Fred Hasseman & Wim de Muijnck
Samenvatting wetenschapsfilosofie
Inhoudsopgave
BELANGRIJKE TERMEN ................................................................................................................. 2
BELANGRIJKE FILOSOFEN ............................................................................................................ 5
OEFENTENTAMEN ........................................................................................................................ 7
KERNWOORDEN PER COLLEGE UIT OEFENTENTAMEN ................................................................. 17
COLLEGE 01 POSITIVISME – 4 – 09 – 2024 ..................................................................................... 22
COLLEGE 02 WAARDEN IN DE WETENSCHAP – 6 – 09 – 2024 ......................................................... 35
COLLEGE 03 LICHAAM EN GEEST – 11-09-2024 ............................................................................. 48
COLLEGE 04 OORZAKEN EN REDENEREN – 14 – 09 – 2024 ............................................................. 58
COLLEGE 05 DATA EN HYPOTHESEN – 18-09-2024 ........................................................................ 68
COLLEGE 06 WAARNEMEN IS DUIDEN – 20-09-2024 ..................................................................... 81
COLLEGE 07 FEITEN EN CONSTRUCTIES – 25-09-2024 .................................................................... 93
COLLEGE 08 ECHTE, SLECHTE EN PSEUDOWETENSCHAP – 27-09-2024 ...................................... 103
COLLEGE 09 – DE GELAAGDE WERELD – 02-10-2024 ................................................................... 118
COLLEGE 10 – VERKLARING – 04-10-2024 .................................................................................... 127
COLLEGE 11 – WETENSCHAP EN SAMENLEVING – 09-10-2024 .................................................... 142
COLLEGE 12 – WETENSCHAPPELIJKE PEDAGOGIEK – 11-10-2024................................................ 156
Wetenschapsfilosofie 1
,Fred Hasseman & Wim de Muijnck
Belangrijke termen
1. Positivisme
Positivisme is een filosofische stroming die stelt dat kennis alleen kan worden
verworven door middel van empirische waarneming en wetenschappelijke methoden.
Volgens positivisten moet wetenschap zich richten op feiten die objectief
waarneembaar en meetbaar zijn, en niet op speculatie, subjectieve interpretatie of
metafysische overwegingen. Auguste Comte wordt vaak gezien als de grondlegger van
het positivisme.
2. Funderingsdenken
Funderingsdenken is een filosofische benadering waarin wordt gezocht naar een
onbetwistbare basis (fundament) voor kennis. De gedachte is dat er zekere, onwrikbare
waarheden bestaan waarop andere kennis kan worden gebouwd. Dit idee komt veel
voor in traditionele epistemologie, waar men probeert uit te vinden welke kennis
absoluut zeker is.
3. Normativiteit
Normativiteit verwijst naar het voorschrijven van regels, normen of standaarden over
hoe iets zou moeten zijn. In wetenschappelijke of filosofische context betekent dit vaak
dat er niet alleen wordt beschreven wat er gebeurt (zoals in descriptieve wetenschap),
maar ook wordt beoordeeld wat wenselijk, goed of correct is. Normatieve uitspraken
zijn vaak waardeoordelen.
4. Deductie
Deductie is een redeneringsproces waarbij je van algemene principes of wetten naar
specifieke conclusies gaat. Als de uitgangspunten waar zijn, moet de conclusie
logischerwijs ook waar zijn. Een voorbeeld: als alle mensen sterfelijk zijn (algemene
stelling) en Socrates een mens is (specifiek geval), dan is Socrates sterfelijk (conclusie).
Wetenschapsfilosofie 2
,Fred Hasseman & Wim de Muijnck
5. Inductie
Inductie is een redeneringsproces waarbij je van specifieke waarnemingen naar een
algemene conclusie gaat. Het is de basis voor veel wetenschappelijk onderzoek: op
basis van een aantal specifieke gevallen (bijvoorbeeld dat alle waargenomen zwanen
wit zijn) trek je de conclusie dat alle zwanen wit zijn. Inductie is echter nooit volledig
zeker, omdat toekomstige observaties de regel kunnen weerleggen.
