werken
1. Missie. Waar zijn we hier voor? Spreek hierover in een bijeenkomst. Voorbeelden: Verzorgen
van zieken mensen. Helpen van de burger. Een goede missie stuurt het personeel vanzelf.
Zorg dat zoveel mogelijk mensen erachter staan.
2. Visie. Waar wil je naartoe? Bijvoorbeeld: De beste zorg leveren. Wat betekend dat: Alles
willen is niks bereiken. Maak keuzen, maar niet zomaar, eerst naar iedereen luisteren.
3. Houd je aan de missie en visie. Draag deze krachtig uit. Walk the talk. Doe het zelf. Trek je in
comité terug en bekijk of we ons nog aan de missie en visie houden. Zo niet, ga een van
beiden aanpassen. Is je missie en visie het belangrijkst? Waar blijkt dat uit? Handel ernaar!
4. Maak een plan. Je mag hiervan afwijken als je de missie goed kent. Maak elk jaar een nieuw
5 jaar plan. Maak het concreet, kanttevredenheid, verkopen, omzet. Vooral focus op niet
financieel zaken zoals: Klantevredenheid, medewerkerstevredenheid. Focus op missie, niet
groeicijfers doortrekken o.i.d. Elke jaar evaluatie. Zitten we op schema? Moeten we het plan
aanpassen?
5. Een frisse blik. Mensen in de organisatie hebben een beeld en dat veranderd niet zomaar.
Vraag een kunstenaar of schoolklas om naar de organisatie te kijken. Laat ze op hun manier
dit uitbeelden. Luister naar wat ze te vertellen hebben en krijg inzichten.
6. Geef medewerkers de ruimte. Vertrouw dat medewerkers hun vak verstaan. Spreek af wat
ze doen maar niet hoe ze dat moeten doen. Stel zo weinig mogelijk regels. Dit maakt ze
creatiever en productiever.
7. Stel wel grenzen. Mensen wil wel iets van houvast. Anders weten ze niet waar ze aan
moeten voldoen. Geef de kaders weer en laat deze verruimen. Mensen zoeken naar
mogelijkheden. Gebruik dit in je voordeel.
8. Leer elkaar kennen. Dit gaat niet meer vanzelf in ‘het nieuwe werken’. Gebruik een tool.
Bijvoorbeeld Management Drives. Deze belicht iemand zijn voorkeuren. Dit geeft je soms een
beter beeld van een persoon of afdeling in totaal.
9. Normen, waarden en gedrag. Door diverse afkomsten e.d. is dit niet meer bij iedereen
hetzelfde. Praat, praat en praat erover. Wat is voor ons belangrijk. Maak het concreet en
vertaal dit naar gedrag. Spreek tenslotte elkaar hier op aan.
10. Geef en ontvang feedback. Dit is nodig om te groeien als organisatie en individu. Feedback is
om te leren. Elk moment is een moment. Als je niks zegt ontneem je de leerkans. Maak het
niet persoonlijk. Het gaat om het getoonde gedrag, niet de persoon. Oefen dit, bijvoorbeeld
in een workshop. Ga niet in discussie, het is aan de ontvanger of hij er wat mee doet.
11. Stel groeicoaches aan. Zij vervangen niet de manager of HR-adviseur maar zijn directe
collega’s. Waar wil je heen, wat wil je bereiken in het leven? Groeicoaches helpen
antwoorden te vinden op deze vragen. Groeien de medewerkers dan groeit de organisatie
mee. Goed luisteren en vragen stellen. Wat is hun passie. De coaches helpen je persoonlijke
missie en visie te vinden en deze te vertalen in concrete doelen.
12. Maak individuele groeiplannen. Maak je eigen groei plan, waar ben je over 5 jaar. Welke
stappen zijn nodig. Stel kleine stappen vast. Bijvoorbeeld voor een kwartaal. Het kan zijn dat
jouw visie of missie niet bij de organisatie past. Dan kan je opzoek gaan naar een baan die
beter bij je past. Stel vast: wanneer ben ik succesvol?: ‘Definition of Succes’. Groeiplan,
gesprekken met je groeicoach en ‘Definition of Succes’ is vertrouwelijk.
13. Werk met de juiste mensen. Dan mensen geschikt zijn voor de functie wil nog niet zeggen
dat ze de juiste mensen zijn. Je kan beter de eisen naar beneden bijstellen dan iemand willen
, veranderen. Kennis kan je bijspijkeren. Zoek mensen die willen delen, dezelfde waarde
uitdragen, die willen groeien.
