samenvatting + essayvragen &
antwoorden
,Inhoud
Algemene informatie 650 v. Chr. – 1914 n. Chr........................................................................................................3
Deel 1 - Koninkrijk en vroege republiek met Archaïsch recht 650 – 264 v. Chr.........................................................5
Deel 2 – De late Republiek en het pre-klassieke recht 264 – 27 v. Chr......................................................................8
Deel 3 – Het Principaat en het klassieke Romeinse recht 27 v. Chr. – 284 n. Chr....................................................13
Deel 4 – Het Dominaat en het post-klassieke recht 284 – 476 n. Chr.....................................................................17
Deel 5 - De “Griekse” tijd van het Oost-Romeinse rijk 476 – 1453 n. Chr................................................................18
Deel 6 – Het Romeinse strafrecht 650 v. Chr. – 476 n. Chr.....................................................................................19
................................................................................................................................................................................. 21
Deel 7 – De Vroege Middeleeuwen 500 – 1000 n. Chr.............................................................................................22
Deel 8 – De Late Middeleeuwen 1000 – 1453 n. Chr..............................................................................................27
Deel 9 – Germaans en Middeleeuws strafrecht 500 – 1500 n. Chr.........................................................................32
Deel 10 – De Vroeg Moderne tijd............................................................................................................................38
Deel 11 – De Moderne tijd 1648 – 1914 n. Chr.......................................................................................................43
Deel 12 – Vroeg Modern en Modern strafrecht 1493 – 1914 n. Chr.......................................................................51
Essayvragen + Antwoorden......................................................................................................................................58
2
,Algemene informatie 650 v. Chr. – 1914 n. Chr.
Tijdsindeling van de geschiedenis
- De Romeinse tijd (eerste leven van het Romeins recht)
• 650 – 264 v. Chr. Koninkrijk en vroege Republiek Archaïsch recht
• 264 – 27 v. Chr. Late Republiek Pre-klassiek recht
• 27 – 284 n. Chr. Principaat (1 fase keizerrijk) Klassiek recht 284 – 565
e
n. Chr. Dominaat (2e fase keizerrijk) Post-klassiek recht - Vroege middeleeuwen 500- 1000
n. Chr.
- Late middeleeuwen (tweede leven Romeins recht) 1000 – 1453 n. Chr.
- Vroeg Moderne tijd 1453 – 1648 n. Chr. - Moderne tijd 1648 – 1914 n. Chr.
Hoofdlijnen van de stof
Twee levens van het Romeinse Recht
- Eerste leven = Romeinse recht van de Romeinen zelf:
o Ken de periodes: Koningstijd, republiek, vroege en late keizerrijk en de soorten recht
die erbij horen
o De belangrijkste rechtsbronnen per periode o De procesvormen om het recht in actie
te brengen o Wie zich met het recht bezig hielden en wat hun rol was o Waarom er
veranderingen kwamen en waarom de processen elkaar afwisselden bijvoorbeeld.
- Tweede leven = het herontdekte recht in de 11 e eeuw in Italië o Romeinse recht leefde
aanvankelijk alleen aan de uni, professorenrecht o Buiten de uni was er praktijkrecht (vaak
gewoonte) m.u.v. het canonieke recht, want daar werd Romeins Recht meteen omgezet in
kerkelijk recht en toegepast.
o Wetten en gewoonterecht = iuria propria (ius proprium eigenlijk) want meerdere
rechten als gevolg van het heerlijkheidsstelsel waarbij iedereen hun eigen rechtstelsel
had.
o Vanuit de uni kwam het geleerde recht in het iuria propria waardoor het RR en in
mindere mate het canonieke recht gemeenschappelijk recht wordt (ius commune).
o Verbanden leggen tussen
Juridische stromingen (glossatoren, natuurrechtdenkers etc.)
Wetenschapsmethoden (scholastiek, humanisme etc.)
Culturele stromingen (romantiek, verlichting etc.)
Staatkundige ontwikkelingen (vorstenstaat, leenstelsel etc.) en waarom bepaalde
procedures ten tijde van staatkundige omstandigheden.
3
, Straf en schadevergoeding
- Van privaat naar publiek (accusatoir naar inquisitoir)
- Rol van slachtoffer van private vergelding naar vergoeding)
- Van daadstrafrecht naar schuldstrafrecht (het proces én materieel)
- De actoren en de factoren (wie zetten welke veranderingen in gang en waarom)
- Betekenis van het Romeinse Recht (in hoeverre van invloed op onze straf en
schadevergoeding)
- Staatkundige ontwikkelingen (koppelen aan tijdvakken)