Week 1
Deze week is een introductie van het migratierecht en het onderwerp kort verblijf wordt besproken.
De komst van de Europese Unie heeft veel veranderd in het migratierecht na de Tweede
Wereldoorlog. Na de aanslag van 9/11 in New York kwam er een grote nadruk op veiligheid en dit is
zeer goed te zien in het migratierecht. Veiligheid is nu nog steeds heel erg belangrijk.
Migratierecht raakt aan meerdere rechtsgebieden; internationaal recht, Europees recht,
bestuursrecht en strafrecht.
Zorg dat je goed het onderscheid tussen asielzoekers en vluchtelingen onderscheid. Vluchtelingen zijn
asielzoekers, maar niet iedere asielzoeker is een vluchteling. Er zijn ook andere redenen dat mensen
migreren en dus asiel zoeken.
Er zijn drie soorten mensen binnen het migratierecht:
Unieburger: EU-nationaliteit (aanvulling op nationale burgerschap)
Derdelander: geen Unieburger
Staatlozen
Er is veel regelgeving op internationaal, Europees en nationaal niveau. Begrijp de verschillen in
toepassing van deze soorten regelgeving. Internationale verdragen moeten geratificeerd zijn door het
relevante land, voordat het van toepassing is. Bij Europese wetgeving moet je het verschil tussen
verordeningen en richtlijnen goed van elkaar onderscheiden.
Er zijn verschillende redenen waarom men migreert en toegang wil tot een ander land. Elke reden
komt met zijn eigen wet- en regelgeving.
Arbeid (unieburgers en derdelanders)
Studie/onderzoek
Kort verblijf (al dan niet op basis van Schengenvisum) (bv. familiebezoek, toeristen)
Gezinsleven (unieburgers en derdelanders)
Asiel (vluchtelingen):
o Asielzoekers of aanvrager voor internationale bescherming
o Erkende vluchtelingen/mensen met tijdelijke bescherming
o Staatlozen
(Niet voor EU-onderdanen (protocol 24 VWEU))
Deze week wordt kort verblijf behandeld.
Als eerste de Unieburger.
Voor het reizen tussen Europese landen (bv. van Nederland naar Duitsland) heeft een unieburger
alleen een identiteitsbewijs nodig. Het gaat dan reizen over binnengrenzen. In het Schengengebied
zijn er geen binnengrenzen en dus mag je vrij door het hele gebied reizen (art. 22
Schengengebiedcode (SGC).
Een rijbewijs kan voldoende zijn als dit voor inwoners van dat land ook voldoende wordt geacht zich
te identificeren. EU-landen mogen geen strengere eisen opleggen voor de identiteitsplicht op andere
EU-burgers dan hun eigen inwoners.
Als een unieburger van buiten de EU de EU in komt, gaat hij over buitengrenzen. Hij heeft dan recht
op toegang op basis van art. 5 Unieburgerrichtlijn (Uri)(Richtlijn 2004/38). Dit recht kan wel beperkt
1
,worden, als aan de voorwaarden van art. 27 Uri wordt voldaan. Deze gelden als de unieburger een
gevaar kan zijn voor openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid.
Een Unieburger kan maximaal 3 maanden in een ander EU-land verblijven zonder dat hier extra
formaliteiten aan zijn verbonden (art. 6 Uri).
Dan de derdelander.
Check eerst of de derdelander een familielid is van een unieburger (art. 2 lid 2 Uri) (als dit relevant is).
Als de derdelander een familielid is, zegt art. 5 lid 2 Uri dat een visum (wanneer deze nodig is)
gefaciliteerd moet worden. Dus de visumplicht blijft wel gelden, maar er moet wel bij
geholpen/versoepeld worden.
Voor de inreis voor kort verblijf zijn de volgende dingen cumulatief en limitatief vereist:
Art. 6 lid 1 sub a SGC: reisdocument; paspoort
Art. 6 lid 1 sub b SGC: visum wanneer dit volgens Verordening 2018/1806 vereist is. In bijlage
1 Vo 2018/1806 staan de visumplichtige landen. In bijlage 2 Vo 2018/1806 staan de landen
die zijn vrijgesteld van de visumplicht.