14. Werk nieuwe medewerkers goed in. Laat medewerkers niet zwemmen maar besteedt er
aandacht aan. Bedenk een introductieprogramma. Zorg dan nieuwe medewerkers inzicht
krijgen in de cultuur. Luister ook vooral naar wat de nieuwe medewerkers opvalt en leer hier
van.
15. Regel een aantal zaken gewoon goed. Procedures en regels zijn nodig om tijd te maken voor
creativiteit. Leg dit goed vast en automatiseer deze dingen. Laat zo weinig mensen aan deze
regels werken/controleren, hier worden ze namelijk ongelukkig van. Regel het wel.
16. Maak creativiteit mogelijk. Het begint en eindigt met ruimte. Creativiteit kan je niet in een
proces stoppen. Je kan hier niet echt op sturen. Door de ruimte te geven komt het vanzelf.
Wees je bewust in welk deel je bezig bent. Creativiteit wil je niet stoppen in het proces. Wees
je bewust waar je mee bezig bent. Soms is creativiteit even niet geboden zoals bij het
schrijven van uren.
17. Een eenvoudig recept voor telewerken. Je hebt een computer met internet nodig. De baas
moet vertrouwen hebben. Misschien doe je andere dingen tijdens werk maar dat gebeurd op
kantoor ook. Het gaat erom dat de medewerker zelf kan kiezen waar hij zijn activiteiten het
best kan doen. Telewerken is gelijk aan veranderingen, wat op zichzelf voor mensen soms
een probleem is.
18. Een ingewikkeld recept voor telewerken. Telewerken is niet moeilijk, het is de weerstand
ertegen. We zitten soms nog in een aanwezigheidscultuur met alle angsten van dien. Het
topmanagement wil wel maar de directe manager niet altijd. Stel je kwetsbaar op en vraag
erom. Beargumenteer met voorbeelden en statistieken waarom jij wil telewerken.
19. Vergeet je collega’s niet. Wil je effectief samenwerken dan moet je elkaar af en toe in de
ogen kijken. Stel bijvoorbeeld een fysiek minimum. Als mensen elkaar kennen blijken ze
beter samen te werken. Zorg dat je regelmatig contact hebt en vergeet de sociale codes niet
zoals: hoe gaat het met je kinderen?.
20. Versterk het groepsgevoel. Telewerkers moeten extra tijd besteden aan het
groepsgebeuren. Bij telewerken wordt het groepsgevoel minder. Zorg dat mensen tot de
groep blijven behoren. Regel een soort van clubhuis. Een ruimte waar ze zich kunnen
ontspannen. Doe als manager ook mee anders heb je de kans dat je verstoten wordt.
21. Vertrouw je medewerkers. Manage op output in plaats van op aanwezigheid. Productiewerk
is verplaatst naar lagelonenlanden of geautomatiseerd. 60% van het werk in Nederland is
eigenlijk creatief werk. De oplossingen komen soms ‘s nachts of op andere momenten.
Bespreek wat je van iemand verwachte en meet de prestaties daaraan. Dit kunnen ook het
leren van nieuwe vaardigheden zijn. Maak afspraken over ‘wat’, het ‘hoe’ is aan de
medewerkers. Behandel je ze als kinderen dan gedragen zij zich ook zo.
22. Geef hun de juiste tools. Zorg dat medewerkers bij de juiste software kunnen. Als je alles uit
angst op slot gooit mis je kansen. Veiligheid moet geregeld worden maar er zijn genoeg
oplossingen. Zorg binnen de veiligheid voor zoveel mogelijk speelruimte.
23. Geef toegang tot informatie. Het nieuwe werken is overal, overal bij kunnen. Dus ook bij de
klant. Je kan direct antwoord vinden op moeilijke vragen. Via verbindingen met
bedrijfsnetwerken of collega’s die het antwoord weten. Dit kan via chat bijvoorbeeld. Kennis
halen bij collega’s is belangrijker dan een kennissysteem. Werk aan een cultuur dat hulp
vragen aan collega’s normaal is en kennis delen ook.
24. ‘Unified communication’: knoopt communicatiemiddel aan elkaar. Zoals bellen via de laptop,
chatten via de telefoon, voicemail luisteren via de laptop Zo hoef je niet altijd alles mee te