Samenvatting toets matrijs + leerdoelen kennistoets blok C gezondheid
, Casus 1: Peuter Onno
CGO
De student kan benoemen wat het verschil is tussen zorg aan
volwassenen en aan kinderen.
Het verschil is
Kind:
- Kinderen hebben nog geen goed ontwikkeld immuunsysteem.
- Kinderen kunnen een kleinere hoeveelheid medicijnen binnen krijgen,
omdat hun lever en nieren nog niet ontwikkeld zijn.
- Je moet kinderen meer vragen stellen, omdat zij minder goed het idee
hebben hoe ze moeten vertellen waar ze last van hebben
- Er zitten grotere verschillen in leeftijdscategorieën bij kinderen dan bij
volwassenen.
- De gedachtes van kinderen zijn anders dan van volwassenen. Bij kinderen
zit er nog een stukje opvoeding bij.
Volwassenen:
- Is al opgevoed
- Begrijpt beter wat de ziekte in houd
- Is volledig ontwikkeld
De student weet wat de principes zijn van gezinsgerichte zorg (family
centered care).
Dit houdt in dat het gezin centraal staat in de zorgverlening. Het betrekken van
de familie over de besluitvorming van de zorg je gaat overleggen met elkaar
als in wat is belangrijk voor mijn kind.
De student kan ethische dillema’s wat betreft goede zorg voor kind en
ouders in het ziekenhuis benoemen.
Ethische dilemma’s in de zorg voor kinderen en ouders in het ziekenhuis ontstaan
vaak bij verschil van inzicht over behandelingen. Artsen streven naar medisch
verantwoorde keuzes, terwijl ouders soms andere overtuigingen of wensen
hebben. Dit vraagt om open communicatie en respect voor elkaars standpunten.
De student kan benoemen wat aspecten zijn uit de beroepscode die van
belang zijn in de verpleegkundige zorg aan kinderen.
- Respect voor autonomie: zelfs bij jonge kinderen wordt hun mening serieus
genomen, afhankelijk van hun leeftijd en ontwikkeling
- Vertrouwelijkheid: informatie over het kind wordt alleen gedeeld met
toestemming van ouders of wettelijke vertegenwoordigers
- Niet schaden: het voorkomen van schade door zorgvuldig en bekwaam te
handelen
- Samenwerking met ouders: actieve betrokkenheid van ouders bij de zorg
en besluitvorming.
De student kan de verschillende ontwikkelingsfasen benoemen van de
peuter 1,5 – 4 jaar.
1. Motorische ontwikkeling: peuters leren lopen, rennen, klimmen en
eenvoudige fijne motoriek zoals bouwen met blokken
2. Cognitieve ontwikkeling: ze gaan meer begrijpen van oorzaak en gevolg,
ontwikkelen geheugen en beginnen met fantasie in spel.
3. Taalontwikkeling: de woordenschat groeit snel
4. Sociaal-emotionele ontwikkeling: ze tonen emoties, beginnen met zelfbesef
en willen zelfstandiger zijn, maar zoeken ook nabijheid en structuur.
,De student kan potentiële verpleegproblemen ten gevolge van RS-virus
en bijpassende interventies benoemen.
Benauwdheid en kortademigheid door slijmvorming en vernauwing van de
luchtwegen.
Onvoldoende voeding door vermoeidheid en ademhalingsproblemen tijdens het
drinken.
Verhoogd risico op dehydratie en onrust of angst bij kind en ouders.
Interventies:
Zuurstoftoediening en ademhalingsondersteuning, kleine frequente voeding
geven, observeren van ademhalingsfrequentie saturatie en vochtbalans, ouders
geruststellen en goed informeren.
VTV
De student kan in een gesimuleerde omgeving demonstreren hoe
zuurstof kan worden toegediend bij een zorgvrager.
1. Voorbereiding
- Voorschrift controleren, materialen verzamelen en handhygiëne
uitvoeren
2. Toediening
- Uitleggen wat je gaat doen, correct aansluiten, juiste flow instellen,
neusbril opdoen.
