Media en beïnvloeding
Samenvatting
College 1
Zelfs als mensen ervan overtuigd zijn dat ze hun gedrag moeten
veranderen, wil dat nog niet zeggen dat ze daar ook echt in slagen.
Soms is er meer voor nodig om intenties om te zetten in actie .
Intervention mapping = planning model
- Planningmodellen elpen om oplossingen te vinden voor
probleem, maar op systematische manier.
o Voorbeeld: Campagnes sluiten niet altijd goed aan,
bijvoorbeeld omdat de campagne ingaat op
kennisprobleem bij ouders van kinderen om hun riem
in de auto om te doen. Het ging er meer om waarom
ze hun riem niet om hadden, namelijk ouders die het
lastig vonden om dit gedrag uit te voeren bij
tegenstribbelende kinderen
- Niet gebaseerd op onderbuikgevoelens, assumpties of meer
of minder passende ervaringen.
Intenties moeten:
- Specifiek en uitdagend zijn
- Concreet zijn
- In korte termijn haalbaar
Implementatie-intenties:
- Kunnen zowel nieuw als bestaand gedrag helpen vormen
- Zijn vooral nuttig als discipline ontbreekt
- Moeten worden afgestemd op individuele attitudes.
Intervention mapping bestaat uit:
- Programmadoelstelling (HOOFDDOEL): Als resultaat van de interventie, wat moet er
veranderen in het (uiteindelijke doel)gedrag van de doelgroep of wat moet het uiteindelijke
resultaat zijn?
- Prestatiedoelstellingen (SUBDOEL): Voorbereidend gedrag(ingen) die de doelgroep moet
uitvoeren om in staat te zijn het uiteindelijke doelgedrag uit te voeren
- Veranderingsdoelstellingen (GEDRAGSBEPALERS VAN SUBDOEL): Welke
(gedrags)determinanten moeten worden veranderd door de interventie teneinde elke
prestatiedoelstelling te bereiken
- Parameters (voor inzet): Voorwaarden die een interventiestrategie meer of minder effectief
maken
Voorbeeld in slides over grondwater in woonwijken op peil te houden:
IM Stap 1 – Evalueren behoefte(n) - (needs assesment)
, - De eerste stap van het protocol voor het in kaart brengen van interventies wordt het
vaststellen van de behoeften genoemd: in deze stap kijken we naar de omvang en de
kenmerken van het probleem
- Doelstelling van stap 1 is een overzicht van gewenste programma-
doelstelling(en).
o Voorbeeld programmadoelstelling verhogen uitgevoerde
grondwaterbeschermende maatregelen van 40% naar 60% binnen 18 maanden
IM Stap 2 – Veranderingsdoelstellingen matrix
- In de tweede stap ontwikkelen we matrices van veranderdoelen, waarin we precies
aangeven wie en wat we willen veranderen als resultaat van de interventie.
- Doelstelling stap 2: Vertalen van gewenste programma-doelstelling(en) naar concrete
prestatiedoelstellingen en veranderingsdoelstellingen. Prestatiedoelstellingen (PD):
Voorbereidende of (deel-)gedragingen die de doelgroep moet uitvoeren om een
programmadoelstelling te bereiken
o PD1: 40% meer inwoners verwijderen tegels, minstens
60% van de oppervlakte, zowel in voor- als achtertuin
o PD2: Inwoners installeren 60% vaker een regenton
o PD3: 75% van de gemeentes stimuleren inwoners om
maatregelen toe te passen
Gebruik hiervoor een of meerdere gedragsdeterminantentheorieën, aangevuld met relevante
determinanten die (nog) niet in de gekozen theorieën zitten (bv., theorie van gepland gedrag,
extended parallel process model)
Veranderingsdoelstellingen moeten in matrix worden geplaatst
De matrices met prestatiedoelstellingen en veranderingsdoelstellingen zijn input voor:
- Interventie ontwikkeling
- Interventie evaluatie
,IM Stap 3 – Theoretische methoden & praktische toepassingen
- In stap drie probeert de planner op theorie gebaseerde interventiemethoden en praktische
toepassingen te vinden om de determinanten van het specifieke gedrag te veranderen. Deze
stap is belangrijk voor het selecteren van de beste methoden en technieken om het gedrag
of de situatie te veranderen.
o Mogelijke methoden zijn overtuigingskracht, sociale steun, modellering, beloningen
en empowerment.
