HOORCOLLEGE 1: INTRODUCTIE & GEDRAGSTHERAPIE
De taken van een therapeut komen voort (eenzijdig, deskundig etc.) uit een tal van (historische) psychotherapeutische
stromingen….
▪ Gedragstherapie (1)
▪ Cognitieve therapie & cognitieve gedragstherapie (2) - Werkgroep
▪ Cliëntgerichte therapie (3) & oplossingsgerichte therapie (4) - Werkgroep
▪ Psychodynamische therapie (5)
▪ Systeemtherapie (6) - Werkgroep
Tegenwoordig worden er echter vaak verschillende stromingen gecombineerd (=Eclectisch werken)…..
Grofweg de chronologische volgorde; Freud → cliëntgerichte therapie & gedragstherapie → cognitieve therapie →
systeemtherapie → oplossingsgerichte therapie.
Behandelingen kunnen onderscheiden worden op basis van drie aspecten;
▪ Therapeutisch doel (1): de focus van de therapie. De aspecten van het doen en laten van de patiënt die men wilt
veranderen. Hier kan een onderscheid gemaakt worden tussen klachtgerichte (klachten, symptomen of stoornissen
verhelpen) en persoonsgerichte benaderingen (levenskwaliteit verbeteren en problemen beter kunnen aanpakken).
▪ Therapeutische werkwijze (2): deze kan getypeerd worden volgens de geactiveerde veranderingsprocessen (ervaren,
begrijpen en oefenen) en de therapeutische stijl die te onderscheiden is in meegaand versus sturend.
Geactiveerde veranderingsmechanismen:
o Affectieve beleving (ervaren): het uitlokken of accentueren van emoties – exposure bijv.
o Cognitieve beheersing (begrijpen): het verwerven van inzicht (nieuwe denkpatronen, waarneming en
zelfbewustzijn) – cognitieve therapie bijv..
o Gedragsregulatie (oefenen): het veranderen van disfunctioneel gedrag en verwerven van nieuw gedrag –
gedragstherapie bijv. .
Therapeutische stijl:
o Meegaand (passief): cliënt bepaalt de inhoud van de sessies, de therapeut houdt zich afzijdig en vergemakkelijkt
het proces van zelfexploitatie. De therapeut geeft geen adviezen en rijkt geen oplossingen aan.
o Sturend (actief): zonder het opdringen van de visie stelt de therapeut als deskundige en specifieke methode voor
aan de cliënt om aan he gemeenschappelijk bepaalde doel te werken.
▪ Therapeutische context (3); deze moet de kans vergroten dat de patiënt daadwerkelijk verandert. Allereerst gaat het
hier om de aard van de therapeutische relatie en daarnaast om allerlei vooral formele aspecten van de
behandelorganisatie, zoals de setting, de intensiteit, de vergoeding en de verhouding tot het sociale netwerk van de
cliënt.
o Therapeutische relatie (contact): een werkrelatie die inhoud krijgt door de functie van de relatie (doel en
werkwijze) en ingekleurd wordt door de affectieve of emotionele band tussen therapeut en cliënt
(verbondenheid, vertrouwen & engagement)
o Formele behandelorganisatie (contract): de werkrelatie is niet vrijblijvend maar wordt geformaliseerd in een
behandelovereenkomst. Het betreft hier de formele aspecten van de behandelorganisatie zoals de setting,
intensiteit en duur van de behandeling, financiële afspraken (vergoeding), verhouding tot het sociale netwerk
van de cliënt en de specifieke voorwaarden.
→ Therapieontrouw, gebrekkige medewerking of onvoldoende motivatie staan de therapeutische en het formele
contract in de weg. Dergelijke problemen kunnen soms toegeschreven worden aan het handelen van de therapeut
zelf maar dat hoeft niet. Het ziet op overdracht (de emotionele reactie van de cliënt op de therapeut) en
tegenoverdracht (de emotionele reactie van de therapeut op de cliënt).
Globaal genomen kunnen de volgende vormen van weerstand onderscheiden worden;
1. Weerstanden eigen aan het individu en zijn ontwikkelingsgeschiedenis: verdringingsweerstand (teveel angst om
effectief te kunnen leren), superego-weerstand waarbij schuld of strafbehoefte zorgt voor bijkomende spanning en
weerstand door secundaire winst, opgeven brengt positieve gevolgen met zich mee.
,2. Weerstanden specifiek verbonden aan gezin en partnerrelatie: gezamenlijke weerstand (aspect van de relatie wordt
als bedreigd gezien, balans in de relatie biedt geen ruimte voor verandering) of overdrachtsweerstand wanneer de
ene de ander nodig heeft om in evenwicht te blijven.
3. Weerstanden met betrekking tot de therapeutische relatie: weerstand door technisch gebrekkige of foutieve
interventies van de therapeut, overdrachtsweerstand wanneer de therapeut gezien wordt als een belangrijk persoon
met wie er een gevoelsband bestaat en tot slot de weerstand als gevolg van tegenoverdracht door de therapeut waarbij
eigen emotionele problemen van de therapeut doorwerken in de benaderingswijze.
De oplossing voor weerstand kan zitten in het toegepaste model. Zo is het voorschriftmodel (“ik weet wat het beste is
voor u”) een stuk minder effectief dan het overlegmodel (“laten we samen kijken wat het beste voor u is”).
Cliënt en therapeut moeten tot overeenstemming komen over drie samenhangende facetten van de therapiekeuze,
namelijk doel van de verandering (1), verklaring van de problematiek (2) en de oplossingsstrategie (3). Ideaal gezien
zouden cliënt en therapeut via wederzijdse afstemming tot een behandelovereenkomst of therapiecontract moeten
komen. Het ziet op een inspanningsverbintenis en geen resultaat verbintenis.
Aan elke stroming zit een theorie gekoppeld (& dus een mensbeeld)
▪ Hoe uit het mensbeeld, de theorie, zich in het daadwerkelijke handelen van therapeuten?
Wat is de ´echte´ psychotherapie?
Psychotherapie is een vorm van hulpverlening die, via het methodisch toepassen van psychologische middelen door
gekwalificeerde personen, beoogt mensen te helpen met hun gezondheid.
▪ Ruimer gesteld doel;
▪ Geeft de meer persoonsgerichte benadering een plaats binnen de psychotherapie;
▪ De hulpvrager heeft een actieve rol.
OF
Psychotherapie is de behandeling van psychische problemen of stoornissen met behulp van psychologische methoden
door daartoe opgeleide deskundigen.
Therapeutisch contact (functionele relatie) verschilt essentieel van een vriendschap;
▪ Tussen vrienden worden gelijkheid en wederkerigheid verondersteld; de therapeut daarentegen is er voor de cliënt
– niet omgekeerd – en steunt op het verschil in deskundigheid (asymmetrische relatie).
▪ De relatie tussen therapeut en cliënt is een middel – en geen doel – met het oog op het oplossen of verbeteren van
problemen.
▪ De therapie is in principe van tijdelijke aard met de bedoeling dat de cliënt zo spoedig mogelijk zonder therapeut
verder kan.
Alle psychotherapievormen hebben vier samenstellende factoren gemeen;
1. Een relatie die intens en emotioneel, vertrouwelijk en vertrouwenwekkend is, en waarin cliënten een zekere
afhankelijkheid ontwikkelen, zodat zij openstaan voor beïnvloeding en verandering.
2. Een context of setting die herkenbaar is als therapeutisch, het vertrouwen in de hulpverlener versterkt en een veilig
kader biedt.
3. Een verklaring voor de klachten of problemen, een uitleg of theorie die geloofwaardig is en past in het wereldbeeld
of de levensvisie van de cliënt, en hoop geeft op verandering.
4. Een procedure (methode of techniek) die uit deze verklaring voortvloeit en die een actieve deelname van cliënt en
therapeut vereist, maar ook de verwachting wekt dat deze activiteit tot verbetering van klachten of oplossing van de
problemen zal leiden.
De verschillende vormen van psychotherapie worden vaak ingedeeld volgens twee hoofdkenmerken:
1. Het cliëntsysteem: met wie gaat de deskundige een psychotherapeutische relatie aan?
, ▪ Individuele therapie
▪ Groepstherapie
▪ Partnerrelatie of gezinstherapie
2. Werkwijze van de therapeut: psychodynamisch, cliëntgericht, gedragstherapeutisch, cognitief en
systeemtheoretisch.
▪ Niveau’s van therapeutische activiteiten (van zeer algemeen tot zeer specifiek): filosofie, strategie/ methode,
techniek/ procedure.
In historisch opzicht is de psychotherapie een
kind van de tijd en product van de cultuur. De
sneller gaande tijd en kleiner wordende ruimte
voor psychisch en fysische aspecten drukt op
een stempel op de ontwikkeling van de
psychotherapie. Al jaren geldt de zogenoemde
biopsychosociale benadering als het ideaal in de
gezondheidszorg maar in de praktijk is een
dergelijk multidimensionaal of multimodaal
behandelmodel zelden evenwichtig toegepast.
We zien dat psychiaters vaak afgebeeld worden als de kundige, degene met macht. Daarnaast wordt de patiënt
omschreven als machteloos, hulpeloos en passief. De psychiatrie zit al meer dan een eeuw gevangen in het spanningsveld
tussen de ‘harde’ natuurwetenschap en de zachte geesteswetenschap (rationalisme versus romantisme). Tussen de beide
uitersten, dus respectievelijk de biologische psychiater en de psychodynamisch therapeut, bevindt zich een grote
variëteit aan andersoortige psychiaters.
Nu de psychotherapie thuishoort in de gezondheidszorg en niet meer in de welzijnsmarkt van weleer – spiegelt ze zich
net als de psychiatrie in het algemeen aan het medische model. In de werkwijze worden drie grote stappen
onderscheiden; de diagnose – probleemverkenning (1), de verklaring – probleemontleding (2) en tot slot de
behandeling– probleem oplossing (3).
Bij het diagnosticeren wordt vaak de DSM geraadpleegd, welke onderhevig is aan de volgende kritiek;
▪ De DSM is te veel gericht op tekorten en toestanden.
▪ De DSM is te veel gericht op het individu, er moet meer aandacht zijn voor de context.
Psychotherapie komt slechts in aanmerking als er sprake is van een stoornis conform deze DSM…
De psychiatrie specialiseert:
▪ Sanatoriummodel – de trend tot groepering van diagnosen in aparte settings.
▪ Laboratoriummodel – de trend tot (psycho)therapeutische specialisering.
Uit beide trends volgt een toenemende specialisering in de doelgroep (bijv. eetstoornissen of traumaslachtoffers),
behandelwijze en combinatie van die twee.
In hoeverre de gezondheidsbranche gewaardeerd worden binnen onze maatschappij is in toenemende mate gebaseerd
op de economische criteria van efficiëntie en productiviteit. Dit is een afweging van de kosten en baten volgens het
prestatiemodel.
Stroming 1: Gedragstherapie (Anouk van Dijk)
Kernpunten van de gedragstherapeutische benadering….
Het mensbeeld Het menselijk functioneren wordt grotendeels bepaald door de omgeving.
De theorie Het menselijk gedrag is te verklaren vanuit een beperkt aantal leerprincipes. Ook
psychische problemen zijn te herleiden tot aangeleerd gedrag.
De therapie Therapie is gericht op het veranderen van probleemgedrag. Belangrijke methoden zijn
systematische desensitisatie, flooding en vaardigheidstrainingen.