Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................... 3
Literatuur........................................................................................................................ 3
Rigter, J. (2022). Handboek Ontwikkelingspsychopathologie bij Kinderen en
Jeugdigen. Uitgeverij Coutinho....................................................................................3
H2: Classificatie, diagnostiek en epidemiologie.......................................................3
H3: Theorieën over ontwikkeling.............................................................................9
Hoorcollege................................................................................................................... 14
Skills group................................................................................................................... 16
Week 2........................................................................................................ 18
Literatuur...................................................................................................................... 18
Rigter, J. (2022). Handboek Ontwikkelingspsychopathologie bij Kinderen en
Jeugdigen. Uitgeverij Coutinho..................................................................................18
H13, 13.1 t/m 13.5: Angst en angststoornissen.....................................................18
H14, 14.1 t/m 14.5: Stemming en stemmingsstoornissen.....................................23
Diagnostic Interview Schedule for Children (DISC-IV)................................................29
Hoorcollege................................................................................................................... 30
Skills group................................................................................................................... 31
DISC-IV...................................................................................................................... 31
Week 3........................................................................................................ 32
Literatuur...................................................................................................................... 32
Rigter, J. (2022). Handboek Ontwikkelingspsychopathologie bij Kinderen en
Jeugdigen. Uitgeverij Coutinho..................................................................................32
H12, 12.1 t/m 12.5: Agressie en gedragsstoornissen.............................................32
Hoorcollege................................................................................................................... 37
Week 4........................................................................................................ 38
Literatuur...................................................................................................................... 38
Rigter, J. (2022). Handboek Ontwikkelingspsychopathologie bij Kinderen en
Jeugdigen. Uitgeverij Coutinho..................................................................................38
H8, 8.1 t/m 8.5: Autismespectrumstoornissen.......................................................38
H11, 11.1 t/m 11.5: Zelfregulatie en de
aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD)..........................................42
Hoorcollege................................................................................................................... 46
Skills group................................................................................................................... 47
Bourdon-Vos Test....................................................................................................... 47
Test of Everyday Attention for Children (TEA-Ch).......................................................48
Theory of Mind test (ToM-test)...................................................................................49
Week 5........................................................................................................ 50
Literatuur...................................................................................................................... 50
Rigter, J. (2022). Handboek Ontwikkelingspsychopathologie bij Kinderen en
Jeugdigen. Uitgeverij Coutinho. ................................................................................50
H10, 10.1 t/m 10.5: Taal-, spraak- en leerstoornissen ...........................................50
Hoorcollege................................................................................................................... 55
Skills group................................................................................................................... 57
AVI............................................................................................................................. 57
Drie Minuten Toets (DMT).......................................................................................... 58
, Utrechts Getalbegrip Toets (UGT)..............................................................................59
ZAREKI...................................................................................................................... 59
Week 6........................................................................................................ 61
Literatuur...................................................................................................................... 61
Grietens, H., Vanderfaeillie, J., & Maes, B. (Red.). (2019). Handboek
Jeugdhulpverlening – Deel 1. Acco.............................................................................61
H5, 5.1 t/m 5.2: Dove en slechthorende kinderen en jongeren .............................61
H6, 6.1 t/m 6.8: Kinderen en jongeren met een visuele beperkingen en
doofblindheid ........................................................................................................ 62
College.......................................................................................................................... 70
Week 7........................................................................................................ 73
Literatuur...................................................................................................................... 73
Grietens, H., Vanderfaeillie, J., & Maes, B. (Red.). (2019). Handboek
Jeugdhulpverlening – Deel 1. Acco. ..........................................................................73
H3, 3.1 t/m 3.7: Kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking ............73
H7, 7.1 t/m 7.5.1.4 & 7.6 t/m 7.6.1: Kinderen en jongeren met een fysieke
beperking ............................................................................................................. 79
Hoorcollege................................................................................................................... 92
Skills group................................................................................................................... 94
Wechsler Intelligence Scale for Children – Fifth edition (WISC-V) ..............................94
,Week 1
Literatuur
Rigter, J. (2022). Handboek Ontwikkelingspsychopathologie bij
Kinderen en Jeugdigen. Uitgeverij Coutinho.
