Perspectieven in de ontwikkelingspsychologie: ..................................................................................... 4
Psychodynamische perspectief van Freud.......................................................................................... 4
Psychosociale ontwikkelingstheorie Erik Erikson ............................................................................... 5
De stadia van Erikson ......................................................................................................................... 5
Behaviorisme...................................................................................................................................... 6
Cognitieve ontwikkelingstheorieën .................................................................................................... 6
De informatieverwerkingstheorie ...................................................................................................... 7
Systeemtheorie .................................................................................................................................. 7
Evolutionair perspectief ..................................................................................................................... 8
DE GEBOORTE ........................................................................................................................................ 9
Erfelijkheid ......................................................................................................................................... 9
Prenatale groei en verandering .......................................................................................................... 9
De geboorte en het pasgeboren kind ............................................................................................... 10
Zintuigen .......................................................................................................................................... 11
DE BABYTIJD ......................................................................................................................................... 12
Fysieke ontwikkeling ........................................................................................................................ 12
Reflexen........................................................................................................................................ 14
COGNITIEVE ONTWIKKELING............................................................................................................ 16
DE SOCIALE EN PERSOONLIJKHEIDSONTWIKKELING IN DE BABYTIJD .............................................. 20
De peuter en kleutertijd ....................................................................................................................... 25
LICHAMELIJKE ONTWIKKELING ......................................................................................................... 25
COGNITIEVE ONTWIKKELING............................................................................................................ 27
SOCIALE EN PERSOONLIJKHEIDSONTWIKKELING ............................................................................. 29
HET SCHOOLKIND ................................................................................................................................. 32
FYSIEKE ONTWIKKELING ................................................................................................................... 32
COGNITIEVE ONTWIKKELING............................................................................................................ 34
Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling .......................................................................................... 39
De adolescentie .................................................................................................................................... 42
Fysieke ontwikkeling ........................................................................................................................ 42
Cognitieve ontwikkeling ................................................................................................................... 44
Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling .......................................................................................... 49
Jongvolwassenheid .............................................................................................................................. 53
Lichamelijke ontwikkeling ................................................................................................................ 53
De cognitieve ontwikkeling .............................................................................................................. 54
1
, Sociale & persoonlijke ontwikkeling ................................................................................................. 58
Middelbare leeftijd ............................................................................................................................... 62
Lichamelijke ontwikkeling ................................................................................................................ 62
Cognitieve ontwikkeling ................................................................................................................... 65
Sociale en persoonlijke ontwikkeling ............................................................................................... 66
De ouderdom ....................................................................................................................................... 69
Lichamelijke ontwikkeling ................................................................................................................ 69
Cognitieve ontwikkeling en intelligentie .......................................................................................... 71
Sociale en persoonlijk ontwikkeling ................................................................................................. 72
2
,Ontwikkelingspsychologie
Inleiding:
Ontwikkelingspsychologie: wetenschappelijke studie naar patronen van groei, verandering en
stabiliteit van conceptie tot aan ouderdom.
Hangt af van universele principes: culturele invloeden, etnische invloeden, unieke aspecten.
Reikwijdte van de ontwikkelingspsychologie:
1. Fysieke ontwikkeling. Bv. Het wisselen van melktanden, hoe het brein zich ontwikkeld.
2. Cognitieve ontwikkeling. Bv. Denken, mentale processen, geheugen, intelligentie.
3. Sociale ontwikkeling. Bv. Vriendschappen en relaties.
4. Persoonlijkheidsontwikkeling. Bv. Stabiele eigenschappen die iemand uniek maken.
Hierdoor is iedereen anders.
Leeftijdscategorie:
A. Prenatale periode ( vóór de geboorte)
B. Baby- peuterfase
C. Kleuter fase
D. Schooltijd
E. Adolescentie
F. Jongvolwassenen
G. Middelbare
H. Ouderdom
Cohort: een groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek zijn geboren. Wij in het
hoorcollege vormen een cohort. De docent dan weer niet.
Wij worden beïnvloed door normatieve gebeurtenissen, zoals biologisch ( ongesteld worden), sociaal
( in omgeving) of cultureel ( waar groeien we op?).
Het coronavirus is een normatieve historische gebeurtenis in ons cohort.
Leeftijdsgebonden invloeden. Bv. Groeispurt.
Normatieve invloeden. Bv. Regels (zoals leerplicht), cultuur, sociale klassen. De maatschappij
beïnvloed jou.
Niet-normatieve invloeden. Bv. Specifieke gebeurtenissen die alleen jouw overkomen, zoals je
ouders verliezen. Het is dus een specifiek moment.
Grootschalig en longitudinale onderzoek: een langdurig onderzoek, waardoor je de ontwikkeling kunt
volgen.
Vragen die we stellen bij ontwikkeling:
1. Continuïteit of discontinuïteit
Continuïteit: soepele overgangen, niet alle ontwikkelingen lopen synchroon. Bv
onze lichaamsgroei.
Discontinuïteit: harde overgangen. Bv. Opeens door hebben dat je niet in bed
moet plassen.
3
, 2. Kritieke perioden of gevoelige perioden. Bv. Zoals hechting( kritiek: er gaat iets mis en kan
het later niet meer herstellen of taal (gevoelig: de beste perioden om iets te ontwikkelen,
kan later wel compenseren).
3. Nature of nurture: maturatie: je word geboren met een eigenschap, maar komt later tot
uiting.
Perspectieven in de ontwikkelingspsychologie:
Psychodynamische perspectief van Freud
Een mens wil altijd zijn driften bevredigen.
- In de eerste fases richt een kind deze bevrediging op zichzelf.
- Later op andere.
Normaal ontwikkelt deze bevrediging zich op een gezonde manier door conflicten op te lossen.
- Fixatie: heel erg focussen op iets. Bv overmatig eten, roken. De orale fase is in dit geval niet
goed afgerond.
- Regressie: teruggaan naar je kindertijd. Bv. Soms als een kleinkindje in een hoekje kruipen.
Een volwassen vrouw die nog in bed plast.
4