Staatsrecht periode A
Week A1 3
Leerdoel 1: De student kan de kenmerken van een staat weergeven en kan
de staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden
beschrijven; (Statuut, Grondwet) 3
Leerdoel 2: De student kan bronnen van staatsrecht benoemen en kan
beschrijven wat de Grondwet is en wat er in geregeld wordt 3
Leerdoel 3: De student kan de vier pijlers van de rechtsstaat beschrijven 3
Week A2 en A3 4
Leerdoel 1: De student kan uitleggen wat er onder klassieke en sociale
grondrechten wordt verstaan en wat het verschil is tussen beiden 4
Leerdoel 3: De student kan met behulp van de grondwet en het EVRM
grondrechten toepassen (inclusief beperkingsmogelijkheden) in een casus 5
Leerdoel 4: De student kan beschrijven hoe het toezicht op de naleving van
grondrechten plaatsvindt 5
Leerdoel 5: De student kan uitleggen hoe verdragen tot stand komen en
doorwerken in de Nederlandse rechtsorde 5
Week A4 6
Leerdoel 1: De student kan de begrippen statenbond, bondsstaat,
gedecentraliseerde eenheidsstaat toepassen 6
Leerdoel 2: De student kan het begrip democratische rechtsstaat en het
functioneren van de trias politici in Nederland uitleggen 6
Leerdoel 3: De student kan de positie en de functie van de Koning binnen
het Koninkrijk der Nederlanden beschrijven 6
Week A5 7
Leerdoel 1: De student kan de ontwikkeling van de parlementaire
constitutionele monarchie beschrijven 7
Leerdoel 2: De student kan met behulp van de Grondwet en de Kieswet het
kiesstelsel beschrijven 7
Leerdoel 3: De student kan de totstandkoming, samenstelling en taken en
bevoegdheden van de regering beschrijven 8
Leerdoel 4: De student kan de samenstelling, taken en bevoegdheden van
de Eerste Kamer en Tweede Kamer beschrijven en kent de taken en
bevoegdheden van de overige Hoge Colleges van Staat 8
Pagina 1 van 11
, Leerdoel 5: De student kan uitleggen wat de positie van het parlement ten
opzichte van de regering is 9
Week A6 9
Leerdoel 1: De student kan uitleggen wat er onder een wet in formele zin en
een wet in materiële zin wordt verstaan 9
Leerdoel 2: De student kan beschrijven hoe een wet in formele zin tot stand
kot en welke bijzondere procedure er geldt voor de verwijzing van de
Grondwet 10
Leerdoel 3: De student weet hoe overheidsbevoegdheden kunnen worden
verkregen en kan attributie, delegatie en mandaat toepassen 10
Leerdoel 4: De student kan uitleggen volgens welke beginselen de
rechtspraak in Nederland is vormgegeven 10
Leerdoel 5: De student kan benoemen hoe de rechtspraak is georganiseerd
11
Week A7 11
Leerdoel 1: De student kan uitleggen wat het begrip gedecentraliseerde
eenheidsstaat inhoudt 11
Pagina 2 van 11
Week A1 3
Leerdoel 1: De student kan de kenmerken van een staat weergeven en kan
de staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden
beschrijven; (Statuut, Grondwet) 3
Leerdoel 2: De student kan bronnen van staatsrecht benoemen en kan
beschrijven wat de Grondwet is en wat er in geregeld wordt 3
Leerdoel 3: De student kan de vier pijlers van de rechtsstaat beschrijven 3
Week A2 en A3 4
Leerdoel 1: De student kan uitleggen wat er onder klassieke en sociale
grondrechten wordt verstaan en wat het verschil is tussen beiden 4
Leerdoel 3: De student kan met behulp van de grondwet en het EVRM
grondrechten toepassen (inclusief beperkingsmogelijkheden) in een casus 5
Leerdoel 4: De student kan beschrijven hoe het toezicht op de naleving van
grondrechten plaatsvindt 5
Leerdoel 5: De student kan uitleggen hoe verdragen tot stand komen en
doorwerken in de Nederlandse rechtsorde 5
Week A4 6
Leerdoel 1: De student kan de begrippen statenbond, bondsstaat,
gedecentraliseerde eenheidsstaat toepassen 6
Leerdoel 2: De student kan het begrip democratische rechtsstaat en het
functioneren van de trias politici in Nederland uitleggen 6
Leerdoel 3: De student kan de positie en de functie van de Koning binnen
het Koninkrijk der Nederlanden beschrijven 6
Week A5 7
Leerdoel 1: De student kan de ontwikkeling van de parlementaire
constitutionele monarchie beschrijven 7
Leerdoel 2: De student kan met behulp van de Grondwet en de Kieswet het
kiesstelsel beschrijven 7
Leerdoel 3: De student kan de totstandkoming, samenstelling en taken en
bevoegdheden van de regering beschrijven 8
Leerdoel 4: De student kan de samenstelling, taken en bevoegdheden van
de Eerste Kamer en Tweede Kamer beschrijven en kent de taken en
bevoegdheden van de overige Hoge Colleges van Staat 8
Pagina 1 van 11
, Leerdoel 5: De student kan uitleggen wat de positie van het parlement ten
opzichte van de regering is 9
Week A6 9
Leerdoel 1: De student kan uitleggen wat er onder een wet in formele zin en
een wet in materiële zin wordt verstaan 9
Leerdoel 2: De student kan beschrijven hoe een wet in formele zin tot stand
kot en welke bijzondere procedure er geldt voor de verwijzing van de
Grondwet 10
Leerdoel 3: De student weet hoe overheidsbevoegdheden kunnen worden
verkregen en kan attributie, delegatie en mandaat toepassen 10
Leerdoel 4: De student kan uitleggen volgens welke beginselen de
rechtspraak in Nederland is vormgegeven 10
Leerdoel 5: De student kan benoemen hoe de rechtspraak is georganiseerd
11
Week A7 11
Leerdoel 1: De student kan uitleggen wat het begrip gedecentraliseerde
eenheidsstaat inhoudt 11
Pagina 2 van 11