beginsel van partijautonomie/ lijdelijkheidsbeginsel ( art 24 Rv)
De rechter is lijdelijk, vooral de partijen bepalen de omvang en het
verloop. de grondslag voor de beslissing van de rechter wordt
gevormd
door de stellingen van procespartijen.
Ambtshalve aanvulling rechtsgronden(art 25 Rv) Als het
nodig is vult de rechter rechtsgronden aan. (bijv je doet een
beroep op wanprestatie, maar er moet een beroep worden
gedaan op onrechtmatige daad)
Vraag 3
Geef gemotiveerd aan van welk uitgangspunt van het burgerlijk
procesrecht onderstaand wetsartikel een voorbeeld is.
a. Artikel 12 Wet RO onafhankelijke en partijdige rechter
b. Artikel 19 Rv hoor en wederverhoor beide partijen moeten
gehoord worden.
c. Artikel 24 Rv partijautonomie,
d. Artikel 30 Rv motiveringsbeginsel, een rechter dient haar vonnis
zo gemotiveerd mogelijk te geven.
, e. Artikel 36 Rv wraking, onafhankelijke en partijdige rechter
f. Artikel 121 GW openbaarheid en openbaarheidsbeginsel.
Vraag 4
Frits en Mo spreken elkaar over procederen in Nederland. Volgens Fits
duurt het eindeloos om te procederen. Beginnen met een procedure bij
de rechtbank, vervolgens hoger beroep instellen bij her gerechtshof en
uiteindelijk de zaak aanhangig maken bij de Hoge Raad. Volgens Mo
hoeft het allemaal niet zo omslachtig. De procespartijen kunnen
namelijk overeenkomen dat een procedure bij de rechtbank wordt
overgeslagen en dat de zaak in eerste aanleg wordt behandeld door het
gerechtshof. Wat een onzin, roept Frits, je begint een gerechtelijke
procedure altijd bij de rechtbank.
Geef gemotiveerd aan of Frits dan wel Mo gelijk heeft. Van welk
beginsel is hier sprake?
Het is mogelijk om een instantie over te slaan, dit is het
lijdelijkheidsbeginsel en partijautonomie. De partijen hebben vaak de
keus was ze willen doen. Wel moeten er afspraken worden gemaakt als
partijen gerechten willen overslaan. De rechter moet ook toetsen of de
vordering ontvankelijk is.
Prodogratie als je een rechter overslaat, heeft te maken met partij en
lijdelijkheidbeginsel
uitspraak betekent niet dat alle kansen bekeken zijn, maar kijken of je
op tijd bent
Vraag 5
Noem drie verschillende functies van het burgerlijk procesrecht.
Handhaven en beïnvloeden van materiële burgerlijke
rechten en plichten:
effectueren/vaststellen/tot stand brengen/wijzigen/beëindigen
van rechten en plichten
Voorkomen van gerechtelijke procedures:
preventieve werking
Voorkomen van eigenrichting:
middelen tot handhaving
, Studie-eindvragen
Beantwoord uit het boek ‘Praktisch Burgerlijk Procesrecht’ de studie-
eindvragen 1.1 t/m 1.5 en 2.1 t/m 2.5.
1.1
a) Materieel arbeidsovereenkomst
b) Materieel recht op een schadevergoeding
c) Formeel
d) Formeel
e) Materieel
1.2
1) handhaving en beïnvloeden van materiele en formele plichten
2) voorkomen van eigenrichting/ effectueren van rechten en
plichten/ vaststellen van rechten en plichten.
1.3
1) motiveringsbeginsel/ hoor en wederhoor/ onpartijdigheid van de
rechter
1.4
Kennis van partijautonomie
1.5
Minderjarige, zie ook art 27 RV
2.0
Wrakingsprocedure, omdat je van mening bent dat hij niet partijdig
is. Gevolg hiervan is geen eerlijk proces