- Doelstelling van stap 3 is een lijst van: Bruikbare (op theorie gebaseerde!) methoden
die zich richten op de relevante determinanten, vertaald in praktische strategieën.
Stel we willen de determinant ‘eigen effectiviteit’ en ‘sociale normen’ aanpakken, dan weten we uit
de literatuur dat modeling een goede manier is (i.h.b., sociaal cognitieve theorie, Bandura). Dus
veranderingsdoelstelling hangen aan deze theoretische methode.
Parameters (voor inzet) – Voorwaarden waaronder bepaalde strategie effectief is
Sommige parameters voor de inzet van modeling:
- Identificatie: doelgroep moet zich op enigerlei wijze kunnen
identificeren met het model (psychologische nabijheid)
- Versterking van het gedrag (reinforcement): Het model moet
worden beloond voor het gewenste gedrag
- Eigen effectiviteit: Doelgroep moet het gevoel hebben dat het
haalbaar is om het gedrag dat het model uitvoert, zelf ook uit te
voeren.
- Model is een lerend model (coping model), d.w.z., een model dat
niet meteen succesvol is, maar geleidelijk beter wordt in uitvoeren
van het gedrag.
IM Stap 4 – Produceren van interventieprogramma
- Stap vier bestaat uit het vooraf testen en beschrijven van alle onderdelen van de interventie,
inclusief het programmamateriaal en de programmaprotocollen.
- Interventie ontwikkelen:
Combineer de praktische strategieën uit Stap 3
o Reviewen & aanpassen van bestaande interventiematerialen
o Ontwikkelen van nieuwe interventiematerialen
→ Pre-testen van de interventie!
IM Stap 5 – Adoptie & implementatie plan
- Deze stap omvat het identificeren van mogelijke gebruikers (bijv. welke scholen het
programma zouden kunnen overnemen, hoe groot zouden ze moeten zijn) en uitvoerders
(bijv. wie verantwoordelijk zou zijn voor de uitvoering van het programma) van het
programma, evenals het overwegen van aspecten van de duurzaamheid van het programma.
- Adoptie betekent dat mensen in de praktijk bereid zijn om de interventie te implementeren
(= de interventie te adopteren)
- De impact van een interventie afhangt van zowel effectiviteit als bereik, dus deze stap is
essentieel!
Implementeren van een interventie is een interventie op zich
o Stap 1, programmadoelstelling, b.v.: gemeentes bieden de interventie
aan de bewoners aan.
, o Stap 2: Wat zijn de veranderingsdoelstellingen van deze
programmadoelstelling?
o Etc.
IM Stap 6 – Evaluatieplan
- Stap zes omvat een plan voor het evalueren van de effectiviteit van de interventie.
- Effectevaluatie van
o Veranderingsdoelstellingen (verandering in determinanten)
o Prestatiedoelstellingen (verandering in voorbereidend of deelgedrag)
o Programmadoelstellingen (verandering in uiteindelijke doelgedrag[ingen]
- Procesevaluatie, b.v.,
o Ervaringen van gebruikers van de interventie & intermediairen
o Precisie (fidelity): Implementatie zoals bedoeld, en compleet
We richten ons op gedragsbepalers (belangrijk om je te richten op redelijk simpele manieren om
dingen te veranderen), die zijn namelijk haalbaar in tegenstelling tot omgevingsfactoren. Je kunt
echter wel rekening houden met omgevingsfactoren.
