1.1 Kennismaking met het recht
Het recht regelt veel verhoudingen tussen de mensen onderling en tussen overheid en de
mensen. De mens maakt deel uit van verschillende maatschappelijke verbanden, maar
doordat ieder mens belangen heeft, gaat een samenleving niet zonder spanning en strijd.
Algemeen eigenrichting is niet geoorloofd, aangezien het anders een complete chaos zal
worden. Alleen de overheid (politie/leger) heeft het recht om te handhaven m.b.v. geweld.
Dus de overheid heeft een monopolie op de rechtshandhaving m.b.v. dwangmiddelen,
zoals een gevangenisstraf. Een voorbeeld van geoorloofde eigenrichting: wanneer er
beplanting van de buurman over jouw schutting heen hangt, mag jij deze afzagen wanneer
de buurman het naast zich heeft neergelegd.
In Nederland zijn er lagere en hogere rechters. Ze hebben een eigen terrein waarop zij
rechtspreken en zijn lid van de zittende magistratuur.
De organisatie van de rechterlijke macht ziet er als volgt uit:
Rechterlijke macht
Hoge raad Gerechtshoven Rechtbanken
Een juridisch probleem wordt eerst door een lagere rechter bekeken en beoordeeld. De
rechtbank is het eerste gerecht en kent meervoudige kamers (3 rechters) en enkelvoudige
kamers (1 rechter). Dat laatste zijn voornamelijk kantonrechters en politierechters. Wanneer
1 van de partijen het niet eens is met een vonnis, kan hij/zij in hoger beroep gaan bij 1 van
de 4 gerechtshoven (hogere rechter). De rechters bij een gerechtshof worden raadsheren
genoemd. Gerechtshof spreekt voornamelijk in meervoudige kamers, dus met 3 raadsheren.
Wanneer 1 van de partijen het niet eens is met het arrest, dan is het onder voorwaarden
mogelijk om het geschil voor te leggen aan de Hoge Raad (hoogste rechtscollege). Dit
noemen we in cassatie gaan. Wanneer de Hoge Raad oordeelt dat het recht niet goed is
toegepast, wordt de zaak terugverwezen naar een lagere rechter, die opnieuw uitspraak moet
doen.
Verschil in cassatie gaan en in hoger beroep gaan:
- Hoger beroep: dan kijkt de rechter nog een keer of de rechter in de rechtbank alle
feiten goed heeft beoordeeld, of er voldoende bewijs is en of het recht juist is
toegepast.
- In cassatie: dan wordt er door de Hoge Raad niet opnieuw gekeken of de feiten wel
kloppen, maar hij kijkt alleen of de lagere rechter het recht juist heef toegepast.
Er wordt een sanctie opgelegd wanneer men de rechtsregel niet naleeft, welke ten doel stelt
de samenleving rechtvaardig, vreedzaam en efficiënt te ordenen. Het college van
burgermeester en wethouders kan een last onder dwangsom opleggen. Als een partij het
niet eens is met het besluit van een burgermeester/wethouder, kan hij zijn grieven aan de
rechter voorleggen. Wanneer er geen sancties staan op een rechtsregel, zal het een chaos
worden. Ookal staat er niet altijd een sanctie op het niet-naleven van een rechtsregel, is er wel
sprake van een rechtsregel.
,Moeilijke woorden en dikgedrukte woorden uit het boek:
Jurisprudentie: uitspraken van rechters waaruit blijkt hoe ze denken over de toepassing van
bepaalde wetten.
Sanctie: dwangmaatregel of straf.
Utopie: ideale maatschappelijke toestand/droombeeld.
Eigenrichting: in een geschil je gelijk halen door zelf geweld te gebruiken.
Monopolie op de rechtshandhaving: alleenrecht.
Zittende magistratuur: de rechters blijven zitten in de rechtszaal wanneer zij aan het
woord zijn.
Kantonrechters: rechters die minder zware zaken behandelen.
