Antwoorden oefentoets probleem 1:
Antwoord vraag 1:
De theorie van Darwin gaat ervan uit dat binnen een soort niet alle individuen zich in
dezelfde maten voorplanten. Diegene die zich het beste aanpassen aan de omgeving en
soort zal overleven (survival off the fittest). Zijn theorie bestaat uit:
1. Natuurlijke selectie:
Eigenschappen die geassocieerd worden met grotere overlevingskans en grote
voortplantingskans zullen doorgegeven worden aan het nageslacht.
- Op lange termijn zou dit kunnen leiden tot de evolutie van soorten die beter kunne
voerleven en voortplanten in hun omgeving.
2. Seksuele selectie:
Deze theorie concentreerde zich op aanpassingen die ontstonden als gevolg van succesvolle
paring.
Antwoord vraag 2:
Natuurlijke selectie kent 3 voorwaarden namelijk; variatie, selectie en overerving.
- ANTWOORD A.
Antwoord vraag 3:
Evolutie kent 3 producten:
Adaptatie, random noise, bijproducten
Dus B.
Antwoord vraag 4:
Adaptatie navelstreng.
- Belangrijkste product van natuurlijke selectie omdat hierdoor een heel soort
veranderd.
Bijproducten een navel als bijproduct van de navelstreng.
Random noise/willekeurige effecten bijvoorbeeld een gekke navel.
- Door krachten als mutatie, plotselinge veranderingen in de ontwikkeling en
veranderde effecten in de omgeving kan een bijproduct veranderd zijn.
Antwoord vraag 5:
B.
Antwoord vraag 6:
C.
Antwoord vraag 7:
Onjuist.
Genetic drift zijn ook veranderingen die zouden kunnen optreden.