Probleem 1.1
Leerdoelen:
1. Welke migratiepatronen zijn er te onderscheiden bij de komst van (illegale) vreemdelingen naar Nederland of de
EU?
2. Hoe ondersteunen de verschillende sociale netwerken de komst van illegaal verblijvende migranten?
3. In hoeverre is mensensmokkel een strafbaar feit en kan worden gesproken van daders en slachtoffers?
Literatuur
Achilli, L. (2018). The “Good” Smuggler: The ethics and morals of human smuggling among Syrians. The ANNALS of
the American Academy of Political and Social Science, 676(1), 77–96. https://doi.org/10.1177/0002716217746641
Leun, J.P. van der & Staring, R.H.J.M. (2013). Human Smuggling. In G.J.N. Bruinsma & D.L. Weisburd (Eds.),
Encyclopedia of Criminology and Criminal Justice (pp. 2382-2389). New York: Springer Science and Business
Media.
Engbersen, G. Staring, R. Leun, J. van der, Boom, J. de, Heijden, P. van der, & Cruijff, M. (2001). Illegale
vreemdelingen in Nederland. Omvang, overkomst, verblijf en uitzetting. Rotterdam: RISBO.
Staring, R. (2004). Facilitating the arrival of illegal immigrants in the Netherlands: Irregular chain migration versus
smuggling chains. Journal of International Migration and Integration, 5(3), 273-294.
Aanbevolen literatuur
Liempt, I. van & Doomernik, J. (2006). Migrant’s agency in the smuggling process: the perspectives of smuggled
migrants in the Netherlands. International Migration, 44(6), 165-190.
Staring, R., Engbersen, G., Moerland, H., Lange, H. de, Verburg, D., Vermeulen, E. & Weltevrede, A. (2005). De
sociale organisatie van mensensmokkel. Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam.
Zhang, Sheldon X. and Ko-lin Chin (2002). Enter the Dragon—Inside Chinese Human Smuggling Organizations.
Criminology, 40(4), 737-768.
Leerdoel 1: welke migratiepatronen zijn er te onderscheiden bij de komst van (illegale) vreemdelingen naar Nederland of
de EU?
Engbergsen, Staring, van der Leun, de Boom, van der Heijden & Cruijff (2001). -
Illegale vreemdelingen in Nederland. Omvang, overkomst, verblijf en uitzetting
De hedendaagse, internationale migratie kenmerkt zich door een toenemende diversiteit in migratiebewegingen. Om deze
nieuwe context van internationale migratie te begrijpen kan de door Schuyt (1986) gebruikte metafoor van schuivende
panelen dienstdoen. Deze metafoor kan worden toegepast op internationale migratiebewegingen.
- Het eerste paneel zou dan staan voor de industriële samenleving met zijn postkoloniale en vooral
gastarbeidersmigratie, die vooral in de jaren vijftig, zestig, en deels zeventig, plaatsvond.
- Het tweede paneel staat voor de asielmigratie die in de jaren tachtig en negentig een grote vlucht is gaan nemen
en die tegelijkertijd mede geleid heeft tot een forse aanscherping van het vreemdelingenbeleid.
- En het derde paneel staat voor het tijdperk van de nieuwe arbeidsmigratie in het begin van de 21ste eeuw. Deze
arbeidsmigratie wordt in toenemende mate aangekondigd en verdedigd door vooraanstaande commissies in
Duitsland en binnen de Europese Unie.
Kenmerkend voor deze migratiebewegingen is dat ze tegelijkertijd voorkomen. De gastarbeidersmigratie heeft
grootscheepse vervolgmigratie op gang gebracht, eerst op basis van gezinshereniging en momenteel op grond van
gezinsvorming. Ook is nadrukkelijk sprake van illegale vervolgmigratie, waarbij migranten op basis van een toeristenvisum
naar Nederland komen en vervolgens blijven. De asielmigratie blijft nog steeds voortduren en zal in de nabije toekomst ook
vervolgmigratie genereren. En de arbeidsmigratie die nu wordt bepleit is deels al realiteit. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de
toegenomen pendelmigratie uit Oost- en Midden Europa, maar ook uit het groeiende beroep dat gedaan wordt op de Wet
Arbeid Vreemdelingen.
De nieuwe onoverzichtelijkheid van internationale migratiebewegingen naar West-Europa komt dus tot
uitdrukking in het feit dat, naast de klassieke gastarbeiders- en postkoloniale migratiepatronen, nieuwe
migratiebewegingen met nieuwe groepen zich aandienen.
Op basis van gesprekken met 170 illegale vreemdelingen in Rotterdam is een onderscheid gemaakt tussen de meer
geregisseerde migratiepatronen (waarbij illegale vreemdelingen zich rechtstreeks vanuit het herkomstland in Nederland
vestigen) en de meer geïmproviseerde migratiepatronen (waarbij illegale vreemdelingen pas na allerlei omzwervingen in
Nederland belanden).
Op basis van de uitkomsten van het kwalitatieve deelonderzoek doen zich drie van elkaar te onderscheiden patronen voor.