Intervention mapping helpt onderzoekers en professionals op het gebied van
gezondheidsbevordering om effectievere beslissingen te nemen bij elke stap van interventieplanning,
-implementatie en -evaluatie. Het proces van het in kaart brengen van interventies is onderverdeeld
in zes stappen om de systematische ontwikkeling van een interventie of campagne mogelijk te
maken (zie afbeelding 10.1). Deze stappen bieden ondersteuning bij het specificeren van gedrags- en
andere doelen en bij het selecteren van geschikte methoden en technieken.
Belangrijke kenmerken intervention mapping:
Multidisciplinair: De aanpak integreert kennis uit gedragswetenschappen,
gezondheidswetenschappen en sociale wetenschappen.
Participatief: Stakeholders en de doelgroep worden actief betrokken in elke fase om ervoor
te zorgen dat de interventie relevant en uitvoerbaar is.
Flexibel: Hoewel het een gestructureerd proces is, kan het worden aangepast aan specifieke
situaties en behoeften.
, College 2
Veel modellen die gedrag enigszins voorspellen.
- Ze voorspellen waarom mensen zich op een bepaalde manier gedragen
- Maar er zijn ook modellen die voorspellen hoe mensen informatie verwerken (wat gebeurt er
in het hoofd als mensen informatie verwerken?)
Tezamen veranderingsmodellen:
- Modellen helpen ons om in te zetten om mensen te overtuigen, aandacht te krijgen en om
mensen aan te sporen om iets te doen.
Beïnvloeding in de media:
- Reclame
- Gezondheidscommunicatie
- Politieke communicatie
- Overheidscommunicatie
Via: televisie, radio, krant, tijdschriften, internet, sociale media, billboards en creatieve media.
Veel meer beïnvloedingspogingen dan vroeger. We worden hier meer aan blootgesteld.
Geschiedenis: beïnvloeding is niet nieuw
- Plato en Aristotle waren hier ook mee bezig. Onderscheid tussen bron, ontvanger en de
inhoud van de boodschap.
- Lasswell: Wie zegt wat in welk kanaal tegen wie met welk effect?
o Communicator message medium receiver effect
Doel van beïnvloeding via media:
- Aanmoedigen van bepaald gedrag (hier zijn tussenstappen voor nodig)
o Variabelen: aandacht, attitudes, intenties, begrip, naamsbekendheid
o Doel hoeft niet altijd meteen te zijn dat mensen hun gedrag gaan veranderen, het
kan zijn dat je eerste doel van je campagne naamsbekendheid is
Je hebt een beoogd effect/doel met je boodschap. Communicatiedoelen zijn vaak:
- Gedrag van mensen veranderen -> vaak gouden standaard wat men wil bereiken maar niet
vaak realistisch om meteen gedragsverandering te willen bereiken.
- Aandacht
- Attitudes
- Intenties
- Begrip
- Naamsbekendheid
Afhankelijk van je doel ziet de boodschap er ook anders uit.
Drie facetten die meespelen om doel te bereiken, doelen kunnen daarom relateren aan:
- Bereik: Heeft men de boodschap gezien
- Verwerking: Alles wat in het hoofd gebeurt
- Werking: gedrag
Met bovenstaande variabelen zijn vroeger veel modellen bedacht: hierarchy of effects-modellen
wanneer een stap van dit proces gemist wordt, stopt het proces en wordt de boodschap niet
verwerkt
, - Modellen die nadenken over wat er gebeurt als iemand wordt blootgesteld aan een
boodschap
- AIDA model: aandacht interesse verlangen actie
- DAGMAR model: unaware aware comprehension conviction action
Als je een stap mist volgens deze modellen, kun je mensen ook niet overtuigen van het nut ervan.
Dan stopt het beïnvloedingsproces. Je moet eerst iets leren, er bekend over moet raken en er een
bepaald gevoel bij krijgen en vervolgens ga je iets doen. Dat is de aanname van volgorde van
beïnvloeding.
