Bestuursrecht
Week B1 3
Leerdoelen: 3
1. De student kan de samenstelling, werkwijze, taken en bevoegdheden van de gemeentelijke
bestuursorganen herkennen 3
2. de student kan de bestuurlijke en politieke verhoudingen tussen gemeentelijke bestuursorganen
onderling en tussen gemeentelijke bestuursorganen en ambtenaren herkennen 3
3. De student kan de bestuursorganen van de decentrale openbare lichamen benoemen 3
4. de student kan de plaats van het bestuursrecht binnen het recht bepalen 3
5. De student kan de bronnen van het bestuursrecht noemen 3
6. De student kan het bestuursrecht ondervelden in algemeen en bijzonder bestuursrecht, rekening
houdend met het begrip gelede normstelling 3
7. de student kan het bestuursrecht ondervelden in materieel en formeel bestuursrecht 3
8. De student kan de gelaagde structuur van de Awb aantonen 3
9. De student kan de werking van het legaliteitsbeginsel en van het specialiteitsbeginsel aantonen in een
eenvoudige casus 3
10. De student kan de regels voor de wijze van bevoegdheidsverkrijging door middel van attributie,
delegatie en mandaat beschrijven 3
11. De student kan de regels voor communicatie(verkeer) tussen burgers en bestuursorganen in een
eenvoudige casus toepassen 3
Week B2 6
Leerdoelen: 6
1. De student kan aangeven wat een bestuurshandeling is 6
2. De student kan aangeven wat een besluit is en de rechtsvoorwaarden van het besluitbegrip in art. 1:3 lid
1 Awb onderscheiden en omschrijven 6
3. Aangeven wat een beschikking is en hoe een beschikking wordt aangevraagd 6
4. De soorten beschikkingen onderscheiden en omschrijven 6
5. De verschillende fasen van aanvraag t/m besluit in primo onderscheiden en omschrijven 6
6. Aan de hand van art. 1:2 Awb en OPERA-criteria de direct-belanghebbenden en derde-
belanghebbenden onderscheiden en omschrijven 6
7. In een casus beoordelen wanneer sprake is van een aanvraag, een besluit, een beschikking en een
belanghebbende 6
8. In een eenvoudige casus de oplossing toepassen die een bestuursorgaan heeft als een aanvraag niet
volledig is 6
Week B3 9
Leerdoelen: 9
1. aangeven welke algemene beginselen van behoorlijk bestuur (a.b.b.b.) een rol spelen bij de
besluitvorming 9
2. De formele en materiële a.b.b.b. onderscheiden en beschrijven 9
Pagina 1 van 21
,3. De consequenties voor de inhoud van een besluit van respectievelijk een schending van de formele
a.b.b.b. en materiële a.b.b.b. benoemen 9
4. bepalen binnen welke termijn na een aanvraag een tijdig besluit in primo moet worden genomen 9
5. De oplossing toepassen die een aanvrager heeft als een beschikking niet binnen de voorgeschreven
termijn wordt genomen 9
6. In een eenvoudige beschikking benoemen uit welke elementen de beschikking is opgebouwd en daarbij
de juiste wetsartikelen noemen 9
Week B4 12
Leerdoelen: 12
1. De (gemeentelijke) besluiten van algemene strekking (bas) onderscheiden en omschrijven. Een
algemeen verbindend voorschrift (avv), een beleidsregel, een plan met rechtsgevolg, een concretiserend
besluit van algemene strekking (c-Bas) 12
2. Bepalen wanneer sprake is van een discretionaire bevoegdheid van het bestuursorgaan (beslisruimte) 12