6. Abductie
Abductie is een vorm van redenering waarbij je de beste mogelijke verklaring zoekt voor
een waargenomen fenomeen. Het verschilt van deductie en inductie omdat het niet
met zekerheid of waarschijnlijkheid werkt, maar met plausibiliteit. Een voorbeeld is:
"Als het gras nat is, kan het zijn dat het heeft geregend" (je neemt de meest
waarschijnlijke oorzaak aan).
7. Bayesiaans redeneren
Bayesiaans redeneren is een probabilistische manier van redeneren die gebruik maakt
van Bayes' theorema. Dit houdt in dat je bestaande kennis of verwachtingen (prior
beliefs) aanpast op basis van nieuwe informatie (evidence). Je begint met een initiële
waarschijnlijkheid en past deze aan wanneer je nieuwe data krijgt. Het is een manier om
rationeel met onzekerheid om te gaan.
8. Empirisch-analytische wetenschapsopvatting
Dit is een visie op wetenschap waarin de nadruk ligt op empirisch onderzoek en
analytische methoden. Het doel is om objectieve, meetbare feiten te ontdekken door
middel van observatie en experiment. De wetenschappelijke methode en logische
analyse spelen hierin een centrale rol. Deze opvatting sluit aan bij het positivisme en is
vooral dominant in de natuurwetenschappen.
9. Geesteswetenschappelijke wetenschapsopvatting
De geesteswetenschappelijke wetenschapsopvatting legt de nadruk op het begrijpen
van menselijk gedrag, cultuur en geschiedenis door interpretatie. In tegenstelling tot de
empirisch-analytische benadering, draait het hier om kwalitatieve methoden en
subjectieve ervaring. Begrip, betekenisgeving en historische context spelen een
belangrijke rol. Dit komt vaak voor in disciplines als filosofie, literatuurwetenschap en
geschiedenis.
Wetenschapsfilosofie 3
, Fred Hasseman & Wim de Muijnck
10. Kritische wetenschapsopvatting
De kritische wetenschapsopvatting gaat verder dan het beschrijven van de
werkelijkheid en wil ook kritisch reflecteren op de maatschappij. Het is een benadering
waarin wetenschappers de maatschappelijke structuren die machtsverhoudingen en
ongelijkheid in stand houden, analyseren en bekritiseren. Denk hierbij aan de
Frankfurter Schule en denkers zoals Jürgen Habermas.
11. Postacademische wetenschapsopvatting
Deze opvatting erkent dat wetenschap zich niet alleen binnen de muren van
universiteiten afspeelt, maar ook buiten de academische wereld een grote rol speelt.
Wetenschappelijke kennis wordt toegepast in maatschappelijke contexten, zoals de
industrie, beleid of het bedrijfsleven. Wetenschap is niet langer puur autonoom en
raakt verweven met politieke en economische belangen.
12. Cognitivisme
Cognitivisme is een psychologische en filosofische stroming die menselijke kennis en
leren ziet als een proces van informatieverwerking. Het onderzoekt hoe mensen kennis
opbouwen, opslaan en gebruiken, vaak met behulp van computermodellen om de
werking van de geest te beschrijven. In het cognitivisme worden mentale processen
zoals denken, herinneren en probleemoplossing centraal gesteld.
13. Belichaamde cognitie
Belichaamde cognitie is het idee dat denken en cognitie niet alleen plaatsvinden in de
hersenen, maar ook afhankelijk zijn van het lichaam en de interactie met de omgeving.
Onze fysieke lichaamservaringen en sensorimotorische interacties beïnvloeden hoe we
denken, leren en beslissingen nemen. Dit verschilt van traditionele cognitieve theorieën
die de geest zien als los van het lichaam.
