Samenvatting geschiedenis van opvoeding en
onderwijs
Geschiedenis C1:
Sinterklaas:
⁃ 17e eeuw: Sinterklaas was een opvoedfeest, kinderen bang
maken met getemde duivels om te laten zien dat het heilige sterker is,
dreigen werd toen als goede opvoeding gezien. Doel was dat kinderen
zich goed gingen gedragen.
⁃ Discussie: katholiek feest en NL was protestants -> verboden.
⁃ 19e eeuw: niet meer opvoeden door bang maken maar door
goede voorbeeld te geven. Heilige Sint kon niet straffen dus zwarte
helper uit Spanje. Gebaseerd op Spaanse schilderijen van edellieden
met zwarte hulpjes in kledij (pronken met iets exotisch).
⁃ Gevolg: kinderen bang maken met zwart jongetje (1850).
⁃ Stoommachine uitgevonden dus op de stoomboot.
⁃ 20e eeuw: kinderen niet meer bang maken, Piet was een
grappenmaker die allerlei dingen fout deed. Steeds meer mensen
vanuit Suriname vonden het racisme.
⁃ Dit verteld: sociale normen die we mee willen geven, inclusie,
pedagogische normen in het verleden (opvoeden door bang maken en
daarna niet meer, en het belang van context bij opvoeden) (opvoeding
veranderd als er meer zwarte mensen naar NL verhuizen).
Bronnen:
⁃ Afbeeldingen, teksten en artefacten.
⁃ Prescriptief: voortschrijdend, hoe iets zou moeten zijn.
⁃ Descriptief: hoe iets feitelijk is zonder oordeel.
⁃ Symbolisch: staat voor iets anders.
⁃ Persoonlijke teksten/egodocumenten: descriptief, bv. dagboek,
brieven of memoires.
⁃ Literaire teksten bv. Memoires, vaak aangepast voor publicatie.
Volwassenen schrijven/spreken vaak voor kinderen -> pedagogische
discussie. Teveel afstand?
Een historisch pedagogisch debat:
⁃ Evolutionisten: zwarte legende: 1960 Phillipe Aries
⁃ Voor de 17e eeuw geen kindertijd: behandeld als kleine
volwassenen, zal dan ook niet veel van gehouden worden. Beter want
veel gingen dood.
,⁃ Voor 18e eeuw geen intiem gezinsleven: harde straffen, gevoed
door ingehuurde min, veel kindersterfte maar weinig rouw, veel
kinderen te vondeling en kinderen in dezelfde kleding als volwassenen.
⁃ Pas toen economische omstandigheden beter werden was er
ruimte voor het zoeken van een partner en was er meer liefde in het
gezin.
⁃ Bronnen: teksten met morele lessen, afbeeldingen en kleding.
⁃ Structuralisten(/revisionisten): witte legende: 1983 Linda Pollock
⁃ Wel een kindertijd en wel affectief gezinsleven.
⁃ Kindersterfte niet door weinig liefde maar slechte hygiëne en
armoede, wel rouw om sterfte maar dagboek was toen zakelijke
verslaglegging, kinderen te vondeling hadden vaak briefjes van
wanhopige moeders, voeden door min als moeder werkte, harde
straffen waren pedagogische ideeën maar moeilijk voor ouders etc.
⁃ Bronnen: egodocumenten, andere manier van schrijven en anders
interpreteren.
⁃ Dus: er was continuïteit: kindertijd en affectie. Maar ook
discontinuïteit: vanaf 18e eeuw meer financiële ruimte om goede
kindertijd te geven: uitingen van affectie en aandacht voor kind en
opvoeding. Veranderd later maar bestond wel al.
Pedagogische ruimte:
⁃ Mogelijkheden in een periode om opvoeding te realiseren. 4
domeinen:
1. Demografische ruimte: geboorte- en sterftecijfers.
2. Financiële ruimte: middelen van maatschappij om uit te geven
aan opvoeding en onderwijs.
3. Privé vs. publieke ruimte: verhouding. Waar de
verantwoordelijkheid van opvoeden en onderwijs ligt: overheid of
gezinnen. Financieel en plichten.
4. Mentale ruimte: ruimte en energie om na te denken over
opvoeding. Bv laag bij oorlog.
De relatie met ouders in liedjes van KvK:
⁃ <1970 democratisering van het gezinsleven: van autoritaire
opvoeding naar onderhandelingshuishouden waarbij kinderen mogen
inbrengen. Door emancipatiebewegingen uitbreiden naar kids.
⁃ Kritiek op autoritair opvoeden ging te ver -> antiautoritair: (te)
volledig vrijgelaten.
⁃ 1980: ‘ouders te koop’. Radicale opstand tegen strenge regels
van ouders. Geschreven door volwassenen.