- We weten inmiddels dat het niet altijd in deze volgorde gaat. Met roken bijvoorbeeld weet
iemand bijvoorbeeld wel dat het slecht is, maar dat betekent niet meteen dat ze overtuigd
zijn en hun gedrag aanpassen.
Foot-Cone-Belding (FCB)-grid zegt wat anders:
- Volgorde hangt van verschillende zaken af
- Route welke mensen nemen is afhankelijk van involvement en andere is modus.
o Involvement gaat over mate waarin mensen betrokken zijn en mate van
informatieverwerking. Bij veel betrokkenheid verwerken ze informatie doorgaans
ook op een sterkere manier (centrale route).
o Modus is dat mensen heel erg
nadenken kunnen over
aanschaffen van product of ze zijn
meer bezig met affectieve modus
dus meer voelen en op basis
daarvan beslissing maken. Als
mensen veel nadenken (cognitieve
modus) en ze zijn betrokken gaan
ze eerst leren, dan voelen dan
actie.
- Per consument anders wat relevant is.
Learning = hoge betrokkenheid + cognitief: leren,
voelen en doen
Affective = Hoge betrokkenheid + affectief: voelen,
leren en doen
Routine = Lage betrokkenheid + cognitief: doen,
leren en voelen
Hedonism = lage betrokkenheid + affectief: doen,
voelen en leren
Mensen zijn geneigd attitudes te veranderen
Attitudes verwijzen naar evaluatieve reacties op bepaalde stimulus (e.g. personen, situaties, sociale
groepen). Attitudes worden gezien als voorspeller van gedrag en er zijn drie verschillende vormen
van attitudes:
- Affectief: gebaseerd op gevoelens en emoties
- Cognitief: gebaseerd op overtuigingen en mening
- Gedragsmatig: acties die je uitvoert of uiten van overtuigingen gerelateerd aan gedrag
o Ook gedrag dat mensen laten zien is van invloed op eigen cognitieve en affectieve
reacties die mensen hebben. En cognitief en affectief spelen niet altijd een even
grote rol in het bepalen van attitudes en gedrag.
Samenvatting
College 1
Zelfs als mensen ervan overtuigd zijn dat ze hun gedrag moeten
veranderen, wil dat nog niet zeggen dat ze daar ook echt in slagen.
Soms is er meer voor nodig om intenties om te zetten in actie .
Intervention mapping = planning model
- Planningmodellen elpen om oplossingen te vinden voor
probleem, maar op systematische manier.
o Voorbeeld: Campagnes sluiten niet altijd goed aan,
bijvoorbeeld omdat de campagne ingaat op
kennisprobleem bij ouders van kinderen om hun riem
in de auto om te doen. Het ging er meer om waarom
ze hun riem niet om hadden, namelijk ouders die het
lastig vonden om dit gedrag uit te voeren bij
tegenstribbelende kinderen
- Niet gebaseerd op onderbuikgevoelens, assumpties of meer
of minder passende ervaringen.
Intenties moeten:
- Specifiek en uitdagend zijn
- Concreet zijn
- In korte termijn haalbaar
Implementatie-intenties:
- Kunnen zowel nieuw als bestaand gedrag helpen vormen
- Zijn vooral nuttig als discipline ontbreekt
- Moeten worden afgestemd op individuele attitudes.
Intervention mapping bestaat uit:
- Programmadoelstelling (HOOFDDOEL): Als resultaat van de interventie, wat moet er
veranderen in het (uiteindelijke doel)gedrag van de doelgroep of wat moet het uiteindelijke
resultaat zijn?