3. Aan de hand van artt. 1:3 lid 1, 7:1 lid 1, 8:1 lid 1 en 8:3 lid 1 sub a Awb bepalen tegen welke soorten
besluiten bezwaar en beroep kan worden aangetekend 12
Week B6 16
Leerdoelen: 16
1. De wettelijke grondslag voor het indienen van een bezwaar- en beroepschrift bepalen 16
2. De voorwaarden voor een ontvankelijk bezwaar- en beroepschrift toepassen 16
3. De regels voor het tijdig indienen van een bezwaar- en beroepschrift toepassen 16
4. De regel voor de hoorplicht bij de bezwaarprocedure toepassen 16
5. De regels voor ex nunc en ex tunc toetsing op de bezwaar- en beroepsprocedure toepassen 16
6. De regels voor het verbod op reformatio in peins in een bezwaar- en beroepsprocedure toepassen 16
7. De regels voor de beslistermijn op bezwaar toepassen 16
8. De regels voor motivering en bekendmaking voor een beslissing op bezwaar (BOB) toepassen 16
9. Bepalen welke rechter in beroep en hoger beroep absoluut en relatief competent is 16
10. Bepalen wanneer de rechter marginaal, dan wel integraal moet toetsen 16
Pagina 2 van 21
, Week B1
LEERDOELEN:
1. DE STUDENT KAN DE SAMENSTELLING, WERKWIJZE, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN DE
GEMEENTELIJKE BESTUURSORGANEN HERKENNEN
2. DE STUDENT KAN DE BESTUURLIJKE EN POLITIEKE VERHOUDINGEN TUSSEN
GEMEENTELIJKE BESTUURSORGANEN ONDERLING EN TUSSEN GEMEENTELIJKE
BESTUURSORGANEN EN AMBTENAREN HERKENNEN
3. DE STUDENT KAN DE BESTUURSORGANEN VAN DE DECENTRALE OPENBARE LICHAMEN
BENOEMEN
4. DE STUDENT KAN DE PLAATS VAN HET BESTUURSRECHT BINNEN HET RECHT BEPALEN
5. DE STUDENT KAN DE BRONNEN VAN HET BESTUURSRECHT NOEMEN
6. DE STUDENT KAN HET BESTUURSRECHT ONDERVELDEN IN ALGEMEEN EN BIJZONDER
BESTUURSRECHT, REKENING HOUDEND MET HET BEGRIP GELEDE NORMSTELLING
7. DE STUDENT KAN HET BESTUURSRECHT ONDERVELDEN IN MATERIEEL EN FORMEEL
BESTUURSRECHT
8. DE STUDENT KAN DE GELAAGDE STRUCTUUR VAN DE AWB AANTONEN
9. DE STUDENT KAN DE WERKING VAN HET LEGALITEITSBEGINSEL EN VAN HET
SPECIALITEITSBEGINSEL AANTONEN IN EEN EENVOUDIGE CASUS
10. DE STUDENT KAN DE REGELS VOOR DE WIJZE VAN BEVOEGDHEIDSVERKRIJGING DOOR
MIDDEL VAN ATTRIBUTIE, DELEGATIE EN MANDAAT BESCHRIJVEN
11. DE STUDENT KAN DE REGELS VOOR COMMUNICATIE(VERKEER) TUSSEN BURGERS EN
BESTUURSORGANEN IN EEN EENVOUDIGE CASUS TOEPASSEN
Leerdoel 1: De student kan de samenstelling, werkwijze taken en
bevoegdheden van de gemeentelijke bestuursorganen herkennen
Leerdoel 2: De student kan de bestuurlijke en politieke
verhoudingen tussen gemeentelijke bestuursorganen onderling en
tussen gemeentelijke bestuursorganen en ambtenaren herkennen
Leerdoel 3: De student kan de bestuursorganen van de decentrale
openbare lichamen benoemen
Gemeenteraad vertegenwoordigt de bevolking, bepaalt waar het geld naartoe gaat (art. 189 e.v.
Gemwet), stelt gemeentelijke verordeningen vast (art. 147 Gemwet) en controleert de
burgemeester en het college van B&W (artt. 155 jo. 169 jo. 180 Gemwet)
College van Burgemeester en Wethouders (college van B&W) voert besluiten van de
gemeenteraad uit en voert eigen taken uit (art. 160 Gemwet)
Burgemeester vertegenwoordigt de gemeente ‘’in en buiten rechte’’, handhaaft de openbare
orde en zit vergaderingen van zowel de gemeenteraad als het college van B&W voor (art. 170 e.v.
