, Thema 1: Testconstructie en testbeoordelingen
1. Wat is een essentieel verschil tussen het testdoel en het
gebruikersdoel van een test?
A) Het testdoel is altijd breder dan het gebruikersdoel
B) Het gebruikersdoel wordt bepaald door de cliënt
C) Het testdoel staat in de handleiding, het gebruikersdoel is
waarvoor de test in praktijk gebruikt wordt
D) Beide worden vastgesteld door de COTAN
2. Welke van de volgende testdoelen stelt de hoogste eisen
aan de psychometrische kwaliteit van een test?
A) Signalering
B) Inzicht krijgen
C) Groepsonderzoek
D) Selectie
3. Wat is géén onderdeel van het COTAN-beoordelingssysteem?
A) Ecologische validiteit
B) Normen
C) Begripsvaliditeit
D) Kwaliteit van het testmateriaal
4. Wat is volgens de AST-NIP géén reden om testmateriaal te
beschermen?
A) De cliënt geen verwarring te bezorgen
B) Misbruik of manipulatie te voorkomen
C) Betere terugkoppeling mogelijk te maken
D) De kwaliteit van het instrument te waarborgen
5. Wanneer is het gebruik van een test volgens de COTAN als
“onvoldoende” aan te merken?
A) Als de test alleen maar voor groepsonderzoek is bedoeld
B) Als het gebruikersdoel zwaarder is dan het testdoel en de test
hier niet voor beoordeeld is
C) Als de normgroep niet actueel is, maar de betrouwbaarheid hoog
D) Als de handleiding onvolledig is, maar de begripsvaliditeit goed
2