Wetenschapsfilosofie 4
Samenvatting wetenschapsfilosofie
Inhoudsopgave
BELANGRIJKE TERMEN ................................................................................................................. 2
BELANGRIJKE FILOSOFEN ............................................................................................................ 5
OEFENTENTAMEN ........................................................................................................................ 7
KERNWOORDEN PER COLLEGE UIT OEFENTENTAMEN ................................................................. 17
COLLEGE 01 POSITIVISME – 4 – 09 – 2024 ..................................................................................... 22
COLLEGE 02 WAARDEN IN DE WETENSCHAP – 6 – 09 – 2024 ......................................................... 35
COLLEGE 03 LICHAAM EN GEEST – 11-09-2024 ............................................................................. 48
COLLEGE 04 OORZAKEN EN REDENEREN – 14 – 09 – 2024 ............................................................. 58
COLLEGE 05 DATA EN HYPOTHESEN – 18-09-2024 ........................................................................ 68
COLLEGE 06 WAARNEMEN IS DUIDEN – 20-09-2024 ..................................................................... 81
COLLEGE 07 FEITEN EN CONSTRUCTIES – 25-09-2024 .................................................................... 93
COLLEGE 08 ECHTE, SLECHTE EN PSEUDOWETENSCHAP – 27-09-2024 ...................................... 103
COLLEGE 09 – DE GELAAGDE WERELD – 02-10-2024 ................................................................... 118
COLLEGE 10 – VERKLARING – 04-10-2024 .................................................................................... 127
COLLEGE 11 – WETENSCHAP EN SAMENLEVING – 09-10-2024 .................................................... 142
COLLEGE 12 – WETENSCHAPPELIJKE PEDAGOGIEK – 11-10-2024................................................ 156
Wetenschapsfilosofie 1
,Fred Hasseman & Wim de Muijnck
Belangrijke termen
1. Positivisme
Positivisme is een filosofische stroming die stelt dat kennis alleen kan worden
verworven door middel van empirische waarneming en wetenschappelijke methoden.
Volgens positivisten moet wetenschap zich richten op feiten die objectief
waarneembaar en meetbaar zijn, en niet op speculatie, subjectieve interpretatie of
metafysische overwegingen. Auguste Comte wordt vaak gezien als de grondlegger van
het positivisme.
2. Funderingsdenken
Funderingsdenken is een filosofische benadering waarin wordt gezocht naar een
onbetwistbare basis (fundament) voor kennis. De gedachte is dat er zekere, onwrikbare
waarheden bestaan waarop andere kennis kan worden gebouwd. Dit idee komt veel
voor in traditionele epistemologie, waar men probeert uit te vinden welke kennis
absoluut zeker is.
3. Normativiteit
Normativiteit verwijst naar het voorschrijven van regels, normen of standaarden over
hoe iets zou moeten zijn. In wetenschappelijke of filosofische context betekent dit vaak
dat er niet alleen wordt beschreven wat er gebeurt (zoals in descriptieve wetenschap),
maar ook wordt beoordeeld wat wenselijk, goed of correct is. Normatieve uitspraken
zijn vaak waardeoordelen.
4. Deductie
Deductie is een redeneringsproces waarbij je van algemene principes of wetten naar
specifieke conclusies gaat. Als de uitgangspunten waar zijn, moet de conclusie
logischerwijs ook waar zijn. Een voorbeeld: als alle mensen sterfelijk zijn (algemene
stelling) en Socrates een mens is (specifiek geval), dan is Socrates sterfelijk (conclusie).
Wetenschapsfilosofie 2
,Fred Hasseman & Wim de Muijnck
5. Inductie
Inductie is een redeneringsproces waarbij je van specifieke waarnemingen naar een
algemene conclusie gaat. Het is de basis voor veel wetenschappelijk onderzoek: op
basis van een aantal specifieke gevallen (bijvoorbeeld dat alle waargenomen zwanen
wit zijn) trek je de conclusie dat alle zwanen wit zijn. Inductie is echter nooit volledig
zeker, omdat toekomstige observaties de regel kunnen weerleggen.
