urigenitale functies
1. vochtinname
Te veel water innemen is een probleem bij hartfalen en nierinsufficiëntie. Functie van
voldoende vocht en zouten (m.n. uit voeding) innemen = verlies compenseren.
Zelfzorg
Voor een goede zelfzorgfunctie moet de patiënt aan een aantal voorwaarden voldoen:
- Helder bewustzijn
- Mobiliteit om vocht te verkrijgen en naar de mond te brengen
- Dorstgevoel die optreedt wanneer >2% van het lichaamsgewicht aan water onttrokken
is aan de weefsels. De dorstprikkel wordt gereguleerd in het dorstcentrum in de
hypohtalamus, die reageert op 3 prikkels:
o Na activering van de osmosensoren in de hypothalamus bij verhoging van de
osmolariteit van het extracellulaire compartiment
o Na activering van de baroreceptoren in de aortaboog bij een te lage RR en/of
extracellulair volume
o Na stimulatie van RAAS door renale hypoperfusie, waarna angiotensine II het
dorstcentrum stimuleert
Een verhoogde dorstprikkel is verdacht voor DM. >70jr neemt de dorstprikkel af en
wordt de huid dunner risico uitdroging. Depressiviteit kan dit versterken.
- Intacte slikreflex
Verliezen en behoefte
De vochtbehoefte staat gelijk aan de verliezen en wordt bepaald door leeftijd, geslacht,
lichamelijke activiteit, temperatuur, ziekte, ondervoeding, (inhaal)groei/gewenste
gewichtstoename, verliezen aan energie en voedingsstoffen of voedingsstofbeperkingen. De
wateromzetting bij een volwassenen is 1:30 (1L vocht per 30kg lichaamsgewicht). Bij
kleine kinderen is dit 1:10.
Nierpatiënten wordt afgeraden vruchtensappen te drinken vanwege het hoge K-gehalte.
Voorbeelden van functiestoornissen m.b.t. vochtinname
- te ziek om te drinken (algehele malaise, pijn bij slikken, lichamelijke handicap,
bewustzijnsstoornissen en dyspneu).