Art. 6 lid 1 sub c, d en e SGC: bevatten extra vereisten en dingen waarop iemands toegang
geweigerd kan worden. Dit wordt vaak gecontroleerd bij de visumaanvraag, maar ook aan de
grens.
o Sub c: doel van de reis en voldoende middelen
o Sub d: de persoon mag niet op de SIS staan
o Sub e: openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid
De vereisten voor een visum staan in art. 9 & 10 Visumcode (VC):
Aanvraagformulier (bijlage 1 VC)
Reisdocument
Foto
Vingerafdrukken
Leges (80 euro voor volwassenen, 40 euro voor kinderen)
Evt. bewijsstukken (art. 14 VC)
Bewijs toereikende en geldige reisverzekering tot dekking van ziektekosten (overeenkomstig
art. 15 VC)
Bewijsstukken, art. 14 & 15 Visumcode:
Documenten waaruit doel reis blijkt
Retourticket
Zorgverzekering
Bewijsstukken logies/verblijf
Bewijs voldoende middelen voor duur verblijf en terugreis
Informatie waaruit blijkt dat aanvrager terugkeert (sociaaleconomische banden land van
herkomst)
Het visum moet maximaal 6 maanden en minimaal 15 dagen voor vertrek worden aangevraagd (art.
9 Visumcode (Vo 2019/1155).
De derdelander mag vrij reizen binnen het Schengengebied als hij aan alle bovenstaande vereisten
voldoet die op hem van toepassing zijn, omdat er geen binnengrenzen zijn (art. 22 SGC).
Een visum geeft niet automatisch recht op toegang (art. 30 VC).
2
, Kort verblijf in het Schengengebied mag alleen 90 dagen binnen 180 dagen in het hele
Schengengebied. Dus ook als minder dan 180 dagen, maar wel 90 dagen bereikt en als minder dan 90
dagen, maar wel 180 dagen bereikt.
Na het bereiken van het maximum mag men pas weer naar het Schengengebied reizen als 180 dagen
na eerste binnenkomst zijn verstreken.
Als een asielzoeker met een verblijfsvergunning voor de lange termijn binnen de EU wil reizen, moet
deze art. 6 Uri volgen. Hij moet dan een paspoort (art. 6 lid 1 sub a SGC) en zijn verblijfsvergunning
(art. 6 lid 1 sub b SGC) meenemen. De overige vereisten van art. 6 lid 1 SGC zijn ook van toepassing.
Hij mag vrij reizen binnen het Schengengebied, omdat er geen binnengrenzen zijn (art. 22 SGC).
Landen van het Schengengebied mogelijk alleen tijdelijk grensbewaking herinvoeren. De vereisten
waaraan dan voldaan moet worden, staan in art. 25 t/m 35 SGC.
Het gevolg van de instelling van de tijdelijke grensbewaking zijn dat er aan de binnengrenzen wordt
gecontroleerd of men voldoet aan de eisen van art. 6 SGC.
Week 2
Deze week gaat over nationaliteit en staatsloosheid.
Nationaliteit:
Het is lastig om ‘nationaliteit’ te definiëren, maar de volgende definitie wordt aangehouden:
Juridische band tussen een individu (burger) en een staat
Een sociaal feit van gehechtheid (arrest Nottebohm):
o Oprechte verbinding
o Bestaan van wederzijdse rechten en plichten: bv. belasting of militaire
dienstplicht
o Juridische uitdrukking: dat het individu aan wie nationaliteit wordt verleend
nauwer verbonden is met de bevolking van de staat die de nationaliteit verleent
dan met enig andere staat
Nationaliteit resulteert het in recht om te verblijven in een staat, politieke rechten (bv. stemrecht) en
diplomatieke bescherming.
Het resulteert ook in de plichten, bijvoorbeeld om belasting te betalen of in militaire dienst te treden.
Daarnaast is nationaliteit ook een vorm van identiteit en saamhorigheid. Het onderscheidt een ‘ons’
van ‘hen’ en sluit dus ook mensen uit.
Nationaliteit kan op verschillende manieren verkregen worden. Het verschilt per staat welke soorten
zij toestaan.
Jus sanguinis: op basis van afstamming, nationaliteit wordt afgeleid van nationaliteit van
ouders (komt veel voor in EU) (landen waar vroeger vooral mensen uit vertrokken (emigratie
naar Amerika)
Jus soli: op basis van geboorte op grondgebied van een staat, zorgt voor een groei van
bevolking (landen waar vroeger vooral mensen naartoe migreerde, komt veel voor in VS)
Naturalisatie: in beginsel originele nationaliteit opgeven voor een andere, soms kan originele
nationaliteit behouden worden
o Min. 5 jaar rechtmatig verblijven in NL
Voor staatlozen geldt uitzondering
o Voldoen aan eisen van inburgering
Inburgeringstoets
Juiste documenten
3