1
, 1. Een eerste patroon kunnen we waarnemen onder de illegale vreemdelingen die deel uitmaken van ‘kwetsbare
etnische gemeenschappen’. Het gaat hierbij in belangrijke mate om Somaliërs, Sri Lankanen en in mindere mate
ook de Iraniërs. Deze illegalen zijn veelal met behulp van mensensmokkelaars naar Nederland gekomen, hebben
asiel aangevraagd, zijn uiteindelijk afgewezen, maar wel gebleven om vervolgens in de illegaliteit te belanden.
a. De contacten die deze mensen hebben met anderen in Nederland zijn veelal beperkt en zeker in eerste
instantie gerelateerd aan de asielprocedure. In het algemeen ontbreekt het hen bij aankomst in
Nederland aan familieleden of vrienden. Zij zijn genoodzaakt om een nieuw netwerk van relevante
contacten te creëren en doen dit in belangrijke mate tijdens de asielprocedure en eventueel later
tijdens hun verblijf bij of contacten met particuliere opvanginstanties.
b. Zelfstandig ondernemerschap ontbreekt overwegend en de legale leden van deze gemeenschappen
nemen op hun beurt ook een kwetsbare positie in de Nederlandse samenleving in.
c. Sommige illegale vreemdelingen slagen er beter in dan anderen om een nieuwe relevante contacten op
te doen en een nieuw netwerk op te bouwen. Veel illegale vreemdelingen blijken moeite te hebben met
het vinden van werk. Het ontbreekt deze respondenten vaak aan een gemeenschap van landgenoten
die mogelijkheden biedt tot (het vinden van) werk, huisvesting en ontspanning.
d. In hun oriëntatie op de toekomst zijn de illegale respondenten enerzijds gericht op alternatieve
mogelijkheden om alsnog een status als asielzoeker te krijgen. Anderzijds willen ze zo snel mogelijk
doormigreren maar weten niet hoe en waar naartoe. Een belangrijk deel van deze groep zit dus naar
eigen perceptie niet op de juiste plek of verdient het om alsnog erkend te worden.
e. Het merendeel van de respondenten die onder dit patroon kon worden geschaard zijn in staat geweest
om onder vaak zeer marginale omstandigheden toch steun bij landgenoten te vinden en in combinatie
met (vaak incidentele) informele arbeid het hoofd net boven water weten te houden.
2. Een tweede patroon dat uit de interviews opdoemt, is gerelateerd aan die illegale vreemdelingen die redelijk tot
goed in hechte etnische gemeenschappen zijn ingebed. Deze respondenten komen vaak op uitnodiging met een
toeristenvisum, soms zelfstandig zonder documenten en soms met mensensmokkelaars naar Nederland. In
vergelijking met de respondenten uit het eerste patroon beschikken zij beduidend vaker over vrienden en
familieleden in Nederland, die bereid zijn hen tot op zekere hoogte te ondersteunen of zelfs in huis op te nemen.
a. Het gaat hierbij vooral om respondenten uit Turkije, China en Marokko en in beduidend mindere mate
om respondenten uit het voormalige Joegoslavië. Deze respondenten hebben voor het overgrote deel
werk, al is dit niet altijd binnen de eigen etnische groep. Wel beschikken ze allemaal over een redelijk
omvangrijk netwerk met loyale contacten. Een belangrijk kenmerk van deze netwerken is de etnische
homogeniteit; men onderhoudt vooral contacten met landgenoten en niet of nauwelijks met
autochtone Nederlanders of andere migranten.
b. Voor veel van deze respondenten vormen deze gemeenschappen hun wereld in Nederland. Een wereld
waarin men zich verstaanbaar kan maken en die vertrouwd is. Het is tevens de wereld waarin men
woonruimte, werk en erkenning kan vinden. Ze verblijven weliswaar in Nederland, maar participeren in
belangrijke en in toenemende mate in hun eigen, door landgenoten gedomineerde wereld.
3. Een derde patroon wordt gevormd door illegale vreemdelingen uit de etnische gemeenschappen die in het
alledaagse bestaan van de illegalen minder prominent aanwezig en van belang lijken te zijn. Het gaat hierbij
vooral om respondenten uit de voormalige Sovjet Unie en het voormalige Joegoslavië en in mindere mate Iran.
Respondenten uit de eerste twee landen komen relatief gemakkelijk en vaak op eigen gelegenheid (met de auto
of trein) naar Nederland. Zij zijn vaak in het bezit van een toeristenvisum waarvoor vrienden garant zijn gaan
staan. Hun komst is opvallend vaak gerelateerd aan Nederlandse geliefden of is geïnitieerd door formeel werk dat
na verloop van tijd ophoudt.
a. Voor alle respondenten geldt dat als ze eenmaal in Nederland zijn, ze weliswaar contacten met
landgenoten onderhouden maar ook met Nederlanders. Veel respondenten vinden hun werk via
autochtone Nederlanders en werken ook relatief vaak voor Nederlanders.
b. In vergelijking met de andere twee patronen lijkt de etnische gemeenschap voor respondenten het
minst belangrijk. Respondenten onderhouden allerlei relaties met landgenoten en wonen ook vaak met
landgenoten, maar zijn voor arbeid niet van hen afhankelijk. Dit heeft van alles te maken met de
toegang die men heeft tot Nederlanders en de relaties die men met hen onderhoudt. Veel
respondenten spreken vaak ook wel wat Nederlands, volgen Nederlandse lessen en beheersen andere
talen waar ze zich goed mee kunnen redden in hun kringen.
Staring (2004) - Facilitating the arrival of illegal immigrants in the Netherlands:
Irregular chain migration versus smuggling chains.
Het is mogelijk om drie belangrijke patronen van illegale migratie te identificeren die nauw verband houden met de
ondersteunende netwerken en kenmerken van de immigrantenbevolking. Twee van de drie patronen zijn ‘guided journeys’.
1. In het eerste migratiepatroon reizen potentiele immigranten grotendeels zelfstandig zonder geldige
reisdocumenten. Vooral illegale immigranten uit Oost-Europa, vooral de voormalige Sovjet-Unie en Joegoslavië
volgen dit migratiepatroon. Mede door hun geografische nabijheid kunnen zij relatief gemakkelijk en met eigen
vervoer naar Nederland reizen. In ons onderzoek zijn ze vaak hoogopgeleid, mengen ze zich zonder al te veel
2
, moeite met de autochtone Nederlanders en hebben daardoor veel contact met hen. Ze hebben vaak een
Nederlandse werkgever of vinden een baan via een autochtone Nederlandse bemiddelaar. Hun eigen etnische
groep is niet belangrijk voor deze illegale immigranten, die vaak vloeiend Nederlands of Engels spreken. Ze willen
zich permanent in Nederland vestigen, vooral door hun verblijf te legaliseren door met een Nederlander te
trouwen.
