Klinische neuropsychologie
Inleiding: algemene bouw van de hersenen
Telencephalon (grote hersenen of cerebrum)
Diëncephalon (tussenhersenen)
Cerebellum (kleine hersenen)
Hersenstam
• Mescencephalon
• Pons
• Medulla Oblongata
Ruggenmerg
De grote hersenen
• Grijze stof (zie slide hersenmodel)
– Hersenschors of cortex
– Grijze kernen
• Witte stof : vezels/banen (zie slide)
– Associatievezels
– Commissurale vezels
– Projectievezels
Verbindingen in de grote hersenen
• 2 hemisferen (verbonden via hersenbalk of corpus callosum)
De hersenschors of cortex : sulci en gyri en fissuren (zie slide)
1) Fissura longitudinalis cerebri
2) Sulcus centralis of Fissuur van Rolando
3) Sulcus Lateralis of Fissuur van Sylvius
Grijze (diepe) kernen (zie slide)
• Nucleus Caudatus
• Nucles lentiformis
– Putamen
– Globus Pallidus
Limbisch systeem
Concentrisch geheel van lussen diep in ons brein dat ervoor zorgt dat mensen emoties
hebben in het geheugen. -> bij de mens is dit zeer sterk ontwikkeld
Hippocampus (episodische geheugenfeiten -> wordt het eerst aangetast bij
Alzheimer) + amygdala( emotionele kleuren -> bij psychopaten is dit
verschrompeld -> weinig emoties)
Tussenhersenen (zie slide hersenmodel)
• Thalamus
Centraal station voor ons lichaam waar al onze prikkel van buiten af samen komen ->
er gebeurt hier filtering van informatie waarbij irrelevante info eruit gefilterd wordt
, (zowel sensorische als motorische filtering). Bij hersenletsels is dit aangetast wat leidt
tot een overprikkeling
• Hypothalamus
Kleine hersenen
Belangrijk hulpsysteem bij de werking van de grote hersenen. Mensen met stoornissen in het
cerebellum hebben vaak coördinatiestoornissen bij acties. -> cerebellaire ataxie
Kleine hersenen zijn ook van belang bij het automatiseren zodat de hersenen niet
overbeladen geraakt -> veel ruimte om andere dingen cognitief te leren (nodig om het brein
te ontwikkelen)
Door een letsel in het cerebellum raakt het brein veel sneller overbelast want er vindt geen
automatisering meer plaats, ook zou het veel moeilijker zijn om iets aan te leren. Deze
mensen zijn heel snel moe omdat ze veel meer moeite moeten doen om dingen te
onthouden.
Hersenstam
Van belang voor de vitale functies (hartslag, bloeddruk, oogbewegingen,…). Als de
hersenstam druk ervaart is het risico voor overlijden zeer groot. Regelt alertheid en arousal,
als letsel: narcolepsie (mensen die plots in slaap vallen)
Functionele neuroanatomie van de cerebrale cortex
1) Cerebrale organisatie: een introductie (niet kennen)
2) Ondersteunende structuren van de cerebrale cortex
Schedel
Ons brein is hierin ingebouwd. Onze schedel is vrij groot met een gat in het midden
(=achterhoofdsgat), waarin de ruggengraat zit vastgeënt. Omdat dit gat in het midden zit
weet men dat mensen rechtopstaande wezens zijn. Aan de hand van de plaats van dit
gat kunnen onderzoekers zien of het gaat om mensen of dieren.
Om door het geboortekanaal te kunnen moeten wij op 9 maanden bevrijd worden, maar
daarbij is de schedel nog niet volgroeid. De schedel is nog geen derde van wat het zou
moeten worden bij de geboorte. Na 23 jaar is de schedel pas volgroeid. De omgeving
kneedt hoe het brein gaat groeien
Risico’s:
• Acceleratie – deceleratie letsels (bv. whiplash geassocieerd aandoeningen)
We hebben een aantal beperkingen omdat we een brein hebben dat vast zit in de
schedel.
Tijdens een whiplash maakt de nek een zweepslag, waarbij de zenuwen die naar de
hersenen gaan afgesnoerd worden –> soms klachten nadien (hoofdpijn,
concentratieproblemen,…)
Door de slag maakt het brein een terugslag (acceleratie-deceleratie) tegen de
schedel waardoor kneuzingen en letsels ontstaan
Door de slag worden de armen van de zenuwcellen afgebroken of geplooid.
