Hoofdstukken: 5, 6, 7, 12 en 13
Hoofdstuk 5, voeding en energie
Voedingsstoffen:
Brandstof Bouwstof Reservestof Beschermende stof
Koolhydraten X X X
Vetten X X X
Eiwitten X X
Vitamines X X
Mineralen X X
Water X
Brandstoffen: leveren energie
Bouwstoffen: voor de groei, ontwikkeling en herstel van cellen
Reservestoffen: opslag
Beschermende stoffen: tegen ziektes
Dissimilatie: (binas 68B)
→ Dissimilatie is het afbreken van grote moleculen in kleinere, waarbij energie vrijkomt en wordt vastgelegd in de
vorm van ATP. Vetten, koolhydraten en eiwitten worden afgebroken en verbrand door mitochondrion. Een deel van
de energie komt vrij als warmte en de rest als moleculen ATP.
ATP: is een universele energiedrager
Aerobe dissimilatie
→ Aerobe dissimilatie is met zuurstof en vindt plaats in de mitochondriën. Glucose wordt volledig afgebroken en er
komt veel energie bij vrij
Reactievergelijking: C6H12O6 + 6O2 → 6CO2 + 6H20 + 38 ATP
Glucose + zuurstof
→ koolstofdioxide + water
Anaerobe dissimilatie
→ Anaerobe dissimilatie is zonder zuurstof en glucose wordt niet volledig afgebroken. Er komt weinig energie bij vrij
Reactievergelijking, alcohol gisting: C6h1206 → 2C2H60 + 2CO2 + 2 ATP
Glucose
→ ethanol + koolstofdioxide
Reactievergelijking melkzuurgisting: C6H1206 → 2C3H603 + 2 ATP
Glucose
→ melkzuur
1
, Voedingsvezels en Vitamines:
Cellulose: is een bindweefsel die de celwanden verstevigen
Lignine: houtstof, cellen die een extra dikke celwand hebben.
Pectine: tussencelstof, zodat cellen aan elkaar geplakt zijn en het zachter maakt
ADH: Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid
ADI: Aanbevolen Dagelijkse Inname
Vaatbundels:
Houtvaten: gaat water met mineralen van de wortels naar boven omHoog
Bastvaten: gaat water met suikers van de bladeren naar de rest van de plant Beneden
Wortelharen: aan de wortelpunten zitten dunne uitlopers, deze wortelharen nemen
door de grotere oppervlakte meer water op.
Rustmetobolisme is in Kw of Joule en is wat je verbrand in rust
→ Als je meer verbrand dan binnen krijgt: reserves gebruiken, je valt af
→ Als je minder verbrand dan binnen krijgt: reserves opslaan, je komt aan
AdenosineTriPhosphate (ATP)
→ ATP ontstaat door aan ADP, een molecuul met 2 fosfaatgroepen en een 3e fosfaatgroep CP (creatinefosfaat) vast te
maken. Energie om CP aan ADP te koppelen komt door verbranding van glucose, de energie die daarbij vrijkomt
kunnen bv. Spiervezels samentrekken
In je spieren, fosfaataccu
P P
A
ATP (op in 3 sec)
Snelle sprint
CP (op in 30 sec) ATP = ADP + P P C
Anaerobe dissimilatie Duurloop
↓
Wordt na 1,5 minuut overgenomen door aerobe dissimilatie, als dat niet meer lukt, verzuren je spieren. Dit gebeurt
als er niet genoeg zuurstofaanvoer is voor een goede verbranding. Enzymen breken glucose zonder zuurstof af. In
anaerobe dissimilatie ontstaat er melkzuur dat ophoopt in je spieren, je spieren raken vermoeit en verzuurt.
Glycogeen
→ De voorraad glucose in spierweefsel is klein, maar ze hebben wel een
voorraad glycogeen, dit is een koolhydraat. Ook de lever heeft een voorraad
glycogeen. Spiercellen krijgen glycogeen uit de glycogeenvoorraad en via het
bloed kan glucose aangevoerd worden, de glucose komt vanuit de lever of
rechtstreeks uit voedsel.
2