Onderwijskunde
Hoofdstuk 1 t/m 7 + 11
Hoofdstuk 1 Didactische werkvormen omschrijving
Een didactische werkvorm luidt als volgt.
‘een principiële weg, die docent en leerlingen samen bewandelen, om de in het
schoolwerkplan omschreven onderwijsdoelen – voor wat betreft vorming en opvoeding – te
bereiken, en om de in het schoolwerkplan omschreven inhouden over te dragen,
respectievelijk zich eigen te maken, op een doelgerichte en effectieve wijze.’
In een schoolwerkplan staat de visie en vormgeving van het onderwijs op die school.
Een onderwijsaspect is de activiteit van de docent en een leeraspect is de activiteit van de
leerling.
Een opvoedingsaspect is het uitstralingseffect en een vormingsaspect is het zich eigen
maken van kennis, vaardigheden en attitudes.
Een objectief aspect wordt bepaald door doel en inhoud en een subjectief aspect heeft
betrekking op de docent.
, Hoofdstuk 2 Didactische werkvormen en pedagogisch handelen
De school en leerkracht zorgt voor structuur, respect en veiligheid in een inspirerende
leeromgeving. In de interactie tussen mens en wereld zorgt de leerkracht ervoor dat de
leerling zich prettig en veilig voelt en een positief zelfbeeld krijgt.
Een leerkracht streeft pedagogische doelen na. Algemene pedagogische doelen moeten
eerst vertaald worden in een concrete vormgeving voor het onderwijsleerproces.
- Cognitieve doelen. Deze hebben betrekking op inzicht, denken, redeneren,
geheugen, weten enzovoort.
Gedragingen hierbij kunnen zijn: iets herkennen, iets weergeven of omschrijven,
inzicht tonen, iets kunnen toepassen of interpreteren, onderscheid kunnen maken,
iets kunnen beoordelen enzovoort.
Hierbij kun je de volgende werkvormen kiezen: spreukbeurt, uiteenzetting, discussie
in groepen, discussie met open stoel, educatieve speurtocht, schrijven recensie,
inhoudsanalyse enzovoort.
- Affectieve doelen. Deze hebben betrekking op gevoelens, emoties, interesses,
overtuigingen, attitudes enzovoort.
Gedragingen hierbij kunnen zijn: interesse tonen, initiatief durven nemen,
verschillende accepteren, iets op prijs stellen, kritisch zijn, gevoelens tonen
enzovoort.
Hierbij kun je de volgende werkvormen kiezen: dramatiseren, declameren, vertellen,
prioriteitenspel, rollenspel, discussie, gevalsmethode, brainstorm,
hersenhooswerkvorm, waarderingswerkvorm enzovoort.
- Sociale doelen. Deze hebben betrekking op samenwerken en samenleven.
Gedragingen hierbij kunnen zijn: kunnen samenwerken, kunnen luisteren, leiding
kunnen geven, behulpzaamheid tonen, kunnen discussiëren, elkaar respecteren
enzovoort.
Hierbij kun je de volgende werkvormen kiezen: partnerwerk, rollenspel, groepswerk,
belevingsanalyse, discussie en simulatiespel.
2.1 Waardenhantering als illustratie
Pedagogische doelen hebben betrekking op algemene waarden en normen.
Een waarde is een gemeenschappelijk idee dat in een bepaald deel van de samenleving
heerst omtrent wat goed, juist en daarom nastrevenswaardig is.
Een norm is een regel voor gedrag. Je maakt ze zelf of met elkaar, om waarden te kunnen
handhaven.
Je attitude is je houding ten opzichte van iets of iemand (positief of negatief).
Het is belangrijk dat de leerlingen over bepaalde waarden en normen praten. Dit gebeurt aan
de hand van werkwijzen.
- Waardenverheldering. Het bewust worden en herkennen van eigen waarden.
- Waardenontwikkeling. Het gaat hierbij om de confrontatie met waarden van anderen.
- Waardencommunicatie. Een discussie over waarden in het algemeen.
Voorwaarden voor het gebruik van deze werkvormen.
- Onderling vertrouwen.
- Zekere houding van acceptatie en openheid.
- Niet individueel, maar het hele team.