2. In het tweede migratiepatroon begeleidt de transnationale familie de toekomstige immigranten. Dit
migratiepatroon is te vinden bij illegale immigranten die relatief goed zijn ingebed in hun etnische netwerken. Zij
hebben familie of vrienden in Nederland of andere West-Europese landen waarmee zij contact onderhouden. Ze
arriveren vaak legaal (bijv. toeristenvisa) op uitnodiging (soms met behulp van mensensmokkelaars). Ze hebben
familie en vrienden die hen helpen. Vaak zijn zij ook bereid hen te helpen bij hun verdere verblijf (bijv. in huis
halen). Via hun ondersteunend netwerk hebben de immigranten zonder papieren een goede toegang tot de
informele arbeidsmarkt in of via hun eigen etnische groep. De meeste immigranten hiervan komen uit Turkije,
China en in mindere mate uit Marokko en voormalig Joegoslavië. Deze belangrijke achterdeurroute naar
Nederland laat zich het beste omschrijven als irreguliere ketenmigratie.
a. Uitzonderingen: niet alle illegale immigranten hebben een toeristenvisa. Soms willen of kunnen de
familieleden in Nederland niet voor hen instaan, dan wordt de ondersteuning van het bredere
transnationale netwerk aangesproken. Bijv. vliegen naar een ander land en worden daar opgehaald
door familieleden en reizen vanaf daar naar Nederland.
b. Soms worden mensensmokkelaars ingezet. Dit is meestal het geval bij immigranten die al een
immigrantenervaring hebben, maar uit Nederland zijn vertrokken of zijn gedeporteerd. Bijv. Nederland
wil hen geen visa geven dus krijgen ze een vervalst reisdocument van de mensensmokkelaars.
3. In het derde migratiepatroon hebben de mensensmokkelaars de reis min of meer onder controle. Hierbij zijn
immigranten Nederland binnengesmokkeld door grote bedragen te betalen aan professionele
mensensmokkelaars. Ze vragen vrijwel zonder uitzondering asiel aan, worden afgewezen en krijgen het bevel het
land te verlaten, maar blijven hier dan illegaal. Hun contacten met anderen in Nederland zijn zwak en schaars en
zeker in het begin van hun illegale verblijf, gerelateerd aan de asielprocedure. Zij hebben na aankomst over het
algemeen weinig naaste familieleden of goede vrienden die hen ondersteunen. Ze moeten tijdens of na de
procedure een nieuw ondersteunend netwerk creëren. Velen behoren tot de allochtone bevolkingsgroepen die
kansarm zijn en een slechte positie hebben op de formele arbeidsmarkt.
Zie hier dus overlap met leerdoel 1.
Leerdoel 2: Hoe ondersteunen de verschillende sociale netwerken de komst van illegaal verblijvende migranten?
Engbergsen, Staring, van der Leun, de Boom, van der Heijden & Cruijff (2001). -
Illegale vreemdelingen in Nederland. Omvang, overkomst, verblijf en uitzetting
Op basis van gesprekken met 170 illegale vreemdelingen in Rotterdam is een onderscheid gemaakt tussen de meer
geregisseerde migratiepatronen (waarbij illegale vreemdelingen zich rechtstreeks vanuit het herkomstland in Nederland
vestigen) en de meer geïmproviseerde migratiepatronen (waarbij illegale vreemdelingen pas na allerlei omzwervingen in
Nederland belanden).
Geregisseerde migratiepatronen
Aan deze migratiepatronen liggen vaak omvattende hulp van familieleden die zich al in Nederland hebben gevestigd ten
grondslag. Deze familieleden stellen zich garant voor de nieuwkomer op basis waarvan deze een toeristenvisum kan
bemachtigen. Eenmaal in bezit van een dergelijk visum kan de nieuwkomer zich op reguliere wijze direct in Nederland
vestigen om pas na verloop van het visum in de illegaliteit te geraken. Het zijn vaak ook dezelfde familieleden die voor de
nieuwkomer een vliegticket regelen en hem of haar na aankomst (tijdelijk) in huis opnemen en helpen met het vinden van
werk. De regie van het ‘migratieproject’ ligt vrijwel altijd volledig in handen van de familie van de nieuwkomer (of van de
mensensmokkelaar). Dit migratiepatroon komt overeen met wat in de literatuur wordt aangeduid als ‘ketting’ of ‘volg’
migratie.
- Soms is de regie van de reis niet in handen van familieleden maar zijn het de mensensmokkelaars die de touwtjes
in handen hebben. Ook bij dit scenario is sprake van een vastomlijnd en sterk geregisseerde overkomst. Maar de
ondersteuning die smokkelaars bieden is per definitie tegen (forse) betaling en beperkt zich meestal tot de
feitelijke reis.
Geïmproviseerde migratiepatronen
Dit zijn de complexere migratiepatronen waarbij nieuwkomers zich pas in latere instantie in Nederland vestigen en de regie
veelal ontbreekt of in eigen handen ligt. Hier treffen we illegale vreemdelingen aan die veelal zonder een concreet land in
gedachten te hebben op pad gaan en zich laten leiden door de mogelijkheden die zich onderweg voordoen. Hun reis wordt
bepaald door de mogelijkheid om te werken en de aanwezigheid van bekenden die hen willen ondersteunen. Onder deze
geïmproviseerde migratiepatronen neemt verwantschappelijk gebaseerde ondersteuning een minder prominente plaats in
en deze hulp is - indien aanwezig - in de regel vaak minder omvattend en vrijblijvender van karakter.
