organisme proces stof resultaat
autotrofe Koolstofassimilatie CO₂ + H₂O + licht Glucose + O₂
organisme (fotosynthese)
Heterotrofe Dissimilatie Glucose + O₂ CO₂ + H₂O + energie
organisme
Energiegebruik ATP-cyclus ATP → ADP + P Energie voor
levensprocessen
Schema ATP-cyclus
1. Dissimilatie → Energie vrijkomt → ATP gevormd
2. ATP (adenosinetrifosfaat) → Splitst fosfaatgroep af → ADP + P
3. Energie komt vrij voor:
○ Beweging
○ Assimilatie
○ Actief transport
onderwerp proces reactie resultaat
stofwisseling chemische omzettingen - evert energie en
in organisme bouwstoffen
assimilatie opbouw van grote energie nodig grotere organische
moleculen moleculen
dissimilatie afbraak van grote energie komt vrij Warmte, kinetische
moleculen energie
Autotrofe Fotosynthese CO₂ + H₂O + Glucose wordt gevormd
organismen (koolstofassimilatie) licht → glucose (bouwstof/brandstof)
+ O₂
Energietransport ATP-cyclus ATP → ADP + P Energie voor beweging,
(Adenosinetrifosfaat) + energie assimilatie, transport
, Wat zijn enzymen?
"Enzymen zijn speciale eiwitten die als katalysatoren werken. Dat betekent dat ze
chemische reacties sneller laten verlopen, zonder zelf verbruikt te worden. Ze werken heel
specifiek: een enzym kan maar één soort substraat (Een substraat is de stof waarop een
enzym inwerkt tijdens een chemische reactie.) omzetten, alsof het de juiste sleutel is voor
een bepaald slot."
Voorbeeld:
"Een enzym zoals ATPase zet bijvoorbeeld ATP om in ADP en fosfaat, waardoor energie
vrijkomt."
Hoe werken enzymen?
"Een enzym heeft een actief centrum: dat is een ruimte waar het substraat precies in past.
Wanneer het substraat bindt, ontstaat er een enzym-substraatcomplex. "De reactie vindt
plaats, het product komt vrij, en het enzym kan opnieuw gebruikt worden."
Invloed van temperatuur en pH
"Maar enzymen zijn gevoelig voor hun omgeving. "Twee belangrijke factoren bepalen hoe
goed ze werken: temperatuur en pH."
1. Temperatuur:
"Bij een lage temperatuur werken enzymen nauwelijks: de moleculen bewegen te
traag." Bij een optimale temperatuur is de enzymactiviteit het hoogst. Maar let op: bij
te hoge temperaturen gaan enzymen kapot, ze denatureren. "Denk aan een
gebakken ei: het eiwit stolt en verandert voorgoed."
2. pH-waarde:
"Ook de zuurgraad speelt een rol." Elk enzym heeft een pH-waarde waarbij het
optimaal functioneert. Wijkt de pH te veel af, dan verandert de vorm van het actieve
centrum, en kan het enzym zijn werk niet meer doen."
Waarom zijn enzymen zo belangrijk?
"Enzymen zorgen dat stofwisselingsreacties in cellen snel genoeg verlopen om leven
mogelijk te maken. Zonder enzymen zouden deze processen veel te langzaam gaan. "Bij
temperaturen rond de 40 graden of bij een verkeerde pH werken enzymen niet goed meer,
en dat kan ernstige gevolgen hebben."
Wat is Fotosynthese?