Humane Anatomie en Fysiologie:
Hoorcollege 1: 3-2-2020
Terwijl anatomie de structuur (morfologie) van cellen, weefsels en organen (micro- en
macroscopisch), bestudeert, houdt de fysiologie zich bezig met de werking (functies) van cellen,
weefsels en organen.
De familie ‘Karel’:
- Karel: 48 jaar, schouderprobleem, hartinfarct
- Asha: 40 jaar, vrouw van Karel, COPD, pneumonie, diafragma zwakte
- Jan: 14 jaar, zoon, knikker doorgeslikt, knieblessure, zenuw aanval
- Naomi: 10 jaar, dochter, afwijking in hartgeleiding
- Kendall: 0 jaar, dochter, verkeerde hartaanleg bij geboorte
- Opa Ab: 75 jaar, vader van Karel, artrose
- Oma Hannie: 72 jaar, moeder van Karel, osteoporose
De familie heeft een vrij opvallende leefstijl, gekenmerkt door:
- Weinig lichamelijke activiteit (behalve Jan, die zit op voetballen)
- Slechte voeding
En voor de volwassenen ook:
- Frequent roken
- Veel alcoholgebruik
Fysio = functie, logie = leer
Terwijl de histologie en de anatomie het uiterlijk en de structuur van organismen, organen en
weefsels beschrijft, houdt de fysiologie zich bezig met de werking en de mechanismen ervan.
Homeostasis: ‘de constantheid van het milieu intérieur is de noodzakelijke voorwaarde voor een
leven in vrijheid’.
Indien de homeostasis verstoord is spreken we niet meer van fysiologie maar van pathofysiologie.
Intracellulaire vloeistof: alle vloeistof die in de cellen zit: 28 l.
Interstitiële vloeistof: alle vloeistof die om de cellen heen zit: 11 l, 2 liter hiervan zit in de bloedcellen.
- Plasma: soort interstitiële vloeistof maar dan in bloedvat: 3 l.
Homeostasis is op alle niveaus: niet alleen op orgaan(stelsel) niveau, maar ook op cellulair niveau.
Regelmechanismen: op alle niveaus:
- Gesloten (kring)
Negatieve feed-back (terugkoppeling): gaat tegen de verstoring in
Positieve feed-back: gaat met de verstoring mee
- Open: feed-forward (anticipatie)
,Homeostasis op cellulair niveau:
Verdeling van ionen over extra/intracellulaire vloeistof weten van Na +, K+, Ca2+, Cl-, glucose. (niet uit
hoofd leren, weten waar meer zit en waar minder, verhouding weten, intra/extracullair).
Diffusie: van een hoge concentratie naar lage concentratie, kost geen energie.
Netto flux: J = A x kp x (c1-c2)
- A: oppervlakte
- Kp: constante
- C1 – c2: concentratieverschil
Membranen zijn de grootste barrières voor de diffusie van glucose.
- Gassen kunnen door membraan diffunderen (CO 2, N2, O2)
- Kleine ongeladen polaire moleculen kunnen door membraan (ethanol, ureum)
- Grote ongeladen polaire moleculen, ionen, water, geladen polaire moleculen kunnen niet
zomaar door membraan. Ze zijn negatief geladen en worden daarom afgestoten.
Ook binnenin de cel is er verdeling van moleculen. Binnen de cel zijn dus ook concentratieverschillen
en evenwichten.
Er zijn verschillende ion kanalen:
- Ligand-gated: bij een signaal
- Always open (‘leak channels’): alles kan hier doorheen gaan
- Mechanically-gated: bij druk
- Voltage-gated: bij concentraties
Gemedieerd/gefaciliteerd transport:
- Van hoge concentratie naar lage concentratie
- Kanaal verandert van vorm als er een signaal is gebonden
- Binding-site verandert ook
- Dus bindingsterkte verandert ook
- Flux afhankelijk van:
Verzadiging bindingsplaats: concentratie, bindingsaffiniteit
Aantal transporters
Snelheid configuratie verandering (gating)
Primair actief transport:
- Van lage concentratie naar hoge concentratie
- Specifieke transporter nodig
- Energie nodig
- Bindingsite is nog niet optimaal
- Fosfaat bind aan het eiwit, dus er vind een vormverandering vrij, waardoor de bindingsite
een hogere affiniteit krijgt
- Fosfaat wordt daarna weer weggehaald en vorm gaat weer terug
- Flux afhankelijk van:
Aantal transporters
Verzadiging bindingsites
Gating: frequentie en duur
, ATP
Na+/K+-ATPase pomp:
- Natrium aan de binnenkant wordt naar buiten gepompt
- Van een lage concentratie naar een hoge concentratie
- Er kunnen 3 natriummoleculen binden
- Hierna vindt vormverandering plaats en wordt natrium weer losgelaten
- Bindingsite kalium krijgt hoge affiniteit
- Er komt een conformatieverandering
- 2 kalium van lage concentratie naar hoge concentratie
- Kost energie in de vorm van ATP
Secundair actief transport:
- Natrium van buiten naar binnen, calcium van binnen naar buiten
- Natrium wordt later bij primair actief transport weer naar buiten gepompt, dit kost energie
Diffusie door membranen:
- Lipide bi-laag vrijwel niet permeabel voor polaire stoffen
- Concentratie gradiënt
- Membraan potentiaal: concentratieverschil en ladingverschil binnen en buiten cel
Elektrochemische gradiënt: concentratie gradiënt en membraan potentiaal.
