College
Leerdoel: Studenten weten aan het eind van dit college wat de verschillende
rechtsgebieden zijn in het Nederlandse recht en weten en begrijpen in welke
maatschappelijke of professionele domeinen deze verschillende rechtsgebieden
zich manifesteren. Studenten kennen het verschil tussen een aantal belangrijke
rechtssystemen die wereldwijd bestaan.
Landen zijn een commitment aangegaan om aan bepaalde milieu-eisen te doen.
Internationale verdragen staan boven de wet en hebben directe werking. Ook al
is de wet tegenstrijdig.
KVK bedoeld om te kijken of de bestuurder van de vennootschap ook echt de
bestuurder/ rechtsgeldige vertegenwoordiger is van de vennootschap.
Wanneer is er sprake van een werknemer:
Als persoonlijke arbeid wordt verricht
De werknemer loon ontvangt
Er sprake is van een gezagsverhouding
Rechtsbronnen
Onder recht verstaan we het geheel van geldende rechtsregels. We gebruiken
hiervoor de term positief recht. Het positieve (of objectieve) recht betreft dus alle
nu in Nederland geldende rechtsregels op een bepaald moment.
Er worden verschillende rechtsbronnen onderscheiden:
Wet
Jurisprudentie
Gewoonte (gewoonterecht). Hoe we altijd handelen. Zie je blijkbaar vaak in
de bouw.
Verdragen en sommige besluiten van internationale organisaties.
Box 3 – vermogensbelasting.
Wordt verondersteld dat je ‘geld’ maakt op je vermogen. Maar was een tijdje
sprake van negatief rendement. Vermogende mensen naar de rechter toegestapt
& is toen door de hoge raad bepaald dat die wet niet mag i.v.m. mensenrechten.
Voorbeeld dat de rechter in strijd heeft gehandeld met de wet.
Trias politica. Scheiding van machten. Maar in sommige gevallen dus wel met
elkaar bemoeien, voorbeeld van die box 3 – vermogensbelasting.
Nederland kent het monisme. Internationaal wet is direct in werking. Eigenlijk
staan verdragen dus boven de wet.
Verschillende soorten recht:
Privaatrecht vs. publiekrecht
Publiekrecht: Het recht dat de relatie tussen burgers of private persoon vs.
de overheid regelt. Ene partij is dus altijd de overheid.
o Staatsrecht.
o Bestuursrecht
o Strafrecht. Openbaar ministerie eist en daarom is er sprake van
publiekrecht.
o Internationaal en Europees recht.
, Privaatrecht: Recht tussen gelijkgestemden. Zoals tussen natuurlijke
personen, maar ook onderneming en private personen.
o Personen- en familierecht
o Ondernemingsrecht
o Vermogensrecht
o Arbeidsrecht.
Materieel vs. Formeel recht
Materieel recht: privaatrecht, strafrecht, bestuursrecht. Gaat over de
inhoud.
Formeel recht: burgerlijk procesrecht (Rv), strafprocesrecht (Sv),
bestuursprocesrecht (Awb). Zegt meer over de wijze waarop wordt
gecommuniceerd. Hoe lang je hebt om bezwaar in te dienen etc.
Elke materieel recht heeft ook een formeel recht.
Staatsrecht
Gaat over de bevoegdheden van staatsorganen en het toekennen van
bevoegdheden, zoals legitimatie. Staatsrecht zijn grondslag staat in de Grondwet
(Gw). We kennen zowel centrale als decentrale staatsorganen.
Een voorbeeld van staatsrecht is bijvoorbeeld het kiesrecht. Of de bevoegdheden
van de Tweede Kamer.
Trias politica (Montesquieu)
In Nederland hebben we scheiding der machten:
Wetgevende macht
o Regering en Staten-Generaal gezamenlijk (art. 81 Gw)
Uitvoerende macht
o De Regering (art. 42 lid 1 Gw)
Rechtsprekende macht
o De rechterlijke macht (art. 112 e.v. Gw)
*Onder staten-generaal verstaan we de Tweede en Eerste kamer gezamenlijk.
*Regering bestaat uit de koning en alle ministers.
* Bestuursorganen doen de wetten handhaven.
Spreiding van macht over verschillende bestuurslagen, kan ook op provinciaal
niveau (art. 125 en 127 Gw). En op gemeentelijk niveau (art. 125 en 127 Gw.).
Provinciaal niveau:
Wetgeving: provinciale staten
Uitvoering: gedupeerden staten en commissaris van de koning
Gemeentelijk niveau:
Wetgeving: gemeenteraad
Uitvoering: college van B&W en de burgemeester
Wet in materiële zin = alle wetten die algemeen verbindende voorschriften
bevatten, maar hoeven niet per se afkomstig te zijn van de regering en Staten-
Generaal gezamenlijk. Bijvoorbeeld een gemeentelijke vordering.
Wet in formele zin = een wet die is vastgesteld door de regering en Staten-
Generaal tezamen (Art 81Gw)
,Meestal bevatten de wetten in formele zin algemeen verbindende voorschriften,
zodat ze tevens wetten in materiële zin zijn. Maar bijvoorbeeld wetten voor de
koning zijn vaak geen wet in materiële zin, maar wel in formele zin.
