Basisstof 1 Bescherming
- Ziekteverwekkers/pathogeen: organismen uit de omgeving die je ziek kunnen
maken (virussen, bacteriën (verdubbelen in 20 min (bij juiste temp. en voeding)),
schimmels, dieren)
- Uitwendig milieu: omgeving die zich buiten lichaam bevindt (inhoud maag-
darmkanaal hoort hierbij (verteringsstelsel, ademhalingsstelsel)
- Inwendig milieu: deel van lichaam dat alleen kan worden bereikt door een of
meerdere celmembraan te passeren
- Lichaamsvreemd: stoffen of cellen die niet in je lichaam thuishoren, lichaam
beschermt hiertegen
- Lichaamseigen: stoffen of cellen die door je lichaam worden gemaakt of
onderdeel zijn van je lichaam, normaal gesproken niet aangevallen
- Infectie: binnendringen van ziekteverwekkers in je lichaam
- Virus: ziekteverwekker die bestaat uit DNA of RNA met daaromheen een
eiwitmantel (capside); hebben een gastheer nodig voor voortplanting. Na
aanhechting aan receptoren gastheercel > virus-DNA/RNA in cytoplasma >
vermenigvuldigingen (BINAS 77D)
- Virussen kunnen door bv cellen doden/beschadigen (door eiwitverterende
enzymen) iemand ziek maken, of geïnfecteerde cellen toxinen laten produceren
> cel raakt beschadigd of sterft
- Hoeveelheid schade virus hangt af van vermogen van geïnfecteerde weefsel om
te herstellen (bv verkoudheid > snel; poliovirus (zenuwcellen) > altijd verlamd)
Eerste verdedigingslinie:
- Huid: orgaan dat de eerste verdedigingslinie vormt in de bescherming tegen
gevaren van buitenaf
- Slijmvliezen: vochtproducerende cellen die bij openingen in de huid de eerste
verdedigingslinie vormen in de bescherming tegen gevaren van buitenaf
- Mechanische afweer: indringers buiten het lichaam houden met behulp van
fysieke aanpassingen (bv huid en slijmvliezen)
- Chemische afweer: indringers buiten het lichaam houden met behulp van
stoffen (bv zoutzuur in maagsap doodt bacteriën, zweet, bacteriën op huid)
- Melanocyten: pigmentvormende cellen in de kiemlaag
- Melanine: donkere pigment dat delende cellen kiemlaag beschermt tegen
schade door uv-straling, vorming gestimuleerd door blootstelling van huid aan
zonlicht
, Basisstof 2 Afweer (BINAS 84L)
Immuunsysteem heeft 2 soorten afweer:
- Aangeboren afweer: snelle eerste afweer door fagocyten, gericht tegen vele
verschillende typen ziekteverwekkers; komt voor bij alle dieren en planten
- Verworven afweer: afweer door lymfocyten, gedurende leven ontwikkeld, gericht
tegen één type ziekteverwekker; komt alleen voor bij gewervelde dieren
- Lymfoïde organen: de organen met een functie bij opslag en transport van witte
bloedcellen: beenmerg, thymus (klier in borstholte), milt en lymfeknopen
- Rode beenmerg: plaats waar fagocyten, mestcellen en lymfocyten ontstaan uit
stamcellen. Ze komen in bloed terecht waar ze lichaamsvreemde virussen en
bacteriën herkennen en bestrijden
- Milt: lymfeklier van bloed. Vorming plasmacel en antistof
- Thymus: controle lymfocyten, dik bij infectie
- Fagocyten: (en mestcellen) witte bloedcel die onderdeel uitmaakt van de
aangeboren afweer
- Lymfocyten: witte bloedcel die onderdeel uitmaakt van de verworven afweer
Fagocyten
- als ziekteverwekkers lichaam in komt > in een keer aangevallen door fagocyten.
- Doen aan fagocytose: insluiting en vertering van ziekteverwekkers
- Fagocyten gebruiken receptoren om pathogenen te detecteren. 2 soorten:
• Granulocyten: fagocyt die snel reageert op binnendringende ziekteverwekkers
door ze te fagocyteren binnen enkele minuten; gaat daarna meestal te gronde; in
granulocyten smelten lysosomen samen met blaasje waarin bacterie is ingesloten
> enzymen uit lysosomen doden bacterie. Etter/pus bij ontstoken wond is vaak
dode granulocyten
• Monocyten: fagocyt waaruit zich macrofagen en dendritische stellen ontwikkelen.
Deel opgeslagen in milt, ander deel via bloedbaan naar weefsels. Als bloedbaan
verlaat en in weefselvloeistof komt > verandert hij in macrofaag. Huid en
slijmvliezen > dendritische cel
- Mestcellen: witte bloedcellen die zich vooral bevinden in weefsels van huid/
slijmvliezen. Als in contact met lichaamsvreemde > geeft chemische stoffen af,
zoals histamine: zorgt voor verwijding en grotere doorlaatbaarheid bloedvaten
(en zwelling/warmte/roodheid weefsels) > andere typen witte bloedcellen kunnen
snel naar die plek
- Macrofagen: (veelvraat) fagocyt die verschillende ziekteverwekkers fagocyteert
(omdat niet dood gaat) (aangeboren afweer) en daarna verandert in een APC
(verworven afweer); komt overal in het lichaam voor
- Dendritische cellen: fagocyt die ziekteverwekkers fagocyteert (aangeboren
afweer) en daarna verandert in een APC (verworven afweer); komt vooral voor in
huid en slijmvliezen