Hoorcollege 1 l Introductie Sociale Netwerken
Dit college:
● Introductie sociale netwerken
● Geschiedenis van onderzoek naar sociale netwerken
Geschiedenis van netwerkonderzoek (Moser):
Wat zijn netwerken?
- Een set van actoren (mensen, organisaties, computers, dieren etc.)
- Via het sociale netwerk hebben anderen invloed op je eigen leven (een
beslissing die je raakt → machtsposities) → deze invloed kan vooral
impliciet zijn.
Dus, netwerken zijn:
- Patronen van relaties
- Positie in het netwerk is afhankelijk van anderen
- Via het sociale netwerk hebben anderen expliciet en impliciet invloed op je eigen
leven.
Waarom zijn netwerken belangrijk?
● Bepaal je zelf op wie je stemt bij verkiezingen?
● Wie bepaalt voor welke organisatie je in de toekomst gaat werken?
➔ Kortom: netwerken beïnvloeden je hele leven, ook al heb je dat niet door.
Hoe kunnen we netwerken analyseren (college 7) → Filmpje: Network theory, Marc
Samet
- Alle nodes (onderdelen van het netwerk) vervolgen → wiskunde: hoe bereken je
bepaalde maten over netwerk en wat is de achterliggende theorie?
- Netwerken tussen mensen, woorden (zoektermen op google), organisaties.
De geschiedenis van sociale netwerken:
1) Het netwerkdenken en het begrip dat mensen afhankelijk van elkaar zijn is al heel
erg lang, maar het onderzoek naar netwerken begon in ongeveer 1890 in de
sociologie met twee filosofen: Durkheim en Simmel
○ Zij hebben er over nagedacht hoe het is wanneer mensen bij elkaar komen,
verbonden zijn en wanneer ze verschillende klassen/groepen doorkruisen.
2) De periode na de oorlogen: wanneer de antropologie aan de haal gaat met
netwerkonderzoek: antropologie, sociologie, sociale psychologie: empirische
studies:
- eerste periode: filosofen die nadenken
- tweede periode: het gaan bekijken van netwerken (volksstammen, dorpen etc.)
, ○ Sociogram: cirkels (cirkel = mens) → deze cirkels noemen we nodes
(actoren in het netwerk), deze staan verbonden door ties (banden).
Eerste keer dat mensen sociale relaties tussen mensen hebben
afgebeeld.
Belangrijk punt bij netwerkonderzoek: jezelf afvragen → wie zijn
de nodes?, wat zijn de banden tussen de nodes?, en wat is de context /
het netwerk zelf?
3) Derde periode: diversificatie → ontwikkeling aan
toename van theorieën (in het begin sociologie, daarna antropologie en
sociale psychologie, zo gaat dat steeds verder → bètastudies erbij) → als
je bijv. meer dan 15 personen hebt, wordt een sociogram onoverzichtelijk:
sociomatrix:
○ In een sociomatrix kun je ook banden weergeven. Aan de linkerkant staan
een reeks namen (actor-bij-actor netwerk). Op het moment dat 2 actoren een
band hebben, zie je een 1.
4) Grootschalige studies / surveys: gaat nu nog steeds
verder (veel onderzoek naar ‘big data’ →
misschien wel de vijfde periode van
netwerkonderzoek. We zijn namelijk al wel voorbij
surveys (enquêtes, vragenlijsten). Deze worden
nog wel gedaan maar de grootste ontwikkelingen
zitten op de big data toepassingen.
○ Duurzame theorieën: sociaal kapitaal: geeft een
goede verklaring waarom netwerken zo belangrijk
zijn (je hebt het niet door): er zijn dingen gaande die je niet doorhebt en die
toch maken dat je consequenties voelt van het ingebed zijn of niet ingebed
zijn in een netwerk.
Voorbeeld: ‘how bridging members in
online groups increase knowledge
diversity’ → Enterprise Social Networks (ESN):
groepen maken (bijv. over een project, je werk)
→ informatie delen in groepen op een online
platform.
Kennisdiversiteit maakt uit voor hoe je in je groep kunt functioneren. Daarvoor is het
belangrijk om te kijken naar de groepsgrootte. Mensen die meerdere groepen verbinden
kunnen heel belangrijk zijn (bridging members).
- Moderatie effect: in empirische studies (een effect wat je statistisch kan berekenen)
- Groepsgrootte heeft een positief en significant effect. Het aantal bridging
members heeft een negatief effect op kennisdiversiteit (?).
, - Mediatie effect: het aantal bridging members op kennisdiversiteit is positief en
significant (hoe meer bridging members, hoe diverser de kennis). Maar dat effect
wordt ook verklaard door de snelheid waarmee kennis binnen wordt gehaald.
- Wanneer een andere variabele je uitkomstvariabele verklaard, spreken we
van een mediatie effect.
De kern van netwerkonderzoek: recent empirische toepassing op basis van ‘big
data’ → heel wat anders dan 130 jaar geleden. Maar wel nog steeds hetzelfde
effect.
Hoorcollege 2 l Sociaal Kapitaal
Vandaag:
- Introductie sociaal kapitaal (SK)
- Basics m.b.t. de connectie tussen sociale netwerken (SN) → sociaal kapitaal (SK)
- Totstandkoming relaties (‘ties’) en sociaal kapitaal (SK)
In het boek staan vaak begrippen in het Nederlands, in de literatuur niet → zowel
de Nederlandse als de Engelse term kennen.
Wat moet je kunnen na dit college?
- Uitleggen wat sociaal kapitaal is, incl. voorbeelden.
- Wat het verschil is tussen toegang tot en het mobiliseren van SK
- Basisbegrippen t.a.v. sociale netwerken (o.a. graph, node, tie).
- Basisbegrippen t.a.v. ‘social ties’ / relaties (homophily, foci).
Wat is sociaal kapitaal?
Nan Lin: ‘social capital is defined as resources embedded in one’s social networks,
resources that can be accessed or mobilized through ties in the networks’ and ‘then
generate a return for the actor’
'A friends bike is social capital' → je hebt een link met de hulpbron (vriendschap),
deze persoon heeft een 'tie' met de hulpbron (de fiets) en je kan er iets mee.
Sociaal kapitaal theorie:
,De theorie komt erop neer dat mensen relaties met anderen aangaan omdat deze een
specifieke vorm van kapitaal vormen. Door deze relaties kunnen mensen hulp krijgen en
zodoende uiteenlopende doelen bereiken die ze anders niet of moeilijker zouden kunnen
bereiken.
- H2 l Investeringshypothese: mensen gaan vooral relaties aan als mensen daar op
één of andere manier beter van worden.
- H2 l Sociale hulpbronnen-hypothese
Sociaal kapitaal: netwerken/relaties, hulpbronnen, uitkomsten.
- Voorbeeld bonnetje Japans restaurant
Sociaal kapitaal komt voort uit sociale netwerken:
- Wie ken je en wat hebben zij te bieden?
- Later in de cursus: netwerkkenmerken en posities
Sociaal kapitaal is geen uitkomst:
- Het is iets in je netwerk wat 'ligt te wachten' om gebruikt te worden.
Echter: sociaal kapitaal kan gemobiliseerd worden om een uitkomst te bereiken.
Dus: 3 elementen
Sociale netwerken → hulpbronnen →
uitkomsten
Toegang versus gemobiliseerde hulpbronnen → hulpbronnen ingebed in
sociale netwerken: accessed resources / mobilized resources:
Accessed versus mobilized (Lin)
- Aanwezig versus feitelijk ingezet → bijv. ik ken een vermogend persoon
maar diegene wil mij geen geld lenen.
Soms kan aanwezigheid al effect hebben:
- Bijv. met perceived (social) support versus received (social) support ('a friend in
need is a friend indeed')
- Perceived support: het idee van: ‘mocht ik een keer in de problemen komen,
heb ik goede vrienden die mij dan zeker kunnen helpen.’
- Received support: de mobilisatie van hulpbronnen
- Perceived- en received support kunnen beide welzijn vergroten → zie
college 4.
Waarom gebruiken we de term 'kapitaal'?
- Metafoor 'sociaal kapitaal' benadrukt de waarde van sociale relaties
- Investeren in sociaal kapitaal:
- het boek benadrukt: mensen investeren in sociaal kapitaal als ze er beter
leven door krijgen (relaties met mensen onderhouden). Als je niks investeert
in sociaal kapitaal devalueert het.
- Doorlopende sociale interacties (doelbewust of 'bijeffect')
, - Accumuleren mogelijk maar devalueert ook (steeds verder opbouwen of het
neemt af).
- Ruilmiddel: Coleman → 'credit slips'
- Soms alternatief financieel kapitaal:
- Bijv: kinderoppas nodig → een betaalde oppas inhuren of een goede
vriend vragen om op te passen.
Crossley: '(Net)working out' → ‘social capital in a private health club
(fitnesscentrum)’
● Faciliterende functies / ‘resources’ (hulpbronnen faciliteren ook een bepaald doel)
zijn de essentie van sociaal kapitaal.
Wat moet je van dit artikel weten?
● Welke functie dient sociaal kapitaal en waarom?
● Hoe kwam sociaal kapitaal tot stand? Welke factoren droegen daaraan bij?
● Wat zijn de voor- en nadelen van ‘brokerage’?
Hoe kun je sociale netwerken en hulpbronnen in kaart brengen?
- Voorbeeld Jackson Pollock: Jackson Pollock → Lee Krasner (wife) → Reuben
Kadish (old friend) → Howard Putzel (important in art world) → Peggy
Guggenheim (Gallery Modern Art)
- Sociaal kapitaal kan op deze manier ook komen van iemand die je niet direct kent.
Sociogram:
- Cirkels = nodes, actors.
- Lijntjes = ties, edges, links, dyads.
- Afhankelijk van de hulpbron die je nodig hebt,
zijn verschillende typen contacten bruikbaar.
- Verschillende typen contacten zijn goed
voor verschillende uitkomsten. Je hebt
nooit ‘type’ sociaal kapitaal dat voor
alles goed is → sociaal kapitaal als
‘heterogeen goed’.
3 standaard instrumenten om sociaal kapitaal te meten: name generator, position generator,
resource generator.
Resource generator: lijst met hulpbronnen
Waarom een cursus over sociaal kapitaal?
Theorieën en inzichten uit SK literatuur zijn zeer breed
inzetbaar:
- Waarom zijn sommige individuen succesvoller
in hun loopbaan dan anderen? ...
- zijn sommige bedrijven meer succesvol dan
andere? ...