3. Nazorg en evaluatie
- Observeren, controleren en evalueren
De student weet de indicaties en de contra-indicaties te benomen voor
het geven van zuurstof.
Indicaties: lage saturatie, benauwdheid en tekenen van ademnood, versnelde
ademhaling, sufheid of verminderde alertheid en apneu’s.
Contra-indicaties: chronische hypercapnie (copd etc. te veel zuurstof kan het
ademhalingsprikkel onderdrukken), premature baby’s, zuurstof-toxiciteit en bij
brandgevaar.
De student weet de complicaties bij zuurstoftoediening te benoemen.
1. Zuurstofintoxicatie; vooral bij hoge concentraties en langdurig gebruik, kan
longschade veroorzaken.
2. Onderdrukken van ademhalingsprikkel; bij chronische hypercapnie
3. Droge slijmvliezen of neusbloedingen; door niet bevochtigde zuurstof
4. Drukplekken of huidirritatie; door zuurstofbril of masker
5. Retinopathie bij prematuren; oogschade door hoge zuurstofniveaus
6. Brandgevaar; zuurstof is zeer brand bevorderend
De student kan de ABCDE-methodiek uitleggen.
A- Airway
B- Breathing
C- Circulation
D- Disability
E- Environment
De student kan instructie geven over de toediening van
inhalatiemedicatie.
, 1. Uitleg geven over het doel van de medicatie.
2. Toon hoe het inhalatiehulpmiddel werkt.
3. Stap-voor-stap demonstreren; goed schudden, volledig uitademing voor
inhalatie, diepe, langzame inademing tijdens activeren van het middel,
adem 5-10 seconden vasthouden en daarna rustig uitademen.
4. Nazorg; mond spelen na inhalatie van corticosteroïden en hulpmiddelen
schoonmaken volgens instructie.
5. Controleren of de zorgvrager het begrijpt en zelfstandig kan uitvoeren.
De student kan de regel van 5 benoemen en toepassen op het
verstrekken van medicatie.
Juiste patiënt, Juiste tijdstip, Juiste medicijn, Juiste manier van toedienen en Juiste
dosis
COVA
De student kent de eerste twee stappen van het gezinsgesprek: het
engageren en het assessment.
Stap 1 = engageren (engagement) doel hiervan is het opbouwen van een
vertrouwensrelatie met het gezin.
- Dit houdt in dat je kennis maakt met het gezin op een respectvolle en
open manier. Dat er een veilige sfeer is zonder oordeel, met empathie
en oprechte interesse.
- Dit is belangrijk omdat zonder vertrouwen zullen gezinsleden minder
snel open zijn over hun zorgen, problemen of hulpvragen. Engageren is
dus de basis voor een goede samenwerking.
Stap 2 = assessment (verkenning / in kaart brengen) doel hiervan is een goed
beeld krijgen van de gezinssituatie en de hulpvraag.
- Dit houdt in dat je samen met het gezin gaat verkennen wat er speelt;
wat gaat goed, wat zijn de zorgen. Het inventariseren van krachten én
kwetsbaarheden. Je moet hier gebruikmaken van open vragen om zicht
te krijgen op de relaties binnen het gezin, dagelijkse routines, etc.
- Dit is belangrijk omdat een zorgvuldig assessment nodig is om
passende hulp te bieden die aansluit bij de werkelijke behoeften en
sterktes van het gezin.
OO-A AFPF
De functies van de pleura beschrijven
De pleura is een vlies die rondom de longen ligt. In deze laag zit een klein beetje
vocht, dit vocht zorgt ervoor dat de longen zonder wrijving kleiner en groter
kunnen worden bij uit- en inademen.
De pulmonale bloedtoevoer beschrijven
Arteria pulmonalis longslagader = zuurstofarm
Vena pulmonalis longader = zuurstofrijk
Arteria bronchialis bronchusslagader = zuurstofrijk
Vena bronchialis bronchusader = zuurstofarm
, Casus 1: Peuter Onno
CGO
De student kan benoemen wat het verschil is tussen zorg aan
volwassenen en aan kinderen.
