Leerdoelen:
1. Welke migratiepatronen zijn er te onderscheiden bij de komst van (illegale) vreemdelingen naar Nederland of de
EU?
2. Hoe ondersteunen de verschillende sociale netwerken de komst van illegaal verblijvende migranten?
3. In hoeverre is mensensmokkel een strafbaar feit en kan worden gesproken van daders en slachtoffers?
Leerdoel 1: Welke migratiepatronen zijn er te onderscheiden bij de komst van (illegale) vreemdelingen naar Nederland of
de EU?
Engbergsen, Staring, van der Leun, de Boom, van der Heijden & Cruijff (2001) maken allereerst een breed onderscheid van
twee soorten migratiepatronen:
1. Geregisseerde migratiepatronen: hier ligt vaak omvattende hulp van familieleden die zich al in Nederland hebben
gevestigd ten grondslag. Deze familieleden stellen zich garant voor de nieuwkomer op basis waarvan deze een
toeristenvisum kan bemachtigen. Eenmaal in bezit van een dergelijk visum kan de nieuwkomer zich op reguliere
wijze direct in Nederland vestigen om pas na verloop van het visum in de illegaliteit te geraken. Het zijn vaak ook
dezelfde familieleden die voor de nieuwkomer een vliegticket regelen en hem of haar na aankomst (tijdelijk) in
huis opnemen en helpen met het vinden van werk. De regie van het ‘migratieproject’ ligt vrijwel altijd volledig in
handen van de familie van de nieuwkomer of bij de mensensmokkelaar. Dit migratiepatroon komt overeen met
wat in de literatuur wordt aangeduid als ‘ketting’ of ‘volg’ migratie.
2. Geïmproviseerde migratiepatronen: dit zijn de complexere migratiepatronen waarbij nieuwkomers zich pas in
latere instantie in Nederland vestigen en de regie veelal ontbreekt of in eigen handen ligt. Hier treffen we illegale
vreemdelingen aan die veelal zonder een concreet land in gedachten te hebben op pad gaan en zich laten leiden
door de mogelijkheden die zich onderweg voordoen. Hun reis wordt bepaald door de mogelijkheid om te werken
en de aanwezigheid van bekenden die hen willen ondersteunen. Onder deze geïmproviseerde migratiepatronen
neemt verwantschappelijk gebaseerde ondersteuning een minder prominente plaats in en deze hulp is - indien
aanwezig - in de regel vaak minder omvattend en vrijblijvender van karakter.
Staring (2004) identificeert drie belangrijke patronen van illegale migratie.
1. In het eerste migratiepatroon reizen potentiele immigranten grotendeels zelfstandig zonder geldige
reisdocumenten. Mede door hun geografische nabijheid kunnen zij relatief gemakkelijk en met eigen vervoer naar
Nederland reizen. In het huidig onderzoek zijn ze vaak hoogopgeleid, mengen ze zich zonder al te veel moeite met
de autochtone Nederlanders en hebben daardoor veel contact met hen. Ze hebben vaak een Nederlandse
werkgever of vinden een baan via een autochtone Nederlandse bemiddelaar. Hun eigen etnische groep is niet
belangrijk voor deze illegale immigranten, die vaak vloeiend Nederlands of Engels spreken. Ze willen zich
permanent in Nederland vestigen, vooral door hun verblijf te legaliseren door met een Nederlander te trouwen.
a. Aanvulling Engbergsen et al. (2001) Komst is vaak gerelateerd aan formeel werk of Nederlandse
geliefden. Hebben zowel contacten met landgenoten als met Nederlanders. Werken vaak voor
Nederlanders. Niet afhankelijk van etnische groep qua werk en spreken vaak wel wat Nederlands en
volgen hier lessen voor.
2. In het tweede migratiepatroon begeleidt de transnationale familie de toekomstige immigranten. Dit
migratiepatroon is te vinden bij illegale immigranten die relatief goed zijn ingebed in hun etnische netwerken. Zij
hebben familie of vrienden in Nederland of andere West-Europese landen waarmee zij contact onderhouden. Ze
arriveren vaak legaal (bijv. toeristenvisa) op uitnodiging. Ze hebben familie en vrienden die hen helpen. Via hun
ondersteunend netwerk hebben de immigranten zonder papieren een goede toegang tot de informele
arbeidsmarkt in of via hun eigen etnische groep. Deze belangrijke achterdeurroute naar Nederland laat zich het
beste omschrijven als irreguliere ketenmigratie.
a. Soms worden mensensmokkelaars ingezet. Dit is meestal het geval bij immigranten die al een
immigrantenervaring hebben, maar uit Nederland zijn vertrokken of zijn gedeporteerd. Bijv. Nederland
wil hen geen visa geven dus krijgen ze een vervalst reisdocument van de mensensmokkelaars.
b. Aanvulling Engbergsen et al. (2001) kunnen op alle drie de manieren komen. Hebben vaak werk (niet
altijd binnen eigen etnische groep). Etnische homogeniteit men onderhoudt vooral contacten met
landgenoten en niet of nauwelijks met andere migranten of autochtone Nederlanders. Participeren
vooral in hun eigen wereld waar ze zich verstaanbaar kunnen maken.
3. In het derde migratiepatroon hebben de mensensmokkelaars de reis min of meer onder controle. Hierbij zijn
immigranten Nederland binnengesmokkeld door grote bedragen te betalen aan professionele
mensensmokkelaars. Ze vragen vrijwel zonder uitzondering asiel aan, worden afgewezen en krijgen het bevel het
land te verlaten, maar blijven hier dan illegaal. Hun contacten met anderen in Nederland zijn zwak en schaars en
zeker in het begin van hun illegale verblijf, gerelateerd aan de asielprocedure. Zij hebben na aankomst over het
algemeen weinig naaste familieleden of goede vrienden die hen ondersteunen. Ze moeten tijdens of na de
, procedure een nieuw ondersteunend netwerk creëren. Velen behoren tot de allochtone bevolkingsgroepen die
kansarm zijn en een slechte positie hebben op de formele arbeidsmarkt.
a. Aanvulling Engbergsen et al. (2001) zelfstandig ondernemerschap ontbreekt en de legale leden van
deze gemeenschappen nemen ook kwetsbare posities in. Vaak incidentele informele arbeid om het
hoofd boven water te houden en ene deel wil nog naar een ander land en het andere deel vindt dat hij/
zij verdient nog erkend te worden.
Hoorcollege 1
- 4 manieren van binnenkomst die hij beschrijft:
o Mensensmokkel
o Zeemansroute als zeeman uitstappen en dan daar blijven
o Contraband aliens niet de zeelieden, maar de bootvluchtelingen mensen die zich verstopten aan
boord
o Visa overstayers (als toerist of student)
Al deze manieren hebben ook implicaties Bv. via mensensmokkel dan heb je geld
nodig. En bv. toeristenvisum: dan moet je iemand hebben die voor je garant kan
staan
- Blz. 21 drie typen migranten.
Leerdoel 2: Hoe ondersteunen de verschillende sociale netwerken de komst van illegaal verblijvende migranten?
De hierboven genoemde migratiepatronen hebben veel te maken met het sociale netwerk dat de migranten in Nederland
hebben.
- HC 1 Bij eerste drie Generalized reciprocity Hoeveel er wordt uitgewisseld hoeft niet in balans te zijn en
wanneer is ook de vraag (vaak deze bij familie) / Balanced reciprocity Het geven van iets op een
gelijkwaardige/gelijktijdig moment. Je geeft iets en krijgt iets terug.
Staring (2004) noemt vier soorten netwerken/banden die relevant zijn voor het migratieproces.
1. Verwantschapnetwerken (kinship networks)
a. Deze netwerken omvatten niet alleen om de directe familieleden, maar ook leden van de uitgebreide
families. Net als bij vriendschapsnetwerken worden veel verwantschapsnetwerken gekenmerkt door
een geografische spreiding in verschillende landen (ook wel transnationale families genoemd). Het
contact tussen deze leden wordt op verschillende manieren onderhouden en versterkt zoals tijdens
vakanties, bij borrels, door financiële steun etc.
i. Ondersteuning neemt de vorm aan van bijv. financiële ondersteuning voor de reis of het
sturen van vliegtickets. Zij kunnen de immigrant ook in huis nemen of helpen bij het vinden
van een huis of werk.