Rust membraan potentiaal:
- Negatief membraan potentiaal
- Positief buiten, negatief binnen
Depolarisatie membraan potentiaal:
- Membraan potentiaal verandert
- Dan gaat de cel zijn functie doen
- Ladingsverschil tussen membranen is niet meer aanwezig
Prikkelgeleiding in een zenuw:
- Signaal wordt steeds doorgegeven
- In een myeline zenuw worden er stukken overgeslagen
Hoorcollege 2: 5-2-2020
Anatomie:
- Bestuderen van lichaamsstructuren
Macroscopisch tot microscopisch
Klinische anatomie
Anatomie embryologie
, Fysiologie:
- Biochemie
- Biologie
- Chemie
- Genetica
Integumentum:
- Bescherming of afscherming
- Bevat onder andere: huid, haar, zweetklieren, nagels
- Functie:
Beschermen tegen gevaren
Reguleert lichaamstemperatuur
Levert informatie uit gevoel
Skeletsysteem:
- Bevat onder andere: botten, kraakbeen, ligamenten, beenmerg
- Functie:
Ondersteuning en bescherming
Opslag calcium en andere mineralen
Vormen van bloedcellen
Spiersysteem:
- Bevat onder andere: skeletspieren, pezen
- Functie:
Mogelijk maken van beweging
Beschermen en ondersteunen
Warmte genereren ten behoeve van lichaamstemperatuur
Zenuwstelsel:
- Bevat onder andere: brein, ruggenmerg, perifere zenuwen, zintuigen
- Functie:
Vormt directe respons op stimuli
Reguleert activiteiten andere orgaansystemen
Voorziet en interpreteert externe stimuli
Endocrien systeem:
- Bevat onder andere: hypofyse, pancreas, schildklier, bijnieren
- Functie:
Reguleert effect van organen op lange termijn
Past activiteit van stofwisseling aan
Speelt grote rol in ontwikkeling
Lymfatisch systeem:
- Bevat onder andere: milt, thymus, lymfevaten, tonsillen
- Functie:
Verdediging tegen infectie en ziekte
Geeft weefselvloeistof af aan bloedbaan
Hoorcollege 1: 3-2-2020
Terwijl anatomie de structuur (morfologie) van cellen, weefsels en organen (micro- en
macroscopisch), bestudeert, houdt de fysiologie zich bezig met de werking (functies) van cellen,
weefsels en organen.
De familie ‘Karel’:
- Karel: 48 jaar, schouderprobleem, hartinfarct
- Asha: 40 jaar, vrouw van Karel, COPD, pneumonie, diafragma zwakte
- Jan: 14 jaar, zoon, knikker doorgeslikt, knieblessure, zenuw aanval
- Naomi: 10 jaar, dochter, afwijking in hartgeleiding
- Kendall: 0 jaar, dochter, verkeerde hartaanleg bij geboorte
- Opa Ab: 75 jaar, vader van Karel, artrose
- Oma Hannie: 72 jaar, moeder van Karel, osteoporose
De familie heeft een vrij opvallende leefstijl, gekenmerkt door:
- Weinig lichamelijke activiteit (behalve Jan, die zit op voetballen)
- Slechte voeding
En voor de volwassenen ook:
- Frequent roken
- Veel alcoholgebruik
Fysio = functie, logie = leer
Terwijl de histologie en de anatomie het uiterlijk en de structuur van organismen, organen en
weefsels beschrijft, houdt de fysiologie zich bezig met de werking en de mechanismen ervan.
Homeostasis: ‘de constantheid van het milieu intérieur is de noodzakelijke voorwaarde voor een
leven in vrijheid’.
Indien de homeostasis verstoord is spreken we niet meer van fysiologie maar van pathofysiologie.
Intracellulaire vloeistof: alle vloeistof die in de cellen zit: 28 l.
Interstitiële vloeistof: alle vloeistof die om de cellen heen zit: 11 l, 2 liter hiervan zit in de bloedcellen.
- Plasma: soort interstitiële vloeistof maar dan in bloedvat: 3 l.
Homeostasis is op alle niveaus: niet alleen op orgaan(stelsel) niveau, maar ook op cellulair niveau.
Regelmechanismen: op alle niveaus:
- Gesloten (kring)
Negatieve feed-back (terugkoppeling): gaat tegen de verstoring in
Positieve feed-back: gaat met de verstoring mee
- Open: feed-forward (anticipatie)
,Homeostasis op cellulair niveau:
Verdeling van ionen over extra/intracellulaire vloeistof weten van Na +, K+, Ca2+, Cl-, glucose. (niet uit
hoofd leren, weten waar meer zit en waar minder, verhouding weten, intra/extracullair).