, ⁃ 2000: terugdraaien verschuiving: nieuwe reactie op minder
aanwezig zijn van ouders voor kinderen: ouders gevraagd. Kinderen
hebben ouders nodig.
⁃ Jaren daarna: ontplooiing individuele kind, overal over praten,
keuzevrijheid, plezier.
⁃ 2018: meest recente verandering. Sensitief en responsief
opvoeden: gericht op de signalen (behoeftes en emoties) die je kind
geeft over wat hij/zij nodig heeft. Kinderen worden gezien als
wereldverbeteraars van klimaat, hoop van toekomst en bewuster dan
volwassenen -> grote/zware verantwoordelijkheid.
Geschiedenis C2:
Functies van lezen:
⁃ Taalontwikkeling, verhaalinzicht, interesse in taal, empathie en
concentratie vermogen.
⁃ Band en communicatie tussen ouder en kind versterken -> goed
als gedrag van kinderen gecorrigeerd moet worden.
⁃ Kinderboeken als zedelijke/moralistische opvoeding. Vertellen
kind hoe je je moet gedragen en laat ze er zelf over nadenken.
Kinderboeken in de 18e eeuw:
⁃ Voor de 18e eeuw: gericht op iets leren: didactisch of religieus.
Kinderen worden geboren met vermogen om een ratio te ontwikkelen
maar moeten dit nog leren.
⁃ Verandering 18e eeuw: leren moet samengaan met vermaak want
als je iets leuk vind, leer je het beter. Komt voort uit Tabula Rasa van
John Locke. Opvoeden is kinderen ervaringen aanreiken. Er zaten wel
zedenlessen in de verhalen (verstopt).
⁃ Hieronymus van Alphen: vermaak via rijmpjes en plaatjes.
Revolutionair: poging op perspectief en verlangen van kinderen in
verhalen te verwerken. Niet alleen van rijke maar ook het gewone volk
-> iedereen word deugdzame burger.
Rond 1800: onderwijsagenda:
⁃ kritiek op leesonderwijs vanuit verlichte liberalen: er moet ook
volksonderwijs komen.
⁃ Nederland moet een eenheidsstaat worden met een centraal
bestuur waarbij alle kinderen naar school gaan -> nationalistisch
gevoel van vaderland creëren zodat ze iets kunnen bijdragen. Iedereen
moet onderwezen worden en deugden kennen.
⁃ Onderwijswet van 1806: onderwijs niet meer in handen van
private onderwijsinstellingen maar van de staat. Neutraal
onderwijs
Geschiedenis C1:
Sinterklaas:
⁃ 17e eeuw: Sinterklaas was een opvoedfeest, kinderen bang
maken met getemde duivels om te laten zien dat het heilige sterker is,
dreigen werd toen als goede opvoeding gezien. Doel was dat kinderen
zich goed gingen gedragen.
⁃ Discussie: katholiek feest en NL was protestants -> verboden.
⁃ 19e eeuw: niet meer opvoeden door bang maken maar door
goede voorbeeld te geven. Heilige Sint kon niet straffen dus zwarte
helper uit Spanje. Gebaseerd op Spaanse schilderijen van edellieden
met zwarte hulpjes in kledij (pronken met iets exotisch).
⁃ Gevolg: kinderen bang maken met zwart jongetje (1850).
⁃ Stoommachine uitgevonden dus op de stoomboot.
⁃ 20e eeuw: kinderen niet meer bang maken, Piet was een
grappenmaker die allerlei dingen fout deed. Steeds meer mensen
vanuit Suriname vonden het racisme.
⁃ Dit verteld: sociale normen die we mee willen geven, inclusie,
pedagogische normen in het verleden (opvoeden door bang maken en
daarna niet meer, en het belang van context bij opvoeden) (opvoeding
veranderd als er meer zwarte mensen naar NL verhuizen).
Bronnen:
⁃ Afbeeldingen, teksten en artefacten.
⁃ Prescriptief: voortschrijdend, hoe iets zou moeten zijn.
⁃ Descriptief: hoe iets feitelijk is zonder oordeel.
⁃ Symbolisch: staat voor iets anders.
⁃ Persoonlijke teksten/egodocumenten: descriptief, bv. dagboek,
brieven of memoires.
⁃ Literaire teksten bv. Memoires, vaak aangepast voor publicatie.
Volwassenen schrijven/spreken vaak voor kinderen -> pedagogische
discussie. Teveel afstand?
Een historisch pedagogisch debat:
⁃ Evolutionisten: zwarte legende: 1960 Phillipe Aries
⁃ Voor de 17e eeuw geen kindertijd: behandeld als kleine
volwassenen, zal dan ook niet veel van gehouden worden. Beter want
veel gingen dood.
,⁃ Voor 18e eeuw geen intiem gezinsleven: harde straffen, gevoed
door ingehuurde min, veel kindersterfte maar weinig rouw, veel
kinderen te vondeling en kinderen in dezelfde kleding als volwassenen.