2. Vriendschapsnetwerken
a. Ook zij kunnen gedeeltelijk transnationaal zijn. Het contact tussen deze leden wordt op verschillende
manieren onderhouden en versterkt zoals tijdens vakanties, bij borrels, door financiële steun etc.
i. Ondersteuning neemt de vorm aan van het geven van informatie over potentieel werk en
lenen soms wat geld. Zelden stellen zij hun huis open voor de immigrant, als dit wel gebeurt is
dit bijna altijd tijdelijk.
3. Etnische netwerken
a. Hier is de inbedding structureel. Etnische netwerken zijn gelokaliseerd in de etnische infrastructuur die
bestaat uit theehuizen, moskeeën en kerken etc. Hier wordt relevant contact gelegd en wordt
informatie uitgewisseld over banen, vervalste documenten en huisvesting. Mensen kennen elkaar niet
per se persoonlijk, maar komen allemaal van dezelfde plek en spreken dezelfde taal.
i. Etnische groep moet dus wel wat te bieden hebben
4. Commerciële netwerken
a. De band tussen mensensmokkelaars en de gesmokkelde kan worden gekarakteriseerd als een
commerciële band, omdat financiële winst het doel is. Mensensmokkelaars regelen de toegang tot een
bepaald land en moeten worden betaald voor hun diensten. De relaties zijn over het algemeen beperkt
in tijd en van instrumentele aard. Ondersteuning neemt hier de vorm aan van het binnenkomen van het
nieuwe land. In ruil voor geld ontvangen illegale immigranten reisdocumenten, vliegtickets, informatie,
transportatie etc.
i. Aanvulling Engbergsen et al. (2001) De ondersteuning van smokkelaars beperkt zich niet
per definitie tot de reis. Zij kunnen de migranten ook een asielverhaal influisteren dat hen zou
kunnen helpen tijdens de asielprocedure in Nederland. Ook bepalen zij in sommige gevallen
het land van bestemming en verzorgen zij soms een werkplek (hierbij kan mensensmokkel
soms overgaan tot mensenhandel door de migranten te laten werken in bijv. naaiateliers waar
zij worden uitgebuit).
ii. Hc 1 Negative reciprocity Zit op het niveau van criminaliteit en uitbuiting. Is een
uitwisseling van diensten die heel scheef zijn; de een geeft iets en de ander krijgt iets terug
, dat niet in verhouding tot elkaar staat. Uitbuiten van schaarse hulpmiddelen; mensensmokkel
voor een aanzienlijk bedrag mensen verplaatsen van A naar B, wellicht ten koste van de
schending van leven etc.
1. Balances als goed verloopt blz. 18
Leerdoel 3: In hoeverre is mensensmokkel een strafbaar feit en kan worden gesproken van daders en slachtoffers?
Mensensmokkel is ‘het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verschaffen van toegang tot of verblijf in Nederland terwijl dit
verblijf wederrechtelijk is. In 1993 is dit in het Wetboek van Strafrecht opgenomen en dus strafbaar gesteld onder artikel
197a Sr (Engbergsen, Staring, van der Leun, de Boom, van der Heijden & Cruijff, 2001).
- Huidige artikel behulpzaam zijn bij verschaffen van toegang tot of doorreis door o.a. Nederland of daartoe
gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat die
toegang of doorreis wederrechtelijk is. Lid 2 uit winstbejag behulpzaam zijn.
In het artikel van van der Leun & Staring (2013) wordt mensensmokkel gedefinieerd als ‘activiteiten die de illegitieme
oversteek van nationale grenzen faciliteert, met toestemming van de individuen die worden gesmokkeld’. Het idee dat
immigranten de keuze hebben gemaakt conflicteert met het idee van slachtoffer.