H2: Classificatie, diagnostiek en epidemiologie
Inleiding
Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende typen stoornissen:
- Gedragsstoornissen (zoals ODD of CD): stoornissen waarbij het
gedrag opvalt door conflicten met regels of anderen
- Psychische stoornissen (zoals depressie, angst, ADHD): stoornissen
waarbij het innerlijk functioneren (gedachten, stemming, aandacht)
verstoord is.
Prevalentie geeft aan hoe vaak een bepaalde stoornis voorkomt. Deze
cijfers komen meestal uit epidemiologisch onderzoek.
Sommige stoornissen zijn leeftijdsgebonden, bijv.:
- ADHD wordt vaak vastgesteld in de kinderleeftijd, maar kan ook op
latere leeftijd aanhouden
- Andere stoornissen, zoals depressie, komen vaker voor in de
adolescentie
Psychische stoornissen hebben vaak meerdere oorzaken, zoals:
- Biologische factoren (bijv. erfelijkheid, hersenontwikkeling)
- Psychologische factoren (bijv. negatieve gedachten, coping)
- Omgevingsfactoren (bijv. opvoeding, trauma’s)
Belangrijke begrippen:
1. Classificatie:
i. Het ordenen en benoemen van probleemgedrag aan de hand
van kenmerkende symptomen
ii. Doel: vaststellen of er sprake is van een stoornis, en welke
2. Diagnostiek:
i. Gaat een stap verder dan classificatie
ii. Richt zich op het begrijpen van het probleem in de context:
hoe ernstig is het, wat is de hulpvraag, hoe functioneert het
kind, en wat zijn mogelijke oorzaken?
iii. Diagnostiek is nodig om te beslissen over de beste aanpak of
behandeling
In de praktijk worden classificatie en diagnostiek vaak tegelijk uitgevoerd.
Hulpverleners willen immers zowel weten wat er aan de hand is als
waarom.
Classificatie en diagnostiek worden uitgevoerd door o.a.:
- Kinderartsen
, - Kinder- en jeugdpsychiaters
- Psychologen
- Orthopedagogen
→ zij werken samen met ouders, leraren en andere betrokkenen, die
waardevolle informatie geven over het kind in verschillende contexten.
Classificatie
Classificatie betekent:
- Iets herkennen
- De juiste naam geven
- Het indelen in een categorie
→ met classificatie beantwoord je de vraag: ‘wat is dit?’
Dit is een automatisch proces: mensen willen van nature de wereld
ordenen. Ze koppelen dingen die ze waarnemen aan bekende categorieën,
op basis van ervaringen en kennis.
Mensen leren classificeren door ervaring en kennisopbouw. Wie geen
kennis van psychopathologie heeft, kan gedrag enkel als ‘raar’ of ‘anders’
omschrijven. Wie wel kennis heeft, kan gedrag beter duiden: bijv. ‘dit kind
is afstandelijk → mogelijk autisme’.
Classificatie is afhankelijk van:
- Persoonlijke ervaring: wat je zelf eerder hebt meegemaakt
- Cultuur en context: wat in de ene cultuur ‘afwijkend’ is, kan elders
normaal zijn
Zonder classificatie blijft gedrag vaag. Het helpt bij het begrijpen van
gedrag, het onderscheiden van verschillen en overeenkomsten. Het is
essentieel voor diagnostiek en hulpverlening. Bijv. is een kind stil omdat
het verlegen is, een taalachterstand heeft, of omdat er sprake is van
selectief mutisme (angststoornis waarbij mensen in bepaalde situaties niet
durven of kunnen praten, terwijl ze in andere situaties wel goed kunnen
spreken)?
→ Hiervoor is een goed classificatiesysteem nodig.
In de psychologie gebruiken we o.a. de DSM-5 (Diagnostic and Statistical
Manual of Mental Disorders). Dit is het meest gebruikte
classificatiesysteem voor psychische stoornissen. Het bevat afspraken
over symptomen, maar is niet gebaseerd op natuurwetten.