Gemwet)
De gemeente is een publiekrechtelijke rechtspersoon (art. 2:1 lid 1 BW). We noemen dit ook wel
een openbaar lichaam
Pagina 3 van 21
Week B1 3
Leerdoelen: 3
1. De student kan de samenstelling, werkwijze, taken en bevoegdheden van de gemeentelijke
bestuursorganen herkennen 3
2. de student kan de bestuurlijke en politieke verhoudingen tussen gemeentelijke bestuursorganen
onderling en tussen gemeentelijke bestuursorganen en ambtenaren herkennen 3
3. De student kan de bestuursorganen van de decentrale openbare lichamen benoemen 3
4. de student kan de plaats van het bestuursrecht binnen het recht bepalen 3
5. De student kan de bronnen van het bestuursrecht noemen 3
6. De student kan het bestuursrecht ondervelden in algemeen en bijzonder bestuursrecht, rekening
houdend met het begrip gelede normstelling 3
7. de student kan het bestuursrecht ondervelden in materieel en formeel bestuursrecht 3
8. De student kan de gelaagde structuur van de Awb aantonen 3
9. De student kan de werking van het legaliteitsbeginsel en van het specialiteitsbeginsel aantonen in een
eenvoudige casus 3
10. De student kan de regels voor de wijze van bevoegdheidsverkrijging door middel van attributie,
delegatie en mandaat beschrijven 3
11. De student kan de regels voor communicatie(verkeer) tussen burgers en bestuursorganen in een
eenvoudige casus toepassen 3
Week B2 6
Leerdoelen: 6
1. De student kan aangeven wat een bestuurshandeling is 6
2. De student kan aangeven wat een besluit is en de rechtsvoorwaarden van het besluitbegrip in art. 1:3 lid
1 Awb onderscheiden en omschrijven 6
3. Aangeven wat een beschikking is en hoe een beschikking wordt aangevraagd 6
4. De soorten beschikkingen onderscheiden en omschrijven 6
5. De verschillende fasen van aanvraag t/m besluit in primo onderscheiden en omschrijven 6
6. Aan de hand van art. 1:2 Awb en OPERA-criteria de direct-belanghebbenden en derde-
belanghebbenden onderscheiden en omschrijven 6
7. In een casus beoordelen wanneer sprake is van een aanvraag, een besluit, een beschikking en een
belanghebbende 6
8. In een eenvoudige casus de oplossing toepassen die een bestuursorgaan heeft als een aanvraag niet
volledig is 6
Week B3 9
Leerdoelen: 9
1. aangeven welke algemene beginselen van behoorlijk bestuur (a.b.b.b.) een rol spelen bij de
besluitvorming 9
2. De formele en materiële a.b.b.b. onderscheiden en beschrijven 9
Pagina 1 van 21
,3. De consequenties voor de inhoud van een besluit van respectievelijk een schending van de formele
a.b.b.b. en materiële a.b.b.b. benoemen 9
4. bepalen binnen welke termijn na een aanvraag een tijdig besluit in primo moet worden genomen 9
5. De oplossing toepassen die een aanvrager heeft als een beschikking niet binnen de voorgeschreven
termijn wordt genomen 9
6. In een eenvoudige beschikking benoemen uit welke elementen de beschikking is opgebouwd en daarbij
de juiste wetsartikelen noemen 9
Week B4 12
Leerdoelen: 12
1. De (gemeentelijke) besluiten van algemene strekking (bas) onderscheiden en omschrijven. Een
algemeen verbindend voorschrift (avv), een beleidsregel, een plan met rechtsgevolg, een concretiserend
besluit van algemene strekking (c-Bas) 12
2. Bepalen wanneer sprake is van een discretionaire bevoegdheid van het bestuursorgaan (beslisruimte) 12