Diffusie: van een hoge concentratie naar lage concentratie, kost geen energie.
Netto flux: J = A x kp x (c1-c2)
- A: oppervlakte
- Kp: constante
- C1 – c2: concentratieverschil
Membranen zijn de grootste barrières voor de diffusie van glucose.
- Gassen kunnen door membraan diffunderen (CO 2, N2, O2)
- Kleine ongeladen polaire moleculen kunnen door membraan (ethanol, ureum)
- Grote ongeladen polaire moleculen, ionen, water, geladen polaire moleculen kunnen niet
zomaar door membraan. Ze zijn negatief geladen en worden daarom afgestoten.
Ook binnenin de cel is er verdeling van moleculen. Binnen de cel zijn dus ook concentratieverschillen
en evenwichten.
Er zijn verschillende ion kanalen:
- Ligand-gated: bij een signaal
- Always open (‘leak channels’): alles kan hier doorheen gaan
- Mechanically-gated: bij druk
- Voltage-gated: bij concentraties
Gemedieerd/gefaciliteerd transport:
- Van hoge concentratie naar lage concentratie
- Kanaal verandert van vorm als er een signaal is gebonden
- Binding-site verandert ook
- Dus bindingsterkte verandert ook
- Flux afhankelijk van:
Verzadiging bindingsplaats: concentratie, bindingsaffiniteit
Aantal transporters
Snelheid configuratie verandering (gating)
Primair actief transport:
- Van lage concentratie naar hoge concentratie
- Specifieke transporter nodig
- Energie nodig
- Bindingsite is nog niet optimaal
- Fosfaat bind aan het eiwit, dus er vind een vormverandering vrij, waardoor de bindingsite
een hogere affiniteit krijgt
- Fosfaat wordt daarna weer weggehaald en vorm gaat weer terug
- Flux afhankelijk van:
Aantal transporters
Verzadiging bindingsites
Gating: frequentie en duur
, ATP
Na+/K+-ATPase pomp:
- Natrium aan de binnenkant wordt naar buiten gepompt
- Van een lage concentratie naar een hoge concentratie
- Er kunnen 3 natriummoleculen binden
- Hierna vindt vormverandering plaats en wordt natrium weer losgelaten
- Bindingsite kalium krijgt hoge affiniteit
- Er komt een conformatieverandering
- 2 kalium van lage concentratie naar hoge concentratie
- Kost energie in de vorm van ATP
Secundair actief transport:
- Natrium van buiten naar binnen, calcium van binnen naar buiten
- Natrium wordt later bij primair actief transport weer naar buiten gepompt, dit kost energie
Diffusie door membranen:
- Lipide bi-laag vrijwel niet permeabel voor polaire stoffen
- Concentratie gradiënt
- Membraan potentiaal: concentratieverschil en ladingverschil binnen en buiten cel
Elektrochemische gradiënt: concentratie gradiënt en membraan potentiaal.
Rust membraan potentiaal:
- Negatief membraan potentiaal
- Positief buiten, negatief binnen
Depolarisatie membraan potentiaal:
- Membraan potentiaal verandert
- Dan gaat de cel zijn functie doen
- Ladingsverschil tussen membranen is niet meer aanwezig
Prikkelgeleiding in een zenuw:
- Signaal wordt steeds doorgegeven
- In een myeline zenuw worden er stukken overgeslagen
Hoorcollege 2: 5-2-2020
Anatomie:
- Bestuderen van lichaamsstructuren
Macroscopisch tot microscopisch
Klinische anatomie
Anatomie embryologie
, Fysiologie:
- Biochemie
- Biologie
- Chemie
- Genetica
Integumentum:
- Bescherming of afscherming
- Bevat onder andere: huid, haar, zweetklieren, nagels
- Functie:
Beschermen tegen gevaren
Reguleert lichaamstemperatuur
Levert informatie uit gevoel
Skeletsysteem:
- Bevat onder andere: botten, kraakbeen, ligamenten, beenmerg
- Functie:
Ondersteuning en bescherming
Opslag calcium en andere mineralen
Vormen van bloedcellen
Spiersysteem:
- Bevat onder andere: skeletspieren, pezen
- Functie:
Mogelijk maken van beweging
Beschermen en ondersteunen
Warmte genereren ten behoeve van lichaamstemperatuur
Zenuwstelsel:
- Bevat onder andere: brein, ruggenmerg, perifere zenuwen, zintuigen
- Functie:
Vormt directe respons op stimuli
Reguleert activiteiten andere orgaansystemen
Voorziet en interpreteert externe stimuli
Endocrien systeem:
- Bevat onder andere: hypofyse, pancreas, schildklier, bijnieren
- Functie:
Reguleert effect van organen op lange termijn
Past activiteit van stofwisseling aan
Speelt grote rol in ontwikkeling
Lymfatisch systeem:
- Bevat onder andere: milt, thymus, lymfevaten, tonsillen
- Functie:
Verdediging tegen infectie en ziekte
Geeft weefselvloeistof af aan bloedbaan