- Prestatiedoelstellingen (SUBDOEL): Voorbereidend gedrag(ingen) die de doelgroep moet
uitvoeren om in staat te zijn het uiteindelijke doelgedrag uit te voeren
- Veranderingsdoelstellingen (GEDRAGSBEPALERS VAN SUBDOEL): Welke
(gedrags)determinanten moeten worden veranderd door de interventie teneinde elke
prestatiedoelstelling te bereiken
- Parameters (voor inzet): Voorwaarden die een interventiestrategie meer of minder effectief
maken
Voorbeeld in slides over grondwater in woonwijken op peil te houden:
IM Stap 1 – Evalueren behoefte(n) - (needs assesment)
, - De eerste stap van het protocol voor het in kaart brengen van interventies wordt het
vaststellen van de behoeften genoemd: in deze stap kijken we naar de omvang en de
kenmerken van het probleem
- Doelstelling van stap 1 is een overzicht van gewenste programma-
doelstelling(en).
o Voorbeeld programmadoelstelling verhogen uitgevoerde
grondwaterbeschermende maatregelen van 40% naar 60% binnen 18 maanden
IM Stap 2 – Veranderingsdoelstellingen matrix
- In de tweede stap ontwikkelen we matrices van veranderdoelen, waarin we precies
aangeven wie en wat we willen veranderen als resultaat van de interventie.
- Doelstelling stap 2: Vertalen van gewenste programma-doelstelling(en) naar concrete
prestatiedoelstellingen en veranderingsdoelstellingen. Prestatiedoelstellingen (PD):
Voorbereidende of (deel-)gedragingen die de doelgroep moet uitvoeren om een
programmadoelstelling te bereiken
o PD1: 40% meer inwoners verwijderen tegels, minstens
60% van de oppervlakte, zowel in voor- als achtertuin
o PD2: Inwoners installeren 60% vaker een regenton
o PD3: 75% van de gemeentes stimuleren inwoners om
maatregelen toe te passen
Gebruik hiervoor een of meerdere gedragsdeterminantentheorieën, aangevuld met relevante
determinanten die (nog) niet in de gekozen theorieën zitten (bv., theorie van gepland gedrag,
extended parallel process model)
Veranderingsdoelstellingen moeten in matrix worden geplaatst
De matrices met prestatiedoelstellingen en veranderingsdoelstellingen zijn input voor:
- Interventie ontwikkeling
- Interventie evaluatie
,IM Stap 3 – Theoretische methoden & praktische toepassingen
- In stap drie probeert de planner op theorie gebaseerde interventiemethoden en praktische
toepassingen te vinden om de determinanten van het specifieke gedrag te veranderen. Deze
stap is belangrijk voor het selecteren van de beste methoden en technieken om het gedrag
of de situatie te veranderen.
o Mogelijke methoden zijn overtuigingskracht, sociale steun, modellering, beloningen
en empowerment.
- Doelstelling van stap 3 is een lijst van: Bruikbare (op theorie gebaseerde!) methoden
die zich richten op de relevante determinanten, vertaald in praktische strategieën.
Stel we willen de determinant ‘eigen effectiviteit’ en ‘sociale normen’ aanpakken, dan weten we uit
de literatuur dat modeling een goede manier is (i.h.b., sociaal cognitieve theorie, Bandura). Dus
veranderingsdoelstelling hangen aan deze theoretische methode.
Parameters (voor inzet) – Voorwaarden waaronder bepaalde strategie effectief is
Sommige parameters voor de inzet van modeling:
- Identificatie: doelgroep moet zich op enigerlei wijze kunnen
identificeren met het model (psychologische nabijheid)
- Versterking van het gedrag (reinforcement): Het model moet
worden beloond voor het gewenste gedrag
- Eigen effectiviteit: Doelgroep moet het gevoel hebben dat het
haalbaar is om het gedrag dat het model uitvoert, zelf ook uit te
voeren.
- Model is een lerend model (coping model), d.w.z., een model dat
niet meteen succesvol is, maar geleidelijk beter wordt in uitvoeren
van het gedrag.
IM Stap 4 – Produceren van interventieprogramma
- Stap vier bestaat uit het vooraf testen en beschrijven van alle onderdelen van de interventie,
inclusief het programmamateriaal en de programmaprotocollen.
- Interventie ontwikkelen:
Combineer de praktische strategieën uit Stap 3
o Reviewen & aanpassen van bestaande interventiematerialen
o Ontwikkelen van nieuwe interventiematerialen
→ Pre-testen van de interventie!