3
, - Illegale vreemdelingen die op deze wijze door (West) Europa reizen, maken vooral gebruik van de aanwezige
etnische netwerken van landgenoten en hoppen daarbij als het ware van gemeenschap naar gemeenschap. In
vergelijking met de geregisseerde migratiepatronen zijn de laatste illegale vreemdelingen dan ook beter te
typeren als internationale nomaden of ‘birds of passage’ zoals ze in de literatuur worden geduid
De bevindingen van deze studie laten voor wat de hulp bij de komst naar Nederland betreft een gedifferentieerd beeld zien:
- In sommige herkomstlanden vestigen respondenten zich vooral met behulp van familieleden in Nederland. Het
gaat hierbij vaak om landen waar familieleden en vrienden in Nederland of elders in West-Europa een cruciale rol
spelen bij de komst van achterblijvers naar Nederland. Het gaat hierbij om de meer traditionele
‘gastarbeiderlanden’ - Turkije, Marokko, voormalig Joegoslavië - en China, geen wervingsland, maar wel een land
met een lange migratietraditie naar Nederland. Dit zijn tevens de landen waar de legaal gevestigde
gemeenschappen groeien door kettingmigratie, bijvoorbeeld door gezinsvorming.
- Bij respondenten uit andere herkomstlanden spelen mensensmokkelaars de belangrijkste ondersteunende rol.
Maar, ook hier is een rol voor familieleden en vrienden weggelegd. Voor veel van de gesmokkelde respondenten
beperkt de rol van familie en vrienden zich tot het aanleveren van informatie over mogelijke bestemmingslanden
en door de reis en de smokkelaars te financieren. De meeste gesmokkelde respondenten beschikten voor hun
vertrek dan ook niet over familieleden en vrienden in Nederland. De meeste respondenten moeten in Nederland
aangekomen nieuwe contacten aangaan en een volledig nieuw ondersteuningsnetwerk zien op te bouwen.
In de hier gebruikte onderzoeksgroep hebben 69 respondenten (44%) voor hun komst naar Nederland op enigerlei wijze
mensensmokkelaars ingeschakeld. Een beperkt aantal huurde slechts voor een deel van de reis een smokkelaar in, of kwam
dankzij de smokkelaars in het bezit van (valse) documenten waarmee men vervolgens op eigen gelegenheid naar Nederland
reisde. Het merendeel van de respondenten die voor de komst naar Nederland van de diensten van mensensmokkelaars
gebruik maakte, was echter volledig van hen afhankelijk.
- Indien de vreemdeling niet beschikt over (vervalste) reisdocumenten aangeleverd door de mensensmokkelaars,
wordt hij of zij vaak geconfronteerd met een moeizame en langdurige reis, verstopt in auto’s en vrachtwagens.
Ook worden zij tijdens hun reis vaak in tussenliggende landen met andere gesmokkelden ‘gestald’ in huizen in
afwachting van het vervolg van hun reis.
- Respondenten die van een toeristenvisum worden voorzien kunnen zich op relatief eenvoudige en comfortabele
wijze in Nederland vestigen.
De ondersteuning van de smokkelaars beperkt zich niet per definitie en uitsluitend tot de reis. Uit de gesprekken met
respondenten komen drie elementen naar voren die verder gaan dan betaalde ondersteuning bij ‘wederrechtelijke
binnenkomst’: 1) het influisteren van een asielverhaal; 2) het bepalen van land van bestemming; 3) het verzorgen van een
werkplek in het land van bestemming.
- Influisteren asielverhaal Het voorgekookte asielverhaal wordt vervolgens ook aan de Nederlandse autoriteiten
verteld als men eenmaal in de asielprocedure is beland.
- Bepalen van land van bestemming bijv. dat de mensensmokkelaar zegt dat hij een paspoort heeft van België.
- Verzorgen van een werkplek Afhankelijk van de aanwezigheid van - en de mate van dwang, geweld en
uitbuiting die er plaats vindt kan mensensmokkel hierbij overgaan in mensenhandel. Bijv. werken in naaiateliers.
Staring (2004) - Facilitating the arrival of illegal immigrants in the Netherlands:
Irregular chain migration versus smuggling chains.
Er kunnen vier soorten banden worden onderscheiden die relevant zijn voor het migratieproces: verwantschap,
vriendschap, etnische en commerciële banden.
1. Verwantschapnetwerken (kinship networks)
a. Deze netwerken omvatten niet alleen om de directe familieleden, maar ook leden van de uitgebreide
families. Net als bij vriendschapsnetwerken worden veel verwantschapsnetwerken gekenmerkt door
een geografische spreiding in verschillende landen (ook wel transnationale families genoemd). Het
contact tussen deze leden wordt op verschillende manieren onderhouden en versterkt zoals tijdens
vakanties, bij borrels, door financiële steun etc.
2. Vriendschapsnetwerken
a. Ook zij kunnen gedeeltelijk transnationaal zijn. Het contact tussen deze leden wordt op verschillende
manieren onderhouden en versterkt zoals tijdens vakanties, bij borrels, door financiële steun etc.
3. Etnische netwerken
a. Hier is de inbedding structureel. Etnische netwerken zijn gelokaliseerd in de etnische infrastructuur die
bestaat uit theehuizen, moskeeën en kerken etc. Hier wordt relevant contact gelegd en wordt
informatie uitgewisseld over banen, vervalste documenten en huisvesting. Mensen kennen elkaar niet
per se persoonlijk, maar komen allemaal van dezelfde plek en spreken dezelfde taal.
i. Om hiervan gebruik te maken moet de migrant dus wel een etnische groep hebben die iets te
bieden heeft.
4. Commerciële netwerken
4
Leerdoelen:
1. Welke migratiepatronen zijn er te onderscheiden bij de komst van (illegale) vreemdelingen naar Nederland of de
EU?
2. Hoe ondersteunen de verschillende sociale netwerken de komst van illegaal verblijvende migranten?
3. In hoeverre is mensensmokkel een strafbaar feit en kan worden gesproken van daders en slachtoffers?
Literatuur
Achilli, L. (2018). The “Good” Smuggler: The ethics and morals of human smuggling among Syrians. The ANNALS of
the American Academy of Political and Social Science, 676(1), 77–96. https://doi.org/10.1177/0002716217746641
Leun, J.P. van der & Staring, R.H.J.M. (2013). Human Smuggling. In G.J.N. Bruinsma & D.L. Weisburd (Eds.),
Encyclopedia of Criminology and Criminal Justice (pp. 2382-2389). New York: Springer Science and Business
Media.
Engbersen, G. Staring, R. Leun, J. van der, Boom, J. de, Heijden, P. van der, & Cruijff, M. (2001). Illegale
vreemdelingen in Nederland. Omvang, overkomst, verblijf en uitzetting. Rotterdam: RISBO.
Staring, R. (2004). Facilitating the arrival of illegal immigrants in the Netherlands: Irregular chain migration versus
smuggling chains. Journal of International Migration and Integration, 5(3), 273-294.
Aanbevolen literatuur
Liempt, I. van & Doomernik, J. (2006). Migrant’s agency in the smuggling process: the perspectives of smuggled
migrants in the Netherlands. International Migration, 44(6), 165-190.
Staring, R., Engbersen, G., Moerland, H., Lange, H. de, Verburg, D., Vermeulen, E. & Weltevrede, A. (2005). De
sociale organisatie van mensensmokkel. Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam.
Zhang, Sheldon X. and Ko-lin Chin (2002). Enter the Dragon—Inside Chinese Human Smuggling Organizations.
Criminology, 40(4), 737-768.
Leerdoel 1: welke migratiepatronen zijn er te onderscheiden bij de komst van (illegale) vreemdelingen naar Nederland of
de EU?
Engbergsen, Staring, van der Leun, de Boom, van der Heijden & Cruijff (2001). -
Illegale vreemdelingen in Nederland. Omvang, overkomst, verblijf en uitzetting
De hedendaagse, internationale migratie kenmerkt zich door een toenemende diversiteit in migratiebewegingen. Om deze
nieuwe context van internationale migratie te begrijpen kan de door Schuyt (1986) gebruikte metafoor van schuivende
panelen dienstdoen. Deze metafoor kan worden toegepast op internationale migratiebewegingen.
- Het eerste paneel zou dan staan voor de industriële samenleving met zijn postkoloniale en vooral
gastarbeidersmigratie, die vooral in de jaren vijftig, zestig, en deels zeventig, plaatsvond.
- Het tweede paneel staat voor de asielmigratie die in de jaren tachtig en negentig een grote vlucht is gaan nemen
en die tegelijkertijd mede geleid heeft tot een forse aanscherping van het vreemdelingenbeleid.
- En het derde paneel staat voor het tijdperk van de nieuwe arbeidsmigratie in het begin van de 21ste eeuw. Deze
arbeidsmigratie wordt in toenemende mate aangekondigd en verdedigd door vooraanstaande commissies in
Duitsland en binnen de Europese Unie.
Kenmerkend voor deze migratiebewegingen is dat ze tegelijkertijd voorkomen. De gastarbeidersmigratie heeft
grootscheepse vervolgmigratie op gang gebracht, eerst op basis van gezinshereniging en momenteel op grond van
gezinsvorming. Ook is nadrukkelijk sprake van illegale vervolgmigratie, waarbij migranten op basis van een toeristenvisum
naar Nederland komen en vervolgens blijven. De asielmigratie blijft nog steeds voortduren en zal in de nabije toekomst ook
vervolgmigratie genereren. En de arbeidsmigratie die nu wordt bepleit is deels al realiteit. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de
toegenomen pendelmigratie uit Oost- en Midden Europa, maar ook uit het groeiende beroep dat gedaan wordt op de Wet
Arbeid Vreemdelingen.
De nieuwe onoverzichtelijkheid van internationale migratiebewegingen naar West-Europa komt dus tot
uitdrukking in het feit dat, naast de klassieke gastarbeiders- en postkoloniale migratiepatronen, nieuwe
migratiebewegingen met nieuwe groepen zich aandienen.
Op basis van gesprekken met 170 illegale vreemdelingen in Rotterdam is een onderscheid gemaakt tussen de meer
geregisseerde migratiepatronen (waarbij illegale vreemdelingen zich rechtstreeks vanuit het herkomstland in Nederland
vestigen) en de meer geïmproviseerde migratiepatronen (waarbij illegale vreemdelingen pas na allerlei omzwervingen in
Nederland belanden).
Op basis van de uitkomsten van het kwalitatieve deelonderzoek doen zich drie van elkaar te onderscheiden patronen voor.
