Samenwerking
💡 Deze vragen zijn op eigen inzicht bedacht en ontwikkeld op basis van de
tentamenstof. Verspreiden aan derden is uiteraard verboden. Succes
met oefenen! 🖤
1. Welke uitspraak is in lijn met de NVO-beroepscode ten aanzien van
verantwoordelijkheid, bevoegdheid en bekwaamheid van de
orthopedagoog?
a. Een orthopedagoog mag altijd medische handelingen verrichten als deze
in het belang zijn van de cliënt.
b. Een orthopedagoog is alleen verantwoordelijk voor het eigen handelen
tijdens solistisch werk, niet in samenwerking met andere professionals.
c. Een orthopedagoog handelt binnen de grenzen van zijn/haar
bekwaamheid, is verantwoordelijk voor eigen professioneel handelen en
kan alleen bevoegd handelen binnen de kaders van de wet.
d. Een orthopedagoog mag bij twijfel over eigen bekwaamheid alsnog
handelen, zolang het onder supervisie van een collega gebeurt.
2. Wat typeert een professionele en positieve grondhouding van de
orthopedagoog het best in contact met ouders en kinderen?
a. De orthopedagoog laat zien dat fouten maken menselijk is, toont oprechte
interesse en ziet ouders en kinderen als mede-deskundigen binnen hun
eigen situatie.
Oefentoets Begeleiding & Samenwerking 1
, b. De orthopedagoog neemt bewust afstand om objectief te blijven en laat
emoties of conflicten bij voorkeur buiten het gesprek.
c. De orthopedagoog stelt zich deskundig en sturend op, zodat ouders en
kinderen zich kunnen spiegelen aan zijn of haar expertise.
d. De orthopedagoog bewaakt de professionele relatie door vooral instructief
te communiceren en gedrag te corrigeren waar nodig.
3. Wat is volgens orthopedagogische basisprincipes de eerste vraag die
gesteld moet worden bij het begeleiden van een kind met problemen?
a. Waar zit bij dit kind het tekort aan eigen sturend en probleemoplossend
vermogen?
b. Welke diagnose is van toepassing op het gedrag dat dit kind laat zien?
c. Welke omgeving moet aangepast worden om het kind optimaal te laten
functioneren?
d. Is er iemand echt beschikbaar en betrokken voor dit kind, en is het
gewone, alledaagse leven voldoende veilig en voorspelbaar?
4. Wat wordt bedoeld met "meerzijdige partijdigheid" in de rol van de
orthopedagoog?
a. Je kiest als professional expliciet de kant van het kind, omdat dat jouw
primaire cliënt is.
b. Je blijft als orthopedagoog volledig neutraal, zodat je geen standpunt
hoeft in te nemen binnen conflicten.
c. Je neemt in een systeemoverleg een centrale positie in, waarbij je actief
probeert ieders perspectief serieus te nemen en gelijkwaardig te
betrekken – zonder partij te kiezen, maar met begrip voor elk verhaal.
d. Je probeert een compromis te sluiten tussen de belangen van kind, ouders
en school, waarbij de meerderheid beslist.
5. Tijn (10) komt moeilijk tot leren in de klas en laat op school regelmatig boos
en vermijdend gedrag zien. De orthopedagoog gaat met hem in gesprek in
een spelkamer. Tijdens het spel valt op dat Tijn vaak de leiding wil nemen en
boos wordt als dingen anders gaan dan hij verwacht. De orthopedagoog
Oefentoets Begeleiding & Samenwerking 2