IM Stap 5 – Adoptie & implementatie plan
- Deze stap omvat het identificeren van mogelijke gebruikers (bijv. welke scholen het
programma zouden kunnen overnemen, hoe groot zouden ze moeten zijn) en uitvoerders
(bijv. wie verantwoordelijk zou zijn voor de uitvoering van het programma) van het
programma, evenals het overwegen van aspecten van de duurzaamheid van het programma.
- Adoptie betekent dat mensen in de praktijk bereid zijn om de interventie te implementeren
(= de interventie te adopteren)
- De impact van een interventie afhangt van zowel effectiviteit als bereik, dus deze stap is
essentieel!
Implementeren van een interventie is een interventie op zich
o Stap 1, programmadoelstelling, b.v.: gemeentes bieden de interventie
aan de bewoners aan.
, o Stap 2: Wat zijn de veranderingsdoelstellingen van deze
programmadoelstelling?
o Etc.
IM Stap 6 – Evaluatieplan
- Stap zes omvat een plan voor het evalueren van de effectiviteit van de interventie.
- Effectevaluatie van
o Veranderingsdoelstellingen (verandering in determinanten)
o Prestatiedoelstellingen (verandering in voorbereidend of deelgedrag)
o Programmadoelstellingen (verandering in uiteindelijke doelgedrag[ingen]
- Procesevaluatie, b.v.,
o Ervaringen van gebruikers van de interventie & intermediairen
o Precisie (fidelity): Implementatie zoals bedoeld, en compleet
We richten ons op gedragsbepalers (belangrijk om je te richten op redelijk simpele manieren om
dingen te veranderen), die zijn namelijk haalbaar in tegenstelling tot omgevingsfactoren. Je kunt
echter wel rekening houden met omgevingsfactoren.
Intervention mapping helpt onderzoekers en professionals op het gebied van
gezondheidsbevordering om effectievere beslissingen te nemen bij elke stap van interventieplanning,
-implementatie en -evaluatie. Het proces van het in kaart brengen van interventies is onderverdeeld
in zes stappen om de systematische ontwikkeling van een interventie of campagne mogelijk te
maken (zie afbeelding 10.1). Deze stappen bieden ondersteuning bij het specificeren van gedrags- en
andere doelen en bij het selecteren van geschikte methoden en technieken.
Belangrijke kenmerken intervention mapping:
Multidisciplinair: De aanpak integreert kennis uit gedragswetenschappen,
gezondheidswetenschappen en sociale wetenschappen.
Participatief: Stakeholders en de doelgroep worden actief betrokken in elke fase om ervoor
te zorgen dat de interventie relevant en uitvoerbaar is.
Flexibel: Hoewel het een gestructureerd proces is, kan het worden aangepast aan specifieke
situaties en behoeften.
, College 2
Veel modellen die gedrag enigszins voorspellen.
- Ze voorspellen waarom mensen zich op een bepaalde manier gedragen
- Maar er zijn ook modellen die voorspellen hoe mensen informatie verwerken (wat gebeurt er
in het hoofd als mensen informatie verwerken?)
Tezamen veranderingsmodellen:
- Modellen helpen ons om in te zetten om mensen te overtuigen, aandacht te krijgen en om
mensen aan te sporen om iets te doen.
Beïnvloeding in de media:
- Reclame
- Gezondheidscommunicatie
- Politieke communicatie
- Overheidscommunicatie
Via: televisie, radio, krant, tijdschriften, internet, sociale media, billboards en creatieve media.
Veel meer beïnvloedingspogingen dan vroeger. We worden hier meer aan blootgesteld.
Geschiedenis: beïnvloeding is niet nieuw
- Plato en Aristotle waren hier ook mee bezig. Onderscheid tussen bron, ontvanger en de
inhoud van de boodschap.