Rechtbank: instelling waar rechters beoordelen of iemand schuldig is aan een misdrijf en
welke straf hij of zij krijgt.
Vonnis: een beslissing/uitspraak van de rechter.
Gerechtshof: gerechtelijke instantie dat het hoger beroep tegen een vonnis van een
rechtbank behandelt.
Arrest: een uitspraak van een gerechtshof of Hoge Raad.
Hoge Raad: hoogst rechtsprekende instantie in Nederland.
Cassatie: er wordt niet opnieuw gekeken of de feiten wel kloppen, maar hij kijkt of de lagere
rechter het recht juist heeft toegepast.
Last onder dwangsom: wil zeggen dat de overtreder voor bijvoorbeeld elke dag dat hij de
overtreding niet ongedaan maakt, een geldbedrag moet betalen.
Grieven: klachten, bezwaren tegen de beslissing van een rechtsprekende instantie.
, 1.2 Indeling van het objectieve recht
- ook wel positief of geldend recht genoemd.
Het objectieve recht is de rechtsregels die op dit moment in Nederland gelden. Het omvat
de rechtsregels die door de overheid zijn vastgesteld of erkend met het doel de samenleving te
ordenen en die gehandhaafd kunnen worden.
Het belang van het onderscheid tussen privaatrecht en het publiekrecht is dat het
privaatrecht de rechtsverhouding tussen burgers onderling regelt, terwijl het individueel
belang centraal staat. Terwijl het publiekrecht de verhouding regelt tussen de overheid en de
burgers, waarbij het algemeen belang centraal staat.
Privaatrecht (burgerlijk recht) is het gedeelte van het objectieve recht dat zich bezighoudt
met de rechtsverhouding tussen personen onderling.
- Natuurlijk persoon: hiermee wordt de mens bedoeld.
- Rechtspersoon: een organisatievorm die voor veel handelingen net als natuurlijke
personen aan het rechtsverkeer mag deelnemen.
VB: mag grondstoffen kopen en geld lenen.
Kan veroordeeld worden om aan een gedupeerde schadevergoeding te betalen.
Stichting, vereniging, de naamloze vennootschap (nv) en de besloten
vennootschap (bv) met beperkte aansprakelijkheid.
- Als mensen of rechtspersonen onderling juridische problemen hebben, gelden de
regels van het privaatrecht.
Publiekrecht heeft betrekking op de rechtsverhouding tussen overheid en burgers.
- Staats- en bestuursrecht, strafrecht en het recht van de EU maken hier deel van uit.
Bestuursrecht:
- De overheid heeft de taak om wetten op diverse gebieden van het bestuursrecht uit te
voeren: zoals milieu, bouwen, etc.
- Bestuursorganen, zoals gemeente, provincie en de rijksoverheid, nemen besluiten.
VB: het college van burgemeester en wethouders verleent een vergunning om
appartementen te bouwen in het centrum van de stad.
- Bij bestuursrechtelijke besluiten moeten bepaalde regels in acht worden genomen en
als dit niet wordt gedaan, dan kan een belanghebbende een juridische procedure
aanspannen.
Strafrecht:
- Als een persoon verdacht wordt een strafbaar feit te hebben gepleegd, krijgt hij te
maken met het strafrecht, want het is een zaak tussen de verdachte en de
samenleving. Het OM treedt namens de samenleving op en wordt vertegenwoordigt
door een officier van justitie.
Nuancering van het onderscheid privaatrecht – publiekrecht:
- De rechtsverhouding tussen een overheid en een burger wordt soms door het
privaatrecht beheerst, namelijk indien de overheid niet als zodanig, maar als
rechtspersoon, dus net als een burger, aan het rechtsverkeer deelneemt.
- Publiekrecht is van toepassing als de overheid een specifieke overheidshandeling
verricht. Dus als de overheid een handeling verricht die uitsluitend en alleen door de
overheid verricht kan worden (export- en omgevingsvergunning bijvoorbeeld).