1
, 1. Een eerste patroon kunnen we waarnemen onder de illegale vreemdelingen die deel uitmaken van ‘kwetsbare
etnische gemeenschappen’. Het gaat hierbij in belangrijke mate om Somaliërs, Sri Lankanen en in mindere mate
ook de Iraniërs. Deze illegalen zijn veelal met behulp van mensensmokkelaars naar Nederland gekomen, hebben
asiel aangevraagd, zijn uiteindelijk afgewezen, maar wel gebleven om vervolgens in de illegaliteit te belanden.
a. De contacten die deze mensen hebben met anderen in Nederland zijn veelal beperkt en zeker in eerste
instantie gerelateerd aan de asielprocedure. In het algemeen ontbreekt het hen bij aankomst in
Nederland aan familieleden of vrienden. Zij zijn genoodzaakt om een nieuw netwerk van relevante
contacten te creëren en doen dit in belangrijke mate tijdens de asielprocedure en eventueel later
tijdens hun verblijf bij of contacten met particuliere opvanginstanties.
b. Zelfstandig ondernemerschap ontbreekt overwegend en de legale leden van deze gemeenschappen
nemen op hun beurt ook een kwetsbare positie in de Nederlandse samenleving in.
c. Sommige illegale vreemdelingen slagen er beter in dan anderen om een nieuwe relevante contacten op
te doen en een nieuw netwerk op te bouwen. Veel illegale vreemdelingen blijken moeite te hebben met
het vinden van werk. Het ontbreekt deze respondenten vaak aan een gemeenschap van landgenoten
die mogelijkheden biedt tot (het vinden van) werk, huisvesting en ontspanning.
d. In hun oriëntatie op de toekomst zijn de illegale respondenten enerzijds gericht op alternatieve
mogelijkheden om alsnog een status als asielzoeker te krijgen. Anderzijds willen ze zo snel mogelijk
doormigreren maar weten niet hoe en waar naartoe. Een belangrijk deel van deze groep zit dus naar
eigen perceptie niet op de juiste plek of verdient het om alsnog erkend te worden.
e. Het merendeel van de respondenten die onder dit patroon kon worden geschaard zijn in staat geweest
om onder vaak zeer marginale omstandigheden toch steun bij landgenoten te vinden en in combinatie
met (vaak incidentele) informele arbeid het hoofd net boven water weten te houden.
2. Een tweede patroon dat uit de interviews opdoemt, is gerelateerd aan die illegale vreemdelingen die redelijk tot
goed in hechte etnische gemeenschappen zijn ingebed. Deze respondenten komen vaak op uitnodiging met een
toeristenvisum, soms zelfstandig zonder documenten en soms met mensensmokkelaars naar Nederland. In
vergelijking met de respondenten uit het eerste patroon beschikken zij beduidend vaker over vrienden en
familieleden in Nederland, die bereid zijn hen tot op zekere hoogte te ondersteunen of zelfs in huis op te nemen.
a. Het gaat hierbij vooral om respondenten uit Turkije, China en Marokko en in beduidend mindere mate
om respondenten uit het voormalige Joegoslavië. Deze respondenten hebben voor het overgrote deel
werk, al is dit niet altijd binnen de eigen etnische groep. Wel beschikken ze allemaal over een redelijk
omvangrijk netwerk met loyale contacten. Een belangrijk kenmerk van deze netwerken is de etnische
homogeniteit; men onderhoudt vooral contacten met landgenoten en niet of nauwelijks met
autochtone Nederlanders of andere migranten.
b. Voor veel van deze respondenten vormen deze gemeenschappen hun wereld in Nederland. Een wereld
waarin men zich verstaanbaar kan maken en die vertrouwd is. Het is tevens de wereld waarin men
woonruimte, werk en erkenning kan vinden. Ze verblijven weliswaar in Nederland, maar participeren in
belangrijke en in toenemende mate in hun eigen, door landgenoten gedomineerde wereld.
3. Een derde patroon wordt gevormd door illegale vreemdelingen uit de etnische gemeenschappen die in het
alledaagse bestaan van de illegalen minder prominent aanwezig en van belang lijken te zijn. Het gaat hierbij
vooral om respondenten uit de voormalige Sovjet Unie en het voormalige Joegoslavië en in mindere mate Iran.
Respondenten uit de eerste twee landen komen relatief gemakkelijk en vaak op eigen gelegenheid (met de auto
of trein) naar Nederland. Zij zijn vaak in het bezit van een toeristenvisum waarvoor vrienden garant zijn gaan
staan. Hun komst is opvallend vaak gerelateerd aan Nederlandse geliefden of is geïnitieerd door formeel werk dat
na verloop van tijd ophoudt.
a. Voor alle respondenten geldt dat als ze eenmaal in Nederland zijn, ze weliswaar contacten met
landgenoten onderhouden maar ook met Nederlanders. Veel respondenten vinden hun werk via
autochtone Nederlanders en werken ook relatief vaak voor Nederlanders.
b. In vergelijking met de andere twee patronen lijkt de etnische gemeenschap voor respondenten het
minst belangrijk. Respondenten onderhouden allerlei relaties met landgenoten en wonen ook vaak met
landgenoten, maar zijn voor arbeid niet van hen afhankelijk. Dit heeft van alles te maken met de
toegang die men heeft tot Nederlanders en de relaties die men met hen onderhoudt. Veel
respondenten spreken vaak ook wel wat Nederlands, volgen Nederlandse lessen en beheersen andere
talen waar ze zich goed mee kunnen redden in hun kringen.
Staring (2004) - Facilitating the arrival of illegal immigrants in the Netherlands:
Irregular chain migration versus smuggling chains.
Het is mogelijk om drie belangrijke patronen van illegale migratie te identificeren die nauw verband houden met de
ondersteunende netwerken en kenmerken van de immigrantenbevolking. Twee van de drie patronen zijn ‘guided journeys’.
1. In het eerste migratiepatroon reizen potentiele immigranten grotendeels zelfstandig zonder geldige
reisdocumenten. Vooral illegale immigranten uit Oost-Europa, vooral de voormalige Sovjet-Unie en Joegoslavië
volgen dit migratiepatroon. Mede door hun geografische nabijheid kunnen zij relatief gemakkelijk en met eigen
vervoer naar Nederland reizen. In ons onderzoek zijn ze vaak hoogopgeleid, mengen ze zich zonder al te veel
2
, moeite met de autochtone Nederlanders en hebben daardoor veel contact met hen. Ze hebben vaak een
Nederlandse werkgever of vinden een baan via een autochtone Nederlandse bemiddelaar. Hun eigen etnische
groep is niet belangrijk voor deze illegale immigranten, die vaak vloeiend Nederlands of Engels spreken. Ze willen
zich permanent in Nederland vestigen, vooral door hun verblijf te legaliseren door met een Nederlander te
trouwen.
