hoofdgroep functie bronnen
eiwitten (proteïne) Bouwstof voor cellen (bijv. spieren, Dierlijke bronnen: vlees, vis, melk,
kraakbeen, bindweefsel). kaas, eieren.
Transport van stoffen in het bloed. Plantaardige bronnen: brood,
graanproducten, peulvruchten, noten.
Koolhydraten Energiebron (brandstof). Eenvoudige suikers: fruit, jam,
(Sachariden Dienen ook als bouwstof (bijv. DNA- stroop.
molecuul en ATP) Complexe koolhydraten: brood,
aardappelen, rijst, pasta.
vetten (lipiden) Energiebron (1 gram vet levert 38 kJ). Onverzadigde vetten: plantaardige
Isolatie voor warmtebehoud, oliën, zoals zonnebloemolie.
Bouwstof voor fosfolipiden en Verzadigde vetten: dierlijke vetten,
hormonen (zoals vitamine D). zoals roomboter.
water Transportmiddel, bouwstof en dranken, voedingsmiddelen
oplosmiddel in het lichaam ( + (komkommer)
regeling lichaamstemp.)
mineralen bouwstof, regulatie van Calcium: Opbouw en stevigheid van
lichaamsprocessen en ondersteuning botten en tanden
van enzymen en hormonen IJzer: Essentieel voor de vorming van
hemoglobine, dat zuurstof
transporteert in het bloed
Magnesium: Helpt bij enzymreacties
en spierfunctie.
vitamines Ondersteuning van groei en Vitamine A: Belangrijk voor het
ontwikkeling, Immuunsysteem en gezichtsvermogen, groei, en de
weerstand, Energiewinning en gezondheid van huid en slijmvliezen.
stofwisseling, Bloedstolling Vitamine C: Verhoogt de weerstand
en beschermt cellen tegen oxidatieve
schade.
Vitamine D: Ondersteunt de opname
van calcium en fosfor, belangrijk voor
botten en tanden.
Vitamine B1: Helpt bij het vrijmaken
van energie uit koolhydraten, vetten en
eiwitten.
Vitamine K: Noodzakelijk voor een
goede bloedstolling en speelt een rol
bij botstofwisseling
, wat waar gemaakt? welk werkzaam ph wat doet het chemisch/
enzym mechanisch
speeksel speekselklieren in amylase 6-7,5 breekt zetmeel af tot chemisch
de mond maltose (soort suiker)
maagsap maagwand pepsinogeen 2,5 breekt eiwitten af tot chemisch
(wordt pepsine polypeptiden (zijn ketens
onder invloed van aminozuren die aan
van zoutzuur) elkaar gekoppeld zijn
door peptidebindingen.
Ze vormen de
bouwstenen van eiwitte)
alvleeskliersap alvleesklier amylase breekt zetmeel af tot chemisch
maltose (soort suiker)
tripsine Breekt lange polypeptiden
af tot korte polypeptiden
Breekt korte polypeptiden
peptidase af tot dipeptiden en
tripeptiden (Dipeptiden
zijn ketens van 2
aminozuren en
tripeptiden zijn ketens
van 3 aminozuren.)
Breekt vetmoleculen af tot
lipase 1 glycerolmolecule en 3
vetzuurmoleculen
gal lever en geen werkzaam ph Maakt van grote klompjes mechanisch
twaalfvingerige enzym, gal stijgt vet kleine klompjes vet
darm emulgeert vetten naar om beter te kunnen
8-9 verteren
dunnedarmsap dunnedarm maltase ph Breekt maltose af tot 2 chemisch
zakt glucose
sacharase, naar 7 Breekt sacharose
(rietsuiker) af
lactase Breekt lactose
(melksuiker) af
Breekt dipeptiden en
peptidase tripeptiden af tot losse
aminozuren