Samenvatting EPA 4
Acute nierinsufficiëntie
Pre-renale oorzaken:
Verminderd circulerend volume shock
o Cardiogene shock onvoldoende pompkracht (bijv. bij hartinfarct,
ritmestoornissen, cardiomyopathie en klepafwijkingen)
o Hypovolemische shock absoluut tekort aan circulerend volume
(bijv. bij bloeding, dehydratie, ileus, pancreatitis)
o Distributieve shock relatief tekort aan circulerend volume (door
shunting en perifere vaatverwijding. O2 bereikt de organen niet
goed sepsis!)
o Obstructieve shock centraal deel van de circulatie is afgesloten
(bij. Bij harttamponnade, grote longembolie)
Nierarteriestenose: bijv. wanneer nierarteriën worden afgeklemd tijdens
een operatie
Hepatorenaal syndroom: bij levercirrose en veel ascitis hypovolemie
Renale oorzaken:
Schade aan de tubuli
o Ischemische ATN gevolg van ernstige pre-renale nierinsufficiëntie
o Nefrotoxische ATN ontstaat vaak door geneesmiddelen of door
antivries en zware metalen
o ATN bij grote ongevallen met veel spierletsel, na grote operaties,
ernstige hemolyse (bijv. bij transfusiefout)
o ATN bij leptospira-infecties (ziekte van Weil) en acute stoornissen in
mineralenhuishouding)
Schade aan het interstitium
o Acute interstitiële nefritis overgevoeligheidsreactie op
medicamenten of giftige stoffen
o Infectie met het hanta-virus
o Auto-immuunziekten (bijv. SLE)
Schade aan de glomeruli
o Acute glomerulonefritis na een streptokokkeninfectie (post-
infectieus)
o Extracapillaire glomerulonefritis ontsteking gaat over in
verlittekening
Schade aan de kleine bloedvaatjes
o Vasculitis
o Kleine bloedstolsels (HUS)
Post renale oorzaken:
Nierstenen
Prostaatcarcinoom
, Hypertrofie
Blaascarcinoom (door obstructie bij de inmonding van de ureters in de
blaas)
Retroperitoneale carcinoommetastasen (drukken ureters dicht)
Retroperitoneale fibrose (bindweefselvorming waardoor ureters worden
dichtgedrukt)
Stenose (overgang tussen het nierbekken en de ureter of die tussen de
ureter en de blaasovergang, in de urethra, hematomen)
Diagnostiek pre-renale nierinsufficiëntie
Met de echo kijken of sprake is van hydronefrose
In aanwezigheid van een pre-renale oorzaak van nierinsufficiëntie zoals shock, is
het van belang vast te stellen of al schade is aan de nier zelf. Daarbij geven het
tijdsbeloop en het creatininegehalte in het bloed een indicatie: bij een zuiver
prerenale nierinsufficiëntie is er eerder sprake van een korter bestaande oligurie
en minder sterk gestegen creatininegehalte (risk) en nog geen nierfalen. Door in
een urineportie creatinine, natrium, soortelijk gewicht, osmolariteit en eiwit te
bepalen kan belangrijke verdere informatie verkregen worden: een relatief lage
natriumconcentratie in de urine wijst op een prerenale oorzaak, bij renale schade
is die juist relatief hoog. Bij prerenale nierinsufficiëntie passen verder een hoog
soortelijk gewicht en osmolaliteit.
Diagnostiek post renale nierinsufficiëntie
Echografisch onderzoek is zeer belangrijk bij de diagnostiek van acute
nierinsufficiëntie; in het bijzonder kan stuwing worden vastgesteld en kunnen
stenen worden gezien. Aanwijzingen voor obstructie vindt men soms ook op een
buikoverzichtsfoto, als de nieren in vergelijking met vroegere foto’s plotseling
groter blijken te zijn geworden, of als beiderzijds stenen te zien zijn.
Via een katheter in het nierbekken (nefrostomiekatheter), die soms nodig is bij de
behandeling van een hydronefrose, kunnen ook opspuitfoto’s gemaakt worden
waarmee de plaats en vaak ook de oorzaak van de obstructie zichtbaar kunnen
worden gemaakt. Retrograad onderzoek met het opvoeren van katheters in de
ureters wordt tegenwoordig minder gedaan, omdat het meer risico geeft op
beschadigingen en infecties.
Behandeling pre-renale nierinsufficiëntie
De behandeling is gericht op herstel van de circulatie. Dit betekent
bloedtransfusies bij bloedingen. Vocht intraveneus, fysiologisch zout 0,9% en
glucose 5%, of gecombineerd bij sepsis of uitdroging. Bij sepsis geeft men
daarnaast zo nodig inotropica (bijvoorbeeld noradrenaline of dobutamine) per
infuus om de perifere circulatie te verbeteren en de hartwerking te stimuleren.