⁃ Pas toen economische omstandigheden beter werden was er
ruimte voor het zoeken van een partner en was er meer liefde in het
gezin.
⁃ Bronnen: teksten met morele lessen, afbeeldingen en kleding.
⁃ Structuralisten(/revisionisten): witte legende: 1983 Linda Pollock
⁃ Wel een kindertijd en wel affectief gezinsleven.
⁃ Kindersterfte niet door weinig liefde maar slechte hygiëne en
armoede, wel rouw om sterfte maar dagboek was toen zakelijke
verslaglegging, kinderen te vondeling hadden vaak briefjes van
wanhopige moeders, voeden door min als moeder werkte, harde
straffen waren pedagogische ideeën maar moeilijk voor ouders etc.
⁃ Bronnen: egodocumenten, andere manier van schrijven en anders
interpreteren.
⁃ Dus: er was continuïteit: kindertijd en affectie. Maar ook
discontinuïteit: vanaf 18e eeuw meer financiële ruimte om goede
kindertijd te geven: uitingen van affectie en aandacht voor kind en
opvoeding. Veranderd later maar bestond wel al.
Pedagogische ruimte:
⁃ Mogelijkheden in een periode om opvoeding te realiseren. 4
domeinen:
1. Demografische ruimte: geboorte- en sterftecijfers.
2. Financiële ruimte: middelen van maatschappij om uit te geven
aan opvoeding en onderwijs.
3. Privé vs. publieke ruimte: verhouding. Waar de
verantwoordelijkheid van opvoeden en onderwijs ligt: overheid of
gezinnen. Financieel en plichten.
4. Mentale ruimte: ruimte en energie om na te denken over
opvoeding. Bv laag bij oorlog.
De relatie met ouders in liedjes van KvK:
⁃ <1970 democratisering van het gezinsleven: van autoritaire
opvoeding naar onderhandelingshuishouden waarbij kinderen mogen
inbrengen. Door emancipatiebewegingen uitbreiden naar kids.
⁃ Kritiek op autoritair opvoeden ging te ver -> antiautoritair: (te)
volledig vrijgelaten.
⁃ 1980: ‘ouders te koop’. Radicale opstand tegen strenge regels
van ouders. Geschreven door volwassenen.
, ⁃ 2000: terugdraaien verschuiving: nieuwe reactie op minder
aanwezig zijn van ouders voor kinderen: ouders gevraagd. Kinderen
hebben ouders nodig.
⁃ Jaren daarna: ontplooiing individuele kind, overal over praten,
keuzevrijheid, plezier.
⁃ 2018: meest recente verandering. Sensitief en responsief
opvoeden: gericht op de signalen (behoeftes en emoties) die je kind
geeft over wat hij/zij nodig heeft. Kinderen worden gezien als
wereldverbeteraars van klimaat, hoop van toekomst en bewuster dan
volwassenen -> grote/zware verantwoordelijkheid.
Geschiedenis C2:
Functies van lezen:
⁃ Taalontwikkeling, verhaalinzicht, interesse in taal, empathie en
concentratie vermogen.
⁃ Band en communicatie tussen ouder en kind versterken -> goed
als gedrag van kinderen gecorrigeerd moet worden.
⁃ Kinderboeken als zedelijke/moralistische opvoeding. Vertellen
kind hoe je je moet gedragen en laat ze er zelf over nadenken.
Kinderboeken in de 18e eeuw:
⁃ Voor de 18e eeuw: gericht op iets leren: didactisch of religieus.
Kinderen worden geboren met vermogen om een ratio te ontwikkelen
maar moeten dit nog leren.
⁃ Verandering 18e eeuw: leren moet samengaan met vermaak want
als je iets leuk vind, leer je het beter. Komt voort uit Tabula Rasa van
John Locke. Opvoeden is kinderen ervaringen aanreiken. Er zaten wel
zedenlessen in de verhalen (verstopt).
⁃ Hieronymus van Alphen: vermaak via rijmpjes en plaatjes.
Revolutionair: poging op perspectief en verlangen van kinderen in
verhalen te verwerken. Niet alleen van rijke maar ook het gewone volk
-> iedereen word deugdzame burger.
Rond 1800: onderwijsagenda:
⁃ kritiek op leesonderwijs vanuit verlichte liberalen: er moet ook
volksonderwijs komen.
⁃ Nederland moet een eenheidsstaat worden met een centraal
bestuur waarbij alle kinderen naar school gaan -> nationalistisch
gevoel van vaderland creëren zodat ze iets kunnen bijdragen. Iedereen
moet onderwezen worden en deugden kennen.
⁃ Onderwijswet van 1806: onderwijs niet meer in handen van
private onderwijsinstellingen maar van de staat. Neutraal