HFD 7.1 ...........................................................................................................................................2
HFD 7.2 ...........................................................................................................................................3
HFD 7.3 ...........................................................................................................................................4
Deze samenvatting is gebaseerd op Feniks (4/5/6 VWO) – Tijdvakken en historische
contexten H7
ISBN: 9789006580853. 2022 3e editie
1
, HFD 7.1
Waarom is verlicht absolutisme (=regeerwijze waarbij de vorst op absolute wijze regeert en streeft
naar het bevorderen van het welzijn van de volk) een vreemd concept?
- Verlichting en absolutisme staan ver van elkaar. Er zijn 2 kanten -> je gaat er in mee, of absolutisme
(Frankrijk).
Wat is kenmerkend voor het verlichte denken?
- Rationeel optimisme -> overtuiging dat door het gebruik van de ratio een betere maatschappij kon
worden ontwikkeld. Vb; wetenschappelijke revolutie van de 17 e eeuw leverde veel nieuwe kennis op
over de natuur en wereld. Onderzoek, waarneming en gebruik ratio leverde de kennis.
Wat zijn gevolgen voor het verlichte denken?
1. Vanzelfsprekendheid waarmee de adel en de geestelijkheid al eeuwen het maatschappelijk reilen
en zeilen bepaalden, kwam ter discussie te staan.
2. Absolutisme (regeringsvorm ancien régime) kwam onder discussie te staan.
- Afgekeurd wegens het gebaseerd was op tradities en droit divin i.p.v. ratio.
3. Verlichte ideeën boden weinig ruimte aan allerlei mysterieuze volksgebruiken en wonderlijke
tradities die eeuwen het leven van mensen beïnvloedden.
4. Bij religie lieten filosofen zich kritisch uit. Gingen opzoek naar godsbewijs -> conflict met de Kerk.
5. Iedere mens is geboren met natuurlijke rechten -> meningsuiting, eigendom, veiligheid.
Welke veranderingen kwamen er in het bestuur?
1. Sociaal contract -> Volgens filosofen moest het volk besluiten dat zij tezamen een politieke
gemeenschap vormden (denkbeeldig verdrag). -> Het volk moest vervolgens uit haar midden
bestuurders kiezen, die de belangen van volk moet behartigen en zich verantwoorden. ->
Soevereiniteit altijd bij het volk.
2. Trias politica (filosoof Montesquieu) -> uitvoerende, wetgevende en rechtsprekende macht bij
verschillende partijen -> kans op machtsmisbruik veel kleiner dan wanneer 1 persoon of groep alle
macht in handen had.
3. Andere filosoof dacht dat overgrote deel van het volk te dom was om bestuurlijke
verantwoordelijkheid te dragen. Bestuur moest voorbehouden aan de minderheid die daar vaardig
genoeg voor was.
Frederik de Grote (koning Pruisen, bestond nog niet lang)
- Stond open voor verlichte denkbeelden. (gelijkheid van alle mensen en vrijheid volk)
- Zette droit divin af en vond dat hij sociaal contract had met volk. Contract was voor altijd bindend en
kon dus niet afgezet worden.
- Alles voor het volk, maar niets door het volk. -> Gaf zijn volk geen inspraak (onwetend om over
staatszaken te beslissen) in het bestuur maar zette zich in voor welzijn. -> geloofsvrijheid en
verbetering onderwijs -> verlicht absolutisme.
- Geen opstand met tevreden volk.
Zijn verlichting in de praktijk:
1. Geloof -> verdraagzaamheid was belangrijk. Veel geloofsvluchtingen konden bijdragen aan de
economie.
2. Economie -> waar oorlog of ziekte was, konden gebieden rekenen op extra steun -> invoering
aardappel (aardappel groeit onder de grond, geen kans overstroming, goed voor Europees grond) ->
geen honger in volk, anders opstand.
3. Oorlog -> een vorst moet zich afzijdig houden van oorlog. (kwam later op terug).
Oorlog:
- Oostenrijk successieoorlog (erfopvolging); kon een vrouw wel een land besturen. -> Uitkomst winst
2