Ook worden antibiotica gegeven, zo mogelijk op geleide van de
resistentiebepaling van de bacteriën. Decompensatio cordis kan behandeld
, worden met nitroglycerine (NTG), lage doses morfine, diuretica en
ritmestabiliserende medicatie.
Behandeling post renale nierinsufficiëntie
De enige doeltreffende behandeling van postrenale anurie is het opheffen van de
obstructie op zo kort mogelijke termijn. Elke dag dat de obstructie bestaat kan
immers nierweefsel onherstelbaar verloren gaan. Wanneer de obstructie na de
blaas gelegen is, kan het plaatsen van een blaaskatheter voldoende zijn. Is er
een obstructie van de ureters, dan is het nodig een nefrostomiekatheter te
plaatsen. Als de nierfunctie zich voldoende heeft hersteld, kan men een
definitieve behandeling instellen, meestal een urologische ingreep, zoals het
verwijderen van stenen of prostaatweefsel.
Kortere schade = betere prognose
Geen nierfunctie vervangende therapie = betere prognose
Verpleegkundige aspecten acute HD
Indicaties voor acute hemodialyse
Ernstige overvulling
Hyperkaliëmie >7,5 of met ECG-afwijkingen
Ernstige metabole acidose
Tekenen van uremie zoals pericarditis, encefalopathie, trombopathie
Renale oorzaak die onmiddellijk dialysebehandeling vereist
o Acute glomerulonephritis; b.v. ANCA-geassocieerde
glomerulonephritis, anti-GBM glomerulonephritis, (atypisch) HUS en
lupus- glomerulonephritis
Intoxicaties
Hyperfosfatemie (bij hypocalciëmie of rhabdomyolyse) lange dialyse
met een grote kunstnier is nodig
Na niertransplantatie als transplantaat nog niet goed werkt
Acuut op chronisch
Ernstige overvulling
Therapieresistente overvulling (geen resultaat op diuretica)
Oedeem in weefsels en organen
Longoedeem
Perifeer oedeem
Hersenoedeem
Wat zie je bij de patiënt?
Angst
Hevig kortademig
Soms schuimend sputum
Hulpademhalingsspieren
Acute nierinsufficiëntie
Pre-renale oorzaken:
Verminderd circulerend volume shock
o Cardiogene shock onvoldoende pompkracht (bijv. bij hartinfarct,
ritmestoornissen, cardiomyopathie en klepafwijkingen)
o Hypovolemische shock absoluut tekort aan circulerend volume
(bijv. bij bloeding, dehydratie, ileus, pancreatitis)
o Distributieve shock relatief tekort aan circulerend volume (door
shunting en perifere vaatverwijding. O2 bereikt de organen niet
goed sepsis!)
o Obstructieve shock centraal deel van de circulatie is afgesloten
(bij. Bij harttamponnade, grote longembolie)
Nierarteriestenose: bijv. wanneer nierarteriën worden afgeklemd tijdens
een operatie
Hepatorenaal syndroom: bij levercirrose en veel ascitis hypovolemie
Renale oorzaken:
Schade aan de tubuli
o Ischemische ATN gevolg van ernstige pre-renale nierinsufficiëntie
o Nefrotoxische ATN ontstaat vaak door geneesmiddelen of door
antivries en zware metalen
o ATN bij grote ongevallen met veel spierletsel, na grote operaties,
ernstige hemolyse (bijv. bij transfusiefout)
o ATN bij leptospira-infecties (ziekte van Weil) en acute stoornissen in
mineralenhuishouding)
Schade aan het interstitium
o Acute interstitiële nefritis overgevoeligheidsreactie op
medicamenten of giftige stoffen
o Infectie met het hanta-virus
o Auto-immuunziekten (bijv. SLE)
Schade aan de glomeruli
o Acute glomerulonefritis na een streptokokkeninfectie (post-
infectieus)
o Extracapillaire glomerulonefritis ontsteking gaat over in
verlittekening
Schade aan de kleine bloedvaatjes
o Vasculitis
o Kleine bloedstolsels (HUS)
Post renale oorzaken:
Nierstenen
Prostaatcarcinoom
, Hypertrofie
Blaascarcinoom (door obstructie bij de inmonding van de ureters in de
blaas)
Retroperitoneale carcinoommetastasen (drukken ureters dicht)
Retroperitoneale fibrose (bindweefselvorming waardoor ureters worden
dichtgedrukt)
Stenose (overgang tussen het nierbekken en de ureter of die tussen de
ureter en de blaasovergang, in de urethra, hematomen)
Diagnostiek pre-renale nierinsufficiëntie
Met de echo kijken of sprake is van hydronefrose
In aanwezigheid van een pre-renale oorzaak van nierinsufficiëntie zoals shock, is
het van belang vast te stellen of al schade is aan de nier zelf. Daarbij geven het
tijdsbeloop en het creatininegehalte in het bloed een indicatie: bij een zuiver
prerenale nierinsufficiëntie is er eerder sprake van een korter bestaande oligurie
en minder sterk gestegen creatininegehalte (risk) en nog geen nierfalen. Door in
een urineportie creatinine, natrium, soortelijk gewicht, osmolariteit en eiwit te
bepalen kan belangrijke verdere informatie verkregen worden: een relatief lage
natriumconcentratie in de urine wijst op een prerenale oorzaak, bij renale schade
is die juist relatief hoog. Bij prerenale nierinsufficiëntie passen verder een hoog
soortelijk gewicht en osmolaliteit.