Hoofdstuk 1 t/m 7 + 11
Hoofdstuk 1 Didactische werkvormen omschrijving
Een didactische werkvorm luidt als volgt.
‘een principiële weg, die docent en leerlingen samen bewandelen, om de in het
schoolwerkplan omschreven onderwijsdoelen – voor wat betreft vorming en opvoeding – te
bereiken, en om de in het schoolwerkplan omschreven inhouden over te dragen,
respectievelijk zich eigen te maken, op een doelgerichte en effectieve wijze.’
In een schoolwerkplan staat de visie en vormgeving van het onderwijs op die school.
Een onderwijsaspect is de activiteit van de docent en een leeraspect is de activiteit van de
leerling.
Een opvoedingsaspect is het uitstralingseffect en een vormingsaspect is het zich eigen
maken van kennis, vaardigheden en attitudes.
Een objectief aspect wordt bepaald door doel en inhoud en een subjectief aspect heeft
betrekking op de docent.
, Hoofdstuk 2 Didactische werkvormen en pedagogisch handelen
De school en leerkracht zorgt voor structuur, respect en veiligheid in een inspirerende
leeromgeving. In de interactie tussen mens en wereld zorgt de leerkracht ervoor dat de
leerling zich prettig en veilig voelt en een positief zelfbeeld krijgt.
Een leerkracht streeft pedagogische doelen na. Algemene pedagogische doelen moeten
eerst vertaald worden in een concrete vormgeving voor het onderwijsleerproces.
- Cognitieve doelen. Deze hebben betrekking op inzicht, denken, redeneren,
geheugen, weten enzovoort.
Gedragingen hierbij kunnen zijn: iets herkennen, iets weergeven of omschrijven,
inzicht tonen, iets kunnen toepassen of interpreteren, onderscheid kunnen maken,
iets kunnen beoordelen enzovoort.
Hierbij kun je de volgende werkvormen kiezen: spreukbeurt, uiteenzetting, discussie
in groepen, discussie met open stoel, educatieve speurtocht, schrijven recensie,
inhoudsanalyse enzovoort.
- Affectieve doelen. Deze hebben betrekking op gevoelens, emoties, interesses,
overtuigingen, attitudes enzovoort.
Gedragingen hierbij kunnen zijn: interesse tonen, initiatief durven nemen,
verschillende accepteren, iets op prijs stellen, kritisch zijn, gevoelens tonen
enzovoort.
Hierbij kun je de volgende werkvormen kiezen: dramatiseren, declameren, vertellen,
prioriteitenspel, rollenspel, discussie, gevalsmethode, brainstorm,
hersenhooswerkvorm, waarderingswerkvorm enzovoort.
- Sociale doelen. Deze hebben betrekking op samenwerken en samenleven.
Gedragingen hierbij kunnen zijn: kunnen samenwerken, kunnen luisteren, leiding
kunnen geven, behulpzaamheid tonen, kunnen discussiëren, elkaar respecteren
enzovoort.
Hierbij kun je de volgende werkvormen kiezen: partnerwerk, rollenspel, groepswerk,
belevingsanalyse, discussie en simulatiespel.
2.1 Waardenhantering als illustratie
Pedagogische doelen hebben betrekking op algemene waarden en normen.
Een waarde is een gemeenschappelijk idee dat in een bepaald deel van de samenleving
heerst omtrent wat goed, juist en daarom nastrevenswaardig is.
Een norm is een regel voor gedrag. Je maakt ze zelf of met elkaar, om waarden te kunnen
handhaven.
Je attitude is je houding ten opzichte van iets of iemand (positief of negatief).
Het is belangrijk dat de leerlingen over bepaalde waarden en normen praten. Dit gebeurt aan
de hand van werkwijzen.
- Waardenverheldering. Het bewust worden en herkennen van eigen waarden.
- Waardenontwikkeling. Het gaat hierbij om de confrontatie met waarden van anderen.
- Waardencommunicatie. Een discussie over waarden in het algemeen.
Voorwaarden voor het gebruik van deze werkvormen.
- Onderling vertrouwen.
- Zekere houding van acceptatie en openheid.
- Niet individueel, maar het hele team.