- Voordelen: internationaal dezelfde ‘taal’ voor diagnoses →
samenwerking en onderzoek makkelijker
- Nadelen: niet alles is wetenschappelijk bewezen en er is vaak
discussie over grenzen tussen stoornissen
Volgens de DSM-5 is een stoornis een syndroom met klinisch significante
symptomen (gedrag, emotie, cognitie). Niet elke vorm van lijden betekent
een stoornis. Er moet sprake zijn van individueel disfunctioneren. De DSM
stelt eisen aan:
- Aantal symptomen
- Duur van de klachten
Week 1.......................................................................................................... 3
Literatuur........................................................................................................................ 3
Rigter, J. (2022). Handboek Ontwikkelingspsychopathologie bij Kinderen en
Jeugdigen. Uitgeverij Coutinho....................................................................................3
H2: Classificatie, diagnostiek en epidemiologie.......................................................3
H3: Theorieën over ontwikkeling.............................................................................9
Hoorcollege................................................................................................................... 14
Skills group................................................................................................................... 16
Week 2........................................................................................................ 18
Literatuur...................................................................................................................... 18
Rigter, J. (2022). Handboek Ontwikkelingspsychopathologie bij Kinderen en
Jeugdigen. Uitgeverij Coutinho..................................................................................18
H13, 13.1 t/m 13.5: Angst en angststoornissen.....................................................18
H14, 14.1 t/m 14.5: Stemming en stemmingsstoornissen.....................................23
Diagnostic Interview Schedule for Children (DISC-IV)................................................29
Hoorcollege................................................................................................................... 30
Skills group................................................................................................................... 31
DISC-IV...................................................................................................................... 31
Week 3........................................................................................................ 32
Literatuur...................................................................................................................... 32
Rigter, J. (2022). Handboek Ontwikkelingspsychopathologie bij Kinderen en
Jeugdigen. Uitgeverij Coutinho..................................................................................32
H12, 12.1 t/m 12.5: Agressie en gedragsstoornissen.............................................32
Hoorcollege................................................................................................................... 37
Week 4........................................................................................................ 38
Literatuur...................................................................................................................... 38
Rigter, J. (2022). Handboek Ontwikkelingspsychopathologie bij Kinderen en
Jeugdigen. Uitgeverij Coutinho..................................................................................38
H8, 8.1 t/m 8.5: Autismespectrumstoornissen.......................................................38
H11, 11.1 t/m 11.5: Zelfregulatie en de
aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD)..........................................42
Hoorcollege................................................................................................................... 46
Skills group................................................................................................................... 47
Bourdon-Vos Test....................................................................................................... 47
Test of Everyday Attention for Children (TEA-Ch).......................................................48
Theory of Mind test (ToM-test)...................................................................................49
Week 5........................................................................................................ 50
Literatuur...................................................................................................................... 50
Rigter, J. (2022). Handboek Ontwikkelingspsychopathologie bij Kinderen en
Jeugdigen. Uitgeverij Coutinho. ................................................................................50
H10, 10.1 t/m 10.5: Taal-, spraak- en leerstoornissen ...........................................50
Hoorcollege................................................................................................................... 55
Skills group................................................................................................................... 57
AVI............................................................................................................................. 57
Drie Minuten Toets (DMT).......................................................................................... 58
, Utrechts Getalbegrip Toets (UGT)..............................................................................59
ZAREKI...................................................................................................................... 59
Week 6........................................................................................................ 61
Literatuur...................................................................................................................... 61
Grietens, H., Vanderfaeillie, J., & Maes, B. (Red.). (2019). Handboek
Jeugdhulpverlening – Deel 1. Acco.............................................................................61
H5, 5.1 t/m 5.2: Dove en slechthorende kinderen en jongeren .............................61
H6, 6.1 t/m 6.8: Kinderen en jongeren met een visuele beperkingen en
doofblindheid ........................................................................................................ 62
College.......................................................................................................................... 70
Week 7........................................................................................................ 73
Literatuur...................................................................................................................... 73
Grietens, H., Vanderfaeillie, J., & Maes, B. (Red.). (2019). Handboek
Jeugdhulpverlening – Deel 1. Acco. ..........................................................................73
H3, 3.1 t/m 3.7: Kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking ............73
H7, 7.1 t/m 7.5.1.4 & 7.6 t/m 7.6.1: Kinderen en jongeren met een fysieke
beperking ............................................................................................................. 79
Hoorcollege................................................................................................................... 92
Skills group................................................................................................................... 94
Wechsler Intelligence Scale for Children – Fifth edition (WISC-V) ..............................94
,Week 1
Literatuur
Rigter, J. (2022). Handboek Ontwikkelingspsychopathologie bij
Kinderen en Jeugdigen. Uitgeverij Coutinho.