Het verschil is
Kind:
- Kinderen hebben nog geen goed ontwikkeld immuunsysteem.
- Kinderen kunnen een kleinere hoeveelheid medicijnen binnen krijgen,
omdat hun lever en nieren nog niet ontwikkeld zijn.
- Je moet kinderen meer vragen stellen, omdat zij minder goed het idee
hebben hoe ze moeten vertellen waar ze last van hebben
- Er zitten grotere verschillen in leeftijdscategorieën bij kinderen dan bij
volwassenen.
- De gedachtes van kinderen zijn anders dan van volwassenen. Bij kinderen
zit er nog een stukje opvoeding bij.
Volwassenen:
- Is al opgevoed
- Begrijpt beter wat de ziekte in houd
- Is volledig ontwikkeld
De student weet wat de principes zijn van gezinsgerichte zorg (family
centered care).
Dit houdt in dat het gezin centraal staat in de zorgverlening. Het betrekken van
de familie over de besluitvorming van de zorg je gaat overleggen met elkaar
als in wat is belangrijk voor mijn kind.
De student kan ethische dillema’s wat betreft goede zorg voor kind en
ouders in het ziekenhuis benoemen.
Ethische dilemma’s in de zorg voor kinderen en ouders in het ziekenhuis ontstaan
vaak bij verschil van inzicht over behandelingen. Artsen streven naar medisch
verantwoorde keuzes, terwijl ouders soms andere overtuigingen of wensen
hebben. Dit vraagt om open communicatie en respect voor elkaars standpunten.
De student kan benoemen wat aspecten zijn uit de beroepscode die van
belang zijn in de verpleegkundige zorg aan kinderen.
- Respect voor autonomie: zelfs bij jonge kinderen wordt hun mening serieus
genomen, afhankelijk van hun leeftijd en ontwikkeling
- Vertrouwelijkheid: informatie over het kind wordt alleen gedeeld met
toestemming van ouders of wettelijke vertegenwoordigers
- Niet schaden: het voorkomen van schade door zorgvuldig en bekwaam te
handelen
- Samenwerking met ouders: actieve betrokkenheid van ouders bij de zorg
en besluitvorming.
De student kan de verschillende ontwikkelingsfasen benoemen van de
peuter 1,5 – 4 jaar.
1. Motorische ontwikkeling: peuters leren lopen, rennen, klimmen en
eenvoudige fijne motoriek zoals bouwen met blokken
2. Cognitieve ontwikkeling: ze gaan meer begrijpen van oorzaak en gevolg,
ontwikkelen geheugen en beginnen met fantasie in spel.
3. Taalontwikkeling: de woordenschat groeit snel
4. Sociaal-emotionele ontwikkeling: ze tonen emoties, beginnen met zelfbesef
en willen zelfstandiger zijn, maar zoeken ook nabijheid en structuur.
,De student kan potentiële verpleegproblemen ten gevolge van RS-virus
en bijpassende interventies benoemen.
Benauwdheid en kortademigheid door slijmvorming en vernauwing van de
luchtwegen.
Onvoldoende voeding door vermoeidheid en ademhalingsproblemen tijdens het
drinken.
Verhoogd risico op dehydratie en onrust of angst bij kind en ouders.
Interventies:
Zuurstoftoediening en ademhalingsondersteuning, kleine frequente voeding
geven, observeren van ademhalingsfrequentie saturatie en vochtbalans, ouders
geruststellen en goed informeren.
VTV
De student kan in een gesimuleerde omgeving demonstreren hoe
zuurstof kan worden toegediend bij een zorgvrager.
1. Voorbereiding
- Voorschrift controleren, materialen verzamelen en handhygiëne
uitvoeren
2. Toediening
- Uitleggen wat je gaat doen, correct aansluiten, juiste flow instellen,
neusbril opdoen.
3. Nazorg en evaluatie
- Observeren, controleren en evalueren
De student weet de indicaties en de contra-indicaties te benomen voor
het geven van zuurstof.
Indicaties: lage saturatie, benauwdheid en tekenen van ademnood, versnelde
ademhaling, sufheid of verminderde alertheid en apneu’s.
Contra-indicaties: chronische hypercapnie (copd etc. te veel zuurstof kan het
ademhalingsprikkel onderdrukken), premature baby’s, zuurstof-toxiciteit en bij
brandgevaar.
De student weet de complicaties bij zuurstoftoediening te benoemen.
1. Zuurstofintoxicatie; vooral bij hoge concentraties en langdurig gebruik, kan
longschade veroorzaken.
2. Onderdrukken van ademhalingsprikkel; bij chronische hypercapnie
3. Droge slijmvliezen of neusbloedingen; door niet bevochtigde zuurstof
4. Drukplekken of huidirritatie; door zuurstofbril of masker
5. Retinopathie bij prematuren; oogschade door hoge zuurstofniveaus
6. Brandgevaar; zuurstof is zeer brand bevorderend
De student kan de ABCDE-methodiek uitleggen.
A- Airway
B- Breathing
C- Circulation
D- Disability
E- Environment
De student kan instructie geven over de toediening van
inhalatiemedicatie.
, 1. Uitleg geven over het doel van de medicatie.
2. Toon hoe het inhalatiehulpmiddel werkt.
3. Stap-voor-stap demonstreren; goed schudden, volledig uitademing voor
inhalatie, diepe, langzame inademing tijdens activeren van het middel,
adem 5-10 seconden vasthouden en daarna rustig uitademen.
4. Nazorg; mond spelen na inhalatie van corticosteroïden en hulpmiddelen
schoonmaken volgens instructie.
5. Controleren of de zorgvrager het begrijpt en zelfstandig kan uitvoeren.
De student kan de regel van 5 benoemen en toepassen op het
verstrekken van medicatie.
Juiste patiënt, Juiste tijdstip, Juiste medicijn, Juiste manier van toedienen en Juiste
dosis
COVA
De student kent de eerste twee stappen van het gezinsgesprek: het
engageren en het assessment.
Stap 1 = engageren (engagement) doel hiervan is het opbouwen van een
vertrouwensrelatie met het gezin.
- Dit houdt in dat je kennis maakt met het gezin op een respectvolle en
open manier. Dat er een veilige sfeer is zonder oordeel, met empathie
en oprechte interesse.
- Dit is belangrijk omdat zonder vertrouwen zullen gezinsleden minder
snel open zijn over hun zorgen, problemen of hulpvragen. Engageren is
dus de basis voor een goede samenwerking.
Stap 2 = assessment (verkenning / in kaart brengen) doel hiervan is een goed
beeld krijgen van de gezinssituatie en de hulpvraag.
- Dit houdt in dat je samen met het gezin gaat verkennen wat er speelt;
wat gaat goed, wat zijn de zorgen. Het inventariseren van krachten én
kwetsbaarheden. Je moet hier gebruikmaken van open vragen om zicht
te krijgen op de relaties binnen het gezin, dagelijkse routines, etc.
- Dit is belangrijk omdat een zorgvuldig assessment nodig is om
passende hulp te bieden die aansluit bij de werkelijke behoeften en
sterktes van het gezin.
OO-A AFPF
De functies van de pleura beschrijven
De pleura is een vlies die rondom de longen ligt. In deze laag zit een klein beetje
vocht, dit vocht zorgt ervoor dat de longen zonder wrijving kleiner en groter
kunnen worden bij uit- en inademen.
De pulmonale bloedtoevoer beschrijven
Arteria pulmonalis longslagader = zuurstofarm
Vena pulmonalis longader = zuurstofrijk
Arteria bronchialis bronchusslagader = zuurstofrijk
Vena bronchialis bronchusader = zuurstofarm