2. In het tweede migratiepatroon begeleidt de transnationale familie de toekomstige immigranten. Dit
migratiepatroon is te vinden bij illegale immigranten die relatief goed zijn ingebed in hun etnische netwerken. Zij
hebben familie of vrienden in Nederland of andere West-Europese landen waarmee zij contact onderhouden. Ze
arriveren vaak legaal (bijv. toeristenvisa) op uitnodiging (soms met behulp van mensensmokkelaars). Ze hebben
familie en vrienden die hen helpen. Vaak zijn zij ook bereid hen te helpen bij hun verdere verblijf (bijv. in huis
halen). Via hun ondersteunend netwerk hebben de immigranten zonder papieren een goede toegang tot de
informele arbeidsmarkt in of via hun eigen etnische groep. De meeste immigranten hiervan komen uit Turkije,
China en in mindere mate uit Marokko en voormalig Joegoslavië. Deze belangrijke achterdeurroute naar
Nederland laat zich het beste omschrijven als irreguliere ketenmigratie.
a. Uitzonderingen: niet alle illegale immigranten hebben een toeristenvisa. Soms willen of kunnen de
familieleden in Nederland niet voor hen instaan, dan wordt de ondersteuning van het bredere
transnationale netwerk aangesproken. Bijv. vliegen naar een ander land en worden daar opgehaald
door familieleden en reizen vanaf daar naar Nederland.
b. Soms worden mensensmokkelaars ingezet. Dit is meestal het geval bij immigranten die al een
immigrantenervaring hebben, maar uit Nederland zijn vertrokken of zijn gedeporteerd. Bijv. Nederland
wil hen geen visa geven dus krijgen ze een vervalst reisdocument van de mensensmokkelaars.
3. In het derde migratiepatroon hebben de mensensmokkelaars de reis min of meer onder controle. Hierbij zijn
immigranten Nederland binnengesmokkeld door grote bedragen te betalen aan professionele
mensensmokkelaars. Ze vragen vrijwel zonder uitzondering asiel aan, worden afgewezen en krijgen het bevel het
land te verlaten, maar blijven hier dan illegaal. Hun contacten met anderen in Nederland zijn zwak en schaars en
zeker in het begin van hun illegale verblijf, gerelateerd aan de asielprocedure. Zij hebben na aankomst over het
algemeen weinig naaste familieleden of goede vrienden die hen ondersteunen. Ze moeten tijdens of na de
procedure een nieuw ondersteunend netwerk creëren. Velen behoren tot de allochtone bevolkingsgroepen die
kansarm zijn en een slechte positie hebben op de formele arbeidsmarkt.
Zie hier dus overlap met leerdoel 1.
Leerdoel 2: Hoe ondersteunen de verschillende sociale netwerken de komst van illegaal verblijvende migranten?
Engbergsen, Staring, van der Leun, de Boom, van der Heijden & Cruijff (2001). -
Illegale vreemdelingen in Nederland. Omvang, overkomst, verblijf en uitzetting
Op basis van gesprekken met 170 illegale vreemdelingen in Rotterdam is een onderscheid gemaakt tussen de meer
geregisseerde migratiepatronen (waarbij illegale vreemdelingen zich rechtstreeks vanuit het herkomstland in Nederland
vestigen) en de meer geïmproviseerde migratiepatronen (waarbij illegale vreemdelingen pas na allerlei omzwervingen in
Nederland belanden).
Geregisseerde migratiepatronen
Aan deze migratiepatronen liggen vaak omvattende hulp van familieleden die zich al in Nederland hebben gevestigd ten
grondslag. Deze familieleden stellen zich garant voor de nieuwkomer op basis waarvan deze een toeristenvisum kan
bemachtigen. Eenmaal in bezit van een dergelijk visum kan de nieuwkomer zich op reguliere wijze direct in Nederland
vestigen om pas na verloop van het visum in de illegaliteit te geraken. Het zijn vaak ook dezelfde familieleden die voor de
nieuwkomer een vliegticket regelen en hem of haar na aankomst (tijdelijk) in huis opnemen en helpen met het vinden van
werk. De regie van het ‘migratieproject’ ligt vrijwel altijd volledig in handen van de familie van de nieuwkomer (of van de
mensensmokkelaar). Dit migratiepatroon komt overeen met wat in de literatuur wordt aangeduid als ‘ketting’ of ‘volg’
migratie.
- Soms is de regie van de reis niet in handen van familieleden maar zijn het de mensensmokkelaars die de touwtjes
in handen hebben. Ook bij dit scenario is sprake van een vastomlijnd en sterk geregisseerde overkomst. Maar de
ondersteuning die smokkelaars bieden is per definitie tegen (forse) betaling en beperkt zich meestal tot de
feitelijke reis.
Geïmproviseerde migratiepatronen
Dit zijn de complexere migratiepatronen waarbij nieuwkomers zich pas in latere instantie in Nederland vestigen en de regie
veelal ontbreekt of in eigen handen ligt. Hier treffen we illegale vreemdelingen aan die veelal zonder een concreet land in
gedachten te hebben op pad gaan en zich laten leiden door de mogelijkheden die zich onderweg voordoen. Hun reis wordt
bepaald door de mogelijkheid om te werken en de aanwezigheid van bekenden die hen willen ondersteunen. Onder deze
geïmproviseerde migratiepatronen neemt verwantschappelijk gebaseerde ondersteuning een minder prominente plaats in
en deze hulp is - indien aanwezig - in de regel vaak minder omvattend en vrijblijvender van karakter.