Dit is de hiërarchie van de wetgeving:
Verbindende verdragsbepalingen staat dus boven de grondwet. Bovenstaand
figuur goed kennen!
Bestuursrecht
In het bestuursrecht staan de regels waar de overheid zich aan moet houden bij
het nemen van besluiten. Bestuursorganen zijn bijvoorbeeld regering,
gemeenten, provincies, waterschappen etc.
De grondslag is in beginsel te vinden Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In art 1.1 Awb lid A staat dat een A-orgaan een orgaan van rechtspersoon die
krachtens publiekrecht is ingesteld. In BW 2 en dan art 1. is te vinden welke
publiekrechtelijke rechtspersonen dit dan zijn. Dit zijn onder andere de staat, de
provincies, de gemeenten, de waterschappen.
Een B-orgaan staat in art 1.1 lid B. Dit is een persoon of college, met enig
openbaar gezag bekleed; doorgaans privaatrechtelijke rechtspersonen. Je kan
hier denken aan het CBR, Prorail, AFM en de Nederlandsche Bank.
Op basis van art: 1.3 Awb lid 1 ‘onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke
beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke
rechtshandeling.’
Een besluit kan bestaan uit:
Algemeen verbindende voorschrift (geldt voor iedereen, zoals een
gemeentelijke als provinciale verordening, zoals bepaalde tijd geen hoog
geluidsniveau)
Een besluit van algemene strekking, niet zijnde een algemeen verbindend
voorschrift (bijvoorbeeld besluit dat gemeente plekken aanwijst waar een
weekmarkt mag worden georganiseerd, algemene strekking: specifieke
locatie aangewezen)
Beleidsregel (interne regels waar het bestuursorgaan aan moet houden,
zoals gemeenteraad)
, Je hebt ook nog een beschikking. Dit is opgenomen in Art 1.3 Awb lid 2 ‘Onder
beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is, met
inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan’.
Een beschikking is een besluit wat niet van algemene verstrekking is. Geldt dus
voor een individueel persoon. Een beschikking kan een belastende of
begunstigende beschikking zijn. Een beschikking is voor bezwaar vatbaar,
In art 6.4 Awb staat dat je bezwaar kan maken bij het bestuursorgaan dat de
beschikking afgaf. Dit dien je te doen binnen 6 weken, dit staat in art. 6.7 Awb.
Vervolgens kan je in beroep bij de bestuursrechter. Dit staat in art 8.1 Awb.
En als laatste kan je nog in hoger beroep bij de Raad van State. Dit staat in art
8.105 Awb.
Je hebt ook nog ‘bijzondere’ rechtspraak.
Aansprakelijkheid accountants: tuchtrecht. Het kan dat de tuchtkamer een
uitspraak doen en kan een waarschuwing zijn of verwijderen van
accountantsregister. Tuchtrechtspraak geldt niet alleen voor accountants, maar
ook medici, advocaten, etc. Als je het niet eens bent dan ga je naar het college
van beroep voor het bedrijfsleven. Ook het hoger beroep tuchtrechtspraak is bij
het college van beroep voor het bedrijfsleven.
Regels bestuursorganen
Er zijn ook regels waar bestuursorgaan zich aan moeten houden. Dit wordt de
regels van
staat in de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (ABBBB’s). Dit staat voor
een deel in de Awb en dan in hoofdstuk 3 en 4.
Zorgvuldige voorbereiding (art 3.2 Awb). Bij de voorbereiding van een
besluit dienen alle belangen te worden voorbereid/ meegewogen. Als je
geschil hebt met de gemeente over een uitbreiding van bebouwing, dan
moeten andere belangen zoals buren ook meegewogen te worden.
Detournement de pouvoir (Art 3.3 Awb). Bestuursorgaan gebruikt de
bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor een ander doel dan
waarvoor die bevoegdheid is verleend. Bijvoorbeeld burgermeester kan
noodverordeningen uitgeven, maar alleen voor de openbare orde.
Evenredige belangenafweging (art 3.4 Awb): de nadelige gevolgen van een
besluit moeten in verhouding staan tot het doel dat met het besluit moet
worden bereikt.
Bekendmaking (art 3.40 Awb). Besluit treedt niet in werking voordat is
bekendgemaakt.
Motiveringsplicht (art 3.46 en 3.47 Awb): besluit dient te berusten op een
deugdelijke motivering en motivering moet worden vermeld bij
bekendmaking van het besluit.
Hoorplicht (art 4.7 en 4.8 Awb): beide partijen moeten betrokken zijn en
worden gehoord en iedereen die in geschil is, dat die ook worden gehoord.
Beslistermijn (art 4.13 Awb): In de wet staat in welke termijn, moet redelijk
termijn zijn (max 8 weken)
Buiten de Awb: gelijkheid (gelijke gevallen, zelfde/gelijke behandeling),
rechtszekerheid en vertrouwen.
Rechtszekerheid = Op onverwachte, onberekenbare, wijze aantasten van
iemands rechtspositie mag niet.