6. Abductie
Abductie is een vorm van redenering waarbij je de beste mogelijke verklaring zoekt voor
een waargenomen fenomeen. Het verschilt van deductie en inductie omdat het niet
met zekerheid of waarschijnlijkheid werkt, maar met plausibiliteit. Een voorbeeld is:
"Als het gras nat is, kan het zijn dat het heeft geregend" (je neemt de meest
waarschijnlijke oorzaak aan).
7. Bayesiaans redeneren
Bayesiaans redeneren is een probabilistische manier van redeneren die gebruik maakt
van Bayes' theorema. Dit houdt in dat je bestaande kennis of verwachtingen (prior
beliefs) aanpast op basis van nieuwe informatie (evidence). Je begint met een initiële
waarschijnlijkheid en past deze aan wanneer je nieuwe data krijgt. Het is een manier om
rationeel met onzekerheid om te gaan.
8. Empirisch-analytische wetenschapsopvatting
Dit is een visie op wetenschap waarin de nadruk ligt op empirisch onderzoek en
analytische methoden. Het doel is om objectieve, meetbare feiten te ontdekken door
middel van observatie en experiment. De wetenschappelijke methode en logische
analyse spelen hierin een centrale rol. Deze opvatting sluit aan bij het positivisme en is
vooral dominant in de natuurwetenschappen.
9. Geesteswetenschappelijke wetenschapsopvatting
De geesteswetenschappelijke wetenschapsopvatting legt de nadruk op het begrijpen
van menselijk gedrag, cultuur en geschiedenis door interpretatie. In tegenstelling tot de
empirisch-analytische benadering, draait het hier om kwalitatieve methoden en
subjectieve ervaring. Begrip, betekenisgeving en historische context spelen een
belangrijke rol. Dit komt vaak voor in disciplines als filosofie, literatuurwetenschap en
geschiedenis.
Wetenschapsfilosofie 3
, Fred Hasseman & Wim de Muijnck
10. Kritische wetenschapsopvatting
De kritische wetenschapsopvatting gaat verder dan het beschrijven van de
werkelijkheid en wil ook kritisch reflecteren op de maatschappij. Het is een benadering
waarin wetenschappers de maatschappelijke structuren die machtsverhoudingen en
ongelijkheid in stand houden, analyseren en bekritiseren. Denk hierbij aan de
Frankfurter Schule en denkers zoals Jürgen Habermas.
11. Postacademische wetenschapsopvatting
Deze opvatting erkent dat wetenschap zich niet alleen binnen de muren van
universiteiten afspeelt, maar ook buiten de academische wereld een grote rol speelt.
Wetenschappelijke kennis wordt toegepast in maatschappelijke contexten, zoals de
industrie, beleid of het bedrijfsleven. Wetenschap is niet langer puur autonoom en
raakt verweven met politieke en economische belangen.
12. Cognitivisme
Cognitivisme is een psychologische en filosofische stroming die menselijke kennis en
leren ziet als een proces van informatieverwerking. Het onderzoekt hoe mensen kennis
opbouwen, opslaan en gebruiken, vaak met behulp van computermodellen om de
werking van de geest te beschrijven. In het cognitivisme worden mentale processen
zoals denken, herinneren en probleemoplossing centraal gesteld.
13. Belichaamde cognitie
Belichaamde cognitie is het idee dat denken en cognitie niet alleen plaatsvinden in de
hersenen, maar ook afhankelijk zijn van het lichaam en de interactie met de omgeving.
Onze fysieke lichaamservaringen en sensorimotorische interacties beïnvloeden hoe we
denken, leren en beslissingen nemen. Dit verschilt van traditionele cognitieve theorieën
die de geest zien als los van het lichaam.
Wetenschapsfilosofie 4