Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Orthopedagogiek - colleges en literatuur

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
39
Geüpload op
17-06-2025
Geschreven in
2024/2025

De literatuur en colleges in deze samenvatting zijn bijna volledig dekkend voor de cursus

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Verdieping in de Orthopedagogiek

Week 1
Begrip Beschrijving
Classificatie Vaststellen stoornis, beschrijven van gedrag en indelen ervan (categoriseren)
mogelijkheid tot ordening
LET OP! Risico op generalisering en stigmatisering
Kritiek op Alles of niets > wel of geen stoornis
classificering MAAR: vaak is het niet zo zwart-wit
Differentiaal- Nagaan of er nog een andere stoornis is die dezelfde symptomen kan veroorzaken
diagnose -> moet worden uitgesloten
Diagnostiek Verklaren van het ontstaan van deze stoornis
Diagnose is altijd interpretatie (subjectief) > classificatiesystemen maken zo objectief mogelijk
individueel niveau; hoe is het bij dit kind zo gekomen?

3 waarom vragen:
1. Waarom heeft het kind deze klachten op dit moment gekregen en waarom niet eerder?
2. Waarom heeft het kind juist deze problemen met deze klachten ontwikkeld en niet een
andere stoornis?
3. Waarom heeft dit kind psychische problemen en niet zijn zusje of broertje? Andere leden
binnen het gezin nog problemen? > Systeemtheorie (positie binnen het gezin)
Epidemologisch Hoeveel kinderen hebben het? Factoren die de problematiek beïnvloeden vaststellen
Onderzoek
Classificatie- Psychische stoornissen herkennen, indelen en onderscheiden
systemen onderscheid tussen grote groepen (angst, gedrag etc) en subgroepen (paniek, agorafobie etc).
DSM Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders; staan afspraken over hoe een psychische
stoornis gedefinieerd wordt door de kenmerken (Symptomen) te omschrijven

- DSM-III: atheoretisch, alleen waarneembare kenmerken en geen theoretische input.
Hulpverleners duidelijke categorieën voor indeling (> betrouwbaarheid)
- DSM-V: nieuwste versie voor classificatie van psychische stoornissen/definiëring
Psychische Volgens DSM-V: syndroom, gekenmerkt door klinisch significante symptomen op het gebied
stoornis van cognitieve functies, de emotieregulatie of het gedrag van een persoon, dat een uiting is van
een disfunctie in de psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen die ten grondslag
liggen aan het psychisch functioneren. > lijdensdruk, beperkingen functioneren
DSM-V Afspraken over hoe een psychische stoornis gedefinieerd moet wordt door de kenmerken
(symptomen) te omschrijven. Het zijn de meest voorkomende gedragingen bij de stoornissen, er
zijn ook andere maar dat is voor eigen interpretatie en vanuit eigen expertise vast te stellen.
DSM – stoornis categoriaal (alles of niets) en DSM-V – systematisch aangeven licht, matig,
ernst
Comorbiditeit Meerdere stoornissen tegelijk
psychische problematiek gaat vaak samen met lichamelijke klachten
Kritiek DSM-V Geen rekening gehouden met (culturele) context waarbinnen het gedrag plaatsvindt
Dimensionele Uitgedrukt in ‘mate van psychische problemen (ook afgestemd op leeftijd en geslacht etc.)
benadering -> CBCL wordt bijv. afgestemd op leeftijd
DISC Diagnostic Interview Schedule for Children > bedoeld om tot DSM-classificaties te komen
Prevalentie Hoe vaak een soort ziekte of stoornis voorkomt
Incidentie Aantal nieuwe ziektegevallen in een bepaalde periode

,Verschil categoriaal en dimensionaal
Categoriaal Dimensionaal
ja of nee Ja, soms, nee (driepuntsschaal)
Plus of min Heel vaak, vaak, een enkele keer, nooit
Wel of geen alcoholmisbruik Aantal glazen per week
Wel of geen obesitas Uitslag op BMI
Ijs of water Aantal graden celsius van het water
DSM CBCL

Verschil classificatie en diagnostiek
Classificatie Diagnostiek
Wat? (is er aan de hand) Hoe? (is dat zo gekomen)
Algemene kennis Specifieke kennis
Beschrijvend Verklarend
Betreft groepen Betreft individuen
Gedragskenmerken Meerdere niveaus van de persoon en context
bij betrokken
Relatief snel te stellen Tijdrovend
Geeft enige richting aan hulpverlening Is voorwaardelijk voor (goede) hulpverlening


4 diagnostische methoden
1. Diagnostisch gesprek: luisteren, vragenstellen en observeren
- anamnese: voorgeschiedenis van stoornis in beeld brengen
- autoanamnese/zelf: klachtgeschiedenis die persoon met problemen zelf toelicht
- heteroanamnese: gebaseerd op informatie van anderen
2. Observeren: doelgericht, opzettelijk en systematisch waarnemen
3. Psychodiagnostiek: gebruik maken van vragenlijsten, testen en beoordelingsschalen.
Bekendste is de intelligentietest of CBCL als schaal
- functietesten: meten functie van kind (intelligentie)
- zelfinvullijsten: meten bepaalde problematiek/psychisch kenmerk
- projectieve testen: aanbieden van onduidelijke stimuli waarbij van het kind
gevraagd wordt te vertellen wat het bij zo’n stimulus denkt of wat het moet voorstellen
(vlekkentest) – MAAR: wat meet je dan?
4. Lichamelijk onderzoek: door artsen!! vooral bij patiënten die zijn opgenomen in
psychiatrie