3. Aan de hand van artt. 1:3 lid 1, 7:1 lid 1, 8:1 lid 1 en 8:3 lid 1 sub a Awb bepalen tegen welke soorten
besluiten bezwaar en beroep kan worden aangetekend 12
Week B6 16
Leerdoelen: 16
1. De wettelijke grondslag voor het indienen van een bezwaar- en beroepschrift bepalen 16
2. De voorwaarden voor een ontvankelijk bezwaar- en beroepschrift toepassen 16
3. De regels voor het tijdig indienen van een bezwaar- en beroepschrift toepassen 16
4. De regel voor de hoorplicht bij de bezwaarprocedure toepassen 16
5. De regels voor ex nunc en ex tunc toetsing op de bezwaar- en beroepsprocedure toepassen 16
6. De regels voor het verbod op reformatio in peins in een bezwaar- en beroepsprocedure toepassen 16
7. De regels voor de beslistermijn op bezwaar toepassen 16
8. De regels voor motivering en bekendmaking voor een beslissing op bezwaar (BOB) toepassen 16
9. Bepalen welke rechter in beroep en hoger beroep absoluut en relatief competent is 16
10. Bepalen wanneer de rechter marginaal, dan wel integraal moet toetsen 16
Pagina 2 van 21
, Week B1
LEERDOELEN:
1. DE STUDENT KAN DE SAMENSTELLING, WERKWIJZE, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN DE
GEMEENTELIJKE BESTUURSORGANEN HERKENNEN
2. DE STUDENT KAN DE BESTUURLIJKE EN POLITIEKE VERHOUDINGEN TUSSEN
GEMEENTELIJKE BESTUURSORGANEN ONDERLING EN TUSSEN GEMEENTELIJKE
BESTUURSORGANEN EN AMBTENAREN HERKENNEN
3. DE STUDENT KAN DE BESTUURSORGANEN VAN DE DECENTRALE OPENBARE LICHAMEN
BENOEMEN
4. DE STUDENT KAN DE PLAATS VAN HET BESTUURSRECHT BINNEN HET RECHT BEPALEN
5. DE STUDENT KAN DE BRONNEN VAN HET BESTUURSRECHT NOEMEN
6. DE STUDENT KAN HET BESTUURSRECHT ONDERVELDEN IN ALGEMEEN EN BIJZONDER
BESTUURSRECHT, REKENING HOUDEND MET HET BEGRIP GELEDE NORMSTELLING
7. DE STUDENT KAN HET BESTUURSRECHT ONDERVELDEN IN MATERIEEL EN FORMEEL
BESTUURSRECHT
8. DE STUDENT KAN DE GELAAGDE STRUCTUUR VAN DE AWB AANTONEN
9. DE STUDENT KAN DE WERKING VAN HET LEGALITEITSBEGINSEL EN VAN HET
SPECIALITEITSBEGINSEL AANTONEN IN EEN EENVOUDIGE CASUS
10. DE STUDENT KAN DE REGELS VOOR DE WIJZE VAN BEVOEGDHEIDSVERKRIJGING DOOR
MIDDEL VAN ATTRIBUTIE, DELEGATIE EN MANDAAT BESCHRIJVEN
11. DE STUDENT KAN DE REGELS VOOR COMMUNICATIE(VERKEER) TUSSEN BURGERS EN
BESTUURSORGANEN IN EEN EENVOUDIGE CASUS TOEPASSEN
Leerdoel 1: De student kan de samenstelling, werkwijze taken en
bevoegdheden van de gemeentelijke bestuursorganen herkennen
Leerdoel 2: De student kan de bestuurlijke en politieke
verhoudingen tussen gemeentelijke bestuursorganen onderling en
tussen gemeentelijke bestuursorganen en ambtenaren herkennen
Leerdoel 3: De student kan de bestuursorganen van de decentrale
openbare lichamen benoemen
Gemeenteraad vertegenwoordigt de bevolking, bepaalt waar het geld naartoe gaat (art. 189 e.v.
Gemwet), stelt gemeentelijke verordeningen vast (art. 147 Gemwet) en controleert de
burgemeester en het college van B&W (artt. 155 jo. 169 jo. 180 Gemwet)
College van Burgemeester en Wethouders (college van B&W) voert besluiten van de
gemeenteraad uit en voert eigen taken uit (art. 160 Gemwet)
Burgemeester vertegenwoordigt de gemeente ‘’in en buiten rechte’’, handhaaft de openbare
orde en zit vergaderingen van zowel de gemeenteraad als het college van B&W voor (art. 170 e.v.
Gemwet)
De gemeente is een publiekrechtelijke rechtspersoon (art. 2:1 lid 1 BW). We noemen dit ook wel
een openbaar lichaam
Pagina 3 van 21