H2: Classificatie, diagnostiek en epidemiologie
Inleiding
Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende typen stoornissen:
- Gedragsstoornissen (zoals ODD of CD): stoornissen waarbij het
gedrag opvalt door conflicten met regels of anderen
- Psychische stoornissen (zoals depressie, angst, ADHD): stoornissen
waarbij het innerlijk functioneren (gedachten, stemming, aandacht)
verstoord is.
Prevalentie geeft aan hoe vaak een bepaalde stoornis voorkomt. Deze
cijfers komen meestal uit epidemiologisch onderzoek.
Sommige stoornissen zijn leeftijdsgebonden, bijv.:
- ADHD wordt vaak vastgesteld in de kinderleeftijd, maar kan ook op
latere leeftijd aanhouden
- Andere stoornissen, zoals depressie, komen vaker voor in de
adolescentie
Psychische stoornissen hebben vaak meerdere oorzaken, zoals:
- Biologische factoren (bijv. erfelijkheid, hersenontwikkeling)
- Psychologische factoren (bijv. negatieve gedachten, coping)
- Omgevingsfactoren (bijv. opvoeding, trauma’s)
Belangrijke begrippen:
1. Classificatie:
i. Het ordenen en benoemen van probleemgedrag aan de hand
van kenmerkende symptomen
ii. Doel: vaststellen of er sprake is van een stoornis, en welke
2. Diagnostiek:
i. Gaat een stap verder dan classificatie
ii. Richt zich op het begrijpen van het probleem in de context:
hoe ernstig is het, wat is de hulpvraag, hoe functioneert het
kind, en wat zijn mogelijke oorzaken?
iii. Diagnostiek is nodig om te beslissen over de beste aanpak of
behandeling
In de praktijk worden classificatie en diagnostiek vaak tegelijk uitgevoerd.
Hulpverleners willen immers zowel weten wat er aan de hand is als
waarom.
Classificatie en diagnostiek worden uitgevoerd door o.a.:
- Kinderartsen
, - Kinder- en jeugdpsychiaters
- Psychologen
- Orthopedagogen
→ zij werken samen met ouders, leraren en andere betrokkenen, die
waardevolle informatie geven over het kind in verschillende contexten.
Classificatie
Classificatie betekent:
- Iets herkennen
- De juiste naam geven
- Het indelen in een categorie
→ met classificatie beantwoord je de vraag: ‘wat is dit?’
Dit is een automatisch proces: mensen willen van nature de wereld
ordenen. Ze koppelen dingen die ze waarnemen aan bekende categorieën,
op basis van ervaringen en kennis.
Mensen leren classificeren door ervaring en kennisopbouw. Wie geen
kennis van psychopathologie heeft, kan gedrag enkel als ‘raar’ of ‘anders’
omschrijven. Wie wel kennis heeft, kan gedrag beter duiden: bijv. ‘dit kind
is afstandelijk → mogelijk autisme’.
Classificatie is afhankelijk van:
- Persoonlijke ervaring: wat je zelf eerder hebt meegemaakt
- Cultuur en context: wat in de ene cultuur ‘afwijkend’ is, kan elders
normaal zijn
Zonder classificatie blijft gedrag vaag. Het helpt bij het begrijpen van
gedrag, het onderscheiden van verschillen en overeenkomsten. Het is
essentieel voor diagnostiek en hulpverlening. Bijv. is een kind stil omdat
het verlegen is, een taalachterstand heeft, of omdat er sprake is van
selectief mutisme (angststoornis waarbij mensen in bepaalde situaties niet
durven of kunnen praten, terwijl ze in andere situaties wel goed kunnen
spreken)?
→ Hiervoor is een goed classificatiesysteem nodig.
In de psychologie gebruiken we o.a. de DSM-5 (Diagnostic and Statistical
Manual of Mental Disorders). Dit is het meest gebruikte
classificatiesysteem voor psychische stoornissen. Het bevat afspraken
over symptomen, maar is niet gebaseerd op natuurwetten.
- Voordelen: internationaal dezelfde ‘taal’ voor diagnoses →
samenwerking en onderzoek makkelijker
- Nadelen: niet alles is wetenschappelijk bewezen en er is vaak
discussie over grenzen tussen stoornissen
Volgens de DSM-5 is een stoornis een syndroom met klinisch significante
symptomen (gedrag, emotie, cognitie). Niet elke vorm van lijden betekent
een stoornis. Er moet sprake zijn van individueel disfunctioneren. De DSM
stelt eisen aan:
- Aantal symptomen
- Duur van de klachten