Diagnostiek post renale nierinsufficiëntie
Echografisch onderzoek is zeer belangrijk bij de diagnostiek van acute
nierinsufficiëntie; in het bijzonder kan stuwing worden vastgesteld en kunnen
stenen worden gezien. Aanwijzingen voor obstructie vindt men soms ook op een
buikoverzichtsfoto, als de nieren in vergelijking met vroegere foto’s plotseling
groter blijken te zijn geworden, of als beiderzijds stenen te zien zijn.
Via een katheter in het nierbekken (nefrostomiekatheter), die soms nodig is bij de
behandeling van een hydronefrose, kunnen ook opspuitfoto’s gemaakt worden
waarmee de plaats en vaak ook de oorzaak van de obstructie zichtbaar kunnen
worden gemaakt. Retrograad onderzoek met het opvoeren van katheters in de
ureters wordt tegenwoordig minder gedaan, omdat het meer risico geeft op
beschadigingen en infecties.
Behandeling pre-renale nierinsufficiëntie
De behandeling is gericht op herstel van de circulatie. Dit betekent
bloedtransfusies bij bloedingen. Vocht intraveneus, fysiologisch zout 0,9% en
glucose 5%, of gecombineerd bij sepsis of uitdroging. Bij sepsis geeft men
daarnaast zo nodig inotropica (bijvoorbeeld noradrenaline of dobutamine) per
infuus om de perifere circulatie te verbeteren en de hartwerking te stimuleren.
Ook worden antibiotica gegeven, zo mogelijk op geleide van de
resistentiebepaling van de bacteriën. Decompensatio cordis kan behandeld
, worden met nitroglycerine (NTG), lage doses morfine, diuretica en
ritmestabiliserende medicatie.
Behandeling post renale nierinsufficiëntie
De enige doeltreffende behandeling van postrenale anurie is het opheffen van de
obstructie op zo kort mogelijke termijn. Elke dag dat de obstructie bestaat kan
immers nierweefsel onherstelbaar verloren gaan. Wanneer de obstructie na de
blaas gelegen is, kan het plaatsen van een blaaskatheter voldoende zijn. Is er
een obstructie van de ureters, dan is het nodig een nefrostomiekatheter te
plaatsen. Als de nierfunctie zich voldoende heeft hersteld, kan men een
definitieve behandeling instellen, meestal een urologische ingreep, zoals het
verwijderen van stenen of prostaatweefsel.
Kortere schade = betere prognose
Geen nierfunctie vervangende therapie = betere prognose
Verpleegkundige aspecten acute HD
Indicaties voor acute hemodialyse
Ernstige overvulling
Hyperkaliëmie >7,5 of met ECG-afwijkingen
Ernstige metabole acidose
Tekenen van uremie zoals pericarditis, encefalopathie, trombopathie
Renale oorzaak die onmiddellijk dialysebehandeling vereist
o Acute glomerulonephritis; b.v. ANCA-geassocieerde
glomerulonephritis, anti-GBM glomerulonephritis, (atypisch) HUS en
lupus- glomerulonephritis
Intoxicaties
Hyperfosfatemie (bij hypocalciëmie of rhabdomyolyse) lange dialyse
met een grote kunstnier is nodig
Na niertransplantatie als transplantaat nog niet goed werkt
Acuut op chronisch
Ernstige overvulling
Therapieresistente overvulling (geen resultaat op diuretica)
Oedeem in weefsels en organen
Longoedeem
Perifeer oedeem
Hersenoedeem
Wat zie je bij de patiënt?
Angst
Hevig kortademig
Soms schuimend sputum
Hulpademhalingsspieren