Epidemiologie: kennis gebruiken over wat we gezien de leeftijd van het kind normaal of
abnormaal gedrag vinden
- prevalentie: hoevaak iets voorkomt/percentage van groep dat bepaalde stoornis heeft
(ooitprevalentie, jaar-, maand- of punt)
- incidentie: het aantal nieuwe ziektegevallen in een bepaalde periode
- 3 factoren beïnvloeden kans op hulp: ernst problematiek, leeftijd kind, combinatie
problematiek kind en problemen gezinsfunctioneren

, Hoofdstuk 3 – kind, gezin en omgeving

Begrip Beschrijving
Lineaire causaliteit Gebeurtenis A veroorzaakt gedrag/ontwikkeling B, ontwikkeling kan alleen begrepen
worden vanuit circulaire oorzaak-en-gevolgredeneringen (wederkerige relaties)
Bio-psychosociale Complexiteit, kijkt naar gedrag in vorm van multicausaliteit -> interactie tussen
model biologische, psychische en sociale aspecten
Bronfenbrenner Ecologisch model
1. Persoonlijke kenmerken
2. Microsysteem: relaties kind en personen in directe omgeving
3. Mesosysteem: relatie tussen de microsystemen; rechtstreeks of via het kind
4. Exosysteem: maatschappelijke systemen waar kind niet direct onderdeel van is
(vrienden van ouders of werk) maar wel van invloed is
5. Macrosysteem: wetten, instituties, cultuur, normen en waarden
6. Chronosysteem: de tijd
Interne locus of Kind heeft besef dat zijn leven in eigen hand kan nemen, zelfvertrouwen/self-efficacy
control
Synergie Factoren die de ontwikkeling van het kind beïnvloeden kunnen elkaar versterken of
afremmen
Risico/beschermend Kunnen worden ingedeeld op: Niveau kind, niveau ouder- en gezin, en omgevingsfactoren
Niveau kind - Biologische factoren: genetisch, prenatale programmering, gender van kind
- Gedragskenmerken: temperament, hechting etc.
- Gebeurtenissen ingrijpend
- Superkids: kinderen die gezond opgroeien ondanks zware psychische belastingen
(veerkracht) beschikken over beschermende factoren
Niveau ouders - Structurele kenmerken: ouders psychische
problemen, opvoedingstaken uitvoeren,
echtscheiding, eenoudergezinnen
- Proceskenmerken: opvoedingsstijl, opvoedgedrag,
hoe zit het gezin in elkaar? Mate van
betrokkenheid


Omgeving - Sociale omstandigheden: SES
- Succesvol volgen van (school)opleiding
- Contacten en interacties met leeftijdsgenoten
- Waarden en normen in de cultuur
Effecten van deze 1. Biologische kenmerken als schizofrenie/ADHD doorgegeven zonder erfelijke
factoren aanleg op andere stoornissen te vergroten
2. Prenatale programmering: alcoholgebruik tijdens zwangerschap -> FAS
3. Ouders met bepaalde gehechtheidsorganisatie
4. Synergie erg belangrijk (factoren kunnen versterken of afremmen)
Bad is stronger Voor beschermingsfactoren bijna onmogelijk om de risicofactoren te ‘bufferen’,
than good risicofactoren zijn stabieler over de tijd
Multifinaliteit Zelfde beginpunt maar meerdere eindpunten/eindresultaat
Equifinaliteit Andere beginpunten maar hetzelfde eindpunt/eindresultaat

, Vormen van preventie
1. Primaire preventie: ontstaan van nieuwe stoornissen verminderen
2. Secundaire preventie: interventie bij kinderen die al lichte problemen hebben
3. Tertiaire preventie: gericht op kinderen met een stoornis, voorkomen dat het erger
wordt
4. Universele preventie: gericht op hele groep, zonder onderscheid. Vergroten van
beschermingsfactoren en veerkracht
5. Selectieve preventie: gericht op kinderen van wie bekend is dat zij hoger risico lopen
op bepaalde stoornis, maar nog geen problemen vastgesteld
6. Geïndiceerde preventie: gericht op kinderen met milde symptomen


College 1
Orthopedagogiek: de pedagogiek van problematische opvoedingssituaties, waarbij de
gebruikelijke opvoedingsmethoden niet toereikend zijn
Vragen orthopedagoog: wat is er aan de hand? Hoe is dit zo gekomen? Wat kan eraan gedaan
worden?




Diagnostische cyclus: Aanmelding (anamnese) -> klachtenanalyse -> probleemanalyse (wat
is er aan de hand, probleem afkaderen) -> verklaringsanalyse (mogelijke oorzaak problemen)
Empirische cyclus:
1. Observatie: wat is er aan de hand? Normale ontwikkeling VS stoornissen
2. Inductie: van specifieke waarnemingen of observaties naar algemene conclusies of
theorieën -> hoe is dit zo gekomen?
Gevolgd door: deductie (hypothese naar specifieke voorspellingen), toetsing, evaluatie




Kijken naar:
- Wat is er aan de hand: normale ontwikkeling vs stoornissen
- Wat zijn de kenmerken: voorbeelden van gedrag, differentiaaldiagnose (diagnose
stellen op basis van verklaringen, andere diagnoses uitsluiten) en comorbiditeit
(meerdere stoornissen tegelijk)
- Hoe is dit zo gekomen: kijken naar kind, gezin en omgeving > Bronfenbrenner

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
17 juni 2025
Aantal pagina's
39
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$11.34
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
eefkexxx Erasmus Universiteit Rotterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
16
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
6
Laatst verkocht
1 maand geleden

5.0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen