CULTURAS
SEMENA 1
EEN DEFINITIE GEVEN VAN DE TERMEN CULTUUR EN
INTERCULTURALITEIT
Cultuur: Alles aan wat een samenleving voortbrengt en overdraagt, zowel materieel als immaterieel.
Cultuur is aangeleerd. Cultuur beïnvloedt de manier waarop we denken, voelen en ons gedragen. Cultuur
vormt zelfs onze waarneming en vervormt ons oordeel over anderen. We zijn ons er vaak niet van bewust
hoezeer cultuur onze manier van communiceren beïnvloedt. Daarom is het belangrijk om ons meer
bewust te worden van onze eigen cultuur en in te zien hoe onze cultuur onze communicatie beïnvloedt.
Maar ook hoe we met deze bewustwording en inzichten beter intercultureel kunnen communiceren.
Interculturaliteit: Een maatschappelijk en politiek concept waarbij men ervan uit gaat dat de verschillende
levende culturen naast elkaar kunnen bestaan, elkaar wederzijds kunnen beïnvloeden, zonder echter
geheel te verdwijnen.
ASPECTEN VAN HET DAGELIJKS LEVEN IN DE SPAANSTALIGE
LANDEN BESCHRIJVEN EN CONTRASTEREN MET ELKAAR EN MET
JE EIGEN LEEFWERELD
De mensen in Spanje en Spaans-Amerika zijn over het algemeen collectivistisch (wij-cultuur) ingesteld, dat
betekent dat onderlinge sociale verbanden binnen groep in samenleving (familie, vrienden, dorp, buurt)
hecht zijn en dat de loyaliteit aan de groep belangrijk is. De landen scoren ook hoog op masculiniteit, er
zijn duidelijk gescheiden sekserollen: mannen horen assertief, hard en gericht op materieel succes te zijn,
vrouwen teder, bescheiden en gericht op de kwaliteit van het bestaan. Wederzijdse afhankelijkheid is
belangijker dan onafhankelijkheid.
Familismo: komt overeen met de dimensie collectivisme. De grotere familie is belangrijk. Niet alleen
directe familie.
Personalismo: het gericht zijn op de band onderhouden met vrienden en daar veel tijd in investeren.
Hier staat tegenover dat Nederland juist individualistisch (ik-cultuur) en feminien is. Individuele doelen
zijn belangrijker dan groepsdoelen, horen conflicten erbij en mag je elkaar op het werk confronteren met
ongewenst gedrag. In een meer feminiene maatschappij overlappen de sekserollen elkaar en wordt er van
mannen en vrouwen meer hetzelfde verwacht.
Respeto: Respect tonen binnen een hiërarchie gebaseerd op leeftijd, sekse en autoriteit. Geen vragen
stellen aan docenten, er wordt vanuit gegaan dat die persoon het goed weet.
Machismo: Mannen moeten sterk, mannelijk en kostwinner zijn.
Marianismo: Vrouwen moeten zich gedragen als de maagd Maria. Moeten moreel sterk zijn, goed kunnen
lijden en puur zijn. Vrouwelijke docenten worden niet altijd door jongens gerespecteerd.
1
,Fatalismo: Je kan niet alles onder controle hebben, sommige dingen moet je gewoon accepteren.
Kinderen die niet hoog scoren, wordt eerder geaccepteerd.
MODELLEN OM CULTUREN TE DUIDEN IN JE EIGEN WOORDEN
UITLEGGEN (CULTURELE IJSBERG EN HET MODEL VAN
HOFSTEDE)
De culturele ijsberg: De basiswaarden van cultuur zijn abstract en onzichtbaar. We leren ze al op heel
jonge leeftijd, voordat we 7 jaar zijn. En we zijn ons niet bewust van de invloed die ze hebben op ons doen
en laten. Zichtbare uitingen van cultuur zoals eten, muziek, kleding, omgangsvormen en kunst beslaan
slechts 10% van de gehele culturele context van een samenleving. De overige 90% van een cultuur is niet
direct zichtbaar. Het gaat hier om normen en waarden, of nog dieper, innerlijke overtuigingen die door de
individuele leden van een samenleving worden gedeeld.
Het model van Hofstede: Hofstede onderscheidt zes cultuurdimensies. Met dit model kunnen
onderliggende normen, waarden en overtuigingen van een samenleving in kaart worden gebracht.
1. Machtsverdeling Sterke of zwakke hiërarchische samenleving. Hoe wordt binnen een
maatschappij aangekeken tegen gelijkwaardigheid tussen individuen. Binnen een sterk
hiërarchische samenleving accepteren de leden de plaats die zijn in die samenleving innemen
zonder dat er een rechtvaardiging nodig is.
Hofstede stelt dat status van een persoon binnen hiërarchische samenlevingen belangrijker is dan
binnen meer gelijkwaardige samenlevingen.
2. Identiteit Individualistisch of collectivistische samenleving. Zien mensen in een samenleving
zichzelf als onafhankelijk individu of zien zij zich als onderdeel van een groep. Het heeft te maken
met de vraag of het zelfbeeld van mensen wordt gedefinieerd in termen van ‘ik’ of ‘wij’.
Individualistische samenlevingen benadrukken prestaties en individuele rechten, waarbij de
nadruk ligt op de behoeften van jezelf en je directe familie.
Collectivistische samenlevingen hechten daarentegen meer belang aan de doelen en het welzijn
van de groep als geheel en leggen meer nadruk op waarden als samenwerking en loyaliteit.
3. Tijdsoriëntatie Korte of lange termijn georiënteerde samenlevingen. Is de samenleving gericht
op het verleden, het heden of de toekomst? Landen die zijn gericht op het verleden waarderen
tradities en sociale verplichtingen. Ze leggen meer nadruk op principes en hebben vaak een meer
religieus en nationalistisch karakter. Bekijken veranderingen met argwaan.
Landen gericht op de toekomst zijn pragmatischer en zijn bereid succes op korte termijn uit te
stellen ten gunste van succes op lange termijn. Ze hechten veel waarde aan persoonlijke
ontwikkeling en een goed onderwijssysteem.
4. Rolopvatting Masculiene of feminiene samenleving. Wordt een samenleving gedreven door
mannelijke waarden, als competentie, prestatie en succes of door vrouwelijk waarden als zorg,
samenwerking en consensus. De mannelijke kant vertegenwoordigt een voorkeur in de
samenleving voor duidelijkheid, heldhaftigheid, assertiviteit en succes. Het is competitiever. Het
tegenovergestelde, vrouwelijkheid staat voor een voorkeur voor samenwerking, bescheidenheid,
zorg voor de zwakken en kwaliteit van leven. Ook de rolopvatting leidt tot culturele verschillen
waarmee je rekening moet houden.
2
, 5. Onzekerheidsvermijding risicomijdende of pragmatische samenleving. Hoe gaat een
samenleving om met het feit dat de toekomst onbekend is? Probeert een samenleving de
toekomst te beheersen of laat een samenleving het gewoon gebeuren.
6. Levenshouding Samenlevingen met een sterke of zwakke sociale controle. In welke mate
proberen mensen hun verlangen en impulsen te beheersen? Samenleving met zwakke sociale
controle, zijn geneigd direct toe te geven aan verlangens of impulsen.
FEESTEN EN TRADITIES IN DE SPAANSTALIGE WERELD
BESCHRIJVEN EN HUN RELATIE MET RELIGIE EN (INHEEMSE)
RITUELEN UITLEGGEN
Godsdienst is erg belangrijk. Dit komt overeen met het collectivisme, waarin godsdienst een belangrijke
waarde is.
Feesten vormen sleutelmomenten in het leven. Ze ritualiseren markante gebeurtenissen in het leven op
beeldende wijze. Het zijn gebeurtenissen die in staat stellen om het begrip ‘tijd’ beter te vatten: ‘’feesten
geven een bepaald ritme aan de tijd en geven hem een concrete waarde, want er zijn tradities voor elk
seizoen.’’
Tradities kunnen ook te maken hebben met bepaalde overtuigingen of denkbeelden. Ze hebben te maken
met de regels van een bepaalde groep mensen (gemeenschap). Doordat ze dezelfde tradities hebben,
horen mensen bij elkaar.
Met feesten vieren we dat er een nieuw jaar of nieuw seizoen begint. Vaak heeft het ook te maken met
het geloof, zoals Kerstmis, Pasen, Offerfeest of Divali. Met feesten herdenken we ook wat er gebeurd is.
Voorbeelden van feesten:
Tapati Rapa Nui: In de eerste twee weken van februari op Paaseiland. Gedurende twee weken strijden
twee teams tegen elkaar. Ze nemen het tegen elkaar op in verschillende disciplines (dans, sport, etc.).
Drag Queen Carnaval Canarische eilanden: één van de belangrijkste evenementen van het jaar. Het Drag
Queen Gala was in 1998 het eerste van Spanje.
Dia de Muertos:
3
, Semena Santa: Semena Santa is de Spaanse naam voor de Goede Week voor Pasen, die start vanaf de
laatste zondag van de vastentijd tot aan Pasen. Punt hoeden die staan voor de boeten, ze zijn anoniem.
Maximón: Een heilige die in verschillende gedaanten wordt aanbeden door Maya’s. Het ziet eruit als een
soort vogelverschrikker
OP EEN BLINDE KAART LANDEN IN SPAANS-AMERIKA,
AUTONOME GEBIEDEN IN SPANJE EN HUN RESPECTIEVELIJKE
HOOFDSTEDEN AANGEVEN.
Comunidades Autónomas: 17 autonome regio’s in Spanje. 2 autonome steden (Ceuta& Melilla)
SEMENA 2
Hispanoamérica
De kenmerken benoemen van de Azteken, Maya’s en Inca’s waaronder:
DE PLAATSEN WAAR DE BESCHAVINGEN ZICH VESTIGDEN/EEN
GROTE ROL SPEELDEN
Maya’s: in Midden-Amerika. Delen van het Mexicaanse schiereiland Yucatán, delen van het zuiden van
Mexico en een aantal Midden-Amerikaanse landen (Guatemala, Honduras, El Salvador).
Azteken: het huidige centraal-Mexico. Het huidige Mexico-stad was de hoofdstad van het Azteekse Rijk
(heette toen Tenochtitlán).
Inca’s: het huidige Zuid-Amerika (Colombia, Ecuador, Peru, Bolivia, Chili en Argentinië). De hoofdstad van
het Inca-rijk was Cusco.
4