De gedragsfuncties zijn het product van het brein, als er dus iets misloopt in het
gedrag is het waarschijnlijk een probleem in de hersenen. -> vaak aan de hand van
dit gedrag zoeken mensen hulp
• Verhoogde intracraniale druk
Inleiding: algemene bouw van de hersenen
Telencephalon (grote hersenen of cerebrum)
Diëncephalon (tussenhersenen)
Cerebellum (kleine hersenen)
Hersenstam
• Mescencephalon
• Pons
• Medulla Oblongata
Ruggenmerg
De grote hersenen
• Grijze stof (zie slide hersenmodel)
– Hersenschors of cortex
– Grijze kernen
• Witte stof : vezels/banen (zie slide)
– Associatievezels
– Commissurale vezels
– Projectievezels
Verbindingen in de grote hersenen
• 2 hemisferen (verbonden via hersenbalk of corpus callosum)
De hersenschors of cortex : sulci en gyri en fissuren (zie slide)
1) Fissura longitudinalis cerebri
2) Sulcus centralis of Fissuur van Rolando
3) Sulcus Lateralis of Fissuur van Sylvius
Grijze (diepe) kernen (zie slide)
• Nucleus Caudatus
• Nucles lentiformis
– Putamen
– Globus Pallidus
Limbisch systeem
Concentrisch geheel van lussen diep in ons brein dat ervoor zorgt dat mensen emoties
hebben in het geheugen. -> bij de mens is dit zeer sterk ontwikkeld
Hippocampus (episodische geheugenfeiten -> wordt het eerst aangetast bij
Alzheimer) + amygdala( emotionele kleuren -> bij psychopaten is dit
verschrompeld -> weinig emoties)
Tussenhersenen (zie slide hersenmodel)
• Thalamus
Centraal station voor ons lichaam waar al onze prikkel van buiten af samen komen ->
er gebeurt hier filtering van informatie waarbij irrelevante info eruit gefilterd wordt
, (zowel sensorische als motorische filtering). Bij hersenletsels is dit aangetast wat leidt
tot een overprikkeling
• Hypothalamus
Kleine hersenen
Belangrijk hulpsysteem bij de werking van de grote hersenen. Mensen met stoornissen in het
cerebellum hebben vaak coördinatiestoornissen bij acties. -> cerebellaire ataxie
Kleine hersenen zijn ook van belang bij het automatiseren zodat de hersenen niet
overbeladen geraakt -> veel ruimte om andere dingen cognitief te leren (nodig om het brein
te ontwikkelen)
Door een letsel in het cerebellum raakt het brein veel sneller overbelast want er vindt geen
automatisering meer plaats, ook zou het veel moeilijker zijn om iets aan te leren. Deze
mensen zijn heel snel moe omdat ze veel meer moeite moeten doen om dingen te
onthouden.
Hersenstam
Van belang voor de vitale functies (hartslag, bloeddruk, oogbewegingen,…). Als de
hersenstam druk ervaart is het risico voor overlijden zeer groot. Regelt alertheid en arousal,
als letsel: narcolepsie (mensen die plots in slaap vallen)
Functionele neuroanatomie van de cerebrale cortex
1) Cerebrale organisatie: een introductie (niet kennen)
2) Ondersteunende structuren van de cerebrale cortex
Schedel
Ons brein is hierin ingebouwd. Onze schedel is vrij groot met een gat in het midden
(=achterhoofdsgat), waarin de ruggengraat zit vastgeënt. Omdat dit gat in het midden zit
weet men dat mensen rechtopstaande wezens zijn. Aan de hand van de plaats van dit
gat kunnen onderzoekers zien of het gaat om mensen of dieren.
Om door het geboortekanaal te kunnen moeten wij op 9 maanden bevrijd worden, maar
daarbij is de schedel nog niet volgroeid. De schedel is nog geen derde van wat het zou
moeten worden bij de geboorte. Na 23 jaar is de schedel pas volgroeid. De omgeving
kneedt hoe het brein gaat groeien
Risico’s:
• Acceleratie – deceleratie letsels (bv. whiplash geassocieerd aandoeningen)
We hebben een aantal beperkingen omdat we een brein hebben dat vast zit in de
schedel.
Tijdens een whiplash maakt de nek een zweepslag, waarbij de zenuwen die naar de
hersenen gaan afgesnoerd worden –> soms klachten nadien (hoofdpijn,
concentratieproblemen,…)
Door de slag maakt het brein een terugslag (acceleratie-deceleratie) tegen de
schedel waardoor kneuzingen en letsels ontstaan
Door de slag worden de armen van de zenuwcellen afgebroken of geplooid.
De gedragsfuncties zijn het product van het brein, als er dus iets misloopt in het
gedrag is het waarschijnlijk een probleem in de hersenen. -> vaak aan de hand van
dit gedrag zoeken mensen hulp
• Verhoogde intracraniale druk