3
, - Illegale vreemdelingen die op deze wijze door (West) Europa reizen, maken vooral gebruik van de aanwezige
etnische netwerken van landgenoten en hoppen daarbij als het ware van gemeenschap naar gemeenschap. In
vergelijking met de geregisseerde migratiepatronen zijn de laatste illegale vreemdelingen dan ook beter te
typeren als internationale nomaden of ‘birds of passage’ zoals ze in de literatuur worden geduid
De bevindingen van deze studie laten voor wat de hulp bij de komst naar Nederland betreft een gedifferentieerd beeld zien:
- In sommige herkomstlanden vestigen respondenten zich vooral met behulp van familieleden in Nederland. Het
gaat hierbij vaak om landen waar familieleden en vrienden in Nederland of elders in West-Europa een cruciale rol
spelen bij de komst van achterblijvers naar Nederland. Het gaat hierbij om de meer traditionele
‘gastarbeiderlanden’ - Turkije, Marokko, voormalig Joegoslavië - en China, geen wervingsland, maar wel een land
met een lange migratietraditie naar Nederland. Dit zijn tevens de landen waar de legaal gevestigde
gemeenschappen groeien door kettingmigratie, bijvoorbeeld door gezinsvorming.
- Bij respondenten uit andere herkomstlanden spelen mensensmokkelaars de belangrijkste ondersteunende rol.
Maar, ook hier is een rol voor familieleden en vrienden weggelegd. Voor veel van de gesmokkelde respondenten
beperkt de rol van familie en vrienden zich tot het aanleveren van informatie over mogelijke bestemmingslanden
en door de reis en de smokkelaars te financieren. De meeste gesmokkelde respondenten beschikten voor hun
vertrek dan ook niet over familieleden en vrienden in Nederland. De meeste respondenten moeten in Nederland
aangekomen nieuwe contacten aangaan en een volledig nieuw ondersteuningsnetwerk zien op te bouwen.
In de hier gebruikte onderzoeksgroep hebben 69 respondenten (44%) voor hun komst naar Nederland op enigerlei wijze
mensensmokkelaars ingeschakeld. Een beperkt aantal huurde slechts voor een deel van de reis een smokkelaar in, of kwam
dankzij de smokkelaars in het bezit van (valse) documenten waarmee men vervolgens op eigen gelegenheid naar Nederland
reisde. Het merendeel van de respondenten die voor de komst naar Nederland van de diensten van mensensmokkelaars
gebruik maakte, was echter volledig van hen afhankelijk.
- Indien de vreemdeling niet beschikt over (vervalste) reisdocumenten aangeleverd door de mensensmokkelaars,
wordt hij of zij vaak geconfronteerd met een moeizame en langdurige reis, verstopt in auto’s en vrachtwagens.
Ook worden zij tijdens hun reis vaak in tussenliggende landen met andere gesmokkelden ‘gestald’ in huizen in
afwachting van het vervolg van hun reis.
- Respondenten die van een toeristenvisum worden voorzien kunnen zich op relatief eenvoudige en comfortabele
wijze in Nederland vestigen.
De ondersteuning van de smokkelaars beperkt zich niet per definitie en uitsluitend tot de reis. Uit de gesprekken met
respondenten komen drie elementen naar voren die verder gaan dan betaalde ondersteuning bij ‘wederrechtelijke
binnenkomst’: 1) het influisteren van een asielverhaal; 2) het bepalen van land van bestemming; 3) het verzorgen van een
werkplek in het land van bestemming.
- Influisteren asielverhaal Het voorgekookte asielverhaal wordt vervolgens ook aan de Nederlandse autoriteiten
verteld als men eenmaal in de asielprocedure is beland.
- Bepalen van land van bestemming bijv. dat de mensensmokkelaar zegt dat hij een paspoort heeft van België.
- Verzorgen van een werkplek Afhankelijk van de aanwezigheid van - en de mate van dwang, geweld en
uitbuiting die er plaats vindt kan mensensmokkel hierbij overgaan in mensenhandel. Bijv. werken in naaiateliers.
Staring (2004) - Facilitating the arrival of illegal immigrants in the Netherlands:
Irregular chain migration versus smuggling chains.
Er kunnen vier soorten banden worden onderscheiden die relevant zijn voor het migratieproces: verwantschap,
vriendschap, etnische en commerciële banden.
1. Verwantschapnetwerken (kinship networks)
a. Deze netwerken omvatten niet alleen om de directe familieleden, maar ook leden van de uitgebreide
families. Net als bij vriendschapsnetwerken worden veel verwantschapsnetwerken gekenmerkt door
een geografische spreiding in verschillende landen (ook wel transnationale families genoemd). Het
contact tussen deze leden wordt op verschillende manieren onderhouden en versterkt zoals tijdens
vakanties, bij borrels, door financiële steun etc.
2. Vriendschapsnetwerken
a. Ook zij kunnen gedeeltelijk transnationaal zijn. Het contact tussen deze leden wordt op verschillende
manieren onderhouden en versterkt zoals tijdens vakanties, bij borrels, door financiële steun etc.
3. Etnische netwerken
a. Hier is de inbedding structureel. Etnische netwerken zijn gelokaliseerd in de etnische infrastructuur die
bestaat uit theehuizen, moskeeën en kerken etc. Hier wordt relevant contact gelegd en wordt
informatie uitgewisseld over banen, vervalste documenten en huisvesting. Mensen kennen elkaar niet
per se persoonlijk, maar komen allemaal van dezelfde plek en spreken dezelfde taal.
i. Om hiervan gebruik te maken moet de migrant dus wel een etnische groep hebben die iets te
bieden heeft.
4. Commerciële netwerken
4