- Dit verschilt van mensenhandel gezien het bij mensenhandel niet noodzakelijk is dat grenzen worden overgegaan
en hierbij zijn uitbuiting en een gebrek aan toestemming cruciaal.
Artikel Van Liempt en Doomernik (2006) ‘elke handeling waarbij een immigrant wordt geassisteerd in het overgaan van
internationale grenzen, waarbij dit niet wordt gesteund door de overheid’.
In het artikel van Achili (2018) wordt aangegeven dat er een complexe relatie heerst tussen smokkelaars en migranten, het
is niet altijd de wreedheid die in de media wordt neergezet. Deze relatie betreft een spectrum dat loopt van altruïstische
ondersteuning door familieleden of vrienden tot uitbuiting gebaseerd op het doel van geharde criminelen. De meerderheid
van de migranten die de auteur heeft gesproken zag de smokkelaars niet als uitbuitend. Smokkelaars boden een manier om
de inherente tekortkomingen van het systeem voorbij te komen. Je betaalt voor een service en je krijgt wat je voor betaald
hebt, is wat een migrant daarover zei. De migranten zien het alsof Europa hen geen andere optie geeft (EU is de dader –
komen het land niet in door bijvoorbeeld een mislukte asielaanvraag). In dit verband kan je dus opmaken dat er niet
gesproken kan worden van daders en slachtoffers, maar meer van individuen die elkaar helpen.
- Er vindt een ‘blurring’ van de rollen plaats een migrant werd naar de EU gesmokkeld maar vervolgens weer
teruggestuurd, bij terugkomt had hij/zij geen geld en ging dan werken voor de smokkelaars die hen hadden
geholpen om zo aan geld te komen.
- Dus: bij mensensmokkel zijn eerder medeplichtigen en geen slachtoffers. Bij mensenhandel wel slachtoffers.
- Ook Van Liempt en Doomernik (2006) benadrukken dat het algemene plaatje wat van de smokkelaar bestaat, dat
hij een crimineel is, niet klopt. Volgens hen wordt de smokkelaar door migranten eerder gezien als onmisbare
dienstverlener. Ook benadrukken ze het grote belang van mond-tot-mond reclame, en dat daarbij het vertrouwen
van de migranten erg belangrijk is. Om dit vertrouwen te krijgen, gebruiken de smokkelaars verschillende
strategieën (zoals het achteraf betalen van een deel van de kosten).
Probleem 1.2
Leerdoelen:
1. Hoe proberen landen (in de EU) via controle, toezicht en beleid ongewenste migratie te controleren en te
beheersen?
a. Wat is intern en extern toezicht?
b. Wat is crimmigratie?
c. Welke rol spelen private ondernemingen als KLM en flixbus bij het toezicht op ongewenste migratie? [=
responsabilisering]
2. Wat zijn mogelijke onbedoelde effecten van interne en externe controle?
Leerdoel 1: hoe proberen landen (in de EU) via controle, toezicht en beleid ongewenste migratie te controleren en te
beheersen?
Sinds de jaren ’90 is er steeds meer beleidsaandacht gekomen voor irreguliere migranten en worden zij steeds meer gezien
als probleem. De afgelopen tijd is het toezicht op illegale vreemdelingen geïntensiveerd (Broeders, 2009).
- Bijv. doordat vreemdelingen die door onrechtmatig verblijf Nederland moeten verlaten en hierbij een
terugkeerbesluit met Europees inreisverbod krijgen. Dit inreisverbod kent een maximale termijn van vijf jaar. Het
verblijf in Nederland tegen een dergelijk inreisverbod in is daarmee strafbaar en vreemdelingen die desondanks in
het land blijven en opnieuw worden aangehouden, kunnen ook maximaal zes maanden gevangenis ‐ straf straf
tegemoetzien of een geldboete van de derde categorie (Staring & Van Swaaningen, 2013).
- Non-burgers worden tegenwoordig ook steeds vaker uitgezet. Dit wordt vaak toegepast met het expliciet
politieke doel van het voorkomen van criminaliteit (Aas, 2014).