- Lasswell: Wie zegt wat in welk kanaal tegen wie met welk effect?
o Communicator message medium receiver effect
Doel van beïnvloeding via media:
- Aanmoedigen van bepaald gedrag (hier zijn tussenstappen voor nodig)
o Variabelen: aandacht, attitudes, intenties, begrip, naamsbekendheid
o Doel hoeft niet altijd meteen te zijn dat mensen hun gedrag gaan veranderen, het
kan zijn dat je eerste doel van je campagne naamsbekendheid is
Je hebt een beoogd effect/doel met je boodschap. Communicatiedoelen zijn vaak:
- Gedrag van mensen veranderen -> vaak gouden standaard wat men wil bereiken maar niet
vaak realistisch om meteen gedragsverandering te willen bereiken.
- Aandacht
- Attitudes
- Intenties
- Begrip
- Naamsbekendheid
Afhankelijk van je doel ziet de boodschap er ook anders uit.
Drie facetten die meespelen om doel te bereiken, doelen kunnen daarom relateren aan:
- Bereik: Heeft men de boodschap gezien
- Verwerking: Alles wat in het hoofd gebeurt
- Werking: gedrag
Met bovenstaande variabelen zijn vroeger veel modellen bedacht: hierarchy of effects-modellen
wanneer een stap van dit proces gemist wordt, stopt het proces en wordt de boodschap niet
verwerkt
, - Modellen die nadenken over wat er gebeurt als iemand wordt blootgesteld aan een
boodschap
- AIDA model: aandacht interesse verlangen actie
- DAGMAR model: unaware aware comprehension conviction action
Als je een stap mist volgens deze modellen, kun je mensen ook niet overtuigen van het nut ervan.
Dan stopt het beïnvloedingsproces. Je moet eerst iets leren, er bekend over moet raken en er een
bepaald gevoel bij krijgen en vervolgens ga je iets doen. Dat is de aanname van volgorde van
beïnvloeding.
- We weten inmiddels dat het niet altijd in deze volgorde gaat. Met roken bijvoorbeeld weet
iemand bijvoorbeeld wel dat het slecht is, maar dat betekent niet meteen dat ze overtuigd
zijn en hun gedrag aanpassen.
Foot-Cone-Belding (FCB)-grid zegt wat anders:
- Volgorde hangt van verschillende zaken af
- Route welke mensen nemen is afhankelijk van involvement en andere is modus.
o Involvement gaat over mate waarin mensen betrokken zijn en mate van
informatieverwerking. Bij veel betrokkenheid verwerken ze informatie doorgaans
ook op een sterkere manier (centrale route).
o Modus is dat mensen heel erg
nadenken kunnen over
aanschaffen van product of ze zijn
meer bezig met affectieve modus
dus meer voelen en op basis
daarvan beslissing maken. Als
mensen veel nadenken (cognitieve
modus) en ze zijn betrokken gaan
ze eerst leren, dan voelen dan
actie.
- Per consument anders wat relevant is.
Learning = hoge betrokkenheid + cognitief: leren,
voelen en doen
Affective = Hoge betrokkenheid + affectief: voelen,
leren en doen
Routine = Lage betrokkenheid + cognitief: doen,
leren en voelen
Hedonism = lage betrokkenheid + affectief: doen,
voelen en leren
Mensen zijn geneigd attitudes te veranderen
Attitudes verwijzen naar evaluatieve reacties op bepaalde stimulus (e.g. personen, situaties, sociale
groepen). Attitudes worden gezien als voorspeller van gedrag en er zijn drie verschillende vormen
van attitudes:
- Affectief: gebaseerd op gevoelens en emoties
- Cognitief: gebaseerd op overtuigingen en mening
- Gedragsmatig: acties die je uitvoert of uiten van overtuigingen gerelateerd aan gedrag
o Ook gedrag dat mensen laten zien is van invloed op eigen cognitieve en affectieve
reacties die mensen hebben. En cognitief en affectief spelen niet altijd een even
grote